U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anoniem, - Mariken Van Nieumeghen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=6796 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1522 woorden.

?, Mariken van Nieumeghen






Bibliografie





Gebruikte uitgave: Malmberg’s Nederlandse Schoolbibliotheek (geannoteerd door G.

Knuvelder)





De volledige titel luidt oorspronkelijk: Die waerachtige ende een seer wonderlijcke

historie van Mariken van Nieumeghen die meer dan seven jaren metten duvel woende ende

verkeerde.





Het stuk bestaat uit 1143 versregels, die regelmatig worden afgewisseld met kleine

stukken proza. In de prozagedeeltes wordt kort de inhoud weergegeven van de

poëziefragmenten die volgen.





De oudst bekende druk is van het jaar 1515.







Inhoud





Mariken gaat voor haar oom winkelen in Nijmegen. Wanneer ze klaar is, is het al donker

en probeert ze een slaapplaats te krijgen bij haar tante. Deze scheldt haar zo ontzettend

uit dat Mariken van schrik weer weg gaat en gaat slapen in de bosjes ergens tussen

Nijmegen en Venlo. Hier zegt ze dat het haar niets meer uitmaakt of God nou tot haar komt

of de Duivel. De duivel hoort dit en besluit het er op te wagen om de ziel van Mariken in

zijn bezit te krijgen.





Mariken gaat met de duivel mee nadat hij haar belooft haar de zeven schone kunsten, en

in plaats van ‘Zwarte Magie’ alle talen, te leren. Hierop moet Mariken beloven

haar naam te veranderen in Emmeken en nooit meer een kruisteken te slaan. Samen gaan ze

vervolgens naar Den Bosch. En als Emmeken hier de zeven kunsten een beetje onder de knie

krijgt besluiten ze verder te gaan naar Antwerpen. Hier betrekken ze samen een herberg en

laat Emmeken eens zien wat ze allemaal al niet geleerd heeft.





Bij deze ‘optredens’ worden er nog al eens wat mensen vermoord door Moenen.

Als Emmeken hier na 7 jaar achter komt besluit ze dat ze weer eens haar familie wil

bezoeken. Samen met Moenen gaat ze terug naar Nijmegen waar ze erachter komt dat haar

Tante zelfmoord heeft gepleegd. (Bijna gelijk na hun vertrek)





Hier ziet Emmeken bij de Maria Processie een wagenstuk van Masscheroen Hier komt ze tot

inkeer en ziet ze hoe zondig ze geleefd heeft. Moenen laat dit niet zomaar over zich

heengaan en neemt Emmeken hoog mee in de lucht. Als ze weer op de grond terecht komt staat

haar oom bij de omstanders en ziet hij dat het Mariken is. Mariken vertelt het hele

verhaal en samen gaan ze naar de geleerdste priester van Nijmegen. Deze kan haar haar

zonden echter niet kwijtschelden. Ze proberen het nog eens bij de Bisschop van Keulen. Ook

zonder succes. Uiteindelijk besluiten ze naar de Paus te gaan.





Deze legt haar een boetedoening op, ze moet ijzeren ringen om haar hals en armen dragen

en als deze afvallen zijn haar zonden vergeven. Mariken gaat naar een klooster in

Maastricht. Hier droomt ze op een nacht van een aantal duiven die langs haar vliegen.

Tijdens deze vlucht slaan ze met hun vleugels de ringen van haar lichaam. Als ze wakker

wordt liggen de ringen ook daadwerkelijk naast haar op het matras. God heeft het haar

vergeven. De rest van haar leven leeft ze nog steeds zeer streng naar de regels van de

Bijbel en twee jaar later sterft ze. De ringen hangen nu nog boven haar graf in

Maastricht.







Titelverklaring







De titel geeft in een zin een zeer korte samenvatting van het eerste deel van het

verhaal







Bronnen





Voor de onbekende schrijver zijn de politieke twisten tussen Adolf van Gelre en zijn

vader Arend van Gelre een belangrijke achtergrond, ook maakt hij gebruik van bekende

literaire motieven (o.a. verbond met de duivel, wagenspel en ringmotief etc. (zie

motieven)).







Compositie





Het stuk heeft een afwisseling van proza en poëzie:





  • ‘Die prologhe’ (negen regels proza)


  • dertien fragmenten, waarin de tekst in dichtvorm telkens wordt voorafgegaan door een

    uitvoerige titel en een samenvattend stukje proza. Enkele keren wordt ook de poëzietekst

    binnen de fragmenten door stukjes proza onderbroken.






In Mariken van Nieumeghen komen twee rondelen en een refrein voor:





  • de verzen 348 - 355 vormen een rondeel met de driemaal terugkerende regel ‘Ey

    lazen, suster, ghi beguyt mi’.


  • de verzen 647 - 654 vormen ook een rondeel met het drie maal terugkerende ‘ ...

    ontseg ick u no’.


  • de verzen 523 - 554 vormen een refrein met de telkens terugkerende regel (stockregel)

    ‘Doerdonconstighe gaet die conste verloren’.






Het is niet bekend of Mariken van Nieumeghen oorspronkelijk geheel in proza of in

versvorm is geschreven. Is het proza er meteen of later (door iemand anders) ingevoegd,

als verklaring voor de lezers ? Zonder proza is er sprake van een volledig toneelstuk.





Waarschijnlijk is er eerst een prozatekst geweest, die later is gedramatiseerd. De

gedeeltes die moeilijk waren te spelen, heeft ‘de bewerker’ in het proza laten

staan. Opvallend hierbij is, dat de titel over ‘historie’ spreekt en niet over

‘spel’.





Het gedeelte over het wagenspel is waarschijnlijk later ingelast.







Personages





De personages zijn mensen van vlees en bloed, die vaak heftig reageren, geen typen of

abstracties.







Mariken: Mariken (Emmeken) is de hoofdpersoon. Zij maakt een ontwikkeling door: uit

wanhoop en verlangen naar kennis sluit zij een verbond met de duivel. Dit houdt in, dat ze

het slechte pad opgaat.





Ze komt echter tot inkeer en berouw. In die tijd werd iemand die een verbond met de

duivel sloot, beschouwt als een heks. Mariken echter zoekt het kwaad niet; ze is hulpeloos

en zwak en wordt tot slechtheid verleid. Ze is dus absoluut geen heks.







Ghijsbrecht: De oom van Mariken, geeft veel om zijn nichtje. Hij verjaagt de

duivel, gaat met Mariken naar Keulen en Rome en bezoekt haar 24 jaar lang in het klooster.





De tante van Mariken is een helleveeg, die om politieke redenen zelfmoord pleegt. Door

haar toedoen raakt Mariken op het slechte pad.







Moenen: De duivel met een oog in mensengedaante, weet met mooie beloften Mariken in

zijn macht te krijgen. Als de duivel in mensengedaante verschijnt, heeft hij altijd een

lichaamsgebrek. God staat immers niet toe, dat duivels op volmaakte mensen lijken. Moenen

beheerst de zeven vrije kunsten: retorica, muziek, logica, grammatica, geometrie,

aritmetica en alchemie. Hij is tevens een gentleman-verleider.







(Belangrijke) bijfiguren







Masscheroen: Hij treedt in het wagenspel op als advocaat van de opperduivel

Lucifer. Hij wil dat God de zondige mensen straft, maar Maria neemt het op voor de mensen.

Masscheroen doet een beroep op de rechtvaardigheid van God, Maria op Zijn barmhartigheid.







Olaf: Adolf van Gelre (Olaf) had ruzie met zijn vader, hertog Arend; deze Arend

werd in 1465 gevangen gezet en in 1471 weer bevrijd. Omdat hij bevrijdt werd pleegde de

Moeye zelfmoord.







Moeye: Zij is de tante van Mariken, een echte helleveeg, die om politieke redenen

zelfmoord pleegt. Door haar toedoen raakt Mariken op het verkeerde pad.





Verder komen in het spel voor: een herbergbediende, twee herberg-bezoekers, God, Maria,

een geleerde priester uit Nijmegen, de bisschop van Keulen, de paus en een burger uit

Nijmegen.







Plaats en tijd





In het stuk worden de volgende plaatsen genoemd: Nijmegen, Venlo (de schrijver heeft

zich vergist in de afstand tussen Nijmegen en Venlo. "Drie uren... gaen"

is de afstand volgens de schrijver, terwijl de werkelijke afstand zo’n 61 kilometer

is. Het is mogelijk dat er hier sprake is van een lees-, schrijf- of typefoutje betreft.

Op een afstand van zo’n 15 kilometer (± drie uur lopen) ligt het plaatsje ‘t

Loo (vroeger Denlo genaamd). Misschien wordt dit plaatsje bedoeld.), ‘s

Hertogenbosch, Antwerpen (vooral in en rond ‘De Gouden Boom’), Maastricht,

Keulen, Rome en Hoogstraten. Oom Ghijsbrecht woont op drie mijlen van Nijmegen (zie

proloog).





Het verhaal speelt zich af rond 1465, toen hertog Arend van Gelre gevangen werd

genomen. Dit was een chaotische tijd, waarin de mensen geloofden in o.a. tovenarij en

heksen ook werd er toen een begin gemaakt aan de heksenvervolging.





De vertelde tijd is ongeveer 33 jaar. Het verhaal verloopt chronologisch, maar bevat

wel een paar grote tijdsprongen.





Ghijsbrecht had een angstig voorgevoel toen hij zijn nichtje op pad had gestuurd. Dit

is een prospectief (vooruitwijzend) aspect.







Vertelperspectief





De personen presenteren zichzelf. In de prozagedeelten is sprake van een alwetende

(auctoriale) verteller.







Thema





Het thema is als volgt te omschrijven: voor de berouwvolle zondaar is, door de

bemiddelende rol van Maria, altijd vergeving mogelijk. Al is de mens nog zo diep gevallen,

door oprecht berouw en boete kan hij/zij gerechtvaardigd worden voor God.







Motieven





  • omgang met de duivel (Faustmotief)


  • Mariaverering. Als Mariken haar naam moet veranderen, staat ze erop dat ze de initiaal

    van Maria mag behouden. Maria staat voor het goede in de wereld. Iemand die haar naam

    draagt of noemt krijgt een beetje van haar goede kracht. Ook het kruisteken geeft een

    goede kracht. Deze twee behoeden Mariken en Oom Ghijsbrecht voor de helle vuren.


  • het ringen-wonder als symbool voor de vergeving


  • wonder of mirakel als teken van vergiffenis


  • wagenspel. Het wagenspel van Masscheroen stelt een rechtszitting voor met God als

    rechter, de duivel Masscheroen en Maria. Het is de aanleiding tot Marikens bekering.


  • de strijd tussen God en de duivel om de menselijke ziel, dit wordt getoond in de

    wederwaardigheden van Mariken.








Stijl





De taal van de poëzie-gedeeltes is eenvoudig en van Brabantse oorsprong. In de verzen

zitten taalslordigheden; de prozastukken zijn veel beter geconstrueerd.







Stroming en genre





Mariken van Nieumeghen wordt gerekend tot het geestelijk toneel van de rederijkerstijd

en is een mirakelspel (door tussenkomst van Maria of een andere heilige gebeurt er een

wonder). Het stuk heeft ook al enkele renaissancetrekken: de zucht naar kennis en

wetenschap, realistische beschrijvingen (herberg scènes), levensechte personages en

levendige dialogen.







Auteur





De auteur is onbekend. Vermoedelijk is de auteur echter een Antwerpse rederijker

geweest. Sommigen zijn echter van mening dat er sprake is van twee schrijvers: de eerste

die de verzen heeft geschreven en de tweede die later de stukjes proza heeft toegevoegd.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen