U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Blokken, Bint, Knorrende Beesten.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=9286 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4353 woorden.

Collegenet verslagen - Uittreksels Nederlands



Ferdinand Bordewijk - Blokken, Bint, Knorrende Beesten



- Auteur -

Ferdinand Bordewijk

Pseudoniem : Ton Ven

Geboren : 10 oktober 1884

Overleden : 28 april 1965

Debuut : 'Paddestoelen' - 1916, poëzie

Genres : poëzie, roman, novelle, kort verhaal

Greep uit het werk : 'Blokken' (1931, novelle), 'Knorrende beesten' (1933, novelle), 'Bint' (1934, novelle), 'Karakter (1938, roman)



Opmerkelijk: De schrijfstijl van Bordewijk wordt vaak gekarakteriseerd met de omschrijving 'gewapend-beton-stijl'



Op 10 oktober 1884 werd Ferdinand Johan Wilhelm Christiaan Karel Emiel Bordewijk in Amsterdam geboren. Zijn vader was werkzaam bij het Departement van Waterstaat en stamde uit een goede familie. In 1984 verhuisde het gezin naar Den Haag. Bordewijk werd leerling van het gymnasium aan het Hoge Westeinde, een school met een ouderwetse tucht, en ging daarna rechten studeren in Leiden, waar hij in 1912 promoveerde tot doctor in de rechtswetenschappen. In 1913 werd hij beëdigd als advocaat en ging, nadat hij aanvankelijk werkzaam was geweest op het archief van een levensverzekeringsmaatschappij in Den Haag, in januari als junior werken op een advocatenkantoor te Rotterdam. In december 1919 vestigde hij zich als advocaat in Schiedam. In 1945 begon de samenwerking met zijn zoon mr. R.F. Bordewijk.

Op 1 augustus 1914 trouwde Bordewijk met Johanna Roepman, die hij in 1911 voor het eerst ontmoet had. Uit dit huwelijk werden geboren dochter en de zoon die later zijn compagnon zou worden. Vrouw en kinderen hadden later wel wat invloed op zijn werk als schrijver, want Bordewijk en zijn echtgenote, die componiste was, bekritiseerde elkaars werk en Bordewijk maakte voor sommige composities de teksten. Om de zondagen te beginnen vertelde Bordewijk vaak verhaaltjes aan z'n kinderen en deze verhaaltjes werden later gepubliceerd als 'Bakerpraatjes'.

Op 1 september 1918 werd Bordewijk docent Handelsrecht en bleef dit tot oktober 1920. In 1919 liet Bordewijk vijf van zijn zes voornamen officieel vervallen verklaren.



Op 3 maart 1945 verloor Bordewijk al zijn huiselijke bezittingen en ook zijn eigen werk bij een bombardement. De familie verhuisde naar Leiden, waar ze een flatje betrok. Bordewijk en echtgenote werden beide ziek, maar ondanks grote zwakte hadden zij zich bij de bevrijding in het feestgebeuren begeven. In november 1945 betrok Bordewijk een kamer in Schiedam, terwijl zijn vrouw in Den Haag ging wonen. Bordewijk werd in 1945 voorzitter van de Jan-Campert-stichting ter bevordering van de Nederlandse Letterkunde en bleef dit tot 1952.



In het najaar van 1947 werd hij ernstig ziek. Ruim een jaar lang werd hij verpleegd in de Rudolf Steinerkliniek en vervolgens in het ziekenhuis Bronovo. In 1948 componeerde zijn vrouw 'Rotondo', opera in één akte, waarvoor Bordewijk het libretto schreef en in 1949 componeerde zij een tweede opera, het symphonische gedicht 'Plato's dood' met tekst van Bordewijk. Bordewijk kon redelijk piano en viool spelen. Sinds 1949 werkte Bordewijk te Schiedam als juridisch adviseur aan veel samenwerkingsprojekten mee en in 1955 bleek hij al meer dan 300 onteigeningszaken voor de gemeente te hebben behandeld.

In 1951 hield Bordewijk in verschillende steden lezingen over eigen werk. In 1953 ontving hij de P.C. Hooftprijs in het Muiderslot. Burgermeester (Peek) en wethouders van Schiedam schreven hem in mei 1954 een brief met gelukwensen hiervoor. In 1954 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Op 14 februari 1955 ontving Bordewijk de erepenning van de Schiedamse Gemeenschap. De Constantijn Huygenprijs werd in december 1957 aan Bordewijk uitgereikt voor zijn gehele oeuvre

Op 28 april 1965 overleed Bordewijk op 80-jarige leeftijd. Hij werd op 3 mei in stilte op 'Oud Eik en Duinen' begraven, overeenkomstig zijn nadrukkelijke wens.

Bibliografie van Ferdinand Bordewijk

De meest bekende werken:

1919-1924 Fantastische vertellingen, drie verhalenbundels

1931 Blokken, roman

1933 Knorrende beesten, roman

1934 Bint, roman

1936 Rood paleis, roman

1938 Karakter, roman

1941 Apollyon, roman

1946 Eiken van Dodona, roman

1948 Noorderlicht, roman

1952 De doopvont, roman

1955 Bloesemtak, roman

1961 Tijd van ver, roman

1982 Zeven fantastische vertellingen: nagelaten feuilletons.





Blokken (1931)

Omdat naar mijn mening “blokken” een uitzonderlijk boek is en een andere aanpak mij beter lijkt, volg ik bij de bespreking van dit boek niet de normale lijnen (personages, tijd/ruimte en dergelijke).



Samenvatting

‘Blokken’ bevat geen hoofdpersonen maar beschrijft een maatschappij, de ‘Staat’ genaamd. Het boek is opgebouwd uit tien hoofdstukken. In het verhaal is de hoofdlijn een opstand tegen het gezag van de staat, het neerslaan van deze verzetsbeweging en de daaropvolgende feestdag voor de bevolking. Het boek begint met een beschrijving van de nachtelijke landing van een vliegtuig, vervolgens wordt de vierkante stadsarchitectuur, de kleding, de kalender en verdere regelgevingen beschreven. Hierdoor ontstaat er een duidelijk beeld van deze maatschappij. Er volgt ook een beschrijving van de ‘Raad’, het bestuursorgaan van de Staat. Het blijkt dat het centrum van de hoofdstad niet herbouwd is tot vierkanten, maar dat dit gedeelte geldt als een museum van de kapitalistische staat. ’s Nachts is de stadskern verboden gebied, maar er zijn mensen die zich in dit gebied laten insluiten en hier een schaduwleven leiden. Het boek gaat vervolgens over in een beschrijving van het functioneren van de Raad, en later komt de ‘Groep A’ ter sprake. De Raad wil deze groep opstandelingen uitroeien. Het boek beschrijft vervolgens een bijeenkomst van de Groep A, waarna deze worden opgepakt en de uitgebroken opstand wordt neergeslagen. De stadskern word vernietigd en in plaats van de kern verrijst het kernplein, hier worden de vijf leiders van Groep A geëxecuteerd. De Raad organiseert een nationale feestdag om de overwinning te vieren, waarin drie evenementen centraal staan: Het lanceren van een ruimteschip dat 130 jaar wegblijft, het ontginnen van een neergestorte meteoriet en een kunstmatige luchtspiegeling. Het boek vervolgt met een beschrijving van het economische stelsel en de strikt verboden maar nog steeds niet uitgeroeide ‘ondeugden’ als geld, juwelen, drank en prostitutie. Deze komen ’s nachts voor in de lege verkeerstunnels. Het boek eindigt met de beschrijving van een militaire parade. De Raad kijkt vanuit een luchtschip op de legeronderdelen in en om de hoofdstad. Het blijkt vanuit de lucht dat er nog steeds kiemen van wanorde zijn, wanneer er legeronderdelen niet in de vastgestelde formaties blijken te bewegen. Na de parade heerst er onrust in de hoofdstad.



De Staat

Blokken is een antiutopistisch toekomstbeeld, gesitueerd in een communistische/fascistische staat. De antiutopie is een manier van denken afkomstig uit het fin de siècle. Bordewijk had een grote belangstelling voor dit genre. Individualisme, het gevecht van één persoon tegen de massa, speelt een belangrijke rol. Terwijl in de utopie rationalistisch denken de boventoon voert is in een antiutopie juist de romantiek van groot belang.

Het communisme is af te leiden uit het feit dat in de staat privé-bezit verboden is, mannen en vrouwen gelijk zijn en dat alle burgers in overheidsdienst zijn. Dat het tevens een fascistische staat betreft blijkt uit de vele colonnes, marsen, nationale liederen en het zogenaamd wetenschappelijke racisme. De staat voert twee ideologieën: Er heerst volledige collectivisatie, dat wil zeggen dat de mens gezien wordt als een klein deel van een groot geheel, en de staat heeft naar eigen zeggen een eindtoestand bereikt. Er is dus met andere woorden niets meer aan de samenleving te ontwikkelen.

Het lijkt erop dat het verhaal zich afspeelt in Rusland, maar in het boek zelf wijst niets direct naar dat land. In het verhaal doen zich echter een aantal gebeurtenissen voor die erop wijzen dat Rusland bedoeld wordt. Het verhaal speelt zich af rond 1960, dit met name door de technologische ontwikkeling van de staat, ze beschikken over grote luchtschepen, vergevorderde ruimtevaart, snelle transportbanden en een krachtig wapenarsenaal.



Symboliek

Symboliek is in dit boek een zeer belangrijke factor. De symboliek is terug te vinden in de relatie tussen de Staat en de opstandelingen. Er komen vier tegenstellingen voor waarbij telkens de eerste de Staat beschrijft: Machine-mens, vierkant-rond, koud-warm en donker-licht. De schrijver tekent de staat dus af als een koude, donkere machine die ongeremd doordendert en niet zelf kan kiezen (rond) maar enkel twee mogelijkheden kan kiezen: ja of nee (vierkant) , de opstandelingen zijn mens, ze leven (de schrijver laat dit merken door te schrijven over microben, celdeling en splijting) en kiezen voor het goede. Wanneer de schrijver de stadskern bij nacht beschrijft, gebruikt hij warmte en licht door prostituees te beschrijven als vuurvliegjes. Letterlijk wordt de stadskern vergeleken met “De hersenen van een hooggeordend zoogdier” De tegenstelling levende, veranderende en stervende (onder andere de ‘Groep-A’) tegenover het dode, verstarde en eeuwige is te beschouwen als de hoofdlijn van dit boek. Uiteindelijk lijkt toch het levende te winnen, want aan het einde blijken er in het geordende geheel van een militaire optocht, die natuurlijk uit vierkante vormen bestaat, veranderingen te ontstaan. Op sommige plaatsen worden rechte lijnen een boog, zelfs ontstaat er op een enkele plaats een voorzichtige cirkel. Ook blijken er op het dak van sommige gebouwen koepels te staan. De uiteindelijke conclusie is dat de staat aan zichzelf ten onder zal gaan omdat onder een volmaakt oppervlak het onvermijdelijk is dat er kiemen van onrust zijn. De Staat is niet opgewassen tegen zijn eigen ideologie.



Titelverklaring

‘Blokken’ duid op de hoofdstad van de staat: een vierkante, betonnen stad.



Knorrende Beesten (1933)



Personages

De hoofdpersonen in Knorrende beesten zijn de knorrende beesten zelf, de auto's. Deze worden beschreven alsof ze een echt leven leiden en niet als machines zonder intelligentie. Belangrijke bijpersonen zijn de parkwachter Bobsien, hij is arm, klein en gespierd, heeft zwart haar en is socialist. Sofia Eufemia is een klein hulpje (“dweiltje”), ze komt uit een arm vissersgezin maar is oppervlakkig en levenswijs. Daarnaast komen in het boek nog twee personen voor, dit zijn bestuurders van een auto, de vrouw en de man. De vrouw is eenzaam, ziet bleek, heeft dwaze ogen en is rijk en goed verzorgd, maar is slecht ter been en weet niet wat ze met haar leven aanmoet. De man heeft vorstelijke trekken en op zijn gezicht heeft hij een ontzette uitdrukking.



Samenvatting

Vlakbij een pier, tussen de kleine bars aan de parade bevindt zich een parkeerplaats. Overdag komen veel mensen naar de pier met hun 'knorrende beesten', kleine stille dieren en weeldedieren. Parkwachter Bobsien let op zulke dagen op de 'knorrende beesten' en als er iets mis mee is gaan ze naar de garage bij de ingang van het park. Als het slecht weer is komen de 'knorrende beesten' niet en dan is er geen werk voor Bobsien en zijn vriendin Sofia Eufemia. Maar als er dan op een dag rennen worden gehouden bij de parade is het een drukte van belang. Veel mensen gaan de pier op om de auto's tegen elkaar te zien strijden en velen beesten sneuvelen. De tweede dag van de beesten worden de beesten versierd met bloemen en wordt er weer een wedstrijd gehouden en iedereen vergeet voor even zijn dagelijks leven. Daarna gaan de beesten weer weg en het wordt stil; het seizoen loopt ten einde.



Tijd/ruimte

Het is niet duidelijk in welke tijd het verhaal zich afspeelt. De vertelde tijd is een paar maanden, van augustus tot de herfst. Het verhaal wordt chronologisch verteld en speelt zich op en rond een parkeerplaats in een zeebadplaats af.



Thematiek

De gebeurtenissen op en rond een parkeerterrein in een zeebadplaats. Het gaat vooral om de auto's, niet om de personen. De auto’s worden gezien als dieren, de schrijver gebruikt woorden die gevoelens duidelijk maken om de auto’s te beschrijven. Een machine wordt in feite een levend wezen.



Titelverklaring

De 'knorrende beesten' zijn de auto's op de parkeerplaats.



Bint (1934)



Personages

Hoofdpersoon: Ondanks de Titel Bint, naar de rector van een school in Rotterdam is de hoofdpersoon de Bree, de vervanger van de door de Hel weggepeste Nederlands leraar. Een man met een sterke wil om Bint tevreden te stellen. De Bree heeft een zeer koud karakter en laat dat ook blijken door de nonchalante reactie op de dood van leerling Van Beek.



Andere belangrijke personen:

Bint: Rector van de school, die een soort van dictator in zich heeft zonder dat met veel woorden te laten blijken, hij praat alleen als het nodig is, en als hij praat blijkt wel hoe hij erover denkt, al het personeel wenst hij naar zijn pijpen te dansen, wat ze, de meeste overigens, maar al te graag doen.

Van Beek: Pleegde zelfmoord nadat hij het advies kreeg van school te gaan, wat een wending gaf aan het verhaal en er uiteindelijk voor zorgde dat Bint het volgende jaar stopte met zijn werk.

Remigius: Praatgrage collega van de Bree, verteld de Bree steeds dingen over Bint en de school.

Jerome Fleau: Stookte de leerlingen op tegen de school, wat uitliep op een chaos met door stenen kapot gegooide ruiten, waardoor hij werd geschorst.

De conciërge: Onbetrouwbaar, omdat hij alle lijsten met leerlingen en hun adressen meegaf aan Fleau, die vervolgens iedereen thuis ging overtuigen om in oproer te komen.

De werkster: Een donker type, de Bree verdacht haar ervan samen met Bint en de conciërge in een complot te zitten.

Nog wat belangrijke begrippen:

De hel: De verschrikkelijke klas met vreselijke figuren met verschrikkelijk moeilijke namen die de vorige Nederlandse leraar weggepest heeft.

De bloemenklas: De beste leerlingen en Fleau.

De grauwe klas: Normale leerlingen met de door zelfmoord gedode Van Beek.

De bruine klas: Die komt het minst ter sprake.



Samenvatting

In november meldt een nieuwe leraar, De Bree, zich bij de school van Bint. Hij zal voor de rest van het schooljaar invallen voor een leraar die het niet meer aankon. De Bree kan niet al zijn energie kwijt in het wetenschappelijk werk en ziet het werk als leraar als een uitdaging, hij wil immers zijn kracht meten met de werkelijkheid.



De school staat bekend om het meedogenloos strenge regime. Door een conflict met de gemeente zijn er al drie jaar lang geen leerlingen meer toegelaten, zodat er alleen nog maar vier vierde en drie vijfde klassen over zijn. Over twee jaar zal de school dus uitgestorven zijn, maar Bint zet zijn systeem door.



De Bree wordt door Bint gewaarschuwd voor klas 4D, waaraan hij les moet gaan geven. Als De Bree het lokaal betreedt, voelt hij dit aan als de hel. Voortaan noemt hij 4D dan ook 'de Hel'. Bint heeft de ergste leerlingen bij elkaar gezet, mede om de leraren te toetsen of ze wel of niet geschikt zijn voor Bint’s systeem.

De Bree verklaart de klas even later de oorlog. Met de drie andere klassen heeft hij weinig moeite. De Bree ontdekt dat een klas, ondanks alle individuele verschillen, een wezen is. Hij merkt ook dat Bint erin geslaagd is zijn lerarenkorps tot een wezen te vormen. Op één na alle leraren staan achter Bints systeem, hoe groot de onderlinge verschillen ook zijn. Ook De Bree raakt in de ban van Bint. Hij is steeds meer overtuigd van de juistheid van diens opvoedkundige theorieën en het systeem van stalen tucht dat daaruit voortvloeit.

Welke consequenties dit systeem voor de leerlingen heeft, hoort hij tijdens de vergadering voor bet kerstrapport. Behalve cijfers voor de diverse vakken komt er ook een 'schoolcijfer' op het rapport. Dit schoolcijfer wordt door de lerarenvergadering vastgesteld. Wie met kerstmis een slecht rapport heeft, kan dit niet meer ophalen en blijft zitten. Maar omdat Bint zittenblijvers zo veel mogelijk wil vermijden, krijgt zo'n leerling met kerstmis het advies van school te gaan. Dit lot treft o.a. de leerling Van Beek. Bint wenst geen rekening te houden met zijn omstandigheden: de jongen komt uit een arm gezin en moet naast zijn schoolwerk zijn moeder, een weduwe, helpen de kost te verdienen. Ook dat Van Beek heeft gedreigd zelfmoord te zullen plegen als bij een onvo1doende schoolcijfer krijgt, maakt geen indruk op Bint. Voor Bint heiligt het doel de middelen. Door een meedogenloze selectie wil ‘reuzen kweken'.

Tijdens de kerstvakantie doet Van Beek een poging tot zelfmoord. Hij springt in het water, wordt opgehaald, maar sterft aan de gevolgen van longontsteking. Zijn moeder gaat naar de wethouder en er worden vragen gesteld in de gemeenteraadsvergadering. Er wordt een stakingsaktie georganiseerd onder de leerlingen, die plaats zal vinden op de eerste dag na de kerstvakantie. Bint, die dat voorziet, bespreekt dit met de leerlingen van de Hel, die als een man achter hem staan.

Op de eerste dag na de vakantie komt het op het plein voor de school tot een treffen tussen de opstandelingen en de Hel. Op bevel van Bint houden de leraren zich daarbij afzijdig. De Hel weet het verzet te breken, doordat die een hechte eenheid vormt. Bint beeft zijn doel bereikt: de school is van ongewenste elementen gezuiverd. Door het gebeurde is De Bree nog meer dan eerst overtuigd geraakt van de juistheid van Bints systeem van stalen tucht, blinde gehoorzaamheid en ontdekking van de eigen wil door knechting.



De Bree ondervindt nogmaals het effect van Bints systeem als hij tijdens de paasvakantie met een deel van de Hel een fietstocht maakt door Zeeuws-Vlaanderen en Vlaams België. Twee jongens die er voor een nacht en een dag vandoor gaan, worden bij hun terugkomst ongenadig door hun klasgenoten afgestraft. Evenals Bint duldt de Hel geen enkele ongehoorzaamheid.



Met de examentijd nadert het einde van het schooljaar. Bints school zal daarna nog maar een jaar bestaan. De Hel wordt volledig bevorderd naar het laatste jaar. Na de overgangsvergadering zegt Bint tegen De Bree, dat hij automatisch herbenoemd zal worden, als hij dat laatste jaar nog zou willen blijven. Eerst weigert De Bree want hij kan dit niet combineren met zijn wetenschappelijke ambitie. Maar thuisgekomen, begint hij te twijfelen. Hij besluit dan ook om nog een jaar langer in Bints dienst te werken.



Na de grote vakantie deelt onderdirecteur Donkers mee, dat Bint ontslag heeft genomen. iedereen vermoedt waarom, en maar één iemand durft te zeggen dat het om de dood van Van Beek is. De Bree vindt dat, ook al is Bint er zelf aan ten onder gegaan, Bints systeem niet verloren is. Bint heeft het doorgegeven aan zijn volgelingen. Tijdens zijn eerste les aan de Hel ziet De Bree dat de leerlingen in de vakantie veranderd zijn, hij vindt ze meer volwassen, meer menselijk. Maar de klas vraagt om dezelfde orde en tucht als vorig schooljaar. De Bree verklaart hen daarop opnieuw de oorlog. Die avond gaat De Bree naar Bints huis om afscheid van hem te nemen. Bint wil hem echter niet ontvangen, ook niet bij een tweede poging, enkele dagen later. De volgende dag gaat De Bree zeer vroeg naar school en neemt daar afscheid van Bint.



Tijd/ruimte

Het verhaal bestrijkt ongeveer een jaar.

Het verhaal begint aan het begin van een nieuw schooljaar en het eindigt ook weer met een nieuw schooljaar, maar dan een jaar verder.

Het verhaal is chronologisch verteld. Flash-backs en dergelijke komen in het verhaal niet voor. De plaats waar het verhaal zich grotendeels afspeelt wordt in het verhaal niet genoemd. Het wordt alleen beschreven als 'de werkstad'. Het wordt ook nog beschreven als 'de stad van werkelijkheid'. Hoogstwaarschijnlijk bedoelt de schrijver met deze stad Rotterdam.

Er wordt ook nog op schoolreis gegaan, en tijdens hun schoolreis stoppen ze meerdere keren en blijven ze op enkele plaatsen ook overnachten. Tijdens het verhaal worden niet alleen de plaatsen genoemd waar zij langs rijden, maar hier gebeuren ook een aantal dingen waarom het verhaal zich op deze plaatsen dus ook afspeelt.

Bijna het gehele verhaal speelt zich af op een school die in het verhaal ook geen naam heeft. Het gebouw wordt wel van binnen en van buiten beschreven, het blijkt een grauw en oud gebouw te zijn. Er zit weinig sfeer in het boek en vandaar dat er heel weinig sferische beschrijvingen zijn. Als een sfeer beschreven wordt is dit meestal negatief: de schrijver creëert een zeer onprettige sfeer rond deze school, haar leraren en leerlingen.



Thematiek

Het hoofdthema is het kweken van kerels of reuzen door middel van Bints systeem: stalen tucht en een ijzeren hand. Het uiteindelijk doel hiervan is het land en de samenleving sterker maken.



Perspectief

Het boek is geschreven vanuit een personaal perspectief.

Veel dingen worden vanuit De Bree's ogen gezien en verteld, maar niet het gehele verhaal. Soms wordt er verteld zonder dat er duidelijk wordt gemaakt wie er aan het wordt is of wie een bepaald stukje verteld tijdens het verhaal. Dit is redelijk verwarrend.



Titelverklaring

’Bint' is de directeur van de school in het verhaal, die een systeem van stalen tucht heeft bedacht en wil handhaven en hier uiteindelijk zelf aan ten gronde gaat. De macht die Bint als geheel van persoon en stelsel uitstraalt hangt als het ware steeds boven de leraren en de leerlingen. Het boek is opgedragen “Aan mijn rector en zijn staf”; Ferdinand Bordewijk is zelf ook leraar geweest.



Wat Blokken, Knorrende beesten en Bint met elkaar verbindt



Nieuwe Zakelijkheid

Deze realistische stroming vormde in de periode 1923-1940 een reactie op zowel het expressionisme als het constructivisme. Schrijvers van de Nieuwe Zakelijkheid zijn fel gekant tegen vormexperimenten en extreme kunst. De teksten zijn geschreven in de alledaagse taal. er werd 'objectief' en uiterst nauwkeurig gehandeld. Schrijvers zijn, vooral ten opzichte van het opkomende fascisme, kritisch en streven naar een volkomen objectief realisme, zonder enig spoor van idealisme of sentiment.



Alle drie de novelles vallen onder de stroming Nieuwe Zakelijkheid, maar Bordewijks schrijfstijl is in deze boeken eigenlijk nog extremer. Het lijkt kunstmatig en berekend, dit leidt ertoe dat in elk boek karakters, handelingen en gelaatsuitdrukkingen op een kenmerkende harde manier worden overgebracht. De zinsopbouw is kort en zeer krachtig, bevat veel beeldspraken en veel herhalingen, maar is duidelijk en helder. De opbouw is tevens als kunstmatig en berekend te beschouwen. Alle boeken bevatten vele korte hoofdstukken die niet in elkaar doorlopen. Met andere woorden wordt een handeling in het betreffende hoofdstuk afgerond. Hierdoor ontstaat het beeld van een zeer geordend, hard en kunstmatig geheel.

In ‘Blokken’ wordt de staat afgetekend als een geheel, als machine. De opstandelingen worden tevens als een geheel afgetekend, maar dan als levend organisme. In ‘Knorrende Beesten’ beschrijft Bordewijk een autoparkeerplaats tevens als levend geheel. Dit komt ook voor in ‘Bint’, waar de klassen ook worden afgetekend als één wezen. Wat in alle drie de novelles volgt is de omschrijving van dat levende geheel, wat dus eigenlijk respectievelijk uit de bevolking, uit auto’s en uit een schoolklas bestaat.

Wat ook opvalt is dat Bordewijk vreemde namen gebruikt voor de (hoofd)personen in deze boeken. In ‘Blokken’ heten de leiders van de groep-A: Glüschaint, De Marcas, Tannenhof, Tekalopte en Ypsilinti. In ‘Knorrende Beesten’ komen de namen Bobsien en Sofia Eufemia voor, en wat betreft vreemde namen spant Bint de kroon: een greep uit de vele namen is Regimius, Schattenkeinder, Whympysinger, Bolmikolke en Van der Kabargenbonk Deze moeilijk te beschouwen namen staan in contrast met de makkelijke zinsopbouw, wat ook aangeeft dat Bordewijk in zijn boeken steeds bezig is tegenstellingen te creëren. In ‘Blokken’ heeft Bordewijk bewust internationaal klinkende namen gebruikt om het idee dat zijn boek in Rusland afspeelt te vervagen. In ‘Bint’ maken de namen een grote indruk op de hoofdpersoon, hier worden namen als een soort machtsmiddel gebruikt. In ‘Knorrende Beesten’ zijn namen van geen groot belang, deze zijn dan ook betrekkelijk normaal te noemen.

In zowel ‘Blokken’ als ‘Bint’ gaat de oprichter van het strenge regime aan zijn eigen tucht ten onder. In ‘Blokken’ blijkt dit wanneer de Staat geen macht meer blijkt te hebben tijdens de militaire parade, terwijl de directeur Bint ook aan zijn eigen ideologie ten onder gaat, wanneer hij door de gemeenteraad gedwongen wordt op te stappen wanneer er een slachtoffer valt.





Eigen Mening



Blokken

Ik vind “Blokken” een zeer mooi boek. Zeker omdat dit boek al zeventig jaar geleden is verschenen, is het zeer knap van de schrijver zo ver in de toekomst te kijken. Het boek doet compleet niet verouderd aan, het leestempo ligt hoog vanwege de korte, abstracte zinnen. Hoe de schrijver deze staat beschrijft zit erg goed in elkaar. Terwijl de zogenaamde verteller eigenlijk het hele boek objectief verslag doet van de gebeurtenissen wordt op een zeer subtiele manier wel duidelijk hoe deze erover denkt. Dit gebeurt door het gebruikt van omschrijvingen. Deze zijn koud en confronterend wanneer er over de staat gesproken wordt, terwijl er een behaaglijke manier van schrijven gebruikt wordt als het over de opstandelingen gaat, zelfs wanneer deze door de staat hardhandig om het leven gebracht worden.



Knorrende Beesten

Een vreemd boek, waarom de schrijver auto’s als dieren wil afschilderen wordt mij niet duidelijk. Het is daarentegen een leuke manier om auto’s van een andere kant te bekijken, maar zelf vind ik dit boek te ver gaan. Het gevoel dat bij dit boek naar boven komt is dat de schrijver te graag iets mechanisch wil omzetten naar iets levends, en hierbij teveel gebruik maakt van tegenstellingen en sfeerbeschrijvingen. Het complete boek komt nogal deprimerend naar voren. Dit boek vind ik ook de minste van de drie.



Bint

Dit boek lijkt aan het begin vrij normaal, maar al snel wordt de sfeer, die eigenlijk tussen de regels door beschreven wordt, zeer beklemmend en lijkt daardoor de lezer mee te trekken in het verhaal. De schrijver zegt nooit direct wat de gevoelens zijn van de personen of wat voor sfeer er hangt, maar door het suggestieve taalgebruik kunnen deze niet gemist worden. Het is zeer knap dit op deze manier in een boek te verwerken. Aan het begin wekt de beschreven tucht een afkeer op, maar naarmate het boek vordert komt vooral de macht die De Hel uitoefent naar voren, als voortvloeisel uit deze tucht. De lezer zit dan met tegenstrijdige gevoelens, de tucht blijkt namelijk op een aantal momenten zeer goed te werken. Persoonlijk vind ik dit boek zeer apart.



Eindoordeel

Wat op het eerste gezicht vrij gemakkelijke, tweederangs literatuur lijkt, de totale bundel heeft ‘maar’ 155 pagina’s, blijkt achteraf één van de meest doordachte literaire werken te zijn. Met name ‘Blokken’ en ‘Bint’ vind ik van hoogstaande kwaliteit wanneer de achterliggende gedachtes duidelijk worden. Vooral ‘Blokken’ lijkt meer op een uiterst precieze legpuzzel dan op een “gewoon” literair werk. De verhalen bevatten zeer veel subtiele verwijzingen naar ver achterliggende gedachtes. Dit maakt voor mij de bundel zeer interessant omdat het blijft boeien wat de schrijver precies bedoelt met sommige passages.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen