U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Charlotte Bronte - Jane Eyre.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=517 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1253 woorden.

Titel : Jane Eyre



Schrijver: Charlotte Brontë



Uitgever : Longman



Niveau : D4



1. Titel:



De titel heet Jane Eyre omdat het boek over haar gaat.



2. Plaats:



Het verhaal speelt zich op veel plaatsen af, ten eerste in Gateshead



Hall, waar haar tante en nichtjes wonen, en dan in Lowood, waar ze op



school gaat, en dan in Thornfield Hall, waar ze les gaat geven aan



Adéle, in Morton waar ze later gaat wonen en het laatst in Engeland in



de plaats Ferndean Manor.



3. Tijd:



Het verhaal speelt zich ongeveer in de 19de eeuw af. Het was in de



tijd dat de paarden en de koets het vervoermiddel waren.



4. Personen:



De hoofdpersonen zijn Jane Eyre en meneer Rochester.



- Jane is een wees, haar ouders zijn overleden toen ze nog maar een



baby was. Ze houdt veel van lezen en tekenen, en ze is ook liergierig.



Ze is een verlegen meisje. Jane is een slank meisje met bruin haar en



bruine ogen en ze is niet knap.



Meneer Rochester is een knappe man. Hij is ook heel streng, hij heeft



veel meegemaakt in zijn leven. Meneer Rochester heeft bruin haar en



bruine ogen is een lange man. Later in het verhaal heeft hij geen



linkerhand meer en is hij blind.



- De familie Reed is heel erg onvriendelijk en gemeen. Ze haten Jane



omdat zij een wees is.



- En dan is er ook dokter Lloyd, hij is heel aardig en behulpzaam.



- Meneer Brocklehurst is de directeur van de school, hij is een



lange



man en is heel erg gemeen. Hij vertelt allemaal leugens over Jane.



- Helen is de beste vriendin van Jane. Ze zitten samen op school.



Helen is een aardige meid die Jane met haat problemen helpt. Maar



na een lange tijd wordt ze ziek en gaat ze dood.



- Adéle is een lief klein meisje aan wie Jane les geeft. Ze kan goed



leren. Ze heeft lichtbruine haren en bruine ogen.



- Mevrouw Fairfax is een vriendelijke vrouw, Jane geeft bij haar thuis



les aan Adéle.



- Hannah is een oude vriendelijke vrouw waar Jane mag wonen. Later



blijkt dat Hannah haar tante is.



- St John is een lange, jonge, blonde man met blauwe ogen. Hij is heel



knap en aardig. Hij wil met Jane trouwen, maar Jane wou niet.



5. Mening:



Het is een mooi boek, ik raad het de anderen aan om het te lezen.



Hier zie je eigenlijk hoe de mensen vroeger leefden, en hoe het vroeger



was om wees te zijn.





6. Samenvatting:



Jane is een tienjarig weesmeisje. Haar ouders waren dood gegaan toen ze



een baby was.



Ze woont nu bij haar tante en haar nichtjes en neef. Ze zijn heel erg



onvriendelijk en gemeen. Jane vindt ze helemaal niet aardig.



Een keer toen ze een boek zat te lezen van haar tante in de kamer, kwam



haar neef John Reed binnen. Hij zei tegen haar dat ze haar tantes



boeken niet mag lezen omdat ze een wees was, omdat haar ouders dood



waren en omdat ze geen geld had. Toen Jane deze woorden hoorde werd ze



erg boos en sloeg hem. Ze begonnen te vechten. Haar tante kwam de kamer



binnen en stuurde Jane naar de ‘rode kamer’.



De rode kamer is een kamer waar een geest was. Zo zei haar tante tegen



haar.



Jane werd erg bang in de rode kamer en begon te schreeuwen en te huilen.



Ze werd uit de kamer gehaald.



De volgende dag werd ze ziek en de dokter kwam.



Jane vertelde de dokter over haar leven.



De dokter besloot om met haar tante te praten om Jane naar school te



sturen.



Haar tante vond het goed.



Toen Jane op school was kreeg ze gauw een nieuwe vriendin, Helen



Ze was heel aardig. Zo vertrouwde Helen haar toe dat ze een ziekte had.



3 maanden later werd Helen heel erg ziek en ging dood.



Jane was heel erg verdrietig, want Helen was haar enige goede vriendin



en nu ze dood is heeft ze niemand.



Jane besloot om te werken. Ze schreef een advertentie.



Een week later kreeg ze een brief van een mevrouw Fairfax uit



Thornfield Hall.



Toen Jane naar mevrouw Fairfax ging vond ze haar meteen aardig. Jane



moest elke daag lesgeven aan Adéle, een lief klein meisje, die goed kon



leren.



Meneer Rochester is de eigenaar van Thornfield Hall. Toen Jane hem voor



de eerste keer zag vond ze hem meteen aardig, hij was geen knappe man,



maar dat was geen probleem.



Op een dag toen Jane in de tuin aan het wandelen was, zag ze meneer



Rochester.



Ze wandelden samen. Edward Rochester zei tegen haar dat hij van haar



houdt.



Jane kreeg tranen in haar ogen en zei dat zij ook van hem houdt.



Toen vroeg hij haar ten huwelijk.



Adéle en mevrouw Fairfax waren heel blij toen ze hoorden van hun plan



om de volgende maand te trouwen.



Hun bruiloft verliep niet zoals ze hebben gewild, want opeens verscheen



er een man die hun bruiloft stopte.



Hij zei dat meneer Rochester al getrouwd is en een vrouw heeft.



Jane schrok heel erg en was verbijsterd.



Later kreeg ze van hem te horen dat hij al 15 jaar getrouwd is met



mevrouw Mason.



Ze was een hele knappe, rijke vrouw. Hij vertelde dat hij met haar



moest trouwen van zijn vader omdat zij rijk is.



Toen Jane en meneer Rochester naar mevrouw Mason gingen, vloog mevrouw



Mason meneer Rochester om zijn nek, zij probeerde hem te wurgen.



Zij leek net een wilde dier.



Meneer Rochester vertelde aan Jane dat niemand hem voor zijn huwlijk



had verteld dat ze zo was. Dit is mijn verschrikkelijke leven, zij hij



tegen haar.



De volgende ochtend vertrok Jane met een beetje geld van huis.



Ze vertrok met een koets naar Thornfield. Ze reed er 2 dagen mee.



Ze had een hele erge honger. Ze klopte bij een huis aan. Een oude



mevrouw deed de deur open en gaf haar een stukje brood. Jane smeekte de



vrouw om bij haar een nachtje te mogen slapen, maar de vrouw wou niet.



Zo viel Jane voor de deur van de mevrouw in slaap.



Ze hoorde een jonge stem zeggen wat er aan de hand was, Jane was te moe



om iets te zeggen.



Ze werd naar binnen gelaten en naar bed gebracht.



Ze bracht 3 dagen in bed door. Ze werd heel goed verzorgd door die 3



vrouwen en de jongeman.



Zo kwam ze te weten dat de jongeman St John heette en de andere 3



vrouwen Hannah, Diana en Mary heetten. Ze waren heel erg vriendelijk.



Zo bleef ze daar 3 maanden wonen, ze opende een klein schooltje en



leerde kleine kinderen lezen en schrijven.



Op en dag vertelde St John haar dat zij heel erg rijk is geworden. Jane



stond hem verward aan te kijken.



Hij vertelde haar dat hij haar neef was en dat Diana en Mary haar



nichtjes waren en Hannah haar tante.



Jane vond het heel erg leuk.



Op een dag hoorde tijdens haar slaap iemand haar naam roepen. Jane!



Jane! Jane! Hoorde ze. Ze wist dat het de stem van meneer Rochester was.



De volgende ochtend besloot ze hem op te zoeken.



Toen ze naar Thornfield Hall te gaan.



Toen ze het huis zag is ze heel erg geschrokken, want je zult niet



zeggen dat er ooit een huis gestaan heeft, het is helemaal afgebrand.



Ze vroeg daar aan een meisje wat er gebeurd was, ze zij dat het huis is



afgebrand door mevrouw Mason. Het meisje vertelde haar ook dat meneer



Rochester geen linkerhand meer heeft en blind is en dast hij nu in



Engeland woont in de plaats Ferndean Manor.



De volgende dag vertrok Jane naar Engeland.



Toen ze meneer Rochester zag,kwam de liefde voor hem weer naar boven.



En zo trouwden ze en kregen een kind, meneer Rochester kon weer zien en



zei dat de baby op hem leek…
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen