Boekverslag : Lieneke Dijkzeul - Hou Je Taai!
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 855 woorden.

A. Zakelijke gegevens

De titel van het boek is: Hou je taai!

De auteur is: Lieneke Dijkzeul.

De naam van de uitgeverij: Lemniscaat, en het jaar van verschijnen is 1990.



B. Inhoud.

In de klas bij Daan komt een nieuw meisje, Ea heet ze. Ze woont in een heel groot huis dat in dit verhaal ‘het kasteel’ wordt genoemd. Haar vader is altijd op zakenreis en is dus bijna nooit thuis. Ook de moeder van Eva is er heel weinig.

Daan woont samen met zijn moeder op een kleine flat. De moeder van Daan is ook weinig thuis omdat ze overdag in een bloemenzaak werkt en ’s avonds studeert ze voor lerares Engels. Toch zorgt de moeder van Daan er altijd voor dat het gezellig is. Waar de vader van daan is, wordt niet verteld in dit boek.

De opa van Daan woont in Zonnegloren, dat is een bejaarenhuis. Telkens vinden er in Zonnegloren diefstallen plaats. Het geek is dat er alleen wat kleine dingetjes worden gestolen. Eva en Daan richten een detectivebureau op: ‘’Koning en van Tuil’’. ( Daan koning en Eva van Tuil).

Eva en Daan bedenken een plan. Ze gaan de bewoners en personeel van Zonnegloren interviewen voor een zogenaamd project op school. Hiermee bereiken ze niet zo veel. Ze verdenken Bert, hij is de klusjesman. Hij ziet er wel uit als iemand die zoiets doet. Eva en Daan doorzoeken zelfs het huis van Bert.

Dan bedenken Eva en Daan een ander plan. Maar daar moet de opa van daan dan wel aan mee werken. Eigenlijk wil hij niet, maar besluit dan toch mee te werken. Het plan gaat zo: Opa moet aan iedereen vertellen dat hij met Daan op woensdag naar het scheepvaartmuseum gaat. Op die dag gaan Daan en opa zogenaamd weg, maar klimmen via het raam weer terug in de kamer. Eva gaat bij de uitgang van Zonnegloren staan.

Het is woensdag, Daan en opa wachten gespannen. 10 minuten, 20 minuten... Dan horen ze iemand komen. Ze verwachten dat het Bert is, maar nee! Het is mevrouw Versteeg ( mevrouw Versteeg is een bewoner van Zonnegloren), ze begint te rennen. Maar daar staat opoe Roos ( ook een bewoner van Zonnegloren). Opoe Roos laat mevrouw Versteeg struikelen. En daar ligt ze dan. Achetraf bleek dat mevrouw Versteeg de diefstallen alleen pleegde omdat ze zich zo verveelde. Ze wou dat er eindelijk iets gebeurde. Nou dat gebeurde ook. Mevrouw versteeg gaf alles terug aan degene waarvan ze iets gestolen had.

De moeder van Daan was geslaagd en ze kon een baan krijgen in een andere stad. Daarvoor moeten ze wel verhuizen, maar de moeder van Daan wil de baan graag dus verhuizen ze.



C. Mening.

Ik vond het verhaal spannend omdat het over diefstallen gaat. Spannende dingen waren bijvoorbeeld, toen Eva en Daan bij Bert inbraken om zijn huis te doorzoeken. Of toen Daan en opa in het huis zaten te wachte op de dief. Sommige stukken vond ik langdradig maar de meeste stukken bleven spannend. Een situatie die ik bijzonder vond was het stuk dat Daan zag dat het niet Bert maar mevrouw Versteeg was ( blz. 146). Ik ging er gewoon zo vanuit dat Daan zag dat Bert binnenstapte en dan blijkt het toch iemand anders te zijn. Het hele stuk gingen ze ervanuit dat Bert ’t had gedaan. En dan verwacht je dat ook.



D. Creatieve opdracht.



Intervieuw met de auteur Lieneke Dijkzeul.



A = interviewer, B = Lieneke Dijzeul.



A – Waarom heb je nu juist over dit onderwerp een boek geschreven?

B – ik heb voor dit onderwerp gekozen omdat er bij mijn moeder in het bejaardenhuis ook zulk soort diefstalletjes waren, en dat de dader ook is gepakt door kinderen. Met dit boek wil ik laten merken dat kinderen ook iets kunnen oplossen.



A – Dus je bedoelt dat kinderen heel veel kunnen bereiken?

B – Ja, ze kunnen natuurlijk niet alles, maar dat kunnen volwassenen ook niet.



A – Maar lijkt het u wel verstandig dat kinderen zich overal mee gaan bemoeien?

B – Ik denk dat het niet zo’n kwaad kan als kinderen ook eens wat proberen op te lossen.



A – Waarom heeft u gekozen voor de titel: hou je taai?

B – Ik vind het leuke vlotte titel, deze titel is eigenlijk meer gebasseerd op het einde van het verhaal. Als Daan aan Eva verteld dat hij moet gaan verhuizen.



A – Ik snap toch niet goed waarom Daan helemaal op het einde van het verhaal gaat verhuizen, alles was goed afgelopen en dan gebeurd dit weer.

B – Ik heb hem laten verhuizen omdat dat wel een mooi einde is, wel zielig maar dat kan ook mooi zijn.



A – Waarom heb je de diefstallen toch niet door Bert laten plegen?

B – Ik heb overwogen om de diefstallen door Bert te laten doen maar het leek mij veel spannender om iets anders te laten gebeuren dan dat je verwacht.



A – Heeft u nagedacht over de vader van Daan?

B – Ja, natuurlijk. Ik heb expres niks verteld over de vader omdat ik het zielig vond om te zeggen dat hij dood was, of dat de ouders van Daan gescheiden zijn. Ik wist niet welke kant ik in moest dus heeft daan maar geen vader.



A – Bedankt.

B – Graag gedaan.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen