U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Bart Moeyaert - Wespennest.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/19148 en is laatst upgedate op 15/03/2005.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1705 woorden.

1. Titel en eventueel ondertitel

Als Suzanne raad vraagt aan Wolf over de problemen die ze heeft over haar moeder en Heleen zegt hij: “Je kunt je vinger in het wespennest steken of je kunt er hard voor wegrennen.”



2. Motto

Helaas heeft dit boek geen Motto



3. Thema

Het thema is verliefdheid, drama, puberaal problematiek zoals tegendraadsheid en denken dat niemand je begrijpt. Wolf(gang) en Suzanne vinden elkaar wel leuk en gaan dus naar een feest, daar gaat veel mis en dan gaat wolf voorgoed weg, dan is de meeste drama weg, maar het verdriet van Suzanne blijft nog even.



4. Tijd

1. Ik denk wel dat het in deze tijd gebeurd kan zijn al is het wel lastig om te zien omdat Het om een afgelegen dorpje gaat. Maar ja, dat bestaat nu ook nog wel, wat meer in Noord-Holland en in het oosten lijkt mij. Het is dan wel een Belgische schrijver, maar ik verplaats me dan even alsof het over Nederland gaat.

2. De verteltijd is 1 dag al lijkt het wel veel langer. In het begin gaat het over Suzanne’s moeder die zwanger is van Suzanne en dat Walda, het overbuurmeisje, haar man moet gaan halen op de boerderij omdat haar man daar aan het werk is als veearts. Maar de rest van het verhaal gaat eigenlijk alleen maar over dat Suzanne verliefd word op Wolf(gang) en angstig is voor het bos bij haar in de buurt omdat haar vader daar is dood geschoten zeg maar.

Ik vind het wel een korte dag waarin veel gebeurd.

3. Het verhaal verloopt niet chronologisch omdat het flash backs heeft over de tijd dat haar vader nog leefde op haar verjaardag, en dat ze bij Heleen was gaan logeren omdat haar moeder haar was vergeten op te halen.



5. Perspectief of vertelsituatie

Suzanne is de enige die verteld. Dus het ik –perspectief het is een behoorlijk subjectief perspectief.



6. Ruimte/plaats

Geografische ruimte.

Het verhaal speelt zich in een idyllisch dorpje ergens in de BENELUX.

Het huis van Edith (haar moeder) is een ruimte



7. Bijzonderheden schrijver

Bart Moeyaert is geboren op 9 juni 1964 in Brugge. Hij is de jongste van 7 zonen. Al jong schreef hij verhalen en makte hij boeken en kranten. Toen hij 16 was stuurde hij zijn eerste manuscript op naar een uitgeverij; het werd gepubliceerd toen hij 19 was. Hij studeerde kunsthumaniora in Gent en volgde een lerarenopleiding Nederlands, Duits en geschiedenis in Brussel. Hij studeerde daar af met een scriptie over Aidan Chambers. Vervolgens werkte hij als freelance, medewerker voor een aantal tijdschriften, en was hij tot 1995 eindredacteur van Top Magazine. Tegenwoordig schrijft hij naast boeken stukjes voor kranten en doet hij vertaalwerk. Bart Moeyaert woont in Borgerhout.



Internet brief over Bart Moeyaert: zijn mening

Ik heb nooit gedacht dat ik schrijver zou worden. Eigenlijk dacht ik meer aan het beroep van boswachter of dierenarts. Pas later heb ik beseft dat ik die beroepen uit boeken had. Jaap ter Haar heeft ooit een serie geschreven over twee kinderen van een boswachter, en een Engelse schrijver waarvan ik de naam niet meer weet schreef over de kinderen van een dierenarts. Die boeken verslond ik als kind, en het zou kunnen dat ze me op ideeën brachten. Waar ik het plan vandaan haalde om ook met honden op te treden in een circus, dat weet ik niet.



Al van voor ik kon schrijven of lezen was ik al wel met boeken bezig, dat weet ik nog. Ik tekende graag en ik knutselde graag, dus de stap naar `boeken maken' was maar klein. Ik dacht trouwens dat schrijvers en schrijfsters hun boeken zelf moesten maken. Zij hadden er een machine voor, maar ik had alleen mijn handen en wit papier en karton en plakband en lijm.



Ongeveer op mijn tiende heb ik beseft dat er uitgeverijen bestaan, die boeken maken en daarvoor schrijvers zoeken. Op mijn tiende had ik al veel meer gelezen. Ik had ook lievelingsauteurs, zoals Astrid Lindgren. Ik was meer dan vroeger beginnen schrijven, gewoon omdat ik het prettig vond. Voor kinderen uit de buurt schreef ik poppenkastverhalen op, en voor mijn familie (zes oudere broers en mijn ouders) maakte ik een huiskrant op zeven exemplaren. Ik schreef ook twee langere verhalen, die ik in die tijd `boeken' noemde. Eén boek van twaalf getypte vellen over een jongen die ziek was en één boek van veertig getypte vellen over een geheime club die actie voert tegen de plannen voor een warenhuis op de plek van hun clubhuis. Al noemde ik mijn verhalen al `boeken', ik noemde mezelf nog niet `schrijver'.



Vanaf de middelbare school wist ik eigenlijk niet meer goed wát ik precies wilde worden. Iets met planten, iets met dieren. Als ik voor mijn beroep op reis mocht, vond ik het ook wel goed. Iets met toneel leek me ook wel wat. Maar wat precies, nee, dat wist ik niet. Ik deed het niet goed op school, als er een wolk aan het raam was gepasseerd dan had ik het gezien, ik was niet echt gelukkig thuis met die oudere broers die dingen deden die ik nog niet mocht.



In die tijd ben ik aan een dagboek begonnen, en bij gebrek aan een vriendinnetje, verzon ik er zelf maar eentje: Judith. Voor mij bestond ze echt. Niemand wist iets van haar af. Ze werd zelfs zo belangrijk voor me - al bestond ze niet - dat ik een boek over haar schreef. In dat boek, Duet met valse noten, heet ze Liselot, omdat ik dat later een mooiere naam vond. Duet met valse noten is in 1983 als een echt boek verschenen. Ik was negentien en ik wist absoluut niet wat er verder zou gebeuren.



Mensen noemden mijn boek ineens `debuut' en mij noemden ze `schrijver’. Daarmee was mijn probleem meteen van de baan. Ik ben nooit `schrijver’ geworden, omdat ik het eigenlijk al wás.



8. Samenvatting

De 14 jarige Suzanne woont met haar moeder in een rustig stadje. De rust wordt wel verstoord wanneer een knappe jonge man het dorpje komt binnen gereden.



Suzanne heeft al dikwijls meningsverschillen met haar moeder, maar wanneer die knappe jonge man, genaamd Wolf, in hun leven komt, blijft het niet bij meningsverschillen, maar schakelt het over naar hevige ruzies.



Suzanne haar moeder is een heel rustig type, maar is niet bij iedereen gewenst. Ze valt nogal uit de toon. Voor Suzanne is dat niet altijd gemakkelijk, want er wordt dikwijls geroddeld in zo een klein stadje. Er zijn ook hele vele discussies over de honden van één van de buren. Iedereen wil namelijk dat ze weg gaan, maar alleen Suzanne moeder zegt dat ze mogen blijven. Daarom hebben Suzanne en haar moeder bijna iedereen tegen zich.



Suzanne haar vader is op jonge leeftijd overleden en Suzanne heeft het er heel moeilijk mee. Ze denkt nog steeds aan haar vader.



Op een bloedhete dag komt er een scooter met een jonge man het dorpsplein opgereden. Het hele dorp staat plots allemaal buiten en kijken naar de jonge man hoe hij met twee marionetten een verhaal begint te spelen.Iedereen amuseert zich rot en Suzanne raakt over haar toeren. Ze wordt verliefd op de jonge man. Na het optreden van Wolf gaat iedereen weer naar binnen. Suzanne moeder wordt weer heel boos en Suzanne heeft geen zin om thuis te blijven, dus gaat ze op pad. Ze gaat naar het bos om een beetje rust te zoeken. Ze is nog maar het paadje op en denkt al terug naar haar 7de verjaardag. Ze liep toen met haar vader en haar moeder in dit bos en die dag is haar vader getroffen door een kogel van de jagers.



Suzanne loopt verder en heeft al rap door dat ze niet alleen is. De kinderen uit het dorp zijn hout aan het zoeken voor ’s avonds op het zomerfeest. Ze zijn namelijk de tent al aan het opzetten.



Suzanne loopt verder en ziet dat een klein jongetje de bosjes inloopt. Walda, de begeleidster, roept de jongen terug, maar die komt niet. Walda vraagt aan Suzanne om hem te gaan halen en dat doet ze natuurlijk. Als Suzanne de bosjes in gaat ziet ze een beetje verder dat Wolf daar zit samen met de kleine jongen. Suzanne roept de jongen en hij gaat weg.



Ze loopt verder en zet haar neer naast Wolf. Ze wil een conversatie starten, maar krijgt geen woorden over haar lippen. Dan toch, ze vraagt wat hij hier eigenlijk komt doen en hij antwoordt dat hij gewoon een beetje rust zoekt. Na veel praten nodigt Suzanne Wolf uit om deze avond naar het feest te komen. Hij heeft ingestemd. Het feest loopt in duigen.



Suzanne haar buur heeft veel puppies en zij had beloofd aan Suzanne dat ze eentje mocht hebben. Suzanne was natuurlijk heel blij en ’s avonds ging ze bij die vrouw langs. Maar zoals ze dacht was die weg naar het feest. Alleen haar man was thuis.



Suzanne heeft het niet zo gesteld op die man, maar belt toch aan. De man doet met veel tegenzin de deur open en vraagt wat er is. Suzanne zegt dat het om het puppietje gaat. Hij leidt haar mee naar de tuin en mag eentje uitkiezen. De man had geen zin om te wachten en gaf haar de sleutels en ging weg. Suzanne moest dus de koten van de honden afsluiten, maar omdat die man zijn vrouw slaat en zijzelf die man niet goed afkon liet ze de honden gewoon vrij. Natuurlijk lopen die honden elke richting uit en ook naar het feest. Ze proberen allemaal de honden tegen te houden, maar dat gaat niet. De honden beginnen te bijten en te grollen naar iedereen. Er is veel paniek en zo komt het dat het feest slecht is afgelopen. Wolf die dezelfde avond gewoon terug weggereden en Suzanne heeft nooit meer van hem gehoord. Zo hebben zij en haar moeder die avond nog de ruzies bijgelegd en zo eindigt het verhaal.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen