U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Eclips.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/7448018/ en is laatst upgedate op 18/11/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1366 woorden.


1e druk 1993.

1e druk BulkBoek Amsterdam.

Reeks: Penta Pockets 1996/97 4e boek.

Aantal bladzijden: 159.

Indeling: 7 hoofdstukken.



-Het boek heeft geen motto en is niet aan iemand opgedragen.



Samenvatting:

Hst. 1: Als het brein van Kees Zomer op een dag hapert, rijdt hij met zijn auto het water in en komt er wonderwel uit. Dan merkt zij dat alles wat links is (dingen aan de linkerkant en de linkerhelft van zijn lichaam) "weg" is (maar later kan worden gereconstrueerd met behulp van klassieke muziek) :een soort zwart gat. Hij loopt door een grasland totdat hij bij een gebouw met een hek eromheen komt. Hij wil daar wat vragen, maar wordt voor een zwerver aangezien en wordt daarom hardhandig weggestuurd. Hij loopt een eindje en komt bij volkstuintjes. Daar aangekomen besluit hij zich onder de pomp te wassen. Na dat gedaan te hebben gaat hij op de grond liggen en slaapt in. Als hij wakker wordt ziet hij een object dat hij niet meteen herkent, maar even later weet te identificeren als zijnde een transistorradio. Wanneer hij deze aanzet, voelt hij langzamerhand een gedeelte van de linkerhelft van zijn lichaam "terugkomen". Maar wanneer de radio uitgaat, dooft dat ook weer. Door een vrouwenstem die Trees roept, weet hij zijn eigen naam weer, Kees. Dan komt de eigenaar van het tuinhuisje eraan en stuurt Kees weg. Hij loopt wat rond tot hij een autowrak ziet met een bordje met een pijl erop. Als hij die pijl volgt komt hij bij een soort snackbar en ontmoet Toos. Met haar samen overnacht hij in de huizen-in-aanbouw, scharrelt rond, eet uit een vuilnisbak en ze gaan naar een vuilnisbelt waar Toos een antieke naaimachine vindt. Zogauw zij deze heeft gevonden, ruikt zij handel en verlaat Kees om voor sluitingstijd in de stad te zijn. Kees echter blijft nog even op de vuilnisbelt, en als hij een electrospel vindt, denkt hij aan voeger, toen hij nog een kind was.



Hst. 2: Dan komen er twee mannen (Cor en Karel) die nummerplaten verstoppen in de afvalbergen. Zodra hij ontdekt wordt, nemen ze hem mee naar hun woonplaats : een wielloze caravan op een autokerkhof. Daar Cor en Karel veel weg zijn, moet Kees het autokerkhof bewaken tegen nieuwsgierige mensen. Toch weet Kees in de tijd die hij met hen doorbrengt , een vrij goede band met Cor te scheppen. Cor lijdt onder het strenge regime van zijn broer. Hij is ook degene die Kees echt snapt. Als Kees iets wil zeggen, maar er komt iets anders uit, bijvoorbeeld notensmeersel, weet Cor precies wat Kees bedoelt : pindakaas. Op een nacht wordt Kees uit zijn bed gehaald om mee te helpen aan een 'klusje': hij moet op de uitkijk staan, terwijl zij een automotor stelen. Op de weg terug wordt hij door Karel de auto uit geslingerd.

Hst. 3: Hij komt weer bij bewustzijn als een zekere man hem aanraakt. De man neemt hem mee naar zijn uitermate rommelige huis (en tuin) en stelt zich voor als IJe. IJe is een oude dove man wiens vee is afgepakt door de overheid, omdat hij het verwaarloosde en die in leven blijft door dingen tegen natuurprodukten te ruilen, zoals bij boer Sitze. Ook IJe ruikt handel : hij heeft zojuist een mooie oude deur gevonden. Later, als hij gaat douchen in het lijkenhuisje op het kerkhof (omdat hij zelf geen douche heeft) loopt Kees bij hem weg.

Hst. 4: Passage uit z’n jeugd.

Hst.  5: Hij loopt verder en ziet een fiets die niet op slot staat. Hij neemt hem mee en fietst weg. Uiteindelijk komt hij bij de boekhandel van Richard Fielemieg in Bergen aan Zee. Deze man herkent hem als de als vermist opgegeven Kees Zomer. Ze maken een praatje en Richard heeft al gauw in de gaten dat er iets niet meer bij hem klopt. Kees pakt zijn fiets weer en fietst tot aan de zee. 's Avonds eet hij een patatje uit de vuilnisbak. Dan komt er een groepje jongens aan die Kees uitschelden en de vuilnisbak in brand steken.

Hst. 6: In het laatste hoofdstuk is Kees weer volkomen normaal. Op het strand wordt hij meegenomen door een agent die hem vertelt dat hij al een week wordt vermist. Op het politiebureau is zijn vrouw, die opvallend rustig is, gezien de situatie, die hem komt ophalen.



-Auteur:

Bernlef is het pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. Hij is geboren op 14 januari 1937 in

Sint-Pancras (NH) en bracht zijn jeugd door in Amsterdam en Haarlem. Zijn Leraar Nederlands (Rob Nieuwenhuis) interesseerde hem in Nescio, Carmiggelt en Elsschot. Na het eindexamen HBS in 1955 studeerde hij een half jaar aan de Politiek-Sociale faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn militaire dienst debuteert hij met het verhaal "Mijn zusje Olga" in het tijdschrift "Hoos". Van 1958 tot 1960 woonde hij in Zweden, waar hij o.a. werkt aan "Stenen Spoelen" en "Kokkels". Na terugkeer in Nederland was hij samen met G. Brands en K. Schippers (oud HBS-klasgenoten) een van de oprichters van het tijdschrift "Barbarber" en tegelijk tot het einde (1972) hoofdredacteur. Ook was hij een van de oprichters van het blad "Raster". Bekende boeken zijn o.a. Eclips (1993), Hersenschimmen(1984) en Publiek Geheim (1987 AKO-prijs). Als dichter debuteert hij in 1960 met de bundel Kokkels. Verdere gedichtenbundels zijn o.a. Gedichten 1960-1970 (1977), Zwijgende Man (1977) en Stilte (1979). In 1994 kreeg hij de P.C.-Hooftprijs voor zijn gehele poëtisch oeuvre. Een veel

voorkomend verschijnsel in Bernlefs boeken is het thema "vergeten". In Eclips is het vergeten in de zin van verdwijnen en weer terugkomen : Het bewustzijn en geheugen van Kees Zomer, de hoofdpersoon, 'verdwijnt' en komt langzamerhand weer terug : hij kan het zich niet herinneren, maar het wordt later allemaal weer duidelijk.



-Titelverklaring:

De titel "Eclips", een verduistering van de zon of een ander hemellichaam, slaat op het tijdelijk verliezen, "verduisteren", van de linkerhelft van zijn lichaam, welke later weer "terugkomt", net als bij een "echte" eclips, het desbetreffende hemellichaam komt weer terug.



Thema:

Desoriëntatie: Kees Zomer heeft een herseninfarct gehad en loopt in zekere

zin verloren in tijd en ruimte rond. Belangrijk is dat hij zijn herinneringen en zijn taalvermogen is kwijtgeraakt. Een ander thema, hiermee nauw verwant, is gevangenschap. Door het ontbreken van taal en herinneringen heeft Kees Zomer het gevoel opgesloten te zitten in zijn leven. Hij kan niet verder denken dan zijn ogen zien.



Motieven:

-Denken.

-Zoektocht.

-Muziek.

-Verwarring.

-Als een gek gezien worden.

-Landloperij, ontmoeten van vreemde types

-Herinneringen uit zijn jeugd.

-Boeken.

-Het terugvinden van zijn geheugen.

-Black-out.



-Genre:

Een roman en episch proza.



-Perspectief:

Het perspectief ligt bij de hoofdpersoon, Kees Zomer, er is hier sprake van een ik-verteller,

wederom Kees Zomer.



-Verteltijd:

157 bladzijden (7 hoofdstukken), dus enkele uren.



-Vertelde tijd:

11 dagen (het boek loopt van woensdag 2 augustus tot zondag 13 augustus.



Opmerkingen:

Het verhaal loopt in chronologische volgorde (fabel; mediis in rebus)

Dit verhaal kent geen flash-forwards, noch anticipaties. Wel zijn er veel flash-backs en

terugverwijzingen in verband met het terugdenken en zodoende reconstrueren van zijn

gedachtengang.



-Referentiekader:

Plaats van handeling is de streek tussen Bergen aan Zee en Heemstede. De hoofdpersoon

bevindt zich overwegend in ordeloze ruimten: braakland, weilanden, een nieuwbouwproject, een vuilstortplaats, een autokerkhof. Het zijn plaatsen waar de dingen hun betekenis en vorm

grotendeels hebben verloren. Vanaf het moment dat de hoofdpersoon weer in de bewoonde

wereld is (Bergen aan Zee), is hij ook beter in staat zich te oriënteren.



-Personages:

Hoofdpersoon:

Kees Zomer is de hoofdpersoon. Hij woont aan de Langevoortlaan 12 in Heemstede. Hij is

getrouwd met Marion en heeft een zoon die Wouter heet. Hij werkt bij uitgeverij Discus.



Bijfiguren:

-Toos iseen zwerfster die zich over Kees ontfermt. Zij slaapt in de huizen-in-aanbouw. Enerzijds is zij met Kees' lot begaan, anderzijds laat zij hem alleen zodra zij handel ruikt.  

-Karel en Cor zijn twee criminele broers die een autokerkhof beheren. Karel is zwijgzaam en nors. Hij heeft het duidelijk voor het zeggen. Cor, die al eens in de gevangenis gezeten heeft, is nerveus en spraakzaam. Hij lijdt onder het strenge regime van zijn oudere broer. Het liefst zou hij in de maatschappij terugkeren, maar hij krijgt van Karel geen kans.

-IJe is een oude zonderling, die in een rommelige bedoening ver van de bewoonde wereld leeft. Kort geleden hebben overheidsinstanties zijn vee afgepakt omdat hij het verwaarloosd had.

-Richard Fielemieg is boekhandelaar in Bergen aan Zee. Hij zet de politie op het spoor van Kees.

-Marion Zomer is de vrouw van Kees. Het is opvallen hoe rustig en beheerst zij op zijn terugkomst reageert.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen