U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Elementen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1874 en is laatst upgedate op 01/12/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3134 woorden.

A. Bibliografie



Titel: De elementen (1987-1988)



9Auteur: Harry Mulisch (1927)

Uitgave: De Bezige Bij, Amsterdam, oktober 1988, tweede druk.

Bladzijden: 154



B. Samenvatting van de inhoud



Aarde ziet men met aarde toch slechts en water met water,

Met lucht toch de stralende lucht en met vuur het verwoestende vuur;

Liefde uitsluitend met liefde en haat met de bittere haat.



EMPEDOCLES



AARDE Neem het volgende.



Stel, je hebt het hele jaar hard gewerkt en nu ben je met vakantie op het archaïsche eiland Kreta. De schrijver doet alsof hij wikt en weegt en dan pas beschikt. Hij maakt je tot directeur van een nieuw, goedlopend reclamebureau, aan de buitenkant van Amsterdam, een man van veertig, de leeftijd waarop het leven begint, met een de gebruikelijke zeven jaar jongere vrouw, Regina genaamd. Met een zoon van negen, Dick jr. en een dochter van elf, Ida. Hij brengt je voor je plezier naar Kreta, in de buurt van het oude Knossos dat meer dan drieduizend jaar geleden door en speling der natuur verwoest werd, eerst door een aardbeving en later nog eens door een vulkaanuitbarsting en een vloedgolf. Hij plaatst je tussen de toeristen en de bussen, in de hitte van zon en uitlaatgassen, om te kijken naar de opgegraven resten. Hij laat een schitterend motorjacht de haven van Ajios Nikolaos binnenvaren, de "Anything Goes". Je mag er met je vrouw en kinderen even naar toe. Alle beroemdheden zijn aan boord die op zo'n jacht thuishoren: Kissinger, Jacqueline Onassis, Herbert von Karajan, Frank Sinatra en vorst Mendelejev, die je vraagt: "Waarom leven wij, Dick?". "Om te sterven", antwoordt je. Het schip blijkt van een rijke klant te zijn voor wie je reclameteksten schrijft.

WATER Je houdt, decreteert de verteller, van diepzeeduiken. Op de laatste dag van de vakantie stuurt hij je in duikerspak de zee in. Op de bodem laat hij je een prachtig oud beeld vinden, van marmer, half man half vrouw, met borsten en een penis. Net op een moment dat hij je met je rijke buit bijna laat verdrinken,

LUCHT schept hij je doormiddel van een blusvliegtuig uit het water, zoals het een soevereine verzinner betaamt. Icarus valt weer eens uit de lucht, er sterft iemand, maar jij bent het: je valt, maar je valt langzaam, nee, je valt niet, je hangt stil: het is het vuur, dat steeds langzamer op je toekomt, zodat je zijn hitte voelt, terwijl het vliegtuig zich steeds langzamer van je verwijdert. Maar kort duurt het alleen voor wie het niet overkomt.

VUUR 'Mama!' Het rotsharde voorhoofd van een verzengde, stervende bok drukt zich tegen je aan. Dan word je omarmd door de vlammen.

QUINTESSENS

In deze epiloog is de lezer een diepgaand inzicht deelachtig geworden, iets geheims van zichzelf, net als de man die het beeld vond op de zeebodem. Het heeft iets met licht te maken, het heeft werkelijk iets van een bliksem, maar dan een onzichtbare bliksem, die, aan een onbewolkte hemel, bliksemt bij volle zonneschijn, en die je zou kunnen schrijven als: zie boven.



Aangenomen nu, dat dit allemaal zo is. Sla dan dit kleine boek dicht, Phoenix: verrijs uit je as!



Augustus 1987 - februari 1988



C. Verhaalanalyse



1. Titelverklaring: De compositie van het boek is gebaseerd op de vier elementen: respectievelijk

aarde, water, lucht en vuur. Door deze vier elementen moet de man heen alvorens te sterven.

En het 'semi-element' Quintessens, dat werd vroeger (in de middeleeuwen) gezien als het

belangrijkste element. Dus is dit verhaal een uit vijf bedrijven bestaand tragedie, volgens

traditioneel gebruik.

Het grootste deel speelt zich af op de aarde, voorgeschiedenis te weten komen, zijn toestand

gaan begrijpen. Als zijn vrouw en kinderen op een stormachtige dag de bergen ingaan, blijft

hij thuis en besluit hij te gaan duiken. Dat is het begin van zijn einde.



2. Genre: experimentele avonturenroman



3. Personages: - hoofdpersonage: Jij, Dick Bender

- bijfiguren: Regina

Dick jr.

Ida

Jij, Dick Bender ( ik ben er?), een man, 40 jaar oud (de leeftijd waarop het leven, naar men zegt, pas echt begint) en 'art director' bij een reclamebedrijf aan de rand van Amsterdam. Hij is met vrouw en twee kinderen met vakantie op Kreta. Als de tekenen niet bedriegen, en dat doen ze bij Mulisch nooit, zal de man daar, op de grens van Europa en Egypte (bestemming van de 'Anything Goes'), het dodenrijk, moeten sterven.

Wanneer hij op een zeker moment in zee zwemt, hij is een liefhebber van duiken, voelt hij zich bevrijd van de last die hem 'op aarde' bezwaart. Het gaat namelijk niet goed met hem, hij verkeert in een crisis, ook in relatie tot zijn vrouw en kinderen. Vandaar dat de verteller, wanneer de man zich in het water zo gelukkig voelt, zegt: "Natuurlijk betekent dat, hoe ongelukkig en eenzaam je bent. Er is Regina, er zijn je kinderen, je vrienden en collegae: allemaal prachtig zo lang je nog onsterfelijk was. Maar sinds enige tijd zul je sterven zoals iedereen sterft; en dat je leeft betekent niet alleen dat jij bestaat, maar dat de wereld bestaat: die wereld zal verdwijnen met je dood, en voor jou zal zij dan nooit bestaan hebben, zoals zij inmiddels voor miljarden mensen nooit bestaan heeft." Zijn huwelijk staat op springen, ze ruzieën niet eens meer. Ida wil niet met hem praten, ze begint te puberen (een pre-puber). Dick jr. legt Dick uit hoe de Griekse mythologie in elkaar steekt in plaats van andersom, dat geeft kernachtig de relatie tussen Dick Bender en zijn gezinsleden weer. Hoe verder het verhaal zich vordert, wordt duidelijker dat hij zal sterven.

Voor de rest is er van deze hoofdpersoon niet veel te zeggen; milieu, opvattingen, uiterlijk, e.d. blijven achterwege.



Regina, vrouw van Dick Bender (voor diegenen die dat nog niet wisten), zij is de gebruikelijke zeven jaren jonger dan haar man. Niet tevreden met haar maatschappelijke positie; zij had een luxueuzer leven verwacht toen zij de ambitieuze 'art director' huwde, zoals de écht geslaagden in onze samenleving.

Dick jr., de negenjarige zoon van het echtpaar Dick en Regina. Leest veel boeken over zaken als mythologie, astromie et cetera, die een ventje van 9 jaar normaliter niet leest.

Dick wil een goede relatie met hem opbouwen, een doorsnee vader-zoon-relatie, maar Dick jr. neemt hem niet eens serieus.

Ida, zuster van Dick jr. Zij is 11 jaar oud en een vroege puber, ze wil de preken van haar vader niet aanhoren en heeft vaak ruzie met hem.



4. Tijd: - Het verhaal speelt zich af in een zomer aan het eind van de twintigste eeuw.

- De vertelde tijd is ongeveer een maand.

- Het verhaal is chronologisch verteld.

- Er zijn vele flash-backs, vaak zich afspelend in Amsterdam. Vaak zijn het herinneringen

zonder een belangrijke functie.

- De sprongen in de tijd zijn niet groot, een paar dagen.



5. Vertelsituatie: - We beleven het verhaal door de ogen van Dick Bender, de hoofdpersonage.

- Er is sprake van een driehoeksverhouding tussen auteur, lezer en

hoofdpersonage: "Een experiment dat wij beiden hier met ons drieën

ondernemen", een fraaie formulering voor de verhouding tussen 'ik' en 'jij'.

Deze vorm is niet zonder risico, want het vertoont de neiging nogal gewild aan

te doen. Het almaar voorschrijvende karakter van de tekst, "je doet nu dit, je

doet nu dat", kan op den duur gaan irriteren. Ook wordt de lezer betrokken bij

het tot stand komen van de wereld van het verhaal. Degene die aangesproken

wordt is tegelijk het verhaalpersonage met wie hij zichzelf in de loop der

geschiedenis moet gaan identificeren. Nooit helemaal overigens, want Mulisch

zal ook steeds blijven benadrukken dat met 'jij' twee personen aangesproken

worden: de man in het verhaal en degene die het verhaal leest. Er kan

gesproken worden van een jij-perspectief met een auctoriale-vertelsituatie.



6. Ruimte: - Het verhaal speel zich in zijn geheel af op Kreta.

- Kreta is de belangrijke ruimte, daar gebeurt alles, geen specifieke gebouwen.



7. Opbouw: - Er is een inleiding, namelijk de eerste bladzijde. Daarin wordt de hoofdpersoon

'vastgesteld'. Deze inleiding begint met "Neem het volgende" en eindigt met "Dat is

nu dus vastgelegd"

- De hoofdpersoon heeft niet een duidelijk probleem. Hij denkt na over leven en

dood: Wat is het leven en hoe zit het in elkaar? Bestaat de wereld als je leeft en is

die wereld er niet meer als je dood bent? Dit is een beetje het probleem.

- De belangrijkste gebeurtenis in het verhaal is naar mijn mening de opschepping van

Bender uit zee door het blusvliegtuig. Dat betekent zijn sterven, het einde van het

leven van Bender, een man die leefde om te sterven.

- Het hoogtepunt is, vind ik, wanneer hij samen met de bok omarmd wordt door de

vlammenzee. Dit vind ik een mooi moment; het is zijn romantische dood.

- Het boek eindigt met een ingewikkelde epiloog, Quintessens (nieuwe spelling:

kwintessens?) genaamd. Daarin wordt Mulisch erg belerend. Hij legt uit waarom hij

de personage, en dus de lezer, heeft laten sterven. Hij kan zich niet anders

uitdrukken dan in paradoxale termen, wat begrijpelijk is waar het over

tegenstellingen als tijd en eeuwigheid, zijn en niet-zijn gaat. De hoop wordt

uitgesproken dat de lezer door het verhaal een diepgaand inzicht deelachtig is

geworden, iets geheims van zichzelf, net als de man die het beeld vond op de

zeebodem. 'De elementen' is niet alleen, wat nu even zo zou kunnen lijken, de

rechtlijnige stervensgeschiedenis van de man. De verhaalwereld is royaal

gestoffeerd met gebeurtenissen, herinneringen, dialogen, en er zijn ook allerhande

vèrstrekkende verbanden te leggen. Hij versmelt het actuele met het mythische.

Mulisch eindigt met de woorden: "Aangenomen nu, dat dit allemaal zo is. Sla dan

dit kleine boek dicht, Phoenix: verrijs uit je as!"



Thema en motieven: - Een belangrijk thema in dit boek: De wereld bestaande uit de vier

elementen verweven met liefde en haat.



D. Tekstbeleving



E. Informatie over de auteur



Leven

Harry Kurt Victor Mulisch wordt geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Over zijn eigen geboorte zegt hij: 'Op vrijdag 29 juli werd ik, negen pond zwaar, uit de Stille Oceaan opgevist. Die zelfde dag kwam de Vesuvius plotseling in verhevigde werking, maar de kranten vermeldden niet of dat kwam door mijn geboorte of door Mussolini, die ook die dag zijn verjaardag vierde'.



Mulisch is de enige zoon van Karl Victor Kurt Mulisch en Alice Schwarz. Zijn vader komt uit het toenmalige Oostenrijk-Hongarije (nu: Jablonec in Tsjechië). Na de Eerste Wereldoorlog is hij naar Nederland geëmigreerd. Zijn moeder is joods, geboren in Antwerpen. Hoewel er thuis Duits wordt gesproken, wordt hij opgevoed met Nederlands. In 1936 scheiden zijn ouders, zijn moeder verhuist naar Amsterdam en Mulisch wordt vooral opgevoed door de huishoudster Frieda Falk.



Hij gaat na de lagere school (1933-1939) naar het Christelijk Lyceum in Haarlem. Tijdens de oorlog werkt zijn vader bij de collaborerende bank Lippmann-Rosenthal&Co en in deze positie kan hij zijn zoon en ex-vrouw beschermen tegen deportatie. In zijn middelbare schooljaren raakt Mulisch in de ban van de wetenschap. Hij richt een laboratorium in voor zijn experimenten, geïnspireerd door het jeugdboek De avonturen van Bram Vingerling van Leonard Roggeveen. Deze hobby gaat ten koste van zijn schoolprestaties: hij zakt voor zijn overgangstentamen in 1944 en gaat van school. Na de oorlog wordt vader Mulisch tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege zijn baan bij Lippmann-Rosenthal & Co. Zijn moeder emigreert naar Amerika.



Mulisch' belangstelling verschuift meer en meer van de wetenschap naar de kunst. Hij tekent veel en schrijft in 1946 het verhaal Mijn kamer, dat in 1947 gepubliceerd wordt in het tijschrift Elsevier. Daarnaast begint hij met het lezen van grote schrijvers als Multatuli en Dostojevski, gaat toneelspelen en treedt op in een operette. Vanaf 1949 richt hij zich volledig op het schrijven. Zijn vader overlijdt in 1957.



In 1958 verhuist Mulisch naar Amsterdam. In datzelfde jaar wordt hij lid van de redactie van het tijdschrift Podium. Hij is ook redacteur van Randstad en tot 1990 van het bekende literaire tijdschrift De Gids. In de zestiger jaren toont hij zich sterk betrokken bij de nieuwe maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Hij voelt zich aangetrokken tot een communistische staat als het Cuba van Fidel Castro.



In 1971 trouwt Mulisch met Sjoerdje Woudenberg. Met haar krijgt hij twee kinderen. In 1992 wordt er nog een zoon geboren uit een verhouding met een nieuwe partner. Op zijn vijftigste verjaardag wordt Mulisch benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1992, bij het uitreiken van het eerste exemplaar van De ontdekking van de hemel, volgt een bevordering tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Van de gemeente Amsterdam ontvangt Mulisch de zilveren eremedaille.



Werk

Debuut: Tussen hamer en aambeeld (1952, novelle)

Genres: Poëzie, roman, novelle, kort verhaal, toneel, esssay, autobiografie, reisverslag, reportage

Bijzonderheid: Is volgens eigen zeggen schrijver geworden omdat hij in juli jarig is. Dan is iedereen met vakantie en kun je nooit trakteren op school. Uit frustratie trakteert hij nu op boeken.

Citaat: (Over de publicatie van zijn eerste verhaal) 'Toen ik de krant opensloeg en het zag staan, wist ik: dit is het. Alles wat er verder in de krant stond, werd overstraald door het licht dat ik toen zag, en ook alles in alle andere kranten en boeken waar ook ter wereld, te land, ter zee of in de lucht, - ik keek naar mijn naam als naar de opkomende, zij het voorhands verkeerd gespelde zon, die sterren en planeten deed verbleken.' (Mijn getijdenboek 1975)

Recent werk: De Oer-aanslag (1996, fascimile-uitgave van het manuscript), Zielespiegel. Bij wijze van catalogus (1997, catalogus), Het zevende land (1998, essays), De procedure (1998, roman), Het theater, de brief en de waarheid (2000, Boekenweekgeschenk)



Het werk van Mulisch vertoont ondanks zijn omvang en variatie toch een duidelijke samenhang. Zijn afzonderlijke boeken vormen als het ware bouwstenen voor een coherent geheel. In zijn essaybundel Voer voor psychologen (1961) formuleert hij zijn opvatting over het schrijverschap: 'Het oeuvre van een schrijver is, of behoort te zijn, een totaliteit, één groot organisme, waarin elk onderdeel met alle andere verbonden is door ontelbare draden, zenuwen, spieren, strengen, en kanalen (…), raakt men het ergens aan, ergens anders reageert het'.



Er is een ontwikkeling aan te geven binnen dit omvangrijke oeuvre. In de beginperiode wordt in de boeken het alledaagse verbonden met magische en mythologische elementen. Mulisch heeft in deze periode een intense belangstelling voor occulte en alchemistische opvattingen. Dit brengt voor de schrijver een aantal vertelkarakteristieken met zich mee als getallensymboliek, naamsymboliek, synesthesie, paradox.



In de periode die volgt wordt het aspect van vernietiging, dat in de eerste periode zijn aanzet vond, uitvergroot. Personages klimmen tot op grote hoogte maar het einde van het verhaal betekent ook voor hen het noodlot. De geschiedenis en de Griekse mythologie worden vermengd, toch lopen realiteit en fictie meer door elkaar dan in vroeger werk.



In zijn latere werk komt de realiteit meer op de voorgrond te staan. De persoon van de schrijver zelf en zijn maatschappelijke betrokkenheid staan centraal. In deze periode schrijft hij uitsluitend non-fictie: essays als De zaak 40/61 (1962) over het proces tegen oorlogsmisdadiger Eichmann.



In de laatste fase van zijn werk keert Mulisch in zijn thema's weer terug bij de verbeelding, hoewel de persoon van de schrijver en zijn literaire werk regelmatig prominent aanwezig zijn. Opvallend hierin is de opkomst van Mulisch als dichter. Van 1973 tot 1978 publiceert hij maar liefst zes dichtbundels. In zijn proza valt op dat zijn schrijfstijl beheerster, strakker wordt. Hij lijkt zich bewust te richten op de verwerking van antieke mythen.



Over al zijn werk kan gezegd worden dat het wordt gedomineerd door een magisch -mythische levensfilosofie. Zijn romans zijn niet realistisch in de traditionele zin van het woord. Veelal zijn de verhalen in eerste instantie heel werkelijk en vertonen ze naar verloop van tijd steeds meer fictionele trekken. Veel van zijn werk heeft autobiografische trekken maar het is altijd verweven met fictie.



Thema's die terugkomen zijn de relatie tussen het alledaagse en het goddelijke en de Oedipus-mythe. Ook kan het thema van de vraag naar schuld en verantwoordelijkheid nog genoemd worden. Meestal wordt dit behandeld in relatie tot het onderwerp waarvoor in Mulisch' werk een belangrijke centrale positie is weggelegd: de Tweede Wereldoorlog.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen