U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Bint.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=64 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2018 woorden.

Bint

F. Bordewijk

Biografie

De auteur van "Bint" is Ferdinand Bordewijk. Hij leefde van 1884 tot 1965. Hij studeerde rechten in Leiden en werd daarna advocaat. In 1918 was hij korte tijd leraar in handelsrecht aan de handelsschool in Rotterdam. Deze school is het toneel van "Bint", maar de personen en gebeurtenissen zijn fictief.
Zijn debuut als prozaïst was met "Fantastische Vertellingen" waarin de vermenging van nuchterheid en fantasie opvalt. Maar pas met "Blokken" (1913), "Knorrende beesten" (1931) en "Bint" vond hij zijn eigen stijl. Een stijl die in latere werken minder strak, losser en milder is geworden; na de oorlog is Bordewijk overgegaan op minder bitse taal en een mildere sfeer, bijvoorbeeld in "Bloesemtak".
Bordewijk creëert in zijn proza uit de dertiger jaren een soort 'superwezens' die lot en leven van alle andere figuren bepalen, die de hele atmosfeer vergiftigen.
In veel van zijn werken is het thema: Het goede wordt belaagd door het kwaad maar het goede overwint toch.

Bibliografie

De titel van het boek is "Bint".
Bint is de directeur van de school en wil een systeem van stalen tucht handhaven (waaraan hij zelf te gronde gaat).
De ondertitel is "Roman van een zender".
Bint is de 'zender' en De Bree is de 'ontvanger'.
(Zender: drager van het idee: een stalen tucht,
Ontvanger: neemt Bints ideeën over en in zich op.)

De eerste druk was in 1934.

Een beschrijving van de omslag:Een half roze en half witte kaft met daarop in een paarse ruit "Blokken", "Knorrende Beesten" en "Bint".

Het aantal bladzijden is 76.

De opdracht luidt: "Aan mijn rector en zijn staf".
De rector is Dr. A. van Berkum, de rechtlijnige en autoritaire directeur van de openbare handelsschool te Den Haag.

Inhoud

Samenvatting

Het verhaal begint met de wandeling van de leraar De Bree naar zijn nieuwe school. De Bree ruilt het werken aan zijn proefschrift voor een jaartje met het lesgeven. Hij is geïntrigeerd door de naam die de school heeft gekregen vanwege het regime dat de directeur, Bint, er voert en dat gebaseerd is op een stalen tucht. De Bree wordt meteen in het diepe gegooid. Hij moet les geven aan de meest beruchte klas van de school. De Bree maakt onmiddellijk duidelijk dat híj de baas is. Vanaf dat moment is het oorlog tussen hem en de klas die hij 'De Hel' noemt. De leerlingen van deze klas vormen een soort eliteklas van directeur Bint. Bint eist een ijzeren tucht en heeft daartoe een speciaal onderwijssysteem ontworpen. De leraar moet niet afdalen tot de leerling, maar de leerling moet stijgen tot het niveau van de leraar.
Het kerstrapport bepaalt het eindrapport. Eén leerling, een zekere Van Beek, dreigt met zelfmoord als hij niet de kans krijgt zijn onvoldoende kerstcijfer op te halen. Bint wenst echter geen rekening te houden met Van Beeks problemen en na de kerstvakantie blijkt dat de jongen inderdaad zelfmoord heeft gepleegd. Het oproer als gevolg van dit overlijden, wordt door Bint met behulp van zijn eliteklas hardhandig neergeslagen. Maar het incident Van Beek zal Bint uiteindelijk nekken. Aan het begin van het volgend schooljaar blijkt dat de directeur niet meer terugkomt, terwijl De Bree in de grote vakantie juist besloten had om zijn wetenschappelijke aspiraties te laten varen om Bints 'leerling' te blijven.
Na de kerstvakantie probeert De Bree nog meer dan daarvoor te werken volgens het systeem van Bint. Hij schaft zich net als hij een rietstokje aan en herhaalt vrijwel woordelijk diens lessen over de noodzaak van de tucht.
Tegen Pasen maakt De Bree met de helft van 'De Hel' een fietstocht. Ze trekken door Zeeuws-Vlaanderen en België en zien een tip van Frankrijk. De klas heeft niet veel interesse in de oudheden die De Bree hen toont, maar bouwt wel een groot gevoel van saamhorigheid op. Ze staan dan ook unaniem achter het besluit om de tocht in te korten omdat één van hen moeilijk fietst. Als op een morgen twee leerlingen weg zijn, en later de hele tocht blijken te hebben gefietst, worden ze door de rest van de klas hiervoor gestraft.
De rest van het schooljaar gaat voorbeeldig. De Bree leert zelf ook veel, en gaat zich nog meer naar Bints systeem gedragen.
Tijdens de examenuitreiking ontdekt De Bree een zwakheid van Bint. Hij staat niet stil. Een stalen tucht, maar géén stalen lijf? De Bree voelt zich alsof hij iets ontdekt had wat niet mocht. Als Bint na de zomervakantie niet meer terugkomt, blijkt dat alle leraren zoiets ontdekt hebben.
De Bree probeert Bint nog thuis te spreken te krijgen, maar hij is steeds niet thuis. Dan begrijpt De Bree dat Bint hem niet meer wil zien. Bint was van nu af dood voor hem, maar hij leeft verder in het systeem van stalen tucht.

Beginzin

De Bree zijn denken was hoekig en nors. De lucht lag laag morsig roetig. Novemberochtend. De wind danste lomp om de hoeken.

Eindzin

Hij was zich bewust, dat er iets rustte ergens hier, dat er hier ook iets leefde. Een as, een ziel. Toen kwam het over hem, eenvoudigweg, het hoofd te ontbloten en zacht ging hij de trap op.

Indeling

Het boek is verdeeld in 28 korte hoofdstukken die getiteld zijn:* Een stalen tucht, * De hel, * De genoten, * De bloemen, * De strafdag, * Bint, * De Bree, * Bruinen, grauwen, de hel, * Naar Kerstmis, * De samenkomst, * De toespraak, * Het herbegin, * Het oproer, * Daarna, * Daarna, de hel, * Naar Pasen, * De tocht, * De rustdag, * De tocht, het einde, * Naar zomer, * Het afscheid, * Examens, * Vakantie, * Het herbegin, * 5C, en * Bints praalgraf.
De hoofdstukken beschrijven zo het hele schooljaar.

Personages

Het uiterlijk van Bint is in overeenstemming met zijn innerlijk: droog, rietmager en kaarsrecht. Hij haat de gemoedelijkheid, verbroedering, bandeloosheid en verwildering van zijn eigen tijd. Hij wil zijn land weer groot maken zoals het in het verleden was. Deze gedachte wijst erop dat Bint niet alleen maar zakelijk, nuchter en hard is; hij heeft een ideaal, een toekomstdroom die hem inspireert. Dit verklaart zijn gedrevenheid, zijn fanatisme bij het doorvoeren van zijn systeem. De school, het systeem gaat boven alles (dit blijkt uit de gevallen met Van Beek en de conciërge). Het gaat er Bint niet om de leerlingen wetenschappelijk wijzer te maken, maar maatschappelijker. Om dit te bereiken grijpt hij terug naar het oudste (en volgens hem ook nieuwste) systeem: macht, vrees, tucht.
Toch blijkt Bint hier zelf niet tegen opgewassen. Hij neemt ontslag, maar zijn systeem wordt voortgezet.
De Bree is hoekig, nors, leeft ascetisch en lacht nooit. Hij werd leraar op de school van Bint uit nieuwsgierigheid, afleiding en om zijn krachten te meten aan de werkelijkheid. Hij gelooft in Bints systeem. Hij pakt 'de hel' zeer streng aan, met de andere klassen heeft hij niet veel moeite. Hij is bezig met een studie over A.M. van Schuurman (17e eeuwse intellectuele vrouw).
Bint vindt dat "de leraar zich niet moet buigen, de leerling moet klimmen". Daarom verbiedt De Bree het vragenstellen aan de "bruine klas".
Als De Bree moet kiezen tussen school en wetenschap, kiest hij voor de eerste want hij realiseert zich "een mens voor maatschappelijke actie te zijn".
Hij legt zijn hardheid zichzelf op door zijn ijzeren wil. In zijn hart is hij, zoals hijzelf inziet, fantastisch en romantisch. De Bree begrijpt niets van vrouwen en beschouwt zichzelf als a-sexueel.

Andere leraren

Keska: een onsympathieke figuur die uit de toon valt en die ook Bint niet onvoorwaardelijk volgt.
Nox: de sombere ex-werkman.
Talp: een forse grijzende man met waardigheid.
Remigius: een tengere sympathieke docent.
Donkers: de opvolger van Bint. Hij lijkt op hem en is effen stil en beslist.
To Delorm: de enige vrouw tussen de mannen. Ze is resoluut, intelligent en fris. ("De enige die lachte")
Ridderikhof: is lichamelijk zwak, maar houdt zich door "de stalen tucht van zijn wil" overeind.

De klassen

De Hel (4D): De hel bestaat uit 30, nogal rare kinderen. Het zijn schobbejakken die neigen naar losbandigheid maar niet tot verzet. Ze erkennen Bints systeem, zijn onderling en met de school saamhorig want ze onderdrukken de oproer. Enkele leerlingen uit 4D zijn: Te Wigchel, Heiligenleven en Punselie.
De Bloemen: een vredige klas, maar met de gevaarlijke Jérôme Fléau erin die samen met de conciërge aanzet tot de oproer.
De Bruinen: Deze klas is de andere klassen voor. Hierin
schuilt het gevaar van hoogmoed. Daarom is De Bree ook hier streng.
De Grauwen: Deze klas is goedaardig, arbeidzaam, kleurloos en behaalt slechte resultaten.

Tijd

Het boek speelt in de tijd waarin het geschreven is, dus in 1934. Het boek wil waarschuwen voor het opkomende nationaal-socialisme in die tijd. Als men niet naar deze achtergrond kijkt, zou het verhaal eigenlijk in iedere tijd kunnen spelen.
Het verhaal speelt van november tot en met de zomervakantie en het begin van het schooljaar zonder Bint.
Het tijdsverloop is chronologisch en met tijdsprongen.
Er zijn geen flash-backs of vooruitwijzingen.

Plaats

Het boek speelt in een schoolgebouw in Rotterdam en tijdens de fietstocht in Zeeuws-Vlaanderen, België en Noord-Frankrijk.
De sfeer is nachtmerrie-achtig en sinister. Dit heeft betrekking op de dreiging van het nationaal-socialisme, de economische crisis en de politieke chaos rond 1934.
Deze plaatsen zijn zó gekozen zodat het geen directe aanval op het nationaal-socialisme was, maar een verdekte aanval, opdat men Bordewijk nooit kon beschuldigen.

Vertelperspectief

Er is sprake van een personale vertelsituatie. De persoon waardoor men het verhaal beleeft is De Bree.
Blz. 104: "Hij merkte het van zichzelf. Hij voelde dat hij toch nog niet zo was doorijzerd als de meesten."
Blz. 120: "De Bree leerde ook uren kennen dat zij stil onder elkaar leefden als rustige beesten."
Blz. 144: "De Bree voelde iets te hebben ontdekt wat niet mocht. Het beklemde, vaag en dwingend."

Thematiek

Het thema is: Persoonlijke tucht als vorm van zelfbehoud in een chaotische wereld vol angst.

Dit uit zich onder andere in de volgende motieven:

  1. Chaos en verwildering: bijvoorbeeld het gedrag van de klassen.
  2. Probleem van de opvoeding: Door middel van Bints systeem moet de jeugd goed voorbereid worden.
  3. Spanning tussen angst en tucht: Door tucht kan men de mensen in toom houden.
  4. Tucht als persoonlijke levensstijl: Bijvoorbeeld het leven van Bint.
  5. Ontmenselijking: De leerlingen worden als monsters aangeduid.
  6. Rebellie: Bijvoorbeeld 'De Hel' en 'De Oproer'.
  7. Het schoolleven in de grote stad.
  8. Zelfmoord door van Beek.
  9. Reismotief: De schoolreis naar Frankrijk.
  10. Hardheid van de mens: Van Bint en De Bree bijvoorbeeld.

Genre

Het boek behoort tot de korte romans (van de tucht).
De roman beschrijft de langzame stijging naar de crisis; de zelfmoord van Van Beek, het ontslag van Bint.
Bij een roman is er sprake van een conflict tussen subject en tegenstander, maar ook met diverse bijfiguren.
Bij 'Bint' dus tussen Bint en De Bree enerzijds en de leerlingen anderzijds, maar ook met de overige leraren en de conciërge.

Stroming

Het boek behoort tot de moderne Nederlandse literatuur tot de nieuwe zakelijkheid. Hierbij wordt het leven ontdaan van gevoelswarmte en romantiek. Deze verhalen zijn stilistisch strak en roepen aan de hand van karikaturaal ontmenselijkte personages het meedogenloze bestaan op.
In 'Bint' is dit heel duidelijk het geval: de personages zijn niet menselijk en worden karikaturaal beschreven. Ook zit er in het hele boek geen spoortje romantiek.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen