U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anoniem, - Mariken Van Nieumeghen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=5657 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2879 woorden.

Het boekje dat ik heb gebruikt is afkomstig van Bulkboek en in dit boekje was alle secundaire literatuur al vermeld.

Dit leesdossier bestaan uit :

1. een samenvatting van het verhaal:
a. inleiding
b. de korte inhoud
c. motieven, thema en moraal
d. karaktereigenschappen van de hoofdpersonen
2. Toepassing van de secundaire literatuur:
A. De baarlijke duivel
B. Dichten in de stad
3. Toepassing van de inhoud van Eldorado:
1 pagina 81 tot 87: toneel
2 pagina 115 tot en met 128: de late middeleeuwen
3 andere begrippen uit Eldorado
4. Mijn oordeel over dit verhaal

Samenvatting:

a.Inleiding:

Mariken wordt door haar oom Gijsbrecht naar Nijmegen gestuurd om boodschappen te doen. Daar valt zij in de handen van Moe-nen, de duivel. Hij neemt haar mee naar Antwerpen, waar zij zeven jaar met hem samenleeft.

b.Inhoud van het verhaal:

Mariken van Nieumeghen wordt door haar oom Gijsbrecht naar Nijmegen gestuurd om boodschappen te doen. Omdat het al laat is als zij vertrekt stelt de oom haar voor om bij haar tante, zijn zuster te overnachten. Als zij alle boodschappen gedaan heeft is het - zoals haar oom had gezegd- al laat geworden en ze besluit naar haar tante te gaan. Tegen al Marikens verwach-tingen in staat haar tante het haar niet toe om in haar in haar huis de nacht te laten doorbrengen, maar begint haar uit te schelden voor hoer en slet en gelooft niet dat zij echt boodschappen heeft gedaan. Mariken - verdrietig omdat haar tante haar zo uitschold - vlucht de stad uit en loopt totdat ze bij een dicht struikgewas komt, waaronder ze gaat zitten huilen. Wanhopig roept ze: "God of de duivel -het is me om het even- , kom me helpen om mijn lot te dragen". Nu ziet de duivel zijn kans schoon en verleidt Mariken met hem mee te gaan door haar te beloven haar alle zeven kunsten te leren en haar zo de slimste vrouw op aarde te maken. Mariken moet dan wel beloven haar naam te in Emmeken te veranderen en nooit meer een kruiste-ken te slaan, want daar kan de duivel natuur-lijk niet tegen. Mariken stemt hierin toe en samen gaan zij en Moenen (want zo heet de duivel) via 's-Hertogenbosch naar Antwerpen.
Omdat Marikens oom intussen een beetje ongerust geworden is gaat hij naar Nijmegen om zich bij zijn zuster over Mariken te informeren. Marikens tante zegt niets te weten dan schande-praatjes over Mariken en daarom gaat oom Gijsbrecht maar weer naar huis toe. Marikens tante pleegt later door toedoen van de duivel zelf moord, omdat ze het er niet meer eens is dat Hertog Arnold vrij wordt gelaten.
Emmeken en Moenen hebben inmiddels in Antwerpen de bloemetjes flink buitengezet; zij leiden een zondig leven. Elke dag wordt er door het toedoen van Moenen iemand vermoord. Hoewel Emmeken alle zeven vrije kunsten beheerst krijgt ze na zeven klaar met Moenen samengewoond te hebben toch enigszins spijt van haar zondige leven en wil haar familie in Nijmegen graag opzoeken. Moenen stemt hier in toe en samen reizen ze af naar Nijmegen. Als ze aankomen is daar net een wagenspel bezig. Hierdoor komt Emmeken tot inkeer en bidt god haar de zonden te vergeven. Moenen -boos omdat Emmeken op het laatste moment toch nog tot inkeer is gekomen- pakt haar op en gooit haar van grote hoogte naar beneden met de bedoeling haar nek hierdoor te breken. Dit lukt hem niet omdat Emmekens oom nog steeds voor haar bid.
Als Emmeken op de grond is gevallen herkent haar oom haar en neemt haar mee terug naar huis. Hier vertelt zij hem van al haar zonden, en haar berouw. Omdat ze beiden graag willen dat Emmeken vergeven word reizen ze vanuit Nijmegen, waar de pries-ters haar niet kunnen vergeven, via Keulen, waar de bisschop haar onnoemelijk grote zonden ook niet kan vergeven naar Rome. In Rome belijd Emmeken haar zonden aan de paus. De paus laat haar boete doen door middel van ijzeren ringen om haar nek en haar armen, hij belooft dat als god haar vergeven heeft dat dan de ringen er vanzelf afgaan. De rest van haar leven moet Emmeken boete doen in het klooster voor bekeerde zondenaressen in Maastricht. Hier lijdt zij een vroom leven en deed zo zwaar boete dat Jezus haar vergaf en op een nacht een engel stuurde die de ringen afdeed.

c. Motieven, thema en moraal
Motieven:
-de rol van de oom
-wagenspel van Maskeroen
-verhouding tussen Mariken en de duivel
-hysterie van de tante
-de wanhoop van Mariken

Thema:
De invloed van de duivel op de mens

Moraal:
Iemand wordt altijd vergeven als hij maar berouw toont

d.Karaktereigenschappen van de hoofdpersonen:

Mariken:
- naïef, ze gaat gewoon met de duivel mee, zonder zich af te vragen wat hij met haar van plan is.
- goedgelovig, ze vertrouwt de duivel meteen als hij zegt haar de zeven kunsten te leren
- vroom, ze gelooft erg heilig in Maria, want ze vindt het erg als ze met de duivel mee moet gaan, datze haar naam moet veranderen.
- wanhopig, omdat haar tante haar uitgescholden heeft

De duivel (Moenen):
-boos op God, omdat hij volgens het verhaal uit de hemel is gegooid.
- een verleider, hij verleidt Mariken met hem mee tegaan door haar geld aanzien en kennis te beloven

Oom Gijsbrecht:
-Gelovig/vroom, want hij is priester en bovendien merk je aan het eind van het verhaal dat hij de hele tijd voor Emmeken gebeden heeft.
-Vergevensgezind, als Emmken hem verteld wat voor zonden ze heeft begaan, doet hij er alles aan om haar te (laten)
verge-ven.
-Hij houdt ontzettend veel van Mariken, want hij is ontzettend blij dat ze weer thuis is.

Tante:
-boos, zij scheld haar nichtje uit als zij een plaats om te slapen zoekt
-politiek meelevend, zij is op de hoogte van de politiek omdat ze zelfmoord pleegt als hertog Arnold wordt vrijgelaten.
-achterdochtig, als zij Mariken ziet aankomen denkt ze meteen dat ze net zo slacht is als alle hoeren in de stad.

Toepassing secundaire literatuur:

A. De baarlijke duivel
Het artikel de baarlijke duivel heb ik gevonden op blad-zijde 10 tot en met 13 van Mariken van Nieumegen.

In dit artikel worden verschillende eigenschappen van de duivel genoemd:
1 De duivel is een geest
2 Duivels zijn het vermogen kwijt geraakt om zich een volmaakt andere gedaante te geven.
3 De duivels waren eerst engelen met hoogmoed, ze vonden zich net zo machtig als God, maar god is wel degelijk machtiger want hij gooit hen de hemel uit.
4 De duivel maakt zondigen erg aantrekkelijk
5 De duivel is afhankelijk van Gods instemming.

Al deze eigenschappen komen ook in Mariken van Nieumegen voor.
Over Moenen, de duivel waar het hele verhaal om draait, worden de volgende kenmerken verteld:
-Kenmerk 2, Moenen heeft maar één oog; hij zegt namelijk op bladzijde 19: " met uitzondering van mijn ene oog, waarvan het lijkt alsof het uit gezworen is, is alles perfect.
-Kenmerk 4, hij verleidt Mariken met hem mee te gaan door haar geld, rijkdom en kennis te beloven.
Kenmerk 5, want hij zegt op bladzijde 19: "Ik heb -met Gods goedvinden de gedaante van een mens aan genomen"
Maskeroen, de duivel uit het wagenspel heeft de andere twee kenmerken want hij stelt zich op deze manier voor: " Maar wij arme geesten (kenmerk 1) die slechts een ogenblik een ver-keerde gedach-ten hebben, zijn in de helse afgrond gestort, zonder de hoop ooit van de eeuwige wrede kwellingen verlost te worden (kenmerk 3)

B. Dichten in de stad:

Het artikel dichten in de stad staat op bladzijde 33 tot en met 36 van Mariken van Nieumeghen
Dichten in de stad vertelt over de rederijkers. Dit waren welgestelde burgers die zich voor literatuur interesseerden en samen -als kamer- teksten schreven in de volkstaal, meestal poëzie en deze voordroegen. Kortom ze beoefenden de retorica.
Samen probeerden zij bewust allerlei vormen van poëzie met ingewikkelde rijmschema's en/of strofenbouw. De belangrijkste dichtvormen waren:
1 naamdichten: de eerste letter van elk vers of elke strofe vormen samen een naam
2 rondelen: gedichten waarvan de de regels 1,4 en 7 en 2 en 8 gelijk zijn.
3 keerdichten
4 schaakborden; op elk vakje van een schaakbord staat een versregel
5 ballades /refreinen; lied waarbij elke strofe eindigde met dezelfde regel. Meestal was de laatste strofe gewijd aan de prins van de kamer, deze steunde de kamer financieel

De rederijkers beoefenden hun kunst ook in het openbaar, bijvoorbeeld bij kerkelijke hoogtijdagen of stadsfeesten. Zij droegen daarbij niet alleen gedichten voor maar luisterden deze feesten ook op met toneelstukken.

De dichtvormen 2 en 5 komen in Mariken van Nieumeghen voor:
*Op bladzijde 21 en 26 staan twee rondelen. In het eerste rondeel luiden bij-voor-beeld regel 1,4 en 7 steeds hetzelfde; "Ey lazen suster, ghi beguyt mi".
*Op bladzijde 24 staat een refrein. Hiervan eindigt elke strofe met "Doer donconstighe goat die conste verloren. Op bladzijde 25 staat een ballade, alleen eindigt hiervan niet elke strofen met dezelfde regel.
*Het verhaal over Mariken zou wel eens een rederijkerstoneel-stuk kunnen zijn dat op kerkelijke hoogtijdagen werd opge-voerd, want het is een erg vroom toneelstuk en er komen dicht-vormen die door de rederijkers gebruikt werden in voor.
Ook komt in dit verhaal het spel van Maskeroen voor. Ik denk dat dit ook een rederijkertoneelstuk is, want het wordt elk jaar in Nijmegen opgevoerd.

Toepassing begrippen uit Eldorado:

1. Bladzijde 81 tot 87: Toneel

Ik vind dat de toneelsoorten (klassiek en episch toneel) beiden niet echt op Mariken van Nieumeghen van toepassing zijn. Als ik zou moeten kiezen, zou ik toch voor klassiek toneel kiezen, omdat er een duidelijke spanningsopbouw in het verhaal zit, met als hoogtepunt als de duivel Mariken naar beneden gaat gooien. Ik denk dat het verder zeker een tragedie kan heten (al is het waarschijnlijk zo niet bedoeld) want het lot van de mens ligt in dit verhaal wel degelijk in de handen van God.

2. Bladzijde 115 tot 128: " De late Middeleeuwen"

De late middeleeuwen liepen van 1100 tot 1500 en waren een meer stabiele en welvarende periode dan de vroege middeleeu-wen. De steden werden steeds belangrijker en burgers kregen steeds meer aanzien. De wetenschap kwam op en was gebaseerd op de zeven vrije kunsten: grammatica, retorica(de kunst van de welsprekendheid), dialectica (argumentatieleer), aritmetica (rekenkunde),geometria(meetkunde)en musica. Theologie werd als koning van de wetenschappen gezien. Deze kunsten komen ook voor in Mariken van Nieumeghen want doordat de duivel haar belooft deze kunsten te leren gaat Mariken mer hem mee.
Op het gebied van kunst waren grote ontwikkelin-gen; men ging schilderen met diepte en ruimte en olieverf gebruiken. Ook de literatuur veranderde, was het in de vroege middeleeuwen nog voornamelijk gesproken literatuur, nu werden er ook boeken geschreven en later zelfs gedrukt. Deze boeken werden overi-gens wel vaak voorgelezen. Een aantal schrijvers schreven vaak samen een boek. Daarom zijn er weinig middeleeuwse schrijvers bekend. Ook de schrijver van Mariken van Nieumeghen is onbe-kend.
Toneel in de late middeleeuwn was grotendeels religieus. Zo ook Mariken van Nieumeghen, dat ten onrechte vaak een Mariami-rakel (een toneelstuk waarin Maria een wonder vericht) wordt genoemd, omdat Mariken zo heilig in Maria geloofd.


3. Andere begrippen uit Eldorado:

Plaats:
Het begin van het verhaal speelt in een plaatsje in de buurt van Nijmegen, dat niet nader wordt vermeld. Daarna speelt het even een Nijmegen tot Mariken vlucht als ze door haar tante is uitgescholden. Als Mariken (nu Emmeken) met de duivel is meegegaan gaan ze via Den Bosch naar Antwerpen. Daar speelt een groot deel van het verhaal tot Emmeken en Moenen weer terug gaan naar Nijmegen. Om om vergiffenis te vragen reizen Emmeken en haar oom nog naar Keulen en Rome. UIteindelijk komt Emmeken in het klooster voor bekeerde zondernaressen in Maas-tricht terecht.

Tijd:
Het verhaal speelt overduidelijk in de middeleeuwen, dat zie je aan de afbeeldingen bij het verhaal en de grote rol van de kerk.
In het verhaal zelf zitten ook nog tidsbepalingen; Emmeken woont zeven jaar met de duivel samen. Ik denk dat dit symbo-lisch is, want ook in de bijbel staat zeven jaar voor een hele lange tijd, Emmeken heeft dus heel láng gezondigd.
Het verhaal is chronologisch opgebouwd, er komen -zo ver ik heb gelezen- geen flashbacks in voor. Er is op een gegeven moment wel sprake van versnelling, want er wordt weinig ver-teld over het samenwonen van Emmeken en Moenen gedurende die zeven jaar.

Vertelperspectief:
De schrijver van dit verhaal heeft gekozen voor een wisselend perspectief. De ene keer beleef je het verhaal door de ogen van Mariken, de andere keer door de ogen van Moenen.

Mijn oordeel over dit verhaal:

Toen we met de klas dit boek gingen lezen, was ik er eerlijk gezegd niet zo enthousiast over. Ik lees namelijk wel erg graag, maar het liefst realistische boeken, waarin ik dingen herken. Een boek uit de middeleeuwen hoort daar natuurlijk niet echt bij.
Maar goed, omdat het moet, begin je dan toch met lezen en dan merk je eigenlijk dat een boek als Mariken van Nieumeghen, dat zo ontzettend lang geleden geschreven is, toch ook herken-baar kan zijn. Mariken, een kwetsbaar en naïef meisje dat, denk ik, een jaar of zestien is, wordt door haar tante uitgescholden als ze haar om een slaapplaats vraagt. Daardoor is ze erg wanhopig en als ze de duivel ziet geeft ze zich, in ruil voor aanzien, kennis en geld, bijna meteen aan hem over.
Je moet eigenlijk wel heel stom zijn om te zeggen dat dit verhaal niets met het heden te maken heeft en alleen maar een leuk sprookje is. Er zit een kern in dit verhaal, die natuurlijk niet alleen met het verleden te maken heeft. Er zijn ook nu nog vele gevaren voor jonge meisjes van Marikens leeftijd, of het nu duivel, drugs of anorexia wordt genoemd, meisjes worden nog steeds, vanwege hun onzekerheid, verleid tot ‘zondigen’. Mariken gelooft het bijna zelf als haar tante haar een slet noemt. Door die onzekerheid gaat ze met de duivel mee. Een soortgelijke geschie-denis komen we ook nu nog tegen; meisjes met problemen thuis, die worden uitge-scholden of nooit eens iets goed doen en vreselijk onzeker zijn, geven zich over aan een ‘duivel’ uit onze samenleving.
Eigenlijk is er dus in de tijd tussen Mariken van Nieumeghen en onze tijd maar heel weinig veranderd. Gevaren voor jonge meisjes zijn er altijd geweest en zullen er altijd blijven. Zelfs zevenhonderd jaar gelden mocht je als meisje niet alleen door het donker!
Ondanks de tegenzin die ik ondervond bij het voorstel om dit boek te gaan lezen vond ik dit boek dus toch erg mooi, want als je het betrekt op het heden is het toch wel herkenbaar, ook al is het in een volstrekt andere tijd geschreven. Toch kon ik sommige dingen in het verhaal niet echt begrijpen. Bijvoor-beeld dat de duivel door God is gestuurd. Ik denk niet dat het de wil van God is dat mensen gaan zondigen, Hij heeft volgens mij het beste met de mens voor. Misschien is dit ook wel door de kerk verzonnen om mensen in de middeleeuwen op het goede pad te houden. Ook vond ik het vreemd dat Marikens tante zo politiek bewust was, je leest namelijk overal dat -zeker in de middeleeuwen- de vrouw ondergeschikt is aan de man. Maar dat vond ik nog niet eens het meest onbegrijpelijk, misschien was de tante van Mariken wel een hele slimme vrouw en beheerste zij even als Mariken later ook de zeven vrije kunsten. Ik was erg verbaasd toen ik las dat zij zelfmoord pleegde toen hertog Arnold werd vrijgelaten. Zo'n grote verbintenis had zij toch niet met deze man?
Ik denk dat al deze in mijn ogen vreemde dingen aan het tijdsverschil liggen. Iemand die over zevenhon-derd jaar leeft, zal van sommige dingen die nu gebeuren ook niet zoveel snappen, maar andere dingen zijn altijd hetzelfde geweest en zullen ook altijd blijven –ze zijn zogezegd universeel- want we zijn tenslot-te allemaal mensen of we nu in 2000 leven, in de middeleeuwen of over 700 jaar.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen