![]() |
|
Boekverslag : Thea Beckman - Geef Me De Ruimte
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1606 woorden. |
Titel: Geef me de ruimte Auteur: Thea Beckman Andere werken: 'Kruistocht in spijkerbroek', Hasse Simonsdochter' Omslag: Ontworpen door Rinke Doornekamp Uitgeverij: Lemniscaat b.v. Rotterdam Eerste druk: 1976 Aantal bladzijden: 300 Genre: Het boek hoort bij de categorie historie, omdat het in de Honderdjarige Oorlog afspeelt, en dat hoort bij geschiedenis. 'Geef me de ruimte!' is het eerste deel van een trilogie over de Honderdjarige Oorlog. Het tweede deel is 'Triomf van de verschroeide aarde' en het derde deel heet 'Het rad van fortuin'. De drie delen zijn los van elkaar te lezen. Personages: Marije Wartelsdochter (Marie-Claire): In het begin van het boek heet ze Marije, als ze nog in Vlaanderen woont, en ze loopt weg uit Vlaanderen. In Frankrijk word ze Marie-Claire genoemd. Als ze iets wil, dan moet het ook gebeuren. Niemand kan tegen haar weigeren. Ze word ook wel ‘Gods vlindertje’ genoemd omdat ze heel mooi is. Ze trouwt met Berton de Fleur. In het begin is ze 15, aan het eind 25. Berton de Fleur: Berton de Fleur is een troubadour. Hij is als vondeling voor de kerk gelegd in Melle, dus het is niet zeker of hij van adel is. Hij is zwaargewond gevonden door Marie-Claire na een veldslag tegen de Engelsen, en word door haar verzorgd. Hij trouwt later met haar in het stadje waar hij gevonden is. Hij ziet er sterk uit en heeft hele mooie ogen volgens Marie-Claire. In het begin van het verhaal is hij 18 en aan het eind is hij ongeveer 28 jaar oud. Matthis Cuvelier: Matthis Cuvelier komt in beeld als hij ongeveer negen jaar is en in een stad woont waar de Pest vele levens met zich meeneemt. Als zijn moeder, zusjes zijn gestorven aan de Pest en zijn vader is vermoord, loopt hij weg. Hij word gevonden door Marie-Claire, die hem adopteert, en samen met hem optreedt omdat hij een hele mooie stem heeft. Zijn droom is om ridder te worden, maar omdat hij daar het figuur niet voor heeft, word hij trompettist. Jean D’Ailly: Jean D’Ailly is een zanger van adel en komt Berton de Fleur en Marie-Claire tegen in een klooster. Hij trekt optredend met hen rond voor zeven jaar. Zijn gezondheid is erg slecht, en hij sterft dan ook in het boek. Bertrand du Guesclin: Hij is een boom van een kerel, die ongelofelijk goed kan vechten en die met zijn legertje van boeren de Engelsen in de pan hakt. Hij is een goede vriend van het gezelschap van Marie-Claire en hij heeft maar een zwakte: en dat is de liefde die hij voelt voor een meisje. Tijd: Het verhaal speelt zich af in de Honderdjarige Oorlog, in de 14de eeuw, maar wanneer het verhaal precies begint word niet vertelt. Het verhaal duurt wel 10 jaar. Het verhaal bevat niet echt flashbacks, alleen Marie-Claire denkt wel terug aan hoe het was in Brugge. Ruimte: Het verhaal speelt zich op veel plaatsen af, ze blijven niet lang op een plek. Ze komen ook niet vaak ergens een tweede keer Het verhaal begint in Brugge, de plek waar hun huisje staat en het plaatsje waar Verton is opgegroeid; Melle. Spanning: Ikzelf vind de stukken waarin gevochten word, altijd erg spannend, en de stukken waar alles rustig is wat minder spannend, maar ook nog erg leuk. De stukken met Bertrand du Guesclin vind ik heel leuk. De spanning zit voor mij in de veldslagen, en er word natuurlijk ook spanning opgewekt omdat je nog twee delen moet lezen voordat je weet hoe het precies afloopt. En het is gewoon een heel mooi verhaal, en dan is het al spannend genoeg. Begin: Het verhaal is begonnen met dat Marie-Claire nog in Brugge woonde, en nog Marije heette en dat ze haar verloofde tegenkwam die ze haat. Probleem: Er is niet een echt een belangrijkste probleem, een groot probleem in het begin is dat Marie-Claire met Jan van Gauwe moet gaan trouwen. Maar ik denk dat het grootste probleem is dat de Engelsen steeds Frankrijk binnenvallen, en gebieden bezetten. Einde: Het is nog een open einde, maar dat is ook omdat dit het eerste deel is van een trilogie, en het verhaal in het tweede en derde deel verdergaat. Het einde kan sowieso niet bepaald goed zijn, omdat de Engelsen nog steeds in Frankrijk zijn, de slag bij Poitiers hebben gewonnen, en de Franse koning en zijn jongste zoon gevangen hebben genomen. Titel: De titel van het boek is 'Geef me de ruimte!'. Ik denk omdat aan het begin Marie-Claire haar ruimte nodig heeft, ze is daar ongelukkig. Het is niet echt makkelijk om hier een andere naam voor te verzinnen, maar dan zou ik het boek iets van 'het Franse paradijs' noemen. Samenvatting: Marije is erg ongelukkig in Brugge, o.a. omdat ze met Jan van Gauwe moet trouwen. Ze vlucht, en gaat naar Frankrijk, wat volgens haar een paradijs moet zijn, en ze haar prins op het witte paard zal ontmoeten. Na een tijdje reizen komt ze bij Crécy, waar net zware slag is bezig geweest tussen de Engelsen en de Fransen. In een hutje, waar ze wil schuilen voor de nacht, ligt een zwaargewonde man. Ze verzorgt hem, en ze komt dat hij Berton de Fleur is, trompetter is het Franse leger. Als er een paar monniken langskomen, nemen ze haar en Berton mee naar hun klooster waar ze verzorgd worden. In het klooster ontmoeten ze Jean D’Ailly, een trouvère. Met hem trekken ze door het land als jongleurs. Ze genieten ervan, en merken niks van de oorlog die woedt tussen de Engelsen en de Fransen, en Berton en Marie-Claire (zo heeft Berton haar genoemd) gaan trouwen in Melle. Maar intussen is er ook een oorlog met de Pest aan de gang. Die zomer verliest Matthis Cuvelier allebei zijn zusjes en zijn moeder aan de Pest, zijn vader word vermoord. Hij loopt weg uit zijn geboorteplaats en vind de jongleurs bij een kampvuur. Marie-Claire neemt Matthis op als haar pleegzoon. Hij is ook heel handig, hij heeft een prachtige stem. Het groepje wil naar Bretagne, maar onderweg komen ze Bertrand du Guesclin tegen. Hij word een goede vriend en samen met Bertrand maken ze de verovering van Fougeray mee. De jongleurs vertrekken naar le Mont St. Michel waar ze een huisje hebben gekocht. Matthis komt erachter dat zijn stem is gebroken en opeens vind hij zijn pleegmoeder een aantrekkelijke vrouw geworden. Hij wil weg. Hij gaat op zoek naar Bertrand du Guesclin, want hij wil meevechten in het piepkleine legertje. Een paar dagen na het vertrek van Matthis sterft Jean D’Ailly aan ziekte. Nou zijn Matthis, Marie-Claire en Berton zelf trouvères. Als Marie-Claire en Berton ook op zoek gaan naar Bertrand, worden ze gevangen genomen door maarschalk d’Audrehem, en terwijl Berton door hem gezonden word om Bertrand te zoeken, komt Marie-Claire Jan van Gauwe tegen. Maar niet als Jan van Gauwe, maar als Jean d’Or. Hij is een verrader. Als ze worden vrijgelaten gaan ze samen met Bertrand en Matthis naar Londen, om Bertrand’s broer vrij te krijgen. Bertrand zet heel Londen op stelten en iedereen heeft bewondering voor hem. De trouvères komen later in dienst van kroonprins Charles. Daar leren ze de nar Moro kijken. Hij voorspelt een grote nederlaag voor de Fransen. Bij de slag om Poitiers worden Marie-Claire, Berton en Moro gevangen genomen door de Engelsen. Moro geeft zijn leven voor Berton en Marie-Claire zodat ze kunnen vluchten. Berton waarschuwt de prins, maar als hij ontdekt dat Berton zijn woord heeft gebroken (want als gevangene mocht je alleen vrijgekocht worden) ontslaat hij Berton uit zijn dienst. Matthis geeft voor deze slag wel signalen met een trompet. Na de slag is de koning van Frankrijk gevangen genomen en ook zijn jongste zoon. Na deze nederlaag bij Poitiers gaan Marie-Claire en Berton terug naar Melle, en Matthis gaat op zoek naar Bertrand du Guesclin. Informatie over de auteur: Thea Beckman is geboren op 23 juli 1923. Na de lagere school ging ze naar de industrieschool en werd ze opgeleid voor naaister. Die opleiding was niks voor haar en ze werd van school gestuurd. Daarna ging ze naar Mulo, kreeg een baantje op een kantoor om de kost te verdienen, trouwde in 1945 en kreeg 4 kinderen. Vanaf 1947 begon ze met schrijven voor kranten en tijdschriften. Haar eerste boek verscheen in 1957, voor volwassenen geschreven. Op haar 52-jarige leeftijd haalde ze nog een atheneum diploma en ging psychologie studeren. Ze heeft o.a. Hasse Simonsdochter, de trilogie over de Honderdjarige Oorlog, Kruistocht in spijkerbroek en nog veel meer. De meeste van haar boeken behoren tot de genre historie. En ze kan daarvan ook niks meegemaakt hebben, want het is een lange tijd geleden gebeurd. “Ik ben erg op mijn onafhankelijkheid gesteld, ook in financieel opzicht. Daarom ben ik blij met dit beroep, het stelt me in staat mijn eigen brood te verdienen, in volle vrijheid, en zonder dat anderen mij vertellen wat ik doen moet.” Eigen mening: Ik heb het boek gekozen om voor dit boekverslag te lezen, omdat ik het boek al gelezen had toen ik erachter kwam dat ik ook nog een boekverslag moest schrijven. En over het algemeen, is het gewoon een mooi boek. De beoordelingswoorden: geloofwaardig en spannend. Het is geloofwaardig, omdat als je het boek leest het lijkt alsof je er middenin zit. En het is spannend, omdat het een spannend verhaal is, vooral met de veldslagen. Ik heb met Marie-Claire het meest meegeleefd, vooral in het begin, omdat ze toen uitgehuwelijkt was aan een heel erge man, en dat lijkt me ook heel erg. Ik zou niet echt op iemand willen lijken, omdat die personen leven in een moeilijke en harde tijd, vol met oorlog, dood en haat. Ik geef het een 9, omdat het een fantastisch boek is, en heel mooi geschreven. Als je het leest, zit je ook middenin het verhaal. Thea Beckman is op dit moment een van mijn favoriete schrijvers. |
|
Andere boeken van deze auteur: |
Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen |