U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend - Karel Ende Elegast.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1956 en is laatst upgedate op 14/04/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3655 woorden.

Dossier Karel ende Elegast



Een verhaalverslag aan de hand van de door mevr. Simon gegeven vertaling. Met aantekeningen en context verduidelijkende notities.



Het verhaal is naar eigen interpretatie weergegeven en kan her en der niet precies te noemen zijn. Het geeft in ieder geval duidelijk weer wat de verhaallijn is. Extra opmerkingen van mevr. Simon zijn toegevoegd in het verhaal. Het vertelperspectief in deze vertaling is niet zorgvuldig en wisselt zo nu en dan, een beetje krom Nederlands dus.



Lijst notatie: Karel ende Elegast

uitgegeven door Dr. Rob Roemans (=) en Dra. Hilda van Assche

Negentiende druk

Uitgeverij de Nederlandsche Boekhandel Antwerpen

1975



Karel ende Elegast Het Verhaal

Op een dag ligt de koning in bed, en hoort van een engel dat hij moet gaan stelen. Hij gelooft het niet maar wordt er toe aangezet. Hij vraagt zich af waarom God dit bevel gaf, hij kan zich er eigenlijk weinig bij voorstellen. Maar de koning wil niet ontrouw zijn aan z'n superieur. Dit brengt hem in grote twee strijd. Van al dit denken wordt Karel moe en zo wil het dat de slaap hem weer overmant. De engel echter waarschuwt hem weer, tot drie keer toe. Dat is ook voor Karel een teken dat dit bericht van God moet komen, aangezien een duivel maar tot twee keer zou komen. Karel luistert dus naar de Engel en gaat stelen, ondanks de vreselijke schande. Karel ziet er wel enorm tegen op. Hij luistert wel naar God, maar hij had liever gehad dat God hem alles zou hebben afgenomen, dan dat hij dit moest doen. Maar Karel moest wel, anders zou hij God vervloeken. Karel mopperde en mopperde maar kleed zich dan om, om te gaan stelen. Toen hij helemaal was aangekleed, ging hij door het palijs. Geen één deur was op slot en iedereen sliep. Niemand zag hem vertrekken. Karel ging stiekem naar buiten, over de brug naar de stallen. Hij zadelde z'n goede paard en ging er vandoor, zelfs de wachters merkte niets. Karel bad nog tot God, waarbij hij allemaal wonderen van God noemt. [als u dat allemaal kunt, help me nu dan ook]. Karel reed een woud binnen en het was prachtig weer, heldere lucht en volle maan. Karel zegt bij zich zelf dat hij eigenlijk alle dieven haatte maar dat hij nu toch wel een beetje respect voor ze kreeg, omdat ze in grote angst moeten leven. Karel heeft toch eigenlijk ook wel bewondering voor Elegast, de vogel vrij verklaarde ridder. Karel heeft de mensen van en Elegast zelf onterft, ze leven in armoede en kunnen maar met moeite rondkomen. Elegast zelf, zou zulke mensen nooit bestelen. Maar de geestelijke van de rijke katholieke kerk die rondrijzen, daar steelt Elegast wel van. En daar is hij ook heel listig in. Karel had nu in dit bos, best maatjes willen zijn met Elegast, want het is best een goede roofridder. Karel zat daar zo over te denken en plotsklaps kwam er een zwart geklede ridder aan. Dwars door het bos. Karel werd er bang van, het leek wel de duivel die er aankwam. Karel was dus bang, maar hij nam zich voor niet te wijken voor die ridder, en hij rijd recht door hopend op Gods bescherming. De andere ridder merkt ook dat er iemand aan komt, hij denkt die is vast verdwaald. Maar het kan geen arm man zijn, zo een mooi paard en uitrusting. De twee rijden langs elkaar heen zonder te groeten. Ze kijken elkaar wel recht in de ogen. De zwarte ridder vraagt zich af wie de ander is en is bang dat die [Karel] iets kwaads wil, misschien wil die hem [de ridder] wel verraden. De zwarte ridder draait zich om en gaat achter Karel aan, en vraagt wat die hier doet en wat z'n naam is en de naam van z'n vader. Karel antwoordt dat hij teveel vraagt en dat hij niet zomaar zegt wie die is. "Daar ben ik te oud voor" zegt Karel. Karel wil er om vechten, de verliezer verteld wie hij is. [Karel had een doek over zijn schild hangen waar het koningswapen op stond, zodat hij niet herkend werd]. Ze gaan in vecht houding staan met hun paard, ze hadden ieder een speer en een zwaard. Ze vochten zo lang als de reisduur van één mijl. Karel helemaal bang, voor in zijn ogen de duivel sloeg de ridder z'n schild als een lindeblad doormidden. Ze vochten heel hevig. [uitvoerig beschreven] Karel is bang en hoopt dat God hem helpen zal, maar de ridder vecht ook hard, hij slaat z'n zwaard zelfs kapot op Karel z'n helm. Zonder zwaard kon de zwarte ridder niet verder vechten, maar Karel maakt hem niet af. Hij zegt: "Geef me je naam en ik laat je gaan". De zwarte ridder vind dit goed, maar wil ook weten wie hij voor zich heeft en wat die hier doet. De zwarte ridder verteld dat hij de Elegast is. Karel is heel blij dat hij Elegast ontmoet heeft, en vraagt hem hoe hij in z'n levensonderhoud voorziet. Hij belooft dat hij daarna wat over zich zelf vertellen zal. Elegast verteld dat hij een roofridder is en dat hij steelt van de rijken en dat twaalf mensen bij hem zijn. Elegast verteld dat hij alleen steelt van de geestelijke, en dat hij daarvan leeft met z'n mannen. Ook deze avond was hij er weer op uitgetrokken. Maar dit avontuur bevalt hem minder. Maar nu wil Elegast ook weten met wie hij van doen heeft. Karel denkt, God heeft m'n gebed verhoort ik heb Elegast ontmoet, maar z'n naam geeft Karel niet. Karel liegt over z'n leven en z'n naam, hij zegt dat hij Adelbrecht heet en dat hij steelt van arm en van rijk. Karel [=Adelbrecht] zegt dan tegen Elegast dat hij een hele grote schat weet te liggen, en hij vraagt of Elegast mee gaat om die buit te maken. "Al jatten we nog meer dan die schat, de eigenaar zal het niet benadelen" zegt Karel. Als Elegast mee gaat en ze stelen die schat dan verdeeld Karel en mag Elegast als eerste kiezen. Maar Elegast wil eerst weten waar die schat ligt. Zodra hij hoort dat die schat van de Koning is wil Elegast niet meer. [Karel wil dus zich zelf beroven]. Elegast wil niet, want hij wil niet zijn eigen heer beroven. Karel wist nu dat Elegast helemaal niet zo slecht was. Karel was hier blij van en neemt zich voor om Elegast later te helpen. Karel vraagt dan aan Elegast of hij misschien nog iemand weet om te beroven. En dat is het geval, ze gaan Eggheric bestelen. Ze rijden naar Eggheric toe en onderweg zien ze een landbouw ploeg staan. Karel neemt hier snel een stuk af, wat later dienst kon doen als breek ijzer. Elegast vraagt dan aan Karel hoe ze het, het beste aan konden pakken. Maar Karel laat dat liever aan Elegast over. Ze maken een gat in de muur waar door ze naar binnen kunnen glippen. Elegast vraagt nog lachend hoe Karel aan zo'n mooi breekijzer komt, maar Karel heeft gelijk z'n smoesje klaar en volgens hem kan het er best mee door. Toen het gat af was wilde Elegast liever alleen naar binnen omdat hij wel gemerkt had dat Karel niet zo'n handige dief was. Elegast die de toverkunst machtig was, slikt een of andere groente waardoor hij de hanen en de honden kaan verstaan. Hij hoort ze zeggen dat de Koning buiten staat, Elegast schrikt zich de blubber en kruipt terug door het gat naar Karel en vertelt het hem. Karel echter verklaart hem voor gek, wat zou de koning hier nou moeten zo midden in de nacht. Maar Elegast geeft Karel ook zo'n plantje. Karel begint te spotten en maakt Elegast uit voor schijterd. Elegast wil dan het plantje terug waar Karel op sabbelt. Maar Karel zegt dat hij het plantje kwijt is, wat ook klopt want Elegast had het al uit z'n mond gejat. Elegast lacht Karel hier hartelijk voor uit. Elegast de Hans Kazan van de ridders kan nog een tover kunstje. Hij kan mensen heel diep laten slapen, terwijl hij kan stelen. Elegast gaat dan weer naar binnen om het mooie zadel van Eggheric te stelen. Als Elegast het wil wegnemen merkt Eggheric het en wordt wakker van alle mooie belletjes die aan het zadel zitten. Eggheric wilde direct z'n zwaard pakken, maar z'n vrouw hield hem tegen. Ze vraagt wat hij toch heeft, van elk geluidje werd hij al zenuwachtig. Eggheric vertelt dan z'n vrouw dat hij een slecht geweten heeft omdat hij de Koning [Karel] gaat vermoorden samen met wat ridders. Elegast die dit hoort neemt zich dan voor om dit te voorkomen. Eggheric z'n vrouw [de zus van Karel] zegt dan tegen Eggheric dat zij nog liever hem dood zag dan haar eigen broeder. Eggheric slaat z'n eigen vrouw dan om die woorden. [Tot bloedens toe]. Elegast die daar nog steeds verborgen zat, vangt wat van dat bloed op, als bewijs. Elegast steelt snel het zadel en het zwaard en gaat naar buiten, waar hij een ongeduldige Karel aantreft. Elegast geeft het zadel aan Karel en wil terug naar binnen gaan om Eggheric z'n kop te splijten. Karel die dat niet begrijpt vraagt waarom hij zo moeilijk doet en wil weten waarom. Elegast verteld dan het hele verhaal en HIER wordt het Karel allemaal duidelijk. Dit is dus de reden dat hij moest gaan stelen. [de schrijver wist toen ook al goed spanning op te wekken door een onbeantwoorde vraag pas veel later te beantwoorden]. Karel heeft toch liever niet dat Elegast naar binnen gaat en Eggheric vermoordt. Slim als Karel is vraagt hij Eggheric waarom hij toch eigenlijk naar binnen wil, waarom heeft hij dat over voor de koning. Karel wilde weg hier, hij wist waarom hij hier was en wilde z'n maatregelen gaan treffen. Maar Elegast wil Eggheric uitschakelen en zo zijn koning dienen. Karel merkte dat Elegast toch wel een goede gast was. Karel die weg wilde zei tegen Elegast dat hij morgen maar naar de koning moest gaan en het hem vertellen van die komende aanslag. Hij zou dan vast en zeker goed beloond worden. Maar Elegast zag dat niet zo zitten, dan moest hij in het hol van de Leeuw komen. Karel komt dan met een ander plan, en stelt voor dat hij het zelf wel zeggen zou, dan hoefde Elegast dat niet te doen. Ze gaan dan uit elkaar, en Karel rijd droevig naar huis. Iedereen sliep nog en de poorten stonden nog open. Toen Karel net in bed lag, werd er op de horen geblazen en iedereen stond op en werd wakker. Karel stuurde een dienaar naar de geheime raad en liet die vertellen wat hij [Karel] wist over een komende aanslag. De bijna moordenaars worden uitgenodigd om in het voorbereide en goed bewapende slot te komen. Een heleboel mannen bewaakten de poorten. Alle oproerkraaiers werden toen gevangen genomen en geïdentificeerd. Ook Eggheric werd ontmaskerd. Maar die ontkende al z'n plannen. Eggheric die deze beschuldigingen helemaal niet leuk vond, werd daar kwaad van en daagt de koning uit voor een gevecht. [eer geschaad] Dat was exact wat Karel wilde, zo kon hij mooi Elegast in het verhaal betrekken. Hij laat Elegast komen om de eer van de Koning te komen verdelen in een twee gevecht met Eggheric. Elegast die dit wel een goed plan vind komt direct. Als hij binnen komt, groet hij de koning, maar Eggheric niet omdat die ontrouw is aan z'n meester. Hij heeft de Koning dood gezworen. De koning vraagt dan Elegast te vertellen wat hij die nacht heeft gehoord. Elegast verteld dan dat hij Eggheric heeft horen zeggen dat hij de koning ging vermoorden. Elegast zegt dat hij dat zal wreken! Maar Eggheric wil niet vechten tegen een verbande dief. Ja zegt gast dat ben ik, maar ik heb nog nooit gemoord en verraden. Karel beaamt dat en vindt het zelfs nog een eer voor Eggheric dat hij nog mag vechten, in plaats van dat hij direct verhangen zou worden. Karel zorgt hierna dat alles gereed wordt gemaakt voor het gevecht. De gene die de waarheid spreekt zal winnen, en door God geholpen worden zo denkt men. [oud germaans/ heidens gedachtengoed] Karel spreekt Elegast nog toe en belooft hem dqat zodra hij wint, hij de zus van Karel krijgt. [ex van Eggheric] [Voorhoofs: vrouw wordt niets gevraagd] Die middag tussen twaalf en vier uur begon het gevecht op een vast staand stuk grond. Elegast treed als eerste het strijdperk binnen en bid daar uitvoerig tot God. Hij belooft God niet meer te roven mocht hij dit overleven. Ook bid hij tot Maria, of die misschien een goed woordje voor hem zou kunnen doen bij God. [typisch middeleeuwen] Na al dat gebid, ging hij z'n lichaamsdelen zegenen die hij in de strijd nodig zou hebben. Eggerick komt pas op het laatst binnen en bid niet tot God [duidelijk de slechterik, zo zwart wit schetste men dat in die tijd]. De strijd begint en ze strijden als bezetenen, ze stormen woest op elkaar af en Eggheric wordt daarbij uit het zadel gewipt door Elegast. Eggheric die zo een stuk slechtere positie heeft lokt Elegast van z'n paard door te zeggen dat hij ook z'n paard zal vermoorden als hij er niet af komt. Elegast is wel wijzer, maar ridderlijk als die is laat hij Eggheric weer op z'n paard klimmen. Karel die de strijd graag kort wilde houwen vond dit maar niets. De strijd ging nu woester en heviger voort dan tevoren. Karel die zeven kleuren scheet dat Elegast niet zou winnen, bad tot God en met succes. Elegast pakt z'n zwaard en geeft Eggheric zo'n genade klap dat die dood uit z'n zadel dondert. [m.b.v. God] Eggheric werd hierna opgehangen en Elegast werd beloond en in ere hersteld en kreeg Karels zus op de koop toe.

Eind Goed Al Goed.



Elegast is dus de goede ridder die de heer trouw blijft ondanks zijn vogel vrij verklaring.



Eggheric is de slechte ridder die de Koning verraad, ondanks de goede behandeling die hij van Karel kon ontvangen. (Bijvoorbeeld dat hij met de zus van de Koning getrouwd was, moest wel betekenen dat ze heel close waren).



Karel ende Elegast Analyse Het boek kan je opdelen in drie delen:

1.) Te Ingelheim = kasteel krijgt karel 3 keer de boodschap om uit stelen te gaan. D.m.v. de engel. Karel trekt er op uit.

2.) De nachtelijke tocht. Ontmoeting met Elegast = zwarte ridder, duel. Daarna gaan ze samen om diefstal uit. Elegast maakt zich bekend, Karel niet. Ze gaan stelen bij Eggheric van Egghermonde. Elegast hoort van de samenzwering en Karel ook.

3.) Duel op Ingelheim. De misdadiger wordt ontmaskerd. En de trouwe dienaar Elegast wordt beloond.



Waarom is dit Voorhoofs?

1.) Er zitten wel fantastische elementen in, maar minder fictie dan in de hoofse roman. De realistische elementen zijn meer overheersend. Er zit zelfs een historische kern van waarheid in. (Karel de Grote)

2.) Trouw/ ontrouw, De voorhoofse roman is gebaseerd op trouw, trouw aan de koning en aan God (=). (Trouw aan koning: feodaliteit leenheer - leenman)

3.) voorhoofs: Ridderdeugden zijn: moed en kracht

4.) De positie van de vrouw. Vrouw in voorhoofse roman kwam niet voor



Vele van de oudste z.g. voorhoofse ridderromans handelen over Karel de Grote, ook aan leenmannen die in strijd kwamen tegen Karel zijn romans gewijd. Bekende zijn Renout van Montalbean en de vier Heemskinderen. Het thema in de Frankische epiek is beperkt: relatie leenheer - leenman staat centraal. De feodale verhalen geven aanleiding tot voortdurende strijd. Moed, Trouw kracht bedrevenheid met speer en zwaard maken de man tot held. List op z'n tijd, Gods hulp, zwarte kunst beïnvloeden strijd. Voor culturele verfijning is nog geen plaats = voorhoofs. Ridder = krijgsman en geen hoveling. De vrouw speelt een ondergeschikte rol en wordt onhoffelijk behandeld.



Thema

Het thema van het verhaal is trouw. De trouw van Elegast aan de koning ondanks dat hij verbannen is uit zijn rijk, maar ook de ontrouw van Eggeric aan de koning.



Titelverklaring

De titel slaat natuurlijk op de hoofdpersonen van het boek Karel en Elegast.



Personage

De belangrijkste persoon in het verhaal is natuurlijk Karel. Hij is koning van een groot rijk en ontkomt net aan de dood. Hij is een round-character. Elegast is degene die Karel helpt met stelen. Hij is door Karel verbannen uit zijn rijk, maar is toch trouw aan de koning. Hij is een flat-character, maar misschien wel een type. Eggeric is het tegenovergestelde van Elegast. Hij is ontrouw aan de koning en wil een aanslag op zijn leven plegen. Ook hij is een flat-character, maar misschien wel een type.



Perspectief

Het verhaal is geschreven in een personaal perspectief, maar ook af en toe in een ik- perspec tief dan vertelt Karel het verhaal.



Tijd

De vertelde tijd is een dag en een nacht. Vanaf dat hij 's nachts uit stelen gaat tot de volgende dag als Eggeric ontmaskerd wordt. Het verhaal is chronologisch, maar er is wel sprake van tijdsverdichting tussen die nacht en de dag erop.



Ruimte

Het verhaal speelt zich af in en rond het kasteel van Karel, in het bos en bij het kasteel van Eggeric. De ruimte heeft een beeldvormende functie.



Karel ende Elegast beknopte samenvatting

In deze Frankische ridderroman wordt ons verhaald hoe koning Karel ontkomt aan de dood, doordat hij als het ware bij toeval te weten komt dat men een aanslag op zijn leven heeft voorbereid. In feite is het de gehoorzaamheid aan God, die hem het verradersplan laat ontdekken.

In de nacht voor de hofdag wordt Karel gewekt door de stem van een engel, die hem - door God daartoe gezonden - aanmaant te gaan stelen. Tot driemaal toe [driemaal duidt op goddelijke macht] moet de engel het bevel herhalen voor Karel gevolg geeft aan dit raadselachtige advies. Als hij, in harnas gestoken, uitgaat, blijken de wachters te slapen, waardoor hij onopgemerkt de burcht, die te Ingelheim aan de Rijn staat, kan verlaten.

Al rijdend, overdenkt Karel hoe hij stelen moet en tevens waar. Voor zijn geestesoog doemt een vroegere leenman, Elegast genaamd, op. Deze is verbannen van het hof om een kleinigheid en leeft nu als roofridder. Elegast zal hem zeker van raad kunnen dienen. Bovendien steelt Elegast niet bij armen. Karel wordt uit zijn overpeinzingen opgeschrikt, als hem een zwarte ridder voorbij rijdt.

Er ontstaat een gevecht, want noch de een noch de ander wil zich bekend maken.

Karel weet Elegast te overwinnen, waarop de laatste zich bekend maakt. Karel noemt zich Adelbrecht. Ze besluiten samen op roof te gaan. Elegast stelt voor bij Eggheric van Eggermonde, een zwager van Karel, te gaan stelen. Dit stuit eerst op bezwaren van Karels kant, maar het plan gaat door.

Als ze bij het kasteel zijn aangekomen, wordt de onhandigheid van Karel als rover komisch getekend:hij wil een gevonden ploegijzer als breekijzer gebruiken. Elegast, die toverkruid heeft ingenomen waardoor hij de taal der dieren verstaat, verneemt aldus dat de koning in de buurt is.

Elegast sluipt daarna het kasteel binnen en bereikt zelfs de slaap kamer van Egerick en zijn gemalin die wakker zijn geworden door de bellen van een zadel, dat Elegast wil stelen. Elegast verbergt zich onder het bed en hoort hoe Eggheric , die vóór die tijd onrustig sliep, aan zijn vrouw verteld dat de volgende dag haar broer, koning Karel, vermoord zal worden. Als zij protesteert, slaat Eggheric haar op het gelaat; Elegast toont het bewijs daarvan aan Karel: hij heeft het bloed opgevangen in zijn rechter handschoen.

Door een bede weet Elegast de echtgenoten in een vaste slaap te doen geraken. Karel begrijpt, als hij het relaas van Elegast heeft aangehoord, waarom hij door God is uitgestuurd. Zij scheiden daarop; Karel zal de koning waarschuwen, want de verbannen Elegast - die zijn metgezel nog steeds niet kent - kan dat niet doen.

Door deze nachtelijke tocht blijkt aan Karel de trouw van Elegast ondanks alles, waartegen de ontrouw van Eggheric schril afsteekt.

De volgende dag worden, als alle mannen van Eggheric binnen zijn, de verraders ontmaskerd: onder hun kleding bevinden zich vele wapens. Ontkennen helpt absoluut niet. Eggheric, die alle schuld ontkent, krijgt gelegenheid om zich te verdedigen tegen de inmiddels ontboden Elegast. Aanvankelijk weigert Eggheric, maar Elegast weet hem keurig te antwoorden als hij zegt: "Ik ben Hertog als gij." Het tweegevecht dat nu volgt, wordt door Elegast gewonnen. Het bewijs dat Eggeric schuldig is, wordt hiermee geleverd.

Elegast wordt in eer hersteld en krijgt de vrouw van Eggheric - nu weduwe - toegewezen.



"Die coninc gaffem Eggherics wijf

Sie waren tsamen al haer lijf."




Opmerking

Gebruik is gemaakt van de tekst, uitgegeven in Malmbergs Nederlandse Schoolbibliotheek, geannoteerd door Esther Hagers.

De naam Elegast wordt wel verklaard als heer der elven. Elegast bezit een aantal bovennatuurlijke krachten. De dichter is onbekend; wel kan men nagaan dat deze ridderroman van Vlaamse herkomst is.



Oefenvragen

1. Waaruit blijkt de gehoorzaamheid van Karel aan God?

2. Het tweegevecht is een germaans gebruik, dat gezien moet worden als een Godsgericht. Waarom?

3. Waaruit blijkt dat dit verhaal thuishoort in de voorhoofse epiek (weinig beschaving, ruwe handelingen)?

4. Hoe heeft de dichter in enkele woorden en handelingen Elegast en Eggeric gekarakteriseerd? Let vooral ook op tegenstellingen.



Tot zover dit Karel ende Elegast Dossier deels geschreven en geheel samengesteld door [auteur]

Bronnen:

Ø scholieren.com

Ø Aantekeningen docente Nederlands eerstegraads lerarenopleiding

Ø Mevr. Simon (docente Nederlands Stedelijke Scholengemeenschap Zutphen)

Ø Stencils uit onbekend boek, overigens zelfde tekst als uittreksel van
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen