U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Paul Van Loon - Gezicht In De Mist.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1734 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1125 woorden.

Auteur

Paul van Loon



Eerste druk

1998



ISBN

9001 55064 9



Beschrijving hoofdpersonen

Kiezel: hoofdpersoon, hij is eerst onzeker. Later krijgt hij zelfvertrouwen. Hij is onafscheidelijk van zijn fluit. Die fluit kon gele mannetjes wegtoveren en hem in een trance brengen. Kiezel lijkt op een albino, behalve dat hij geen rode ogen heeft. Het is duidelijk dat hij niet een normaal mens is, maar daar moet hij wel zelf achter komen.

Korg: een man die Kiezel dood wil. Hij is een menselijk roofdier.

Cyril Cobrahm: sekteleider, Kiezel komt er even later achter dat hij een demon is. Hij is 100% gemeen.

Jessie: de vriendin van Kiezel. Ze snapt niet veel van zichzelf. Zij is de enige van de hier beschreven figuren die niet mysterieus is.



Korte inhoud

Kiezel speelde weer eens op zijn fluit waardoor hij in een trance raakte. Hij zag dingen die er niet waren, maar nu was er iets anders: hij zag een wazig gezicht, dat hem iets duidelijk wilde maken. Vervolgens kwam Korg in een auto aanrijden. Hij noemde Kiezel Sjamaan, en wilde hem vermoorden. Na een gevecht kwam Armando, de vader van Kiezel, aanrennen. Hij jaagde Korg, ondanks zijn ziekte, weg. Kiezel zat onder het bloed. Armando werd boos op Korg, en Korg zei dat hij Kiezel in elkaar geramd zag worden, en dat hij hem redde. Armando wist dat hij loog, maar hij deed niets. Toen Armando, die eigenlijk niet de echte vader van Kiezel was, dood was, kwam Korg weer. Kiezel heeft hem tijdelijk in de kelder kunnen opsluiten. Op de vlucht naar de stad kwam hij een man tegen waarvan de helft van zijn gezicht bedekt was met een zwarte vlek. Hij bood hem een lift aan. Ondertussen was Jessie van huis weggerend omdat Steven, die van haar moeder een junkie had gemaakt, haar probeerde te verkrachten. Ze wilde Alfred zoeken. Alfred was de broer van Jessie, die in de Cobrahm sekte terechtgekomen was. Ze stal wat geld van haar zwangere moeder, en vertrok. Ze ging naar de metro en stapte daar in de metro. In de stad, waar Jessie woonde, aangekomen wist Kiezel niet wat hij moest doen. Het was te druk voor hem en al snel werd hij door een Junkie mee gelokt en werd hem in een vervallen huis cocaïne ingespoten. Kiezel wist hier niets van en was hen dankbaar. De man waarvan hij cocaïne kreeg zei: “Ik ben ‘De Vriend’. Je kan iedere keer van mij je medicijn krijgen. Als je me helpt, krijg je wat extra”. Jessie was uiteindelijk in het centrum van de stad terechtgekomen. Ze zocht naar een pension. Ze vond onderdak bij mevrouw Regenbaum. De volgende dag ging ze op zoek naar Alfred. Ze vroeg aan veel leden van de Cobrahm sekte of ze wisten waar Alfred was. Het enige dat ze antwoordden was: ‘Cobrahm is groot, Cobrahm straalt.’ Daarna kocht ze nieuwe kleren en kreeg een nieuw kapsel. Daarna ging ze naar het museum. Ze zag een beeld van de Minotaurus, en ze zag spulletjes van sjamanen. Sjamanen zijn geestbezweerders, stond erbij. Even later zag ze de man met de vlek die tegen haar zei: “Ga naar het station, daar is iemand die je nodig heeft.” Jessie wist niet waarom, maar toch ging ze naar het station. Ze zag er Kiezel, die Junkie geworden was en mooi op zijn fluit speelde. Kiezel was in trance. Hij zag veel mooie dingen. Later zag hij lelijke, enge dingen op zich afkomen. Zijn fluitspel werd lelijk, maar Kiezel kon onder de invloed van drugs niet stoppen. Later sloeg Jessie de fluit uit de handen van Kiezel, en hij was terug. Jessie zag Steven. Kiezel wilde naar hem toe om medicijn te halen. Later kwam Korg, en praatte met Steven. Nu wilde Kiezel met Jessie mee vluchtten. Later hielp Jessie Kiezel afkicken. Na een maand of zo vertelde Kiezel dat Korg hem sjamaan noemde. Jessie nam hem mee naar het museum. Kiezel begreep er niets van. Bij het kijken naar de instrumenten werd hij duizelig, en viel flauw. Drie mensen van de Cobrahm sekte belden aan bij mevrouw Regenbaum. Een ervan is Alfred, hij herkende Jessie niet. De sekte leden sloegen mevrouw Regenbaum neer en ontvoerden Jessie. Kiezel werd door een Junkie mee geleid omdat hij zei dat hij wist waar Jessie is. In de metro zag Kiezel weer het vage gezicht. Door het Junkie werd Kiezel in de handen van Steven geleid. Steven gaf het Junkie drugs en bond Kiezel aan een stoel vast. Daarna ging hij Korg bellen. De moeder van Jessie liet Kiezel ontsnappen. Daarna reed een auto langs de deur waarin de man met de vlek zat. Hij nam Kiezel mee en legde hem uit hoe hij geesten kon bezweren. Hij speelde zijn fluit en ging naar het land van de doden. Daar zag hij zijn echte vader, die ook sjamaan was. Zijn echte vader gaf hem een zwaard. Daarna ging hij weer terug naar de materiële wereld. Hij ging naar het labyrint van Cobrahm, die eerder in het lichaam van Hitler zat, en toen lichamelijk verslagen werd door iemand, maar waarbij zijn geest bleef bestaan en in Cobrahm ging. Voor de ingang van een vervallen pand werd Kiezel uit de auto gezet. Hij stapte door de deur en liep naar de plek waar Cobrahm was. Daar zag hij dat Cobrahm de geest uit Jessie had gezogen, want demonen hebben geesten nodig om machtiger te worden en om te eten. Kiezel speelt de fluit en jaagt Cobrahm uit zijn lichaam. Daarna gaat hij achter hem aan. Zijn fluit veranderde in het zwaard en Cobrahm in een slang. Gif viel op een arm en een been van Kiezel deze losten op. Kiezel versloeg Cobrahm en kon Jessie nog net redden. Daarna was hij voor de rest van zijn leven verlamd aan zijn arm en zijn been, en voor de rest van zijn leven verliefd met Jessie.



Verklaring titel

Het gezicht in de mist waarschuwde Kiezel voor onraad, het bleek zijn echtte vader te zijn.



Informatie over de schrijver

Dit boek is het eerste boek van Paul van Loon dat niet voor kinderen geschreven is. Hij is erg populair bij de jongeren. Toen hij een keer signeerde was er een rij kinderen van meer dan honderd meter lang. Paul van Loon heeft een opleiding voor tekenaar, maar niet voor schrijver. Bij zijn plaatjes begon hij steeds meer tekst te zetten. Paul van Loon is geboren op1955 in Geleen. Zijn kinderboeken zijn vaak ook door ouderen te lezen, omdat er kleine grappen in voorkomen. Bijvoorbeeld noemt hij iemand: ‘P. Onnoval’ (met de letters van P. van Loon).



Mijn mening

Het is een boek dat je snel achter elkaar uit leest. Het boek is mooi geschreven. Ook al lijkt de korte inhoud saai, is het boek erg interessant.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen