U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Monika Van Paemel - De Vermaledijde Vaders.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=230 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 9396 woorden.

Samenvatting
I. KORTE INHOUD

Het is zeker aan te raden om eerst een beknopt overzicht te geven van het boek, vooraleer we beginnen met een analyse. Dit is veel gemakkelijker voor mensen die het nog niet gelezen hebben, anders weten die niet waarover we het hebben.

De Vermaledijde Vaders vertelt het verhaal van Pam, geboren in een dorpje in Oost-Vlaanderen en door haar ouders gedumpt op de boerderij van haar grootouders. Ze hadden namelijk liever een zoon gehad en besluiten dan maar om Pam daar te laten opgroeien. Later moet ze echter verhuizen naar haar andere grootouders, die in de stad wonen. Haar vader stond in de Tweede Wereldoorlog aan de verkeerde kant, zijn vader heeft dan weer in de Eerste Wereldoorlog gevochten. Pam is een zwak maar wilskrachtig kind en ze begrijpt niet waarom ze door haar vader genegeerd wordt. Dit laat dan ook diepe sporen na in haar latere leven.

In het volgende deel staat het verhaal van twee vrouwen uit haar leven. Ten eerste is er Elizabeth, een tante, die in haar jeugd een ongelukkige liefde beleefd heeft. Hierna lezen we hoe een vriendin van Pam met de verkeerde man trouwde, die dronk en haar mishandelde. Deze verwoesting van twee vrouwenlevens, wordt grotendeels op de rug van de mannen en de door hen gecreëerde maatschappij geschoven.

Vervolgens wordt in het derde deel het liefdesleven en de ontdekking van de liefde van Pam verhaald. Dit gebeurt echter zonder veel details te geven en contrasteert sterk met de andere - expliciete - delen van de roman.

De massamoord tijdens de Tweede Wereldoorlog in Vinkt staat in het vierde deel centraal. Van Paemel maakte hiervan een reportage voor de radio en heeft zich dan ook gebaseerd op deze feiten. Ook gaat ze verder met de afrekening met haar vader en richt een lange brief aan hem op het einde.

Als afsluiter wordt een blik in de toekomst geworpen. Pam is nu 76 en heeft zich teruggetrokken uit de maatschappij. Ze heeft niet veel contact meer met de buitenwereld, behalve met Camilla en haar uitgever. Camilla had als kind een zeer traumatische ervaring: haar vader verkrachtte haar en ze werd zwanger. Ze wurgde het kind en besloot het te begraven. Dit werd echter ontdekt en bleef daarna haar leven beheersen. In dit deel gaat Pam ook haar dochter en kleindochter opzoeken en heeft haar laatste liefdeservaring met een jongen (Jes) op de trein. Door het contact met haar kleindochter lijken het eerste deel en het laatste elkaar dan op het einde van het boek wel "herenigd".

II. OMSLAG

Op de omslag van de eerste uitgaven van het boek is een foto afgedrukt van een schilderij van de achttiende-eeuwse Franse schilder Jean-Jacques Bachelier. Het schilderij, "La Charité Romaine ou Cimon, dans la prison, allaité par sa fille", stelt de Mammelokker-mythe (mammen zijn borsten en lokken is een Vlaams woord voor "zuigen", afgeleid van "likken") voor: een oude man wordt in de gevangenis gegooid en veroordeeld tot de hongerdood. Niemand begrijpt dat de grijsaard in leven blijft, totdat de bewakers ontdekken dat zijn dochter hem stiekem de borst geeft.
De voorstelling van Bachelier laat zien hoe de dochter haar vader voedt terwijl hij, zichtbaar gekneveld, de handen vouwt.
Deze mythe is een belangrijk element en komt nog aan bod bij de verdere bespreking.
De prent is afgedrukt in grijsgroene tinten. De felroze letters waarin de titel is afgedrukt, vormen hiermee een scherp contrast.

TITEL

De vaders, de mannen, heten de "heren" in “De vermaledijde vaders”, van "willen de heren gaan zitten" tot en met "de heren der schepping". Het gezag, de macht, het geweld. De taal als wet.
De "heren" staan voor een systeem dat gebaseerd is en blijft op oorlog (W.O. I en W.O. II, Korea, Vietnam, Cambodja), verdrukking van de vrouw en verloedering van de natuur.
Zij worden door de auteur vermaledijd, zoals in het gebed de heilige maagd en haar zoon gebenedijd worden.
Vervloekt zijn inderdaad de heren, diegenen die macht en machtsmisbruik aan elkaar koppelen, dat soort heren, dat zich verbergt achter functies: presidenten, generaals en op lager niveau artsen e.d. Vaak verbergen heren zich achter hun ambt om onmenselijk te zijn en om het leven onmogelijk te maken met hun machtsspelletjes.
De diverse vader- en mannenfiguren worden voorgesteld als incarnaties van een meer algemeen patriarchaal principe, dat de identiteit van de vrouwelijke personages voortdurend normeert en beperkt.
Een obscurantistische herenwereld waarin de vrouwen tot medeplichtigheid gedoemd, daar zal het in het hele boek over blijven gaat.

III. BIOGRAFISCHE GEGEVENS IN “DE VERMALEDIJDE VADERS“

"Het boek is autobiografisch in die zin dat mijn ervaringen, persoonlijke geschiedenis en alles wat ik heb opgevangen er op een af andere manier in verwerkt zit, maar er is wel literatuur van gemaakt. Ik ben Pam en ik ben het niet. Het is geen ego-document."

Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in het landelijke Poesele.

p. 9 : Pamela werd geboren op 4 mei 1945, en stierf in het jaar 2000 en zoveel.

Deze aanvangszin van “De vermaledijde vaders” wijst duidelijk op de spanning tussen autobiografie en fictie, die dit werk van van Paemel beheerst. Er wordt overeenkomst gesuggereerd en tegelijk afstand gehouden.
Wie zowel de boeken als de biografie van deze schrijfster gelezen heeft, zal opvallen dat er een vrij groot parallellisme is tussen de twee. Toch moeten we oppassen al te gauw overeenkomsten op te merken waar die er niet of slechts gedeeltelijk zijn. De verhouding tussen fictie en realiteit omschrijft ze zelf als volgt:

“Ik ben mezelf opnieuw aan het uitvinden. Wat is waar ? Wat is verzonnen? Ik heb het altijd zeer onrechtvaardig gevonden dat alle dingen bij je geboorte vastlagen : de plaats, sekse, sociale klasse,... Die vaste gegevens bepalen je zodanig dat ze je vrijheid naar de knoppen hielpen. Het personage dat in dit boek een heel leven teruggaat, dat is mijn manier om te ontsnappen aan de al te benauwende omstandigheden waarin ik leefde.”

Het was een vrij gecompliceerde en noodgedwongen - omwille van de oorlog - thuisbevalling. Bij gebrek aan professionele hulp hebben ze er Monika met een lepel uitgehaald, wat haar een ernstig letsel aan de schedel opleverde. De schoenendoos stond al klaar, want men dacht dat ze de volgende ochtend toch niet zou halen. Daar Monika 'maar' een meisje was, dumpten haar ouders haar bij beide grootouders op het platteland, terwijl ze zelf naar de stad trokken.

p. 10: Gedurende die gevaarlijke vierentwintig uur moet Pam de boodschap hebben begrepen. Een zoon was een troostprijs, een zoon kon de moeder bestaansrecht verlenen, een dochter bleef vergeefse pijn, schaamte en verlies dat moest worden goedgemaakt. Voor de liefde kwam de rivaliteit.

Die dualiteit - de stad tegenover het platteland - zal Monika van Paemel in grote mate beïnvloeden. Het niet kunnen kiezen tussen deze twee polen is het verhaal van haar leven. Als kind verhuisde ze ontelbare keren van de ene tak van de familie naar de andere. Ze was nooit ergens thuis, altijd onderweg.
Hoewel ze dus regelmatig in het burgerlijke, steedse milieu van haar vader vertoefde, bracht ze het grootste gedeelte van haar jeugd door bij haar grootouders op een boerderij in Poesele. Daar leefde ze samen met een heleboel mensen om haar heen, veel tantes en ooms waren immers niet getrouwd geraakt. Heel wat anekdotes uit haar kindertijd vinden we terug in “De vermaledijde vaders”. Zo had ze bij oma geen eigen bed, enkel een hoofdkussen, en kon ze zelf kiezen bij wie ze die nacht zou slapen. Elke avond heerste er tussen de volwassenen onderling een stille competitie en sliep ze afwissend in elke kamer van het gezellige huis.
Tijdens haar eerste kinderjaren was ze erg lief en aanhankelijk, maar ook angstig, misschien wel omdat ze eigenlijk geen recht had op deze boerderij te leven, omdat ze geen eigen stekje had.Toch was de angst vooral verbonden met de stad, het leven van de vervreemding. Monika mocht bij haar ouders niet gehoord of gezien worden en maar ze leert zichzelf mondig te worden om de aandacht van haar vader te trekken.
Haar grootmoeder was een sterke persoonlijkheid en oefende een grote invloed op haar uit. Monika van Paemel omschrijft dit zelf als volgt :

“Je moet nooit bang zijn voor diegene die toont wie hij is. Ik heb die houding van mijn grootmoeder meegekregen. Zij doorprikte valse bescheidenheid.”

Ook in het boek is grootmoeder Marguerite-Leonia belangrijk; zij leert Pamela zich te verzetten tegen de “heren”.

p. 201: Hij doet niets liever dan mij mijn moeder in de schoenen schuiven. Dat neem ik niet en stel me op achter mijn grootmoeder die hij nooit klein heeft gekregen.

In de lijvige roman gaat Pamela deze overheersende vaderfiguur verafgoden.
Ze maakt een echte held van hem. Het is haar afstandelijke vader die ze mist, niet haar moeder- die overigens een ideale vervangster krijgt in de figuur van haar ongetrouwde tante Elizabeth.
Tussen haar negende en haar vijftiende leed Monika aan een hersenaandoening, nog steeds een gevolg van het letsel dat ze bij haar geboorte opliep. Een lang verblijf in het ziekenhuis en een jarenlange herstelperiode bij pleegouders in het grensgebied Essen-Nispen was het resultaat. Gedurende deze periode waren boeken de enige manier om uit haar situatie te ontsnappen. Vanaf 1959 ging Monika van Paemel op kostschool in het Heilig Graf te Turnhout, waar ze -overigens met enorme tegenzin- handelswetenschappen studeerde. Ze huwde in 1963 met Theo Butzen en woont momenteel te Boechout bij Lier. Ze heeft twee kinderen (dochters).
Hoewel Monika van Paemel natuurlijk niet rechtstreeks betrokken was bij de Tweede Wereldoorlog, maakt deze gruwelijke periode een onuitwisbare indruk op haar. Als kind kreeg ze het anti-oorlogsgevoel met de paplepel ingegoten. Haar grootvader was een oorlogsheld, haar vader een collaborateur. Ook in “De vermaledijde vaders” is Pamela's vader een zwaar beschadigd teruggekeerde Oostfrontstrijder, die kort na de oorlog nog eens door een macaber toeval werd getroffen : per ongeluk neemt hij een slok uit een flesje vitriool, met blijvende gevolgen voor zijn spijsvertering en levenslust.
Van Paemel zal later, in opdracht voor de BRT-radio, de overlevenden van het bloedbad in Vinkt interviewen. Deze reportage gaat ze als het ware integreren in het derde gedeelte van haar roman. Op deze manier reikt het boek een heel stuk verder dan het niveau van de strikt individuele geschiedenis en wordt een fresco geschilderd van het twintigste-eeuwse Vlaanderen.
Daarenboven staat het verhaal van Vinkt en Vlaanderen niet op zichzelf.

p. 251: Het dorp kan evengoed in Polen liggen. In de Oekraïne of in Normandië. Het kan Lidice, Mylai, Oradour, Putten of Vinkt heten. Alle soldaten zijn bang en alle soldaten zingen. Ze kunnen Kurt of John, Thy of Isi heten. Alle soldaten moorden. En elke man kan de verkeerde zijn.

Monika van Paemel verbindt de beschrijving van haar jeugd met de verbeelding van haar ouderdom zonder veel mee te delen over de periode daartussen. Wel is er een veertig bladzijden tellende monoloog, een lange tirade gericht tot de vader, waarin ze enkele autobiografische gegevens verwerkt.
Op een bepaald moment krijgt Pamela een kind. Ze is erg zorgzaam en zou meer armen willen hebben om het beter te kunnen beschermen. Net als Pamela zal van Paemel haar eigen kinderen een thuis willen geven omdat zij er zelf nooit een gehad heeft:

“Ik probeerde koppig en intens een soort gezinsleven te vinden voor mijn kinderen. Van zelf confituur maken tot ik weet niet wat, als compensatie voor wat ik heb gemist.”

p. 281: Had ik niet net een kind gekregen ? Hoe kon ik dan liggen lezen? Mijn vader zei het veel vroeger al “Het is het een of het ander”.

Na de tijdsprong is Pamela 76 jaar en het lijkt dan ook zinloos te zoeken naar autobiografische kenmerken. Belangrijk is wel op te merken dat Pam in die periode haar mémoires begint te schrijven. Het is duidelijk dat het boek “De vermaledijde vaders” is. Pams uitgever is meer geïnteresseerd in de smeuïge kanten van haar publieke leven, maar ze besluit vooral aandacht te besteden aan haar kindertijd. Zo lijkt ze afscheid te nemen van alles en iedereen en kan ze rustig sterven.

IV. STRUCTURELE ANALYSE

Op het eerste gezicht heeft deze roman geen structuur, behalve dat hij in vijf hoofdstukken verdeeld is. Maar als men de inhoud goed bekijkt en een beetje logisch denkt, komt wel degelijk een -goed doordachte- opbouw aan het licht.
“De vermaledijde vaders” is wat men noemt een cyclische roman, maar wordt ook bepaald door de principes van contrastwerking en spiegeling. Dit komt er in feite op neer dat bepaalde delen -en de ermee samenhangende thema's- van de roman tegenover elkaar geplaatst worden. Misschien klinkt dit nog niet al te duidelijk, maar dat zal het -hopelijk- wel worden.
De roman is dus opgebouwd uit 5 delen, waarvan vier concentrisch opgebouwd zijn rond het derde deel en telkens twee aan elke kant gespiegeld worden. Een schema zal het geheel misschien begrijpelijker maken:



De Romeinse cijfers in het schema geven de delen weer. Het derde deel staat dus centraal en we zien dat in de binnenste ring deel vier tegenover deel twee staat en dat in de buitenste het eerste tegenover het laatste geplaatst is.
Dit gebeurde niet zonder reden: in deel III staat de liefde namelijk centraal en die is voor Pam rechtstreeks verbonden met oorlog en die heeft voor haar twee betekenissen. Enerzijds zijn er de twee wereldoorlogen en de dreiging van een atoomoorlog en anderzijds is er de oorlog der seksen. Die gaan beiden gepaard met vernieling, beschreven in de binnenste delen: in deel II wordt de verwoesting van twee vrouwenlevens geschetst (tante Elizabeth en Pams vriendin), terwijl in het vierde de oorlogsgruwelen in Vinkt en een beschrijving van een atoomoorlog centraal staan.
Het eerste en vijfde gedeelte vormen hier een scherp contrast mee. Hier wordt namelijk net het tegenovergestelde behandeld: het verlangen om te leven.
In het eerste deel is dat Pams jeugd en in het laatste wordt ze beschreven op 76-jarige leeftijd. Deze twee vertellen dus het begin en het einde van haar leven en worden dan ook sterk gespiegeld. Zo is Pamela een impulsief kind in het eerste deel, zo is ze in het laatste een oude vrouw die terugdenkt aan haar kinderjaren. Dit is eigenlijk een weerspiegeling van de landschapsbeschrijvingen van beide delen: als ze jong is het Vlaamse landschap, en later het rustige gebied waar ze als oude vrouw teruggetrokken leeft. Van Paemel heeft het hier trouwens zelf over in een interview met De Vlaamse Gids. Ze zegt hier dat in het laatste deel de oude Pamela de jonge Pam terugvindt. Ze is nu zelf grootmoeder geworden en bekommert zich over haar kleindochter. En het is de trein -die door het hele boek rijdt- die haar weer naar haar 'roots' brengt.
Maar het zou zeker verkeerd zijn om in deze roman te gaan zoeken naar een lineaire verhaalstructuur. Ook bij het schrijven heeft de auteur dit zeker niet in gedachten; zo is ze bijvoorbeeld het eerst aan het laatste deel begonnen omdat ze wou weten hoe het boek zou aflopen. Het begin en het einde heeft van Paemel wel in gedachten, de rest komt later al schrijvend wel en grijpt op het laatste moment in elkaar. Toch is het als lezer moeilijk om dit te begrijpen en zou men zelfs enigszins gefrustreerd kunnen raken door het schijnbaar ontbreken van enige samenhang.

V. THEMA'S

A. ALGEMEEN

Inhoudelijk laat het proza van Monika van Paemel zich hoofdzakelijk samenvatten als een obsessief zoeken naar de eigen identiteit: als individu, als vrouw in een mannenmaatschappij, en als auteur (van Paemel zelf prefereert dit begrip, omdat het voor beide geslachten dient).
Deze odyssee vindt plaats vanuit de optiek dat het leven een constant vernieuwen vanaf de geboorte tot aan de dood, een permanent worden is. Van Paemels schrijven legt de klemtoon op het uiterst dynamische (en dus voorlopige) karakter van de bestaanservaring, wat ook de veel voorkomende flash-backs verklaart. Het is een gevecht tegen de verstarring, die een spontane ontplooiing onvermijdelijk afremt.
In haar debuutroman Amazone met het blauwe voorhoofd wordt die verstarrende neiging tot uiting gebracht in het Vlaamse landelijke conservatisme. Het hoofdpersonage, Gisela, een met Victoriaanse moraal opgevoed meisje, voelt zich dan ook als een opgesloten exotische Amazone-papegaai (cfr. titel). Pas als ze zich heftig verzet tegen alle heersende dwangmatige conventies en sociale normen, vindt ze haar evenwicht in de vrijheid van de natuur terug.
Ook in De confrontatie wordt afgerekend met hevige en tegenstrijdige gevoelens. Van Paemel schrijft immers een caleidoscopisch verhaal, waarin twee hoofdfiguren, Mirjam en Zoë, afsplitsingen blijken van één en dezelfde persoon. In haar confrontatie met zichzelf ontdekt de schrijfster twee antithetische tendenzen. Die zijn elkaars tegenpool (of spiegelbeeld) en die kloof verbreedt ze in het verhaal tot twee aparte personen, die enerzijds elkaars tegenvoeter, anderzijds elkaars aanvulling zijn.
In Marguerite staat, samen met een portret van haar dominerende grootmoeder, de zoektocht naar de eigen individualiteit eveneens centraal. De grootmoeder is immers de persoon waarmee de ik-figuur zich, tegen wil en dank, identificeert, tegenover wie ze in een scherp gestelde ambivalente verhouding staat. Door de grootmoeder te begrijpen, wil ze zichzelf echter ook leren begrijpen.

B. DE EIGENLIJKE ROMAN

Toen “De vermaledijde vaders” verscheen, vormde dit de aanleiding om dit vorig werk te (her)lezen en het te interpreteren als een soort voorstudie van dit "meesterwerk".
Verschillende thema’s worden hernomen.
Schrijven, liefde, de zucht tot vernielen, de gerichtheid op behoud van leven, de verstarde sekserollen, het contrast tussen landelijke en verstedelijkte milieus zijn thema's die voorkomen in “De vermaledijde vaders”.

¨ Het obsessief zoeken naar de eigen identiteit
Het bovenstaande thema wordt opnieuw opgenomen, net zoals in de drie vorige romans. Toch beperkt “De vermaledijde vaders” zich niet tot het niveau van een strikt persoonlijke geschiedenis. Nee, die individuele geschiedenis vermengt zich met de algemene geschiedenis. Immers, het werk omvat in feite een tijdspanne van een eeuw, de twintigste eeuw, met haar eigen problematiek. De verschillende vrouwenfiguren trachten uiteraard overeind te blijven en hun eigenheid telkens te heroveren, maar uiteindelijk krijgt het loskomen van al deze negatieve, vernietigende invloeden pas zin als ze expliciet aanwezig zijn.

¨ Verstarde sekserollen
Opmerkelijk is overigens dat de verhouding vader-moeder al meteen in het begin van het boek in man-vrouw omgezet wordt. Het gaat dan om de man die heerst en gebiedt, die de ene oorlog na de andere begint en om de vrouw ("de vrouw die haar moeder moet voorstellen", p. 58) die gehoorzaamt en de benen spreidt om alweer eens nieuw kanonnenvlees te produceren. Op die verhouding moet het ik zijn eigenheid veroveren, wat in de gegeven omstandigheden natuurlijk geen gemakkelijke opgave is.
"Ze was er beter niet geweest" (p. 13), zegt de moeder bij de geboorte van de dochter, die door de stem van de moeder heen die van de "grote afwezige" hoort. De dochter is "voorbestemd om hem -de vader- teleur te stellen", en de auteur voegt eraan toe: "Als ik niet oppas ga ik nog op mijn moeder lijken" (p. 96). Die had immers dringend een zoon nodig om de vader aan zich te binden.
De dochter schrijft naar haar vader: "Ik vermoed dat u van mij had kunnen houden. Zonder dat belachelijke misverstand. Was ik een goede zoon geweest." (p. 323).
In het eerste deel al ("het verdroomde land") leert de vader ons de vrouw te verachten. "Hij steekt zo gunstig af bij de moeder, die vader, dat we met hem leren ons voor haar te schamen. Vrouwen zijn goed voor de ergernis en de minachting. Vrouwen zijn goed voor de afkeer van de eigen geilheid. Vrouwen zijn dom. Heel slim worden we attent gemaakt op moeders dwaasheid. Haar liegen. Haar luiheid (...) En als we hem nodig hebben, als het erop aan komt, hebben we geen vader meer. Gelukkig. Want in werkelijkheid maakt hij ons bang. We kunnen geen zoon worden, en geen vrouw om hem te behagen. En we weten dat hij dat niet zal pikken. In het diepste van zijn gedachten heeft hij ons gemaakt, een mislukking die hij zichzelf niet kan vergeven. We lijken op zijn moeder, waar hij niet onderuit komt. Arme vader." (p. 98)
"Hij doet niets liever dan mij mijn moeder in de schoenen te schuiven. Dat neem ik niet en ik stel me op achter mijn grootmoeder, zijn geliefde moeder, die hij nooit klein heeft gekregen." (p. 201)
"Toch ben ik nog lang bereid die man te verdedigen, ook al heeft hij ongelijk. Want al heb ik geen moeder, dan wil ik wel een vader hebben. En omdat ik niet aanwijsbaar uit hem ben voortgekomen, is het een verhouding waarvan ik me voorstel dat ik er een eigen inbreng in heb." (p. 201)

¨ Schrijven
Een ander belangrijk thema in deze roman is het schrijven. De hoofdreden van Pams schrijven is een tegenwicht bieden aan alle vernielzucht door te beschrijven, te bewaren, te behouden. Een andere reden is bestaansbewijs leveren ten opzichte van haar vader, die haar negeerde want ze was ongewenst.
Schrijven is naast bewaren en rechtvaardigen ook een wapen in de strijd tegen de vernielzuchtige "heren", die Pam vervloekt met het begrip "vermaledijde vaders" (cfr. titel).
In het woord "vermaledijd" zit het Latijnse "male", dat "kwaad" of "slecht" betekent. Het antoniem "gebenedijd" bevat het Latijnse "bene", wat "goed" wil zeggen.

· Tegenstelling goed-kwaad
Het belangrijkste contrast in deze roman is bij deze aangegeven: de tegenstelling goed-kwaad. Tegenover de vermaledijde, slechte vaders plaatst zij het "gebenedijde woord".
Schrijven is goed, want het is in staat te behouden en te bewaren (cfr. de reddende melk). Het is mogelijk in taal een leefbare wereld te creëren en te laten uitgroeien tot een hoopvol toekomstbeeld, zoals Pam in het vijfde deel doet. De jongeman, Jes, heeft daarbij een tweeslachtige functie. Enerzijds vertegenwoordigt hij de zachte en liefdevolle man, een schrille tegenstelling met de vader. Anderzijds vormt hij het symbool van de angst voor een atoomapocalyps, waardoor hij haar alle hoop op een beter toekomst ontneemt.
Het woord voedt niet alleen, het is tevens een wapen. De vele scheldkannonades in de roman brengen het schrijven onherroepelijk in verband met het vitriool, het gif dat ook de betekenis heeft van "hevig, bijtende, scherpe aantastende woorden." In deze zin is het thema van het schrijven het verbindende element in de roman. Juist in dit thema vindt de synthese plaats van alle andere thema's en motieven.
Het gebenedijde woord vertegenwoordigt een hele reeks begrippen die "het goede" symboliseren: het leven, de liefde, het ongeschonden platteland en de natuur, de reddende en voedende melk, het zogen.
Het vermaledijde stelt al wat slecht en destructief is voor.

· Gebenedijd-vermaledijd
Er is altijd de thematische tegenstelling in de begrippen rond "vermaledijd" en "gebenedijd": de oorlog contrasteert met de liefde, het vitriool dat de vader verwoestte met de melk die de vader uit de Mammelokkermythe redde, Pams schelden op haar vader met het zogen van de dochter in de mythe.
In de structuur van de roman merken we duidelijk deze thematische tegenstellingen op.

· Vader-dochterrelatie
De tegenstelling male-bene, de belangrijkste tegenstelling van de roman, bepaalt de vormgeving van de vader-dochterrelatie.
Al op de omslag van de oorspronkelijke uitgave wordt dit contrast geïntroduceerd. De associatie met liefde die het beeld van de zogende vrouw oproept wordt onmiddellijk gerelativeerd door de titel: hoe kan een dergelijke genereuze daad er een van liefde zijn als de geredde vader een vermaledijde vader is? Omdat ook Pams vader afhankelijk is van melk, kan Pam hem de redding ontzeggen. En toch komt zij niet zo gemakkelijk van hem af. Aan het einde van de roman schrijft Pam dat vrouwen, omdat ze koppig in de liefde blijven geloven, de vaders en de zonen steeds de hand boven het hoofd zullen houden, opdat het hun niet zal lukken het leven te vernietigen. Uit liefde voor het leven, en niet op de eerste plaats uit liefde voor die vermaledijde vader, schenkt zij haar vader toch de reddende melk. Pam neemt haar vader op in haar boek en ontrukt zo zijn leven aan de vergetelheid. En daarmee wordt Pam alsnog zijn voedsterdochter.
In deze optiek is toch wel duidelijk geworden dat Pam de dochter wel heel tegenstrijdige gevoelens heeft voor haar vader.
Enerzijds voelt zij afgrijzen voor hem, omdat hij tot de orde der Vaders behoort, de heren machthebbers die over de hoofden van het volk hun oorlogen uitvechten en van vader op zoon de oorlog tussen de seksen aanvoeren. De vader is opgegroeid met de verhalen over de heldendaden van zijn vader in de Eerste Wereldoorlog en collaboreert, verblind door Vlaams nationalisme, met de Duitsers. Hij keert verbitterd terug van het Oostfront, een miskende held met een voorgoed vernietigde jeugd en gezondheid. Als hij dan nog in de jachtigheid van de wederopbouw per ongeluk vitriool drinkt, kan hij met zijn verbrande mond en ingewanden alleen dank zij melk in leven blijven.
Dus anderzijds vindt van Paemel dat de vrouwen die hem liefdevol bemoederen, medeplichtig zijn aan de geschiedenis van de Vaders. Daarom keert Pam zich van beide ouders af: "Zij mochten haar dan niet hebben gewild, zij wilde hen nog minder."



· Liefde en feminisme
Steeds weer echter komt de het idee terug dat de liefde het mechanisme is waardoor de vrouwen zich aan de mannelijke wil onderwerpen. Pams liefdeloze ontvangst op aarde wordt dus later door haar vertaald in een emancipatorisch programmapunt. Het feminisme van Monika van Paemel lijkt zich voornamelijk te bewegen op het terrein van de simpele mannenhaat: het feminisme van Pam. Vaderhaat ligt aan de wortel van mannenhaat.

V.(b) MOTIEVEN

· Trein
Een terugkerend beeld in “De vermaledijde vaders” is de trein, die dreigend door het boek rijdt. Pam is er als de dood voor. "Heinrich Böll heeft ooit eens gezegd dat de Tweede Wereldoorlog de oorlog van de treinen en van de stations is. We weten allemaal dat de trein eens in Auschwitz zou kunnen stoppen. Daarom wantrouwt Pam voertuigen die je niet zelf bestuurt. Het beeld staat ook voor de trein naar de dood, waar we allemaal in zitten. Een anekdote. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kreeg de Duitse keizer om vijf voor twaalf een angstig gevoel dat het verkeerd zou aflopen. Hij was geen standvastig man, wilde de hele zaak nog aflasten. Maar dat kon niet meer, de treinen waren al op weg, vol soldaten. De oorlog was begonnen."

· Petemoeien
Ook het beeld van de petemoeien gebruikt van Paemel veelvuldig. Petemoeien zijn dames met een staart, waardoor die geen kinderen kunnen krijgen. Het zijn een soort geëmancipeerde vrouwen, in dit boek de spreekbuis van de schrijfster. Die staart staat symbool voor vrijgevochtenheid. Het beeld stamt uit oude culturen, net zoals de zeemeermin en de centaur.


VI. STIJL EN VERTELTECHNISCHE PROCÉDÉS
A. SCHRIJFSTIJL
Omdat Monika van Paemels boeken en verhalen het type van de experimentele tekst en schriftuur benaderen, kunnen we met zekerheid stellen dat haar werk niet echt gemakkelijk leesbaar is. Haar proza wordt voornamelijk gekenmerkt door een rusteloze en vooral lyrisch-associatieve schrijfstijl, gebruik makend van toevallige gebeurtenissen tijdens het schrijven. We kunnen zelfs spreken van een soort caleidoscopische verzameling van heterogene elementen: telkens opnieuw zien we dat fragmenten van verhalende passages, herinneringen en auctoriële commentaren elkaar afwisselen of doorkruisen. Op die manier ontstaat een symbiose tussen verschillende, vaak contrasterende taalregisters en stemmingen.

B. TAALGEBRUIK
Ze verwoordt bijgevolg elke taalhandeling zo rijk en uitgebreid mogelijk en daarbij komt de (soms fanatieke) voorkeur van de auteur voor opsommende en herhalende zinnenreeksen (cfr. de "moraliserende" tussenkomsten van de verteller) duidelijk tot uiting.
Taal is voor haar onverbrekelijk verbonden met de Vlaamse taalstrijd en ze wil haar eigen boek er zo zuiver mogelijk van houden. "In mijn boek is de taal nog een vuist tegen de heren, ik probeer hun taalgebruik te doorprikken en te neutraliseren."
Ook in haar stijl blijkt dus dat het verleden niet openwaaiert als een pauwestaart, maar schoksgewijs tot leven komt.
In de roman treffen we naast een poëtisch taalgebruik tevens het alombekende van Paemel-staccatoritme. Deze mitrailleurstijl, die overigens wel efficiënt werkt bij het schetsen van oorlogstaferelen, maar niet geschikt is voor veelvuldig gebruik, bestaat uit woordzinnen en elliptische commentaren met een uiteraard sterk polemische inslag (cfr. tirade tegen de vader).

C. VERTELTECHNIEKEN
Ook grijpen een groot aantal, vaak bruuske wendingen in tijd, ruimte, personages en vertelinstantie plaats. Retoriek en storende breedvoerigheid veranderen dan in het weglaten van persoonsaanduidingen, wat in het algemeen verwarrend is. Plaats- en tijdsvermeldingen worden vaag gehouden, omdat ze "iets wil maken dat algemeen is dan wat toen op die plek daar gebeurde". Deze techniek deed Beckett haar voor: alle clichés die in een tekst zitten om hem handzamer te maken voor de lezer, schrapt hij.
De traditionele logische en chronologische samenhang wordt dus regelmatig doorbroken. Nooit wordt een rechtlijnig plot afgewikkeld.
Een andere stijleigenaardigheid is het weglaten van interpunctie, waardoor je zinnen krijgt als: "Had er eerst niets van gezegd extra aandacht aan haar opschik besteed kaarsen op tafel erop aangelegd om iedere nacht te vrijen".
Van Paemels schrijfstijl is trouwens afhankelijk van het onderwerp (cfr. de jeugd Van Pam: klassiek verhalend; de massamoord in het Vlaamse Vinkt: reportage-achtig; de zelfmoord van Pams beste vriendin: telegramstijl; de clichétaal van de "heren": geparodieerd).
Zoals L.P. Boon en de Franse auteurs van de nouveau roman bedient zij zich van de collagetechniek, een weefsel van allerlei taalvormen. “De vermaledijde vaders” vertoont zowel kenmerken van de autobiografie, de ontwikkelingsroman, de familiekroniek als van het feministische leerboek. De schrijfster vermengt in haar magnum opus herinneringen, verhalende elementen en beschouwingen met sprookjes, kinderversjes, volkswijsheden, documentairemateriaal, film- en dagboekfragmenten en historische feiten; met andere woorden kenmerken van de bekentenisliteratuur met die van de kroniek.
Door deze afwisselingen in stijl streeft de schrijfster een allesomvattende totaalindruk na. Die machteloze zucht naar volledigheid heeft echter veel negatieve bijwerkingen. Zo is het boek nodeloos verwarrend bij het introduceren van personages. Het is ook minder aangenaam - zelfs frustrerend - je door de opsommingen van sleutelwoorden te moeten worstelen wanneer van Paemel een bepaald tijdsbeeld tracht op te roepen.
Om echt leesplezier te beleven aan “De vermaledijde vaders” moet je het boek herlezen. Pas dan wordt het duidelijk dat het boek een "meesterwerk" is, wat ze trouwens zelf vermeldt aan het begin van de roman.

D. PERSPECTIEF

"We zien Pamela door een beslagen vergrootglas en haar trekken blijven wazig." (NCR-Handelsblad)

HET VERKOOLDE LAND (over Pamela's kinderjaren)
"Pam vertrouwde meer op haar oren dan op haar ogen, en toch bleven de eerste beelden haar makkelijker bij..."
"Nooit ga ik nog het ziekenhuis in, dacht ze."

Hier hebben we te maken met een auctoriële -alwetende- focalisator. Toch voelen we duidelijk dat achter deze focalisator de vertelster Monika van Paemel verscholen gaat, die “op onpersoonlijke wijze” haar eigen levensverhaal vertelt, weliswaar via de figuur van Pamela.
Strict gezien vallen verteller en focalisator dus samen in deze voorbeelden; Pamela (= van Paemel) schrijft op onpersoonlijke en auctoriële wijze over zichzelf.
Op bepaalde momenten, wanneer ze bv. een tijdsbeeld tracht te schetsen of het begrip petemoei uitlegt, lijkt Monika's alter ego -Pamela- zo goed als verdwenen. Deze passages kunnen we beschouwen als een onderbreking van het Pamela-verhaal waarin de schrijfster commentaar en achtergrondinformatie verstrekt.
Op andere momenten schrijft van Paemel niet langer op onpersoonlijke wijze. We krijgen dan een persoonlijke, nog steeds auctoriële focalisator. Dit procédé houdt de auteur echter niet consequent vol. Op deze manier wordt het verhaal van Pamela's grootvader naar voren gebracht.

"Karel-August, mijn grootvader leerde intussen tweetalig vloeken. "
" Pam kijkt hem -haar grootvader- aan."

Opvallend zijn dus de talrijke, plotse wisselingen in vertelinstanties.
Het onpersoonlijke, auctoriële vertelperspectief overweegt.

HET VOORDELIG MISVERSTAND (over twee verwoeste vrouwenlevens)
Het verhaal van Elisabeth wordt grotendeels op onpersoonlijke, auctoriële wijze naar voren gebracht, terwijl de geschiedenis van de naamloze vriendin een overwegend actorieel ik-perspectief kent.

HET NAAKTE VERKEREN (over het volwassen worden van Pamela)
Hier vinden we in het begin uitsluitend een actoriele ik-instantie, maar later gaan de verschillende perspectiefvormen zich terug met elkaar vermengen. Wat de schrijfster in dit hoofdstuk vertelt is fragmentarisch en onvolledig. Het grootste gedeelte van het volwassen leven blijft onbeschreven.

HET VERWERVEN VAN EEN SCHUILPLAATS (over het oorlogsdrama te Vinkt en de tirade tegen alle vaders)
De geschiedenis van Vinkt wordt beschreven zonder tussenkomst van de vertelster, die een rapporterende stijl hanteert.
In de monoloog tegen haar vader gebruikt Pamela, die zowel focalisator als vertelinstantie is, de U-vorm. In dit hoofdstuk verschuift het oriënteringspunt vaak van de hoofdfiguur naar een ander focaliserend personage, door wiens blik je het gebeuren dan volgt. Dit procédé wordt soms bladzijden lang aangehouden worden. Hierdoor kan je het focaliserend personage met Pamela verwarren, wat de begrijpbaarheid van het boek uiteraard niet ten goede komt.


HET VERDACHTE VERMOGEN (over Pamela's oude dagen)
In deel vijf wordt eindelijk duidelijk dat al het voorgaande geschreven werd door Pamela. Als oude vrouw werkt ze namelijk aan haar memoires en blikt ze terug op haar voorbije leven.

"Zij dacht steeds vaker aan haar kinderjaren. Op onpersoonlijke wijze maar toch."

Dit laatste hoofdstuk wordt op “onpersoonlijke wijze” geschreven, in de derde persoon dus.
Op de laatste bladzijde van haar boek “De vermaledijde vaders” loopt Pamela van haar schrijftafel weg en struikelt over een traptrede...

SAMENVATTEND:
Directe identificatie met Pamela wordt onmogelijk gemaakt door een voortdurend verschuiven van het perspectief, van de eerste naar de derde persoon, van de jonge naar de oude Pam en afwisselend fragmentarische vertelvormen.
De vertellende stem uit de eerste vier delen wordt in deel vijf expliciet stem van Pam die als schrijfster terugblikt.


E. PERSONAGES

Pamela
Het hoofdpersonage van het boek wordt al onmiddellijk opgezadeld met een soort existentiële schuld die haar voor de rest van haar leven zal tekenen. Het feit dat een meisje veel minder gewaardeerd wordt dan een jongen, beseft ze maar al te goed. Sterker nog: al vanaf haar eerste levensdagen wordt Pam door haar moeder en vader "gebruikt" als iets dat af en toe eens van pas kan komen. Bij haar geboorte zit Pamela's vader namelijk in de gevangenis en vormt ze als het ware een goed excuus voor haar moeder om haar vader te bezoeken.
Als kind was ze zeer 'behoudingsgezind'; ze haatte elke vorm van verandering, misschien wel omdat dit veelal betekende dat ze naar de stad moest gaan, naar haar ouders:

p. 36: " Ze wilde niet weggevoerd worden. De steedse helft van haar familie kwam haar vals en gevaarlijk voor."

Nieuwjaar is voor Pam altijd weer een marteling. Haar ouders komen dan voor de hele familie paraderen met hun zoontje en haar vader 'meet' en taxeert Pam dan als een beest:
p. 39: "Hij plaatst Pam met haar rug tegen een deurstijl, rechtop, de hielen aaneengesloten, om een streepje boven haar hoofd te zetten. Hij plooit zijn vouwmeter dicht en schrijft haar lengte in zijn notitieboekje, ondertussen uitrekenend hoeveel centimeter zij in de afgelopen maanden is gegroeid. En in hetzelfde tempo van hop met de geit gaat het naar de weegschaal. Als ze tegenstribbelt grijpt hij haar beet en draagt haar als een speenvarken onder zijn arm."

Toch slaagt ze er nog in om een redelijk onbezorgde jeugd te beleven bij haar familie en spelletjes te spelen net als elk ander kind.
Over Pamela als vrouw komen we niet zo veel te weten: de auteur houdt het derde deel opzettelijk vaag. Moet ze hier geïnterpreteerd worden als een koele, afstandelijke vrouw of als iemand die bepaalde actuele gevoelens met de mantel der liefde bedekt? Dat ze over haar liefdesleven soms in de derde persoon schrijft, is hier een mooi voorbeeld van:

p. 220: "Die nacht blijven ze samen. Ze is tegelijk heftig en loom."

In het laatste deel is Pamela zichtbaar ouder en 'wijzer' geworden. Ze is nu nog rationeler en ook soms zeer cynisch, wat natuurlijk niet wil zeggen dat ze helemaal géén gevoelens meer heeft. Maar toch heeft het leven haar al vele lessen geleerd en weet ze wanneer ze beter haar mond houdt. Dit zien we zeer goed wanneer Pam op weg naar haar dochter tegengehouden wordt door de spoorwegpolitie (of door de douane, dat is niet zo duidelijk):

p. 375: " 'Waar moet het heen?' blafte de geüniformeerde. 'Ik zou het niet weten,' zei Pam, maar ze herstelde zich met een valse glimlach en toonde haar kaart."

Al bij al lijkt het toch dat we net over het belangrijkste personage het minst te weten komen en over sommige facetten van Pams karakter in het ongewisse blijven.

Pamela's vader
In zijn jonge jaren was de vader van Pamela een charmant, levenslustig man. Hij was een echte dandy. Hij keek neerbuigend neer op z'n medemensen omdat hij zich beter en superieur voelde; rond zijn mond zweemde steevast een spottend en smalend lachje.
Na de Tweede Wereldoorlog is hij een geknakt figuur. Ook in vredestijd gaat de oorlog voor hem gewoon verder, want hij weigert zijn ongelijk toe te geven (Pamela's vader collaboreerde met de Duitsers). Wanneer hij in de gevangenis de straf uitzit, is Pamela's geboorte de dolksteek in zijn rug. Ze is maar een meisje en zal dus zijn naam niet verderzetten. Pamela wordt in de steek gelaten en haar ouders trekken naar de stad. Zijn dochter laat hem helemaal koud, als hij haar op feestjes ziet beschouwt hij haar als een object dat je bekijkt en meet.
Leven wordt vanaf dan overleven en als hij op familiebijeenkomsten aanwezig is, breekt er gegarandeerd een discussie uit over de oorlog.

p. 38: Hij is niet groot maar beweegt zich energiek. Tenger maar sterk. Het is eerder macht dan kracht wat hem van de ooms onderscheidt. Meester van de situatie, charmant en onberekenbaar.

De vader heeft onbetwistbaar een aanleg voor taal. Die taal gebruikt hij dan om zijn autoriteit nog scherper in de verf te zetten.

p. 321: Gekwetst maar ongenaakbaar. De overmoed was verbetenheid geworden. Man uit een stuk. In een oogwenk hakte u knopen door. Nooit kwam u op een beslissing terug. Tegenspraak was overbodig. Voor het minste ging u op uw strepen staan. Voor alles de baas.

Het is dus een man die geen zwakheden van anderen duldt, hoewel hij zelf ook een zekere 'afhankelijkheid' in zich heeft, vooral op lichamelijk gebied.
Een belangrijk element dat hiermee in verband staat is zijn eetprobleem.
Per ongeluk dronk hij eens van een flesje vitriool waardoor het bijna onmogelijk is geworden vast voedsel tot zich te nemen. Net als de oude man in de Mammelokkermythe wordt hij door “het zwakke geslacht” in leven gehouden met melk.

Pamela's moeder
De moeder is erg ontgoocheld als na de zware bevalling Pamela “maar” een meisje blijkt te zijn. Ze vindt dan ook dat haar eerstgeborene er beter niet was geweest. Dit oordeel van haar is waarschijnlijk gebaseerd op de gevoelens van haar echtgenoot.

p. 13: Zover was het met vrouwen gekomen dat ze fungeerden als doorgeefluik voor de wensen en bevelen van hogerhand, en heldhaftig ze ook tegenspartelden, ze aten uit vaders hand. Pams moeder bezat de gave om de gedachten van haar Heer te lezen.

Schijnbaar zonder enige scrupules laat ze het kind achter bij haar ouders op het platteland. Ook later, wanneer Pamela's broertje geboren wordt -en die ze uiteraard liever ziet dan haar- blijft het meisje de steen des aanstoots. Moeder ziet haar als een concurrente. Als Pamela haar eigen willetje krijgt en verklaart dat ze beter af is bij haar grootouders, wordt ze bij momenten hysterisch.

p. 35: “Ik wil niet, ik wil niet,” riep ze (de moeder) volbloedig en tante Zulma-Marie bleef maar herhalen : “Je bent nu eenmaal getrouwd en wij zorgen al voor het kind.” Altijd dat stompzinnige zinnetje. Maar er was geen land mee te bezeilen. “Wat ze je grootmoeder toch allemaal aandoet,” zei Elisabeth die het Pam scheen aan te rekenen. Ze (Pamela) bleef.
De moeder is een zwakke figuur die geen enkel initiatief neemt, ze bevestigt het rollenpatroon en Pamela minacht haar daarvoor.

p. 187: Mijn moeder is de rol van de zwakke vrouw op het lijf geschreven. Ze leeft zich uit en neemt geen enkele verantwoordelijkheid. In belangrijke zaken heeft zij helemaal geen stem en wil die ook helemaal niet hebben. Ze doet zich dommer voor dan dat ze is. Onbetrouwbaar, nukkig en leep. Mijn vader danst naar haar pijpen. Althans dat lijkt zo. Van gewapend beton als ze haar boekje te buiten gaat.

Tante Elisabeth
Het leven van Elisabeth lijkt in het teken te staan van een ongelukkige liefde. Degene die ze tot haar toekomstige man kiest, is een notariszoon in een landelijk dorpje. Hij vergrijpt zich aan haar, maar kan de gevolgen niet aan: als ze zwanger is, verhangt hij zich -overigens niet zonder tegenzin. “Na de begrafenis ontving de rustend notaris de oudste broers van Elisabeth. Ze kon wat hen betreft wel weer naar huis komen, maar voor het kind wilden ze niet opdraaien, tenzij er een regeling werd getroffen voor onderhoudsgeld, of een spaarboekje op naam. De rustend notaris trommelde met zijn vingers op het schrijfblad. Zijn broer was verongelukt om niet met Elisabeth te moeten trouwen. Het was haar schuld. (...) Elisabeth had de familie onnoemelijk veel verdriet aangedaan... Ze moesten hun verstand gebruiken: als ze een ander leven wilde beginnen, was het beter dat er niets uit voortkwam. (...) De broers tikten tegen de pet en staken de sigaar achter hun oor op.” (p. 132-133) De broer van de overledene dwingt het jonge meisje vervolgens tot een abortus. De tante leidt dan het vernederende bestaan van ongetrouwde dochter in het ouderlijk huis. De hele geschiedenis vernietigt Elisabeths levensmoed, en van tijd tot tijd vervalt ze in zware depressies.

Naamloze vriendin
De vriendin die niet bij name genoemd wordt, is Pams beste vriendin.
Deze geschiedenis speelt zich af aan het einde van de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig. Deze burgerdochter gaat schijnbaar met open ogen haar ondergang tegemoet door jong te trouwen met een man die (haar) wil vernietigen. Ze jaagt in haar “open huwelijk” wanhopig en tevergeefs alle vrijheidsslogans van de jaren ‘60 na en raakt aan de drank en de valium. Ze geeft de strijd op wanneer ze voorbij de illusie van het sentiment de feitelijkheid van de wereld, een mannenwereld moet ondergaan. Nog voor haar vijfendertigste pleegt ze zelfmoord.

Pamela's grootmoeders
Pamela's grootouders bezitten met al hun eigenaardigheden toch een zekere rust en waardigheid. Vooral de grootmoeder langs vaders kant oefende een grote invloed op haar uit, wat van Paemel al eerder neerschreef in “Marguerite”. Marguerite-Leonia is een praktisch aangelegde vrouw die goed weet waar het in het leven om draait. Haar meningen weet ze dan ook op kernachtige wijze uit te drukken en het is o.a. zij die ervoor zorgt dat Pamela weigert zich in de traditionele vrouwenrol te schikken.
Pamela's grootmoeder langs moeders kant is eveneens een sterke vrouw. Op deze manier ontwikkelt Pamela een sterk vrouwelijk bewustzijn, ze zal zich niet laten onderdrukken door het andere geslacht.

p. 186: Het is een teer punt dat mijn grootmoeder de zaak onder haar eigen naam voert. Als ze brieven ondertekent verlaat haar echtgenoot de kamer. En ook mijn vader vraagt haar niet graag om een handtekening.
“De heren zijn op hun staart getrapt,” lacht mijn grootmoeder.

Haar grootvaders
Karel-August, echtgenoot van Marguerite is een held uit de Eerste Wereldoorlog. Hij is een vrij man maar de angst voor de dood krijgt hem met de jaren steviger te pakken. Karel-August voelt wroeging over zijn oorlogsverleden en hij begrijpt de veranderende wereld rondom hem steeds minder en minder.

p. 54: In de charmeur huist een zure mijnheer. Het is de schuld van de oorlog. Het is de schuld van het werkvolk. Het is de schuld van heel de veranderende wereld. Hij kan zich afdoende beklagen. Begrijpen doet hij nog altijd niets.

Hij is wel een goede grootvader voor Pamela, die hij beschrijft als “al de charmes van een vrouw zonder de kuren.” Pamela krijgt ballonnen van hem, hij leert haar lopen en vertelt haar vervormde verhalen uit zijn eigen verleden.
Het verschil tussen de grootmoeder en grootvader langs vaders kant wordt duidelijker aan de hand van het volgende fragment:

p. 63: Misschien was Marguerite wrokkig omdat ze zich ooit door zijn mooie woorden had laten vangen en geloofd had in wat hij haar voorspiegelde. Ze hadden beiden hun verhaal, maar voor Marguerite was het bittere waarheid waaraan niet viel te ontkomen, en voor Karel-August een achterpoortje om aan de consequenties van zijn daden te ontkomen.

Camilla
Camilla komt enkel voor in het laatste hoofdstuk. Zij is dan de huishoudster van de oude Pamela. Ze is een stevige, kordate vrouw van 58 jaar en niet erg sociaal. Ze haat haar vader door en door maar kan zich moeilijk van hem los maken.
In het begin geeft Camilla op geen enkele wijze duidelijk te kennen dat het verleden haar kwelde; als Pamela haar bewegingen volgt, valt haar toch iets bijzonders op.

p. 356: Camilla had iets slaafs in haar gebaren , alsof ze gebukt ging onder de klappen van een onzichtbare zweep.

Wanneer Pam terug is van een bezoek aan haar dochter en kleindochter is Camilla's vader net gestorven en komt de waarheid aan het licht. Camilla was in haar jeugd seksueel misbruikt geweest door haar tirannieke vader. Ze raakte zwanger. Na de geboorte wurgde ze de baby en gooide het lijkje in een sterfput. Deze gebeurtenissen hebben Camilla zwaar getraumatiseerd; ze werd een harde vrouw. Ze kan bazig doen tegenover Pamela, maar eigenlijk is ze een heel gevoelige ziel.

Rest van de personages
* Familieleden:
· Tante Angela, oom Gomein en oom Irme zijn evenals tante Elisabeth nooit getrouwd geraakt. Daar ze steeds in hun beperkte leefkring verblijven, zijn ze misschien wat vreemd naar buiten toe. In hun eigen wereldje zijn het lieve mensen, die proberen een thuis te creëren voor Pamela. Hierdoor heeft Pamela nog een betrekkelijk aangename jeugd, maar helemaal thuis voelt ze zich er niet.
· Haar kleindochter Alexandra komt voor in het laatste hoofdstuk, wanneer Pamela een oude vrouw is die haar memoires schrijft. Pamela gaat haar suïcide kleindochter opzoeken, later komt Alexandra op bezoek bij haar. Alex doet haar denken aan Jes (zie verder).

p. 412: “Hoe halen we die kinderen uit de vernieling ?” zucht ze.

Hierdoor wordt ze zich bewust van het perpetuum mobile van leven en dood: de cirkel is rond en Pamela kan sterven.

* Jes, haar laatste “liefde”
Deze jongen ontmoet ze in de trein op weg naar haar dochter. Het is een aan wal geraakte puber met wie ze haar laatste liefdesnacht zal doorbrengen. Het is een nieuw type man, helemaal anders dan de harde vaders. Jes, hoewel niet helemaal betrouwbaar, is in haar ogen zacht en liefdevol: tegen hem zegt ze “yes”. In gedachten noemt ze hem ook herhaaldelijk Jesaja, een oudtestamentisch profeet, die echter niet alleen de komst van de nieuwe Messias, maar ook het einde van de wereld (de Apocalyps) voorspelt.

VII. Uitspraken over literatuur

" Schrijven is voor mij geen therapie want dan was ik al lang genezen."

A. Schrijverschap
Dit ene zinnetje geeft min of meer Monika van Paemels attitude over literatuur en schrijven weer: koel, beredeneerd en zeker niet idealiserend. Het therapeutisch schrijverschap is voor haar dus een illusie. Reeds in '77 stelt ze in Humo dat schrijven "een vak" is: "Het is niet zo dat je 's avonds thuiskomt, een idee krijgt en ineens Oorlog en Vrede gaat zitten schrijven".
Een boek moet volgens haar gebouwd worden (net als een muur) en is -in tegenstelling tot journalistiek- iets dat blijft en duurzaam is. Acht jaar later zegt ze in De Morgen dat schrijven haar een gevoel geeft dat ze niet langer weerloos is en een grote houvast betekent in een wereld vol pijn en ellende. In “De Vermaledijde Vaders” schrijft ze aan haar vader: "Maar weet dat ik alles zou doen om niet te moeten doen wat ik moet doen. In een iglo zitten en dat klereboek schrijven... Omdat het anders nooit meer zou lukken een gebenedijd woord op papier te zetten. En ik op mijn manier maatregelen tegen de vergetelheid moet treffen. Dringend bewijzen dat ik besta." Hieruit kunnen we afleiden dat haar boeken ook een manier zijn om zich te manifesteren en sporen na te laten van haar bestaan.
Maar voor alles is schrijven een methode om in evenwicht te blijven, om een balans op te maken.

B. Literair klimaat
Ze gelooft dus zeker niet in de 'zolderkamerromantiek', daar is ze te nuchter voor. In Vrij Nederland haalt ze dan ook scherp uit naar het literaire klimaat in Vlaanderen, waar vrouwen schrijven als een soort hobby en niet als een voltijdse bezigheid. Daarom houdt ze ook meer van de Nederlandse literaire mentaliteit, waar schrijven een vak is en geen veredelde gave met inspiratie die door muzen ingefluisterd wordt.
In hetzelfde interview zegt ze ook dat een bloeiend literair klimaat bestaat uit het werk van een hele generatie en uit de actieve deelname van het publiek. Er zouden dus in Vlaanderen meer lezingen en literaire avonden moeten komen, en ook meer interactie. In De Tijd parafraseert ze dit als volgt: "In eigen land heb ik altijd de ambiance gemist, er is in dit taalgebied zo weinig om je heen waar je je vorming uithaalt... Nu kun je wel zeggen dat Kafka ook maar alleen op zijn kamertje zat, maar er was toch in Praag een club waar hij contacten had, waar werd gelachen, geruzied, waar men zich druk maakte over allerlei dingen."
Ze beweert dan ook maar weinig vrienden te hebben in de literaire kringen en dat de meeste dan nog in het buitenland wonen. Ook is het Vlaamse literaire milieu te bekrompen en moet je -vooral als vrouw- op je tellen passen.

C. Literatuur

1) Haar definitie
Toen men Monika van Paemel in Weekend Knack ('87) vroeg wat zij eigenlijk onder literatuur verstaat, antwoordde ze dat dit moeilijk te definiëren is. Voor haar is het in elk geval zeer belangrijk dat inhoud en vorm perfect bij elkaar passen. In feite moet 'hoe het er staat' belangrijker zijn dan 'wat er staat', omdat literatuur een kunstwerk is met taal. In dit opzicht is een boek dan ook een kunstwerk, dat uit verschillende lagen moet bestaan en het enkelvoudige verhaaltje moet overstijgen.
Deze uitspraak van de auteur is niet uniek; in bijna alle interviews stelt ze dat de lineaire verhaalstructuur uit de 19e eeuw stamt en haar literatuur mee moet evolueren met de chaotische tijdsgeest en maatschappij van onze eeuw. Bij een goed literair boek moet de lezer dus creatief betrokken worden en zij probeert dit te doen door te infiltreren met taal en een chaos te scheppen. Natuurlijk wordt het boek de eerste keer dan niet helemaal begrepen, literatuur moet namelijk gelezen en herlezen worden: "Als je een schilderij koop, bekijk je dat toch ook niet eenmalig, om daarna op te bergen. Nee, je blijft ernaar kijken, ziet elke keer iets nieuws....".
Leesplezier is dus wel de eerste voorwaarde, maar een boek moet vooral iets achterlaten bij de lezer en dit kan enkel door een zeker engagement van de auteurs kant: "Of het nu in de taalbewerking of de inhoud zit, ik wil de aandrift voelen van iemand die echt iets aan het maken is." Vooral het creatief schrijven associeert van Paemel dus met literatuur.

2) Waar hoort van Paemel bij?
Het feit dat de auteur te pas en te onpas het label "feministische literatuur" opgeplakt krijgt, bezorgt haar grijze haren. Met vele feministische opvattingen is het totaal oneens, toch kan ze niet ontkennen dat al haar boeken een sterk emancipatorische inslag hebben. In tal van interviews verwijst ze dan ook naar Virginia Woolf. (Ook in “De Vermaledijde Vaders” staat een citaat van deze dame.) Maar toch blijft zij bij het standpunt dat 'vrouwenboeken' niet bestaan: "Oscar Wilde heeft ooit gezegd dat er geen goede en slechte boeken bestaan, dat er alleen maar goed en slecht geschreven boeken zijn. Zo bestaan er ook geen vrouwen- en mannenboeken maar boeken die door een man of een vrouw geschreven zijn". ( Uit Weekend Knack ('87) ).
Het is dus duidelijk dat ze niet echt houdt van het categoriseren van literatuur en dat ze het niet op prijs stelt zelf in een vakje gestopt te worden. Het feit dat men dit toch probeert is naar haar mening een commerciële zaak, omdat schrijvende vrouwen momenteel erg goed in de markt liggen. In De Tijd ('85) steekt ze hier dan ook de draak mee: "Ik denk dat op dit moment veel uitgevers eraan toe zijn een man als vrouw te verkleden. Dat is dan het omgekeerde van het verschijnsel dat vrouwen onder het pseudoniem van een man willen publiceren.” Literatuur is evenmin voor een bepaalde doelgroep bestemd en een schrijver moet zich zowel in de mannelijke als in de vrouwelijke pool verplaatsen.

3) Haar invloeden en motivatie
In haar jeugdjaren kwam Monika van Paemel aanvankelijk weinig in contact met literatuur. Niet dat schrijven zo vreemd was in de streek waar zij opgroeide, want dit was namelijk Buysse zijn territorium. Maar haar familie vond deze auteur z'n boeken maar niks, wat de fascinatie van de kleine van Paemel natuurlijk prikkelde. Toen ze later -op negenjarige leeftijd- een hersenletsel kreeg, moest ze wel lezen tijdens haar vier jaar durend herstel: "Zodra ik kon, las ik alles wat ik in handen kreeg... Het eerste boek dat ik las, was Robinson Crusoë, maar ik vond dat die verhalen niet klopten. Ik heb toen brieven vol commentaar geschreven en hielp Crusoë aan betere toestanden daar op zijn eiland."
Van Paemel wordt veel 'de literaire dochter van Louis Paul Boon' genoemd. Dit raakte haar erg, want de auteur steekt haar bewondering voor Boon niet onder stoelen of banken. De eerste zin van “De Vermaledijde Vaders” zou zelf een hommage zijn aan de goede man: "...Pamela stierf in het jaar tweeduizend en zoveel." Ook heeft ze veel waardering voor iemand als Anne Frank en zelfs voor Hugo Claus, wiens Verdriet van België in dezelfde periode uitkwam als haar meesterwerk.

4) Besluit
Al bij al valt het dus op dat Monika van Paemel zeer consequent is in haar uitspraken over literatuur en ze zeker niet mag beschuldigd worden van overromantisering van haar vak.

VIII. LITERAIRE BIOGRAFIE
· Officieel debuut in 1969 met twee gedichten in het N.V.T. (Nieuw Vlaams Tijdschrift)
· Publikaties in Dietsche Warande & Belfort (1972), De Vlaamse Gids, Opzij en Lover en het Nieuw Vlaams Tijdschrift.
· Medewerking aan radio- en televisieprogramma's, Brussel en Hilversum (1977-1981)
· Lid van de raad van beheer van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, werkgroep "Schrijversbelangen" (1973-1974)
· Voorzitter van de P.E.N.-club, centrum Vlaanderen

ROMANS
· Amazone met het blauwe voorhoofd (1971) - Elsevier, Brussel/Amsterdam (107 blz.)
Prijs voor het beste literaire debuut (1972)
· De confrontatie (1974) - Nijgh & van Ditmar, Den Haag/Rotterdam (152 blz.)
· Marguerite (1976) - Nijgh & van Ditmar, Den Haag/Rotterdam (121 blz.)
Literaire provinciale prijs voor letterkunde Oost-Vlaanderen (1975)
· De vermaledijde vaders (1985) - Meulenhoff, Amsterdam (425 blz.)
Dirk Martensprijs van de stad Aalst (1985)
Prijs voor letterkunde van de Vlaamse provincies (1985)
Driejaarlijkse staatsprijs voor verhalend proza (1987)
Tweejaarlijkse literaire prijs Antwerpen (1987)
· De eerste steen (1992) - Meulenhoff, Amsterdam (279 blz.)
· Het wedervaren (1993) - Een verslag - Meulenhoff, Amsterdam (115 blz.)


VERHALEN EN ESSAYS
· De stilte van de grote dagen, Vrouwen in Vlaanderen schrijven nu, Reinaert (1977)
· Moeder waarom schrijven wij? LEF nr. 7, Masereelfonds - Kritak (1981)
· Gebrek aan zolderkamers? Het moment, Meulenhoff (1982)
· Het voorlaatste woord, Amnesty International, Cahier 38 (1983)
· Het erotisch moment, Vrouwenagenda, Sara (1983)
· Zelfportret met juwelendoos, Vlaamse verhalen na 1965, Manteau (1984)
· De Westeuropese maagd, Eerste liefde, Meulenhoff (1983)

IX. BIBLIOGRAFIE

· Een jaarboek 1984-1985 - Overzicht van de Nederlandse literatuur
Aad Nuis & Robert-Henk Zuidinga
p. 112-116
· Denkwijze 298 - Hoogte- en dieptepunten in de Nederlandse literatuur uit de jaren ‘80
Gerrit Jan Zwier
p. 164-168
· Geboekstaafd - Vlaamse prozaschrijvers na 1945
Davidsfonds Leuven
p. 199-201
· Balans 2
A. J. F. Kees (Van Walraven b.v.)
p. 122
· De Nederlandse en Vlaamse auteurs - Van de Middeleeuwen tot heden
De Haan
· Winkler Prins - Lexicon van de Nederlandse letterkunde
Elsevier
· Lexicon van literaire werken (februari 1992)
Clary Ravesloot & Annie van den Oever
· Knipselmap Monica van Paemel - R.U.G.
· Knipselmap Bibliotheek Deinze

Haar leven
Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 om half twaalf precies te Poesele, een klein dorp in Oost-Vlaanderen. Ze woonde onder meer in Lotenhulle, Nevele, Poesele, Deurle en Vinkt en groeide op onder de hoede van haar grootouders van beide kanten, een leven met veel volwassenen, in twee milieus, de boeren -van moederskant- en de burgerij -van vaderskant. In haar eerste jeugdjaren vond de omgeving haar erg lief en aanhankelijk, een echte knuffelpoes. Ze haalde ook heel wat grapjasserij uit.
Op negenjarige leeftijd kreeg ze een hersenaandoening, ten gevolge van een verkeerde medische ingreep kort na haar geboorte. Gedurende een lange herstelperiode in het ziekenhuis (op de afdeling neurologie) en bij (alweer) nieuwe pleegouders in Essen, las ze veel en begon ze veel poëzie te schrijven.
Vanaf haar veertiende ging ze naar kostschool bij de “gravinnen”, de nonnen van het Heilig Graf in Turnhout. Heel tegen haar zin (ze wou eigenlijk journaliste worden) studeerde ze er handelswetenschappen.
Het besluit te gaan schrijven stond toen echter al vast. De traditie van het vertellen, die ze net als Cyriel Buysse in Oost-Vlaanderen had leren kennen, de ontdekking dat de taal ook als wapen gehanteerd kon worden zoals in burgerkringen -waar men het dialect met veel Frans doorspekte- en het besef in een mengcultuur te leven, stimuleerde haar taalgevoel. Het eerste wat Monika als kind schreef was een testament, een inventaris van haar bestaan.
In 1963 huwde ze met de jood Theo Butsen, maar ze is intussen al gescheiden. Ze heeft twee dochters (waarvan er een vermoedelijk zelfmoord gepleegd heeft op 17-jarige leeftijd) en woont in Boechout, vlakbij Antwerpen.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen