U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jeroen Brouwers - Bezonken Rood.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=10732 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1905 woorden.

1.

a.Auteur: Jeroen Brouwers.

b.Bezonken rood, Arbeiderspers, Amsterdam, Grote lijsters 1991, 139 blz.( eerste druk 1981, Amsterdam.)

c.Genre: roman.



2.

a.Ik heb voor dit boek gekozen, omdat ik van dit boek had gehoord. Het sprak me erg aan en daarom ben ik het gaan lezen.

b.Door het boek leer je ook de andere kant van de oorlog zien. Ik stond versteld wat er kan gebeuren met mensen en tussen mensen.



3.

a.

1.Er is sprake van een ik- verhaal.

2.De hoofdpersoon is Jeroen Brouwers. Hij heeft als klein kind met zijn moeder, grootmoeder en zusje in het Jappenkamp Tjideng. Hij heeft toen zijn gevoel verloren. Hij had namelijk geen gevoel als iemand overleed.



Als hij het verhaal schrijft is hij ± 47 jaar. Hij heeft last van een midlifecrisis. Hij vindt zichzelf niet optimistisch, vrolijk, asociaal of bang. Hij heeft veel last van angstaanvallen. Deze zijn te verklaren met het feit dat hij in het Jappenkamp heeft gezeten. Hiervoor slikt hij pillen.



Na de oorlog heeft hij in een kostschool gezeten. Dit beschouwt hij als verraad. Hij heeft Liza ontmoet. Hij trekt een aantal dagen met haar om, en vertrekt dan.



Jeroen is een round-character, omdat je alles van hem weet. Je weet zijn gedachten en alles wat hij beleefd heeft.



Bijpersonen:



De moeder van Jeroen

De moeder van Jeroen heet Henriette Maria Elisabeth van Maaren.

Ze is getrouwd geweest, maar haar man is zeventien jaar eerder overleden. Toen ze klein was leefde ze in een welgestelde omgeving. Met de oorlog is dit verdwenen. In het Jappenkamp verliest ze haar dochter en moeder. Ook wordt ze zelf afgeranseld. De laatste jaren van haar leven slijt ze in een verpleegtehuis, daar ze aan de ziekte van Parkinson leed.



In Jeroens herinnering is ze moedig, optimistich en vrolijk. Als hij aan haar denkt, ziet hij haar met platte borsten. Ze is een flat-charater, omdat van haar veel bekend is, behalve haar gedachten.



Liza

De hoofdpersoon heeft haar 6 à 7 jaar geleden ontmoet in een café in de stad waar Liza woont. Ze zien elkaar drie dagen. Ze hebben een zeer heftige verhouding, met vele vleselijke uitspattingen (eufemisme). Dan verlaat de ik-figuur haar weer. Een paar dagen na de dood van zijn moeder duikt ze weer op. Ze is lerares op een basisschool. Ze heeft altijd blauwe, doorzichtige kleding aan.

Men kan haar met Maria vergelijken op de volgende punten:

1. Ze draagt blauwe kleren.

2. Ze loopt mee in de Maria-processie.

3. Ze heeft bijnamen als Troosteres der bedroefden en Eerwaardige maagd.

4. Als ze met de ik-figuur vrijt, spreken ze over 'Toren van David' en 'Ivoren toren'

5. Ze was voor de ontmoeting met Jeroen nog maagd.

Als Jeroen aan haar denkt, denkt hij aan haar volle borsten.



3.

De ik-figuur krijgt telefonische bericht van het overlijden van zijn moeder. Hij heeft de laatste jaren weing contact met haar gehad en gaat niet naar haar toe. Hij krijgt een angstaanval, neemt een kalmerende pil en denkt aan Liza, met wie hij jaren geleden een korte verhouding heeft gehad. Ook komen herinneringen aan het Jappenkamp Tjideng bij hem op. Drie jaar heeft hij met zijn grootmoeder, moeder en zus in het kamp gezeten, met duizenden anderen op een kleine oppervlakte. Na de oorlog repatrieerden ze naar Nederland en werd de ik-figuur in een pensionaat gestopt (wat hij als verraad voelde). Op een avond dat zijn moeder sterft, kijkt hij naar een Japanse versie van 'Macbeth' op een Duits televisiestation; de onthoof-ding van Macbeth doet hem denken aan de onthoofde kampcommandant, Kenitji Sone. Hij vijlt eelt van zijn voeten; in een droom verslindt hij Liza. Zijn vriendinne-tje Nettie Stenvert is in het kamp gestorven. Regelmatig werden de vrouwen door de Japanners mishandeld en verkracht; het deed hem als kind niets. Zijn moeder moest eens voor straf een nacht lang naakt in het licht van de schijnwerpers staan, met mitrailleurs op zich gericht. Urenlang werden kampappèls in de brandende zon gehouden (zon als 'martelwerktuig'). Hij leerde als vanzelfsprekend aanvaar-den dat vrouwen werden gefolterd (ze moesten bijvoorbeeld hurksprongen maken of 'kikkeren').



De ik-figuur gaat niet naar de crematie van zijn moeder; wel laat hij zich het verloop van de plechtigheid nauwkeurig beschrijven.



's Middags rijdt hij rond en denkt o.a. aan Liza (die hij vaak met zijn moeder in verband brengt); hij loopt door een mistig bos. In het kamp werd zijn moeder eens betrapt op het achterhouden van een beetje rijst (de voedselzendingen van het Rode Kruis moesten vernietigd worden!). Sone trapt haar in elkaar en op dat moment houdt de ik-figuur op van haar te houden (ze heeft haar schoonheid verloren). Na het tijdstip van de crematie rijdt hij naar huis en gaat ogenschijnlijk onverstoord verder met zijn boek over zelfmoord in de Nederlandstalige literatuur. Hij krijgt weer een angstaanval en ziet in de mist zijn gezicht vervloeien.



4.

Hij rijdt in zijn auto en denkt na over zijn moeder en Liza en het kamp. Thuis gaat hij verder met zijn studie over zelfmoord. Hij begint te drinken. Hoe meer hij drinkt, hoe minder hij trilt.

5.

Centraal staan de gruwelen van de oorlog (kampsyndroom) en het 'onaangeraakt' zijn (de gevoelloosheid).







b.

1.Het verhaal is in een overwegende achteraf vertellende ik-verteller geschreven. De lezer is er de hele tijd van op de hoogte dat het boek geschreven wordt.

2.Het verhaal is chronologisch verteld. Het speelt zich af in drie tijden.



1. Het kamp. Dit zijn duidelijk herinneringen.

Hoofdstuk 5, 6, 8, 9, 12, 14 en 16

2. De relatie met Liza. Dit zijn waarschijnlijk herinneringen, maar kunnen ook flash-backs zijn. Als het flash-backs zijn, is het verhaal niet chronologisch.

Hoofdstuk 4, 7, 10, 11 en 13

3.Thuis.

Hoofdstuk 2, 3, 5, 7, 10, 13, 15 en 17.

3.zie 3.a. nummer 2.

4.(2) De hoofdpersoon in het verhaal is Jeroen Brouwers.

Zijn moeder is in februari 1981 gestorven. Hij heeft haar nooit in het bejaardentehuis opgezocht. 's Ochtends wordt hij telefonisch op de hoogte gesteld van het overlijden van zijn moeder. Hij is niet bij de crematie aanwezig. Toen hij hoorde van de dood van zijn moeder begon hij te beven en kreeg hij het niet koud van ontroering, maar van angst. Hij neemt hiertegen een pil.



(3) Zes à zeven jaar geleden, toen hij een tamelijk onevenwichtig leven leidde, heeft hij Liza ontmoet. Met haar is hij slechts drie dagen omgegaan. Nu heeft hij een vrouw en kinderen gevonden. Voor de dood van zijn moeder heeft hij Liza nog een keer ontmoet. Na de dood van zijn moeder moet hij zowel aan Liza als aan zijn moeder denken, in dezelfde mate van hartstochtelijkheid als onhartstochtelijkheid.



(4) De ik-figuur heeft zijn ouders nooit gekend. Samen met zijn moeder, grootmoeder en zusje heft hij in het Jappenkamp Tjideng gezeten. Dit was een kamp voor vrouwen en jongetjes tot tien jaar.



(15) De commandant van het kamp, Kenitji Son, heeft zijn moeder een keer afgeranseld. Op dat moment is de ik-figuur gestopt met van haar te houden.



(6) Na de Tweede Wereldoorlog wordt Jeroen door zijn moeder naar een kostschool gestuurd, omdat hij door de oorlog zo verwilderd was. Hij beschouwd dit als verraad van zijn moeder.



In het kamp:

(12) De grootmoeder van de ik-figuur overlijdt. Vele kampbewoners overlijden. Maar hij voelt niets, ook niet bij het overlijden van zijn kampvriendinnetje.



(13) De hoofdpersoon stelt zich voor wat zijn moeder allemaal op de avond van haar dood heeft gedaan.



Vanuit het behaardentehuis wordt opgebeld of hij interesse heeft in de spullen van zijn moeder. Dat heeft hij niet, want hij wil niets 'tjoepen'. (term gebruikt in Jappenkampen: het overnemen van spullen van overleden mensen.) Weken later krijgt hij een fotoalbum van zijn moeder. Hij vindt zichzelf hierin nauwelijks terug.



(15) Op vrijdag 30 juni wordt zijn moeder om drie uur gecremeerd. De begrafenis wordt hem uitgebreid beschreven.



(17) Die middag rijdt hij rond in zijn auto, zonder dat hij zijn pillen heeft ingenomen. Hij verlangt naar Liza. Hij verdwaalt in de mist. Dan stapt hij uit en begint te lopen door het bos. Hij komt aan bij een zwart meer. Hier denkt hij aan zijn moeder. Ook denkt hij terug aan het kamp. Hij wilde zijn moeder wel verzorgen, maar hij kon niet meer voor haar doen, dan haar voorlezen uit het boek Daantje. Nu zijn moeder dood is, hoopt hij dat Liza verschijnt. Maar ook zij is dood.



Thuisgekomen gaat hij verder met zijn studie over zelfmoord, maar dit wil niet vlotten. Hij begint te drinken. Hoe meer hij drinkt, hoe minder hij trilt.

5.Het verhaal is in een overwegende achteraf vertellende ik- verteller geschreven. De lezer is er de hele tijd van op de hoogte dat het boek geschreven wordt.



c.

1.De relaties tussen de ik- persoon, zijn moeder en Liza.

2.angst, in de kamptijd had hij geen angst. Maar op hogere leeftijd kreeg hij deze toch. Dood, iedereen in de familie van de ik- persoon overlijdt. Hij overleeft iedereen.

3.De titel slaat op het bloed dat veel vloeide in het Jappenkamp. Ook de angst zakt als een waas van bezonken rood voor de ogen.



d.

1.Het werk is voor het eerst gepubliceerd in 1981.

2.Jeroen Godfried Maria Brouwers: geboren in 1940 te Batavia (= Djakarta); verbleef van 1943-1945 met zijn zusje, moeder en grootmoeder in het Japanse interneringskamp Tjideng in Batavia; kwam in 1948 naar Nederland; zat van zijn 10e - 16e jaar op diverse r.k. kostscholen; was van 1964-1976 redactie-secretaris en redacteur bij uitgeverij Manteau in Brussel; vestigde zich later in de achterhoek; publiceerde in 1979 in het tijdschrift Tirade het pamflet De nieuwe revisor (tegen de onvolwassen en infantiele literatuur van de jaren '70). Brouwers kreeg o.a. de Multatuliprijs (1980) en de Vlaamse Geuzenprijs (1982).

Brouwers' leven en werk zijn nauw met elkaar verweven ("Ik schrijf om te overle-ven"); hij noemt zijn eigen werk een 'wroegingsoeuvre'; literatuur, persoonlijke preoblemen en maatschappijkritiek zijn sterk met elkaar verweven.

Andere werken: o.a. Joris Ockeloen en het wachten (1967); Klein leed (1977); Mijn Vlaamse jaren (1978); De zondvloed (1988) en Zomervlucht (1990).

Bundel literaire anecdoten: Zachtjes knetteren de letteren (1975).

Autobiografisch werk: Kroniek van een karakter (1987).

Essays: o.a. Kladboek 1/2 (1979/1980); De laatste deur (1983; over zelfmoord in de Nederlandstalige letteren); Het tuurtouw (1989).

Belangrijke thema's in Brouwers' werk zijn liefde, aftakeling, dood en de drang alle herinneringen op te schrijven.

3.n.v.t.

4.Ik had nog nooit van Jeroen Brouwers gehoord en had ook nog nooit wat van hem gelezen.

5.n.v.t.



4.

1.Ik vind het erg voor de ik- persoon. Hij ziet dingen die niet leuk zijn om te zien.

2.Ik zag iedere dag dode mevrouwen: ze stuikten door hun benen tijdens de langdurige appèls in de hamerende hitte of opzij tijdens de corveedienst, ze stonden niet meer op als het ’s morgens licht werd, of midden op de dag gingen ze zitten of liggen, deden hun ogen dicht en bleken dood te zijn.

3.Soms was het boek saai. Te uitvoerig geschreven.

4.Ik zou geen ander boek of film kunnen noemen.

5.Tegenwoordig zou ik zeggen dat het niet een probleem is, want je hebt geen kampen meer, maar zeker vroeger was het een herkenbaar probleem.

6.Het is soms ingewikkeld omdat hij van de hak op de tak springt, eerst zit hij in het verleden en dan opeens in het heden.

7.Soms is het verhaal een beetje rommelig en verwarrend, maar toch over het algemeen vind ik het een mooi boek.

8.Ja, sommige dingen zijn zo levendig beschreven zodat je er rillingen van krijgt. Zoals de martelingen.

9.Na het verschijnen van Bezonken rood is Brouwers door een aantal critici fel aangevallen over de beschreven werkelijkheid van het Jappenkamp. Zijn beschrij-ving van het interneringskamp was namelijk in het geheel niet 'werkelijk-heidsgetrouw'. Hij beschrijft een soort concentratiekamp zoals dat in Duitsland eruit gezien heeft (wachttorens, prikkeldraad, zoeklichten etc.).

Ze vonden dat hij door de waarheid zo te vervalsen een sensatieroman geschreven had.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen