Boekverslag : Roddy Doyle - The Woman Who Walked Into Doors
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1954 woorden.

Zakelijke gegevens

Titel: The woman who walked into doors

Auteur: Roddy Doyle

Uitgever: Jonathan Cape, London

Jaar van uitgave: 1996

Aantal bladzijden: 226



Eerste Reactie

Ik was al eens eerder in een boek van Roddy Doyle begonnen, maar dat sprak me absoluut niet aan. Toen werd mij dit boek aangeraden.

Het lag mij veel beter, al was het in het begin wat verwarrend. Ik heb het met plezier gelezen, al waren een aantal delen best schokkend. Het is aangrijpend om te lezen hoe een vrouw wordt mishandeld.



Samenvatting

Het boek gaat over de negenendertig jarige Paula Spencer, getrouwd en moeder van vier kinderen; Nicole (18), John Paul (16, Leanne (12) en Jack (5).

Het verhaal begint wanneer een bewaker aan de deur komt om te zeggen dat haar man is overleden. Hij is doodgeschoten nadat hij bij een gijzeling een vrouw had vermoord. Paula had haar man een jaar geleden het huis uitgezet, hij mishandelde haar.

Sinds zijn vertrek zorgt Paula de kinderen, behalve voor John Paul, die is het huis uit, waarschijnlijk aan

drugs verslaafd. Ze heeft al lang niets meer van hem gehoord.

Paula is verslaafd aan alcohol, maar wil eigenlijk niet meer drinken waar haar kinderen bij zijn. Voor kleine Jack zet ze de drank elke dag achter slot en grendel en gooit de sleutel in de achtertuin. Als hij dan ’s avonds eindelijk in bed ligt gaat ze op zoek naar de sleutel, ze draait bijna door als ze nog even moet wachten, maar ze houdt het vol. Als ze eenmaal de drank heeft is alles weer goed.

Overdag werkt ze bij een schoonmaak bedrijf, ze hebben maar weinig geld.



Vroeger hadden ze het thuis ook niet breed. Paula kwam uit een groot gezin, drie zussen en drie broers. Ze groeide op in een buurt waar je of een ‘tight bitch’ was of een ‘slut’. Paula was de laatste, trotst vertelt ze over alle jongens waarmee ze wat had.

Met haar oudste zus Carmel heeft ze vaak ruzies wanneer ze het over vroeger hebben. Carmel maakte alle verhalen veel erger dan ze waren, doet alsof ze een vreselijk jeugd gehad hadden.



Paula ontmoette Carlo voor het eerst op een feestje. Ze was ontzettend trots dat hij haar leuk vond.

‘I stopped being a slut the minute Carlo Spencer danced with me. I’ll never forget it. People looked at me and saw someone different.’

Haar ouders waren minder blij met Carlo. Hij en haar vader haatten elkaar vanaf de eerste ontmoeting. Toen ze trouwden was Paula blij dat ze eindlijk weg kon bij haar familie. Het moest een geweldige dag worden. Carlo’s familie trok alle aandacht, ze zongen en dansten. Paula was die dag erg gelukkig, blij dat ze niet langer O’Leary zou heten maar voortaan Spencer.

Ze gingen een week op huwelijksreis naar Courttouwn. Het was heerlijk, ze brachten bijna de hele week in bed door, dolgelukkig met elkaar en hun nieuwe leven.



Terug in Dublin woonden ze in een kleine flat. Paula werd zwanger en al gauw maakten ze plannen om een eigen huis te zoeken als de baby er zou zijn. Carlo wilde graag een kind, hij was trots dat ze meteen zwanger werd.

Maar de zwangerschap zelf vond hij maar niks. Het duurde dan ook niet lang of hij kwam ’s avonds later thuis, ging eerst nog de kroeg in. Toen op een avond sloeg hij haar voor het eerst.

‘He hit me. He sent me across the kitchen and I hit the sink and fell.’

Als ze wakker wordt nadat ze is flauw gevallen zegt Carlo dat ze is gevallen.



Vanaf die dag sloeg hij haar regelmatig in elkaar. Hij mishandelde haar vreselijk als hem iets niet beviel. Als zijn ei te zacht gekookt was, als ze iets verkeerd zei, als hij er zin in had.

Gebroken neus, losse tanden, gekneusde ribben, blauwe ogen. Hij stompte, schopte, duwde, verkrachtte en verbrandde haar.

‘He killed all of me. Bruised, burnt and broken. Bewitched, bothered and bewildered. Seventeen years of it. He never gave up.’

Hij legde stapels geld voor haar nues, liet haar eerst fantaseren wat ze er allemaal mee zou kunnen doen en stak het dan in brand.



Keer op keer moest ze naar het ziekenhuis na een afranseling, maar niemand zag het. Ze snakte naar iemand die haar zou redden. Naar iemand die het vroeg, dan zou ze alles kunnen vertellen.

‘Ask me ask me ask me. Broken nose, loose teeht, cracked ribs. Ask me.’

‘No one asked me. I was fine, I was grand. I fell down the stairs, I walked into doors.



Paula wilde vaak weg van haar man, maar ze deed het nooit omdat ze voor de kinderen moest blijven. Bovendien dreigde hij om haar te vermoorden als ze zou weggaat, en de kinderen ook. Alles wat ze nog deed was voor haar kinderen, voor hen stond ze ’s ochtends nog op.

Maar Carlo zei ook altijd dat hij niet zonder haar kon. En ze geloofd het, ze wist dat hij van haar hield

Soms hield ze zelfs nog van hem. Al leefde ze in een hel, al had ze een baby door de mishandeling verloren. Zelfs na zijn dood mist ze hem.



Toen hij op een ochtend de keuken binnen kwam zag Paula hoe Carlo Nicole aan stond te kijken. Ze zag de haat in zijn gezicht. ‘He wanted to ruin her, to kill her. His own daughter.’

Nicole merkte het ook en werd bang. Paul werd woedend, pakte de frietpan en sloeg hem daarmee bewusteloos. Ze schopte en sloeg hem, trok aan zijn haren, sleurde hem de gang door. Uiteindelijk kreeg ze hem naar buiten. Ze maakte hem duidlijk dat hij nooit meer hoefde terug te komen.

Toen sloeg de angst toe. Hij zou haar nu zeker gaan vermoorden.



Maar hij kwam niet terug.

Paula wist dat ze eindelijk iets goeds had gedaan.



Verhaaltechniek

Roddy Doyle schrijft op een hele eenvoudige manier. Korte zinnen, geen moeilijk taalgebruik. De dialogen zijn geschreven in het Iers, wat soms een beetje lastig is. Zijn stijl is mooi voor het boek. Het benadrukt dat de vrouw niet echt ontwikkeld is, het laat zien hoe zij denkt. Het is dus verteld vanuit de ik-persoon, Paula.

Wat erg typerend is zijn de herhalingen. In het begin krijg je een aantal stukken tekst, die je later nog vaker tegen komt. Ook kleine zinnetjes worden veel herhaald, dat benadrukt dat het om de gedachtewereld van een persoon gaat.

Het verhaal speelt zich grotendeels af in de hoofdstad van Ierland, Dublin. Ik kan niet precies zeggen wanneer het zich afspeelt, maar het kan niet lang geleden zijn.

‘I miss the 80s. I haven’t a clue....... What did I do in the 80s? I walked into doors.’

Gedurende de jaren tachtig werd ze dus al mishandeld. En dat heeft zo’n 17 jaar lang geduurd.

Doyle vertelt het verhaal niet in chronologische volgorde. Het zijn de herinneringen van Paula, maar die verteld ze in een andere volgorde. Het boek begint eigenlijk met een hele late gebeurtenis. Dan gaat ze terug naar haar jeugd en van daaruit door naar het huwelijk. Langzaam krijg je een compleet beeld door al die kleine stukjes.



Thematiek

In dit boek staat mishandeling centraal. Je kijkt door de ogen van een vrouw die gruwelijk wordt mishandeld door haar man. Niet in het hele boek is daar sprake van, pas later in het verhaal krijg je hier mee te maken. Het boek laat zien hoe sterk deze vrouw is. Ze wil haar kinderen niks ontnemen, ze kunnen niet zonder haar. Wat haar er misschien wel in leven heeft gehouden is de drank. Door alle problemen met haar man is ze behoorlijk verslaafd geraakt. Maar ook dat heeft ze onder controle omdat ze voor haar kinderen wil zorgen. Haar liefde voor hen is het allerbelangrijkste.

De titel hangt nauw samen met de mishandeling. Bij de dokter vertelde ze vaak dat ze tegen een deur op was gelopen, als ze weer in elkaar was geslagen. Zo wordt ze door de jaren heen ‘The woman who walked into doors’.



De auteur

Roddy Doyle werd geboren in 1958 in Dublin, als de tweede van vier kinderen. Na Engels en aardrijkskunde gestudeerd te hebben gaf hij in deze vakken veertien jaar lang les op een basisschool.

In derde jaar van lesgeven begon Doyle serieus met schrijven. The Commitment, het eerste deel van de Barrytown trilogie, werd uitgegeven in 1987. Waarna The snapper (1990) en The van (1991) volgden. Het zijn alledrie komedies ‘about the glue that holds families together’. Zijn twee volgende boeken zijn tragedies waarin de hoofdpersonen hungezin bij elkaar proberen te houden: voor Paddy Clark Ha Ha Ha (1993) kreeg hij de Booker Prize, en in 1996 bracht hij The Woman Who Walked Into Doors uit.

Al zijn romans kennen een typisch Ierse achtergrond, stijl, stemming en bewoording.



Beoordeling

I have read ‘The Woman Who Walked Into Doors’ and I am very impressed. Never had I read a book about a woman being battered. It scared me sometimes to read about all the things he did to her. I became almost nauseous at some parts. You know the writer has made the story up, but in real live it happens all the time. There must be so many women who are beaten every day, who have to live in the same nightmare. That’s scary about it.

Paula became a real person, I almost felt as if she was speaking to me when I was reading. Roddy Doyle has done a great job in making this character. You wouldn’t believe a man has written it. Paula has a realness and honesty that almost can’t be invented, it’s hard to believe that she is fictional. It’s just her. Doyle has disappeared, and she has become alive as a human being.

I admire how she carry’s on with her life, because every particle of self-esteem must have been beaten out of her. It must be very hard to find something to keep living for. A reason to fight against all.

During the whole book I felt this battle inside of Paula. First she says one thing and then she says another. First she says there were no good times, no good memories, then she talks very passionately about her little boy Jack. I think she is full of contradictions. I find her sometimes unpredictable. Her husband beats her up, but she knows he loves her. Some of those things I didn’t understand.

In this book alcoholism isn’t as important as I expected it to be. You know Paulo is addicted, but that’s not the only thing she is.

The story is tragic, a few times I felt so powerless. Like I felt her inability to change things, I think in a feeling of solidarity.

But there wasn’t only hurt and sorrow in the book. Roddy Doyle is also using humour. Especially in the beginning I had to laugh out loud sometimes. And Carlo was not always that bad. When he and Paula met I thought he was charming and nice, even I already knew he would beat her up later on.

I read the book with no difficulties. His use of language is pretty understandable. I liked the way he repeated some parts of the story, it felt like a poet.

I would recommend this book to everyone who wants to read a story that is true to live. It gives you a complete description of a woman being battered. A very impressive and moving story.





Bronvermelding



Internet



www.salon.com

www.internetcollege.nl

www.brittanica.com

www.metroactive.com

www.barnesandnoble.com

www.schrijversnet.nl/nachtkastje/dorrestein.nl



Krant



De standaard

17 mei 1996

‘Scènes uit een huwelijksleven’
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen