Boekverslag : Mensje Francina Van Der Steen - Een Korte Roman
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1659 woorden.

Een korte roman

Arbeiderspers, Amsterdam (1972)



Titelverklaring:



In de zomerperiode reist de hoofdfiguur, Bleeker, naar Amsterdam om te ontsnappen aan zijn uitzichtloze bestaan in Den Haag. De ondertitel slaat op de kleine hoeveelheid pagina’s die de roman telt (slechts 64 pagina’s).



De auteur:



Mensje Francina van der Steen wordt geboren op 10 juni 1946 in Den Haag. Na de HBS volgt ze de MMS die door nonnen geleid wordt. Na een één jaar durend verblijf in Engeland, gaat ze aan de Academie voor Beeldende kunsten studeren. In 1967 trouwt ze met Ton van Keulen. Twee jaar later schrijft ze haar eerste korte verhaal, Een bruiloft. Haar debuutroman Bleekers zomer verschijnt in 1972. In datzelfde jaar publiceert ze de verhalenbundel Allemaal tranen. In 1980 schrijft ze onder het pseudoniem Josien Meloen de gedichtenbundel Uit de oude poepdoos. In 1985 krijgt ze de Zilveren Griffel voor het kinderboek Tommie Station en in 1991 mag ze de Nienke van Hichtemprijs in ontvangst nemen.



Overig werk:



Pension (1974), Overspel (1982), De ketting (1983), Engelbert (1987), Van Aap tot Zet (1990), Geheime dame (1992, belevenissen met Maartje ‘t Hart), De rode strik (1994), Pas op voor Bez (1996) en Olifanten op web (1997).



Literaire stroming:



Moderne Nederlandse literatuur met kenmerken van het neo-realisme (de hoofdfiguur Bleeker ziet geen kans aan zijn zinloze bestaan te ontsnappen).



Genre:



Psychologische roman.



Samenvatting:



Willem Bleeker eet met zijn gezin aan tafel. Hij denkt aan zijn jeugd. Hij merkt dat hij last heeft van verstoppingen, maar een toiletbezoek geeft geen resultaat. ’s Avonds hangt hij met zijn vrouw Adrie voor de TV. De volgende ochtend ontbijten ze laat. Bleeker haast zich, maar komt ruim een kwartier te laat op zijn kantoor. Hij besluit eerst naar het toilet te gaan. Op het toilet treft hij een emmer sop aan. Hij voelt de drang in zich opkomen om de emmer omver te schoppen, maar hij doet het niet. Bleeker krijgt een opdracht, maar verprutst die. Hij moet zich bij zijn chef verantwoorden. Als Bleeker zijn chef ziet eten, voelt hij een enorme afkeer van hem. Bleeker brengt opnieuw een bezoek aan het toilet. Opnieuw wil hij de emmer sop omschoppen. Hij doet het toch maar niet. Na het toiletbezoek loopt Bleeker naar het Zuiderpark. Hij vindt er een bankje en valt in slaap. Hij droomt over zijn jeugdvriend Gerrie uit Amsterdam. Als Bleeker wakker wordt, besluit hij naar Amsterdam te gaan. Hij stapt in de trein en merkt op dat de mensen vandaag erg vrolijk zijn.



In Amsterdam aangekomen, koopt hij op de Dam een ijsje. Hij brengt een bezoek aan zijn tante Daatje en haar dochter Marietje. Daatje ontvangt hem enthousiast en maakt voor hem een uitsmijter. Ze praat honderduit. Bleeker mag bij haar blijven slapen. Hij kan de slaap moeilijk vatten. Het is lawaaiig op straat en het hoofdkussen voelt ruw aan. Bleeker knoopt zijn overhemd om het kussen. Als hij gaat liggen, heeft hij last van de manchetknopen die aan zijn overhemd zitten. Hij trekt ze eraf. De volgende dag gaat Bleeker naar zijn ouderlijk huis. Hij bezoekt de moeder van Gerrie, die in dezelfde straat woont. Ze vertelt hem dat Gerrie in antiek en klokken handelt. Bleeker gaat naar de winkel van Gerrie, maar treft hem niet thuis. Van een negerin hoort Bleeker dat Gerrie aan het flipperen is. Bleeker besluit te wachten tot zijn vriend terug komt.



Gerrie is bij thuiskomst blij verrast zijn vriend Bleeker weer te zien. Ze roken samen een sigaar en halen jeugdherinneringen op. Bleeker voelt zich gelukkig en vraagt zich af waar het mis is gegaan in zijn leven. Gerrie vertelt over zijn huiduitslag. Hij dacht eerst dat hij een geslachtsziekte had opgelopen. De huiduitslag bleek echter te worden veroorzaakt door de terpentine waarmee hij de lijsten schoonmaakt. Ze besluiten samen een bezoek te brengen aan tante Daatje. Gerrie probeert spullen van Daatje te kopen, maar volgens Daatje hebben al haar bezittingen emotionele en historische waarde. Gerrie en Bleeker bezoeken een aantal kroegen op de Zeedijk. Bleeker is ziek van alle alcohol. Hij gaat naar buiten en geeft tegen een boom over. Terug in het café vertelt hij sterke verhalen aan Piet Kabeljauw, Barendje en porno-Jantje. Bleeker zit naast de hoer Annie. Ze neemt hem mee naar huis, maar Bleeker is moe en wil alleen maar slapen.



Na een onrustige nacht ziet Bleeker dat haar gezicht er als een pleister uitziet. Hij vermoedt dat ze al minstens vijftig jaar oud is. Bleeker voelt zich belabberd. Hij heeft hoofdpijn, buikpijn en last van een maagzweer. Bovendien voelt hij zich vies. Hij besluit weer naar Gerrie te gaan. Gerrie stelt Bleeker voor om bij hem klokjes te gaan schilderen. Bleeker accepteert het aanbod van zijn vriend. Gerrie legt hem uit hoe hij te werk moet gaan. Tijdens het eten merkt Bleeker op dat hij weer last van verstopping heeft. Gerrie vindt dat hij zich aanstelt. Hij nodigt Bleeker uit om met hem naar Zandvoort mee te gaan. Bleeker slaat het aanbod af en stort zich op zijn werk. Achteraf heeft hij daar spijt van. Uit frustratie koopt hij laxeerchocolade en puddingtompoezen. ’s Avonds wil hij zijn vrouw Adrie bellen. Maar in plaats daarvan gaat hij verder met het schilderen van de klokken. Bleeker besluit te wachten tot Gerrie weer thuiskomt. Hij valt in slaap. Plotseling schrikt hij op. Er wordt op het raam van de winkel geklopt. Bleeker opent de deur en ziet Piet Kabeljauw op de stoep staan. Hij wil Gerrie spreken. Bleeker legt hem uit dat Gerrie er niet is en belooft hem de boodschap van Piet Kabeljauw door te geven. Als Piet Kabeljauw weer weg is, eet Bleeker een tompoes. Om één uur besluit hij toch zijn vrouw te bellen. Op het moment dat ze de telefoon opneemt, verbreekt hij de verbinding.



De volgende dag praat Bleeker met Marietje. Na een tocht met de rondvaartboot maken ze een afspraak. Bleeker stuurt zijn zoon Peter een ansichtkaart. Daarna belt hij Gerrie. Hij vertelt hem van Piet Kabeljauw en Gerrie komt Bleeker ophalen. Na een wilde rit in de IJ-tunnel, parkeert Gerrie zijn auto tussen de weilanden. Hij wil dat Bleeker in geval van nood vertelt dat hij (Gerrie) de voorgaande nacht om elf uur in bed lag.



Bleeker en Gerrie zijn uitgenodigd voor een feestje bij KC. Bleeker besluit vanavond maar geen alcohol te drinken. Barendje en KC loten over wie als eerste met de dronken Coba naar bed mag. Bleeker voelt zich niet goed en gaat naar de keuken. Hij drinkt een glas wijn en denkt aan zijn leven met Adrie. Hij beseft dat hij maar een gewone familieman is. Hij valt in slaap en wordt later door Barendje gewekt. Hij vraagt of Bleeker met hem meegaat naar Scheveningen. Onderweg vertelt Barendje over zijn werk. In Barendje’s huis valt Bleeker weer in slaap. Om kwart over zes wordt hij wakker. Hij verlaat het huis en wandelt over de boulevard. Als hij de zee ziet, overweegt hij zelfmoord te plegen. Hij beseft dat hij hier te laf voor is. De immense zee geeft hem een gevoel van nietigheid. Bleeker besluit weer naar Den Haag te gaan. Hij neemt de tram en merkt op dat de mensen niet vrolijk zijn. Als hij thuiskomt, ontdekt hij dat de deur niet op het nachtslot zit. Hij opent de deur en treft zijn vrouw in bed aan. Hun zoon Peter zit bij haar. Adrie kijkt Bleeker aan, maar zegt niets. Het leven gaat daarna weer gewoon verder. Bleeker is moe en wil niet met Adrie mee naar haar moeder. Als ze de kamer verlaat, voelt hij de drang om aan de deurknop te voelen. Hij blijft echter in bed liggen. Hij verbeeldt zich dat zijn vrouw en zoon achter de deur staan en hem uitlachen.



Tijd en tijdvolgorde:



De gebeurtenissen spelen zich af in de jaren ’70. De vertelde tijd beslaat ongeveer vijf dagen (van dinsdagavond tot zondagmorgen). De gebeurtenissen worden chronologisch verteld.



Plaats/ruimte:



Bleeker woont in Den Haag. Hij vlucht naar Amsterdam om zichzelf te leren kennen, maar keert al na enkele dagen weer terug naar Den Haag. De gebeurtenissen in Amsterdam vinden plaats in Gerrie’s winkel, het huis van tante Daatje, kroegen op de Zeedijk en de woonruimte van KC. In Den Haag vinden de gebeurtenissen in het huis van de familie Bleeker, op het kantoor waar Bleeker werkt en in het Zuiderpark plaats.



Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:



Willem Bleeker:



Bleeker is een man van zo’n 30 jaar. Hij is niet tevreden over zijn werk als kantoorbediende en zijn huwelijk met Adrie. Om zijn leven te ontvluchten, reist hij naar Amsterdam. Daar beseft hij dat ontsnapping niet mogelijk is. Hij keert weer terug naar Den Haag en zijn oude, vertrouwde leven als familieman. Bleeker is een rond karakter.



Adrie Bleeker:



Adrie is een burgerlijke vrouw. Ze leeft volgens een vast patroon. Als haar man uit Amsterdam terugkeert, reageert ze niet. Ze wil het hele voorval gewoon vergeten. Adrie is een vlak karakter.



Gerrie Fontijn:



Gerrie is handelaar in antiek en klokken. Hij heeft een eigen winkel. Gerrie is een vlak karakter.



Tante Daatje:



Tante Daatje woont in Amsterdam. Ze is een beetje gek, maar zeer hartelijk. Daatje is een vlak karakter.



De volgende verhaalfiguren zijn typen, omdat ze een bepaald karakter in de maatschappij vertegenwoordigen:



Piet Kabeljauw (het louche type), KC (de eeuwige student), Barendje, porno-Jantje, Annie (de hoer), Coba (dronken slet).



Onderlinge relaties:



Willem Bleeker is getrouwd met Adrie. Ze hebben een zoon, genaamd Peter. Gerrie Fontijn is een oude jeugdvriend van Bleeker. Daatje is een tante van Bleeker. Zij heeft een twintigjarige dochter, Marietje.



Geloofwaardigheid van het verhaal:



….



Thematiek:



Vlucht uit het alledaagse leven:



Bleeker voelt zich niet gelukkig in Den Haag. Hij besluit aan zijn dagelijkse sleur te ontsnappen, door naar Amsterdam te gaan. In Amsterdam beseft hij dat vluchten niet mogelijk is. Hij keert dan ook weer terug naar Den Haag.



Motto:



Geen.



Taalgebruik:



Het taalgebruik is kort en zakelijk. De gebeurtenissen worden gedetailleerd beschreven, waardoor het boek zich makkelijk laat lezen.



Opdracht:



Geen.



Vertelsituatie:



Auctoriale vertelinstantie.



Perspectief:



Hij-perspectief.



Verhaalopbouw:



Bleekers zomer is opgebouwd uit 38 delen, die van elkaar gescheiden worden door witregels. Ondanks de kleine hoeveelheid pagina’s, kan het boek geen novelle genoemd worden.



Eigen mening:



…..



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen