![]() |
|
Boekverslag : Nescio - Dichtertje
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2938 woorden. |
1*Auteursnaam: Nescio (pseudoniem van J.H.F. Grönloh) *Titel: Dichtertje, in het derde oorlogsjaar *Motto: “Bellum transit, amor manet” *Genre: Kort verhaal *Jaar van eerste uitgave: 1918 *Dit verhaal telt 43 pagina’s en twaalf hoofdstukken 2*Volgens de informatieflap van de bibliotheek is dit “een verhaal dat op ironische en navrante(?) wijze het conflict burger-dichter weergeeft” Ik vind het gewoon een grappig verhaal over een dichtertje wat voortdurend in de gaten wordt gehouden door zowel God als de Duivel. Het is eigenlijk best wel triest als je leest dat een persoon met dromen en idealen niets bereikt van wat hij wil. Dit verhaal is de nodige afwisseling na alle romans en dikke pillen die ik heb gelezen. *Heel veel bijzonders gebeurt er in dit verhaal niet. Het Dichtertje werkt, droomt, trouwt, droomt nog meer, blijft werken en droomt nog een beetje. Je leest voornamelijk zijn gedachten en die van God en de Duivel over hem. Wel zit er halverwege een verandering in het verhaal. Het eerste gedeelte beschrijft namelijk hoe gelukkig het Dichtertje wel niet is en wat hij allemaal nog wil doen. Ná de scheiding merkt hij dat hij helemaal niet zo gelukkig is en komt hij met zijn gevoelens in de knoop. Langzamerhand wordt hij gek. Dit alles gebeurt, terwijl God rustig op hem neerkijkt en met de Duivel over het Dichtertje praat en redetwist. *Ik vind het erg moeilijk om de opbouw van een boek of verhaal te beschrijven, want volgens mij is dat iets wat gewoon in het verhaal zit. “Dichtertje” is een chronologisch geschreven verhaal, zonder tijdsprongen, terugblikken en dergelijke. Dit is volgens mij het belangrijkste wat er over geschreven kan worden. Toch is het misschien maar goed dat dit zo’n kort verhaal is, want zonder de nodige flashbacks zou een roman knap vervelend worden om te lezen. *Het verhaal draait om Dichtertje, wiens echte naam je niet te weten komt. Hij is een echte voorbeeldburger met veel dromen en idealen. Ook zijn vrouw Coba en haar zus Dora, op wie Dichtertje een beetje verliefd is, zijn belangrijke personages. God en de Duivel voorzien Dichtertjes doen en laten van commentaar, ook zij komen meerder keren voor. Ik vind Coba, Dichtertjes vrouw, wel een leuk personage. Zij is duidelijk, oprecht en schijnt voor iedereen begrip te hebben. Voor de rest vind ik het vrij simpele zielen. *Het enige vervelende aan dit verhaal is het taalgebruik. Nescio gebruikt niet bepaald ABN, want heel vaak lees je “hatti” (ipv had hij) “datti”, “i” (ipv hij) enzovoort. Ook worden in dit ouderwetse verhaal de oude Nederlandse naamvallen nog toegepast (der, den en nog meer van die lastige uitdrukkingen) Op dit Oudnederlands na leest het wel gemakkelijk en vind ik het een leuk verhaal als “tussendoortje”. (En natuurlijk gemakkelijk voor een leesverslag) 3*Samenvatting van het verhaal: Het Dichtertje is een jonge kantoorbediende die tevens dicht. Hij droomt ervan ooit een groot dichter te worden en een verhouding met een dichteres te krijgen. Hij is echter fatsoenlijk getrouwd met Coba, een meisje dat hij ontmoette op weg naar kantoor terwijl zij naar school ging. Hij raakte verliefd op haar en maakte vele romantisch gedichten. Na ruim een jaar lukte het hem van haar ouders toestemming te krijgen om te trouwen, omdat hij “een nette jongen was”. Na zes jaar huwelijk waren ze “ten naaste bij gelukkig”. Ze hebben een dochtertje van vijf jaar, Bobi, en een inkomen om goed van te kunnen leven. Coba helpt het Dichtertje bij het in het net schrijven van zijn manuscripten. Toch is het Dichtertje niet tevreden, hij verlangt naar meer. Overal ziet hij mooie meisjes lopen, die voor hem onbereikbaar blijven, zodat “z’n heele leven één gedicht” werd, “wat ook vervelend wordt”. Ook Coba kent dat onbestemde verlangen. Wanneer ze samen met Bobi op een terras zit is ze zich bewust dat haar verschijning de aandacht van een man naast haar trekt. Ze weet echter geen raad met de situatie en als het Dichtertje arriveert vertrekken ze snel. Er is nog een derde personage, Dora –“ een van die twee zusjes, die in bed waren gestopt, toe i voor ’t eerst boven mocht komen” – bij wie ook al zo’n vaag verlangen leeft. Een verlangen waarvan ze zich bewust wordt als Ee, want zo heet het Dichtertje eigenlijk, zijn schoonfamilie bezoekt. “Hij zag een kind…. Maar zij zag hem, haar oogen werden groot, ’t bloed gutste in haar lijf naar boven.” Dora begrijpt haar eigen gevoelens nog niet. Ze houdt van Ee als een een zwager en omdat hij dicht. Zij leest veel en verlangt ernaar net als Ee gedichten te schrijven. De natuur brengt haar ervoor in dejuiste, romantische stemming. Maar als ze probeert te dichten lukt het niet. Met het Dichtertje gaat het in maatschappelijk opzicht steeds beter. Hij werkt hard en maakt promotie. Zijn inkomen stelt hem in de gelegenheid zich qua uiterlijk en gewoontes te onderscheiden van het gewone volk. Hij wordt lid van de Partij, die hij alleen geldelijk steunt. Met de vrienden van vroeger, die niet “vooruitgekomen in de wereld” waren, heeft hij geen contact meer. Toch wordt hij treurig als hij zijn leven overziet en zich over 28 jaar net zoals zijn vader ziet lopen. Ergens in hem leeft nog “een mensch, die niet zoo maar dood wou gaan, die zichzelf een toren wou oprichten tot de blauwe lucht, om te staan in eeuwigheid.” Hij weet echter niet hoe dit aan te pakken. Verder dan de publicatie van een paar gedichten komt hij niet. Wanneer het Dichtertje Dora wegbrengt naar Beek en Dal, waar ze tot rust moet komen na haar vaders dood, voelen ze beide hun verlangen groeien, maar laten ze de kans tot vervulling lopen. Dora, omdat ze haar verlangen nog steeds niet begrijpt, het Dichtertej, omdat hij zichzelf veel te goed begrijpt. In hem overheerst nog, boven “’t beest” van het verlangen, de Dichter die haar aanbidt. Dit beest slaat uiteindelijk toe “in het laatst van Maart toen de tijden vol waren”. Terwijl Coba met Bobi in Den Haag logeert, kijken Dora en het Dichtertje de drukproeven van zijn boek, getiteld Djengis Kan, na. Na het correctiewerk zitten ze tegenover elkaar, ieder met hun eigen gedachten. Hij “grimmig”, omdat zijn boek af is en ziet dat het leven niets voorstelt; zij “vol vaag verlangen en zoo bewogen in haar hart”, denkend aan de natuur die, nu het lente wordt, ontluikt. Dan vertelt hij haar, terwijl hij haar hand vastpakt, dat Penning, een jeugdvriend van hem, met haar wil trouwen. Hij adviseert haar hierop in te gaan in plaats van zich aan de kunst te wijden. Zij wijst zijn voorstel resoluut van de hand. Thuis op haar kamer realiseert zij zich voor het eerst wat het onstuimige verlangen, dat door haar hele lijf naar haar hoofd steeg toen Ee haar handen vastpakte, betekent. Ze keert terstond terug naar zijn huis. Daar vallen ze elkaar in de armen. Later op de avond treffen vrienden van het Dichtertje hem naakt en volslagen gek aan. Aan het eind van het verhaal is het Dichtertje dood, maar zijn boek is een groot bestseller geworden. Coba is godsdienstig geworden. Dora woont met haar kind bij Coba en Bobi in. Ze heeft een kantoorbaan en wil rechten studeren. “Vooral niet in de letteren. Werken wil ze en niet denken.” *Analyse van het verhaal: *Motto: Dit verhaal wordt door het motto (In het derde oorlogsjaar/Bellum transit, amor manet) zeer precies in zijn tijd geplaatst. Het “derde oorlogsjaar” is het derde jaar van de Eerste Wereldoorlog, 1917. Hetgeen precies overeenstemt met de datering aan het einde van het verhaal. Ook in het verhaal zelf wordt er naar de oorlog verwezen, al blijft het bij enkele terloopse verwijzingen, het verhaal zelf wordt er niet door beïnvloedt. Het motto zei het immers al: Bellum transit, amor manet (de oorlog gaat voorbij, maar de liefde blijft) *Thema: In Dichtertje krijgt de thematiek van het onmogelijke verlangen naar het onvergankelijke gestalte in de figuur van het Dichtertje. De naam zegt het al, Dichtertje is slechts een onaanzienlijl dichter. Zijn belangrijkste bezigheden liggen op kantoor. Alleen in zijn vrije tijd maakt hij gedichten in de trant van de Tachtigers als Hélène Swarth, Willem Kloos en Frederik van Eeden. Het feit dat hij een fatsoenlijke betrekking heeft is de reden dat hij Coba mag huwen, niet zijn dichterschap. *Motieven: *Denken en werken: Het tegenstrijdige verlangen in het Dichtertje wordt uitgebeeld in het motievenpaar denken en werken. Hij wilde niet denken, het liefst zou hij gewoon als een ieder ander elke dag braaf naar zijn werk gaan en nergens over hoeven denken. Als hij teveel over het eeuwige leven gaat nadenken wordt hij gek en denkt dat hij zelf God is. Dora zou daarentegen het liefst denken, zij moet voor haar verlangen boeten door hard te werken en voor haar kind te zorgen. *Eindelooze gedicht: Dit is een ander belangrijk motief. Dichtertjes verlangen te dichten is een metafoor voor een ander verlangen, nl. dat van de erotiek. Hij lijdt omdat hij geen invulling aan zijn verlangen kan geven, daarvoor is hij een te fatsoenlijk burger. Zo wordt zijn leven “zoo’n gedicht zonder eind”, “een eindeloos gedicht”. *Het beest: Dit wordt een nieuw motief, duidelijk te onderscheiden van dat van het eindelooze gedicht. Woorden als “grimmig” worden nu veel gebruikt en hangen nauw samen met het motief van “het beest”, Het Dichtertje “koelt zijn wraak” op Dora, “zij boet voor een wereld”, en door het schrijven van het boek met de “grimmige” titel “Djengis Kan”. *Vallen: Met het motief van het “eindelooze gedicht” contrasteert nog een ander motief, dat van het vallen. Ogenschijnlijk niet zo’n bij elkaar passend begrippenpaar, maar het contrast wordt duidelijk als we zien hoe het verlangen een groot dichter te zijn ook wordt omschreven: “Die zichzelf een toren wou oprichten”. Het dichtertje hanteert deze twee met elkaar contrasterende motieven vaak in één zin: ”Een groot dichter zijn en dan te vallen”. Het lastige aan dit motief is hoe je het moet opvatten. De Duivel gebruikt als eerste het woord “vallen” in de zin van “gevallen vrouwen”, Ook ziet hij zichzelf als “gevallen”, omdat hij als engel Gods wet overtrad en aldus tot Duivel “verviel”. In deze zin moeten we ook het “vallen” van het Dichtertje zien. Met zijn verlangen naar erotiek overtreedt hij de burgerlijke fatsoensnorm. Het verlangen te “vallen” komt dus uit hetzelfde tekort voort als het verlangen een groot dichter te zijn. *Een toren oprichten/God en de Duivel: Deze twee begrippen vallen samen met het “vallen”. In zijn streven een groot dichter te worden wil het Dichtertje de onsterfelijkheid verwerven, “een toren oprichten” naar God. Even lijkt het hem te lukken als hij met Dora naar bed gaat. Dit moment valt samen met het moment waarop hij zijn boek voltooit, waarmee hij na zijn dood alsnog erkenning krijgt. Daarna valt hij, letterlijk, diep, hij gaat dood. God en de Duivel zijn niet alleen als begrippen aanwezig, maar treden ook daadwerkelijk, als verhaalpersonages op. De Duivel verschijnt bijvoorbeeld een keer in de gedaante van een man met een snor, degene die naast Coba op het terras zit en haar in verwarring brengt. De betekenis van de Duivel is duidelijk. De betekenis van God is minder eenduidig. In feite is er sprake van twee Goden. Eén is “den echten God van hemel en aarde”, de God zoals we die uit de bijbel kennen. Dit is de God naar wie het Dichtertje “zijn toren wil oprichten”. De tweede God is de God van Nederland, die gewoon rondloopt in Amsterdam, ietwat sjofel gekleed. Ondanks dat is hij een machtig man, want hij is de God der bazen, de God van het fatsoen, “van allen die geen andere keus hebben dan werken of vervelen”. *Opbouw: In dit verhaal wordt de opbouw ondersteund door de hoofdstukindeling. Het verhaal vertoont een ontwikkeling die onmiskenbaar naar een (anti)climax in het laatste hoofdstuk voert. Halverwege, in hoofdstuk 7, vindt weliswaar een voor de ontknoping belangrijke ontwikkeling plaats, het verlangen krijgt een grimmig aanzien, maar dit zorgt niet voor een erg grote ommekeer van de verhaallijn. Nescio werkt veel met vertragingen en versnellingen, dat is in dit verhaal goed te merken. Zo beschrijft hij de zes jaar huwelijk van het Dichtertje en Coba en enkele regels terwijl één enkele avond, de avond dat het Dichtertje en Dora met elkaar naar bed gaan, twee hoofdstukken beslaat. Niet alleen de hoofdstukindeling werkt structurerend, maar ook binnen de hoofdstukken treffen we een hechte opbouw aan. Meestal begint een hoofdstuk met een algemene zin, waarna de concretisering volgt. Deze algemene zinnen wijzen vooruit naar de dingen die komen gaan. Door deze vooruitwijzingen wordt ook spanning opgebouwd. *Perspectief: In dit verhaal treedt een alwetende (auctoriale) verteller op. Deze alwetende verteller onderbreekt soms het verhaal met ironische opmerkingen. De verteller kijkt als God op de personages neer en wisselt daarbij van perspectief. Beurtelings ligt het bij het Dichtertje, Coba, Dora, de God van Nederland en de Duivel. Soms worden er dezelfde woorden voor twee verschillende personages, zodat je niet altijd merkt dat het perspectief verschoven is. *Personages: De drie meest belangrijke personages die in dit verhaal voorkomen zijn: Het Dichtertje: Het Dichtertje is een dromerig persoon die zelf alleen maar verwarder raakt van zijn gedachten. Het liefste zou hij een groot dichter willen zijn en dan te “vallen”. Maar aan de andere kant wil hij alleen maar werken, zoals iedereen en niet te hoeven nadenken. Door zijn onmogelijke verlangen zelf God te zijn wordt hij gek. Ook heeft hij een steeds terugkerend verlangen naar erotiek, hoe dat moet worden opgevat wordt door de schrijver in het midden gelaten. Dora: Dora is de vrouw van het Dichtertje, zij is heel anders dan haar man. Veel nuchterder en levenslustiger. Van wat het Dichtertje schrijft snapt zij niets, “de poëzie van de verhalen” zegt haar niets, maar ze schrijft het werk van haar man wel over in het net. Zij gedraagt zich zoals het een fatsoenlijke burgervrouw betaamd. Nadat het Dichtertje gek is geworden, straft zij zichzelf door erg godsdienstig te worden. Coba: Dit is de zus van Dora, Dichtertjes schoonzuster. Net als het Dichtertje kent zij dezelfde verlangens wat betreft gedichten schrijven. Zij weet dat Ee(het Dichtertje) haar zwager is, maar ergens diep in zich heeft ze gevoelens voor hem die daar niet bij passen. Dit komt aan het einde van het verhaal tot uiting, als ze met hem naar bed gaat. *Tijd: Het verhaal speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog. In het verhaal zit een verwijzing naar de “Tachtigers”, (een groep dichters die in de jaren tachtig van de vorige eeuw leefde) Er staat: “Sedert dertig jaar hield de God van Nederland niet van dichters. Je wist niet meer, wat je er aan had. Fatsoenlijk of onfatsoenlijk, je kon er niet uit wijs.” Dichtertje is in 1917 geschreven, dus dertig jaar geleden was het de tijd van de Tachtigers. Het verhaal zelf heeft ongeveer een verloop van 16 maanden, afgezien van het hoofdstuk waarin we lezen hoe het Dichtertje Coba heeft veroverd en hoe de eerste zes jaren van hun huwelijk waren. 4*Biografie van de schrijver: Nescio (Latijn voor “Ik weet het niet”) pseudoniem van J.F. Grönloh werd geboren op 33 juni 1882 in Amsterdam. Na de openbare lagere school bezocht hij de driejarige HBS en daarna volgde hij de openbare handelsschool. In 1889 begint zijn kantoorloopbaan. Hij ontwikkelt zich als een echte administrateur, zo houdt hij bijvoorbeeld het aantal kilometers dat hij dagelijks loopt bij en bewaart hij alle tram-, bus- en treinkaartjes. Zijn sociale idealen worden gevormd als hij lid is van een debatingclub gedurende die tijd. Als hij in 1900 lid wordt van een zangclub, weliswaar als secretaris, hij kan niet zingen, ontmoet hij daar zijn vrouw Agatha Tiket, met wie hij in 1906 trouwt. Hij wordt later administrateur van het vernigingsblad De Pionier, dat hij in 1907 zijn eerste publikatie aanbiedt: een ingezonden brief, wwarin de latere Nescio reeds zichtbaar is. Vanaf 1904 is Grönloh in dienst bij de Holland-Bombay Trading Company te Amsterdam, eerst als handelscorrespondent, later als procuratiehouder en vanaf en vanaf 1926 als directeur. Zijn literaire begint in 1911, wanneer in het tijdschrift De Gids “De Uitvreter” wordt gepubliceerd. In 1937 treedt Nescio af als directeur wegens chronische hoofdpijnen, maar hij blijft nog tot 1948 adviseur bij de Holland-Bombay Trading Company. Zijn gezondheid blijft achteruit gaan en op 25 juli 1961 overlijdt Nescio in het sanatorium Zonnestraal te Hilversum, nadat hij enkele jaren gedeeltelijk verlamd is geweest. *Bibliografie: 1918-Dichtertje. De uitvreter. Titaaantjes. 1946-Mene Tekel, bundel. 1961-Boven het dal en andere verhalen, verhalenbundel. 1967-Heimwee en andere fragmenten, 1971-De X geboden. *Literaire stroming: Nescio schreef in de nadagen van de zogenaamde Tachtigers, tegen wie hij vaak wordt afgezet. Er zijn veel overeenkomsten tussen het werk van zoal F.C. Terborgh, Van Oudshoorn en A. Alberts en dat van Nescio te vinden. Behalve op dat vlak zijn er ook op het sociale vlak overeenkomsten te onderscheiden tussen deze mannen en Nescio. Het schrijven was niet hun hoofdbezigheid, ze waren allemaal kantoormensen. Ze hadden een gering oeuvre dat gekenmerkt wordt door “vervreemding, modern thema bij uitstek, zonder dat daarvoor literaire hoogstandjes te verrichten op het gebied van taalgebruik en compositie.” Nescio’s werk wordt gekenmerkt door een nawerking van en een verzet tegen de “Tachtigers”. In het proza heerste enerzijds nog de woordkunst van deze “beweging van Tachtig” en anderzijds was het de tijd van de neo-romantiek. Het taalgebruik van Nescio en de inhoud van de verhalen week daar van af. Hij wordt, wat betreft stijl en levensloop, in verband gebracht met W. Elsschot (beiden werden pas echt gewaardeerd na de publicatie van het literaire tijdschrift “Forum”. Hier stond de persoonlijkheid van de auteur voorop) De stijl die Nescio hanteert is precies en origineel. Hij streefde naar een zo natuurlijk mogelijke “ praatstijl”. Vandaar het gebruik van woorden zoals “hatti” en “datti”. *Algemene thematiek: Het centrale thema dat in de boeken van Nescio terug te vinden is, dat zijn boeken over bijzondere mensen gaan, die zich afzetten tegen de maatschappij. Voor de rest valt hier niet veel over te vinden. |
|
Andere boeken van deze auteur: |
Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen |