U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag :  - De Hel Bestaat.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21675/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1733 woorden.

Boekbespreking: De hel bestaat



Samenvating



deel I

Het verhaal van een vorst



Het verhaal begon toen een zekere kapitein Morales een oude indiaan vond. Zijn overste Padre de Lande lit de indiaan afransellen tot hij begon te vertellen. De ze indiaan zo een mayavorst zijn en zou Popol Uniak Diego Reynose heten. Hij zou de zoon van de vermoorde mayavorst Laluh Noh zijn. Toen Popol Uniak zei dat hij Monseigneur Morroquin kende begon de Lande vriendelijk te doen (Morroquin heeft veel aanzien en een hoge titel, hij kent hem ook heel goed) hij liet hem zelf verzorgen.

Nadien begon Popol Uniak te vertellen: Ergens in een dorpje lang geleden leefden de mayas zeer wel, goede oogst, geen hongersnood, vele tempels, piramides, ... Na tientalle jaren waren de oogsten niet meer goed -> pristers vroegen meer offers -> boeren kwamen in opstand -> er kwam een leider (een voorouder van mij) en ze vluchtte weg uit copàn me het hele volk. Na vele jaren ronddwalen hebben ze zich gevestigd in een laaggelegen vlakte me veel "waterputten" bij de oceaan. Dit stadje werd yutan genoemd. Daar gingen de oogsten weer goed, er kwamen terug priesters, edellen, tempels, ...

Op een dag veroverden krijgers het stadje -> er kwamen nieuwe gebouwen, priesters, edelen, goden (o.a. Chac), ...De "nieuwe stad" werd Chichen Itza genoemd. Eerst waren de offers willekeurig, nadien de mooiste dochters van het stadje

In het stadje waren nog steeds twee groepen: De Tolteken (de krijgers) en de maya's (leider: Kukulcan). Er werden vooral maya-meisjes geofferd. Eén van de meisjes was Vijf-Orchidee (dochter van een vriend van vele pristers en liefje van Kukulcan). Tijdens de ceremonie wou Kukulcan het meisje redden; maar dat mislukte -> ze werden allebei de offerput ingegooid. Omdat hij het overleefd had (omdat hij kon zwemmen) werd hij opgehezen door linealen. Toen Kukulcan opperprister werdt (omdat hij het overleefd had en de offerpriester verdronken was) wou hij niet meer dat er meisjes geofferd werden maar sieraden enz. Omdat de oogsten goed bleven, bleven de offers ook het zelfde. Tot de offers niet meer goed waren. Dan moesten er terug meisjes en jongens geofferd worden. Dit was buiten de wil van Kukulcan. Dus vluchtte ze enkele dagen voor de ceremonie weg met vele maya's naar een andere stad (Cumarcàah) ergens in het zuiden. Er werden weer tempels, ... gebouwd en maïs gezaaid. Hier werd ook mijn grootvader, mijn vader en ik zelf geboren.

Na x-aantal jaren vielen de Spanjaarden binnen. Ze vroegen om goud maar dat hadden we niet dus werden we terechtgesteld op de brandstapel (ook de toenmalige koning, mijn vader). Nadien moesten alle maya's ( alle boeren en ook ik zelf,...) werken voor de Spanjaarden en zelf hadde we bijna niets te eten. De eerste jaren stierven veel maya's aan "vreemde ziektes". Zo ging het lange tijd door tot de Franciscanen (zoals monseingeur Morroquin) kwamen, zij gaven ons genoeg te eten en behandelde ons niet als slaven.

Intussen (tijdens het vertellen van diet verhaal) werd de Lande aangeklaagd en moest voor het hof in Madrid Verschijnen. Hij moest een tijdje het klooster in. Tijdens het proces was Morroquin en Popol Uniak gestorven. Kort daar achter werd de lande de opvolger van Francisco de Toral. Hij ging terug naar Xcatan om het werk van monseigneur Morroquin en Fransico voort te zetten. Padre de Lande had spijt over zijn leven, hij stierf toen hij 55 jaar oud was.







Deel II

Het verhaal van een stad



Twee Amerikanen, John Lloyed Stephens en Frederic Caterwood maakten een expedietie naar Zuid-Amerika, naar de wereld van de Maya's. Tijdens het rondtrekken werden ze begeleid door gidsen om door het oerwoud te trekken. Tijden het rondtrekken waren er verschillende moeilijkheden: Vele muggen, donker oerwoud, moerassen,... Een eerste ddel van hun expeditie stopte in het dorpje Copàn. Hier werden ze verder begeleid door de zoon van Don Gregonio (de burgemeester) naar het oude Copàn, de stad van de Maya's.Daar waren vele gebouwen zichbaar maar er moesten nog vele bomen en planten gerooid om alle gebouwen zichbaar te maken om op zoek te gaan naar het verleden van de Maya's. De eigenlijk bedoeling van de expedietie wa om het dorpje te kopen van de eigenaar, Don josé Mariq in naam van de V.S. voor zo 'n 50$. Toen ze terug naar New York trokken om het nieuws te verspreiden bleef de vraag: "waarom verlieten de maya's deze prachtige steden? Oorlog?"

Ze konden zich niet op het boek van de Lande baseren (omdat het verdwenen was) om het tweede deel van de expeditie verder te zetten naar Yucatan maar ze baserde zich op de reisverslagen van Kolonel Garlindo.





Het verhaal van een boek



Een zekere Charles Brasseur wou archeoloog worden maar omdat hij van "arme" afkomstwas kon hij dat niet direct worden dus werd hij eerst priester, nadien werd hij archeoloog. Omdat meer over de Maya-cultuur wou leren, leerde hij de Quiché-Maya-taal zodat hij de belangrijkste schriften van de Maya's kon bestuderen en vertalen. Hij vertaalde ook het heilige boek "Popol Vuh" in het Frans.

Hij vond ook het boek "Relation de las Cosas de Yucatan" (=verband tussen de zaken in Yocatan) geschreven door Diego de Lande. Brasseur bestudeerde het en vertaalde het in het Frans. Zijn ontdekking werd "de steen van Rosette" van de Mayacultuur genoemd.





Het verhaal van een bron



Een Amerikaan, Edward Herbert Thompson was een archeoloog in Yucatan (een mayadorpje). Hij baseerde zich vooral op het boek van Diego de Lande en John Lloyd Stephens. Hij wou het mysterie van de heilige bron, de offerput van Chitchen Itza oplossen. Aan de put maakte hij een grijper om het modder weg te scheppen en dan nadien te duiken (Thompson had leren duiken) Soms schepten ze voorwerpen van de Maya's mee naar boven zoals wierook, juwelen, ... Toen er bijna geen modder meer geschept werdt besloten ze om te duiken. Hij vond nog verschijdene voorwerpen, goud en uiteindelijk ook Skeletten. Hij vond zelf het skelet van een waarschijnlijk toenmalige offerpriester (zie deel I). Nadien liet hij zijn vondsen openbaar zien in New York.







Deel III

Het verhaal van een hel



Bert Vereecke was een professor aan de San Carlos Boromeo universiteit in Guatemala city. Maar hij wou missionaris bij de maya's worden en dat werd hij ook. Hij kende al veel van het verleden van de Maya's maar hij wou ook het heden van de Maya's kennen. Hij leerde Quiché en nog andere talen om de Maya's te kunnen verstaan. Niemand wa er voor dat hij op missie bij de Maya's ging maar toch deed hij het.

Toen hij op de missiepost aankwam zag hij een oudere indiaan, hij vertelde waarom hij hier kwam en ze maakten kennis.De inddiaan vertelde over het uitbuiten van de indianen en vroeg om een kopieerapparaat. Toen Bert het kopieerapparaat gekoch had en teruggekeer was naar de missiepost begon de indiaan verder te vertellen:

Vele eeuwen lang leefden mijn voorouders ongelukkig, leden honger, ... Tot we op een dag, korte tijd na de verre oorlog in Europa en Japan, samengebracht werden op het marktplein. Iedere familie kreeg een stukje grond, het lag wel braak maar wij konden er wel iets mee doen. We zaaiden er maïs, bonen enz. op. Door het "welzijn" konden we zelf na het klooster gaan om er iets te leren. Daar zag ik voor het eerst een voetbal. Er werden zelf voetbalploegjes gemaakt en wedstrijden georganiseerd. Maar er kwam een einde aan de "goede periode" toen er een nieuwe president kwam en weer blanken in onze regio's kwamen. We werden weer als slaven mensen en er weren mensen vermoord zoals mijn vader en er stierven er van honger zoals mijn kleinste zusje. Omdat Don Figeras een goede voetballer in mij zag bleef ik geld verdienen. Tot ik mijn been brak bleef ik geld verdienen. Nadien moest ik vele jaren met mijn broertjes, zusjes en moeder naar de plantages, waar ook mijn moeder stierf.

Het sezoen nadien leerde ik Juanita kennen waar ik ook mee trouwden en kinderen me kreeg. Priester Vincente Morlay vond dat we elkaar moesten helpen bij de oogsten enz. en richte Cuc op (een groep van Maya's die elke zondag bij elkaar kwamen) Toen was er weer een doede periode met goede oogsten, goedkope meststoffen, ... Tot de prijs van de meststoffen verdubbelde, toen was de periode van geluk weer gedaan, toen moesten we weer naar de plantage, toen leden we weer honger.

Vijf van de zes woordvoerders werden vermoord. Ik, de zesde, werd gezocht. Ook de priester werd vermoord, het nieuws verspreide zich snel over het hele land. In die tijd werden er veel verdwijningen gemeld waarschijnlijk werden ze vermoord en daarna in de vulkaan gegooid. Na enkele maanden was de toestand weer normaal. Er werden geen verdwijningen meer gemeld. Er werd terug gezaaid en zelfs Don Figeras was sympathiek. Maar dit alles was alleen maar fake. Nadien viel er een heel leger binnen en ze dwongen ons om naar het plein te gaan en begonnen ze ons eten op te eten. Nadien, toen het eten op was begonnen ze mannen, vrouwen en kinderen apart gezet. De vrouwen werden eerst verkracht en dan levend verbrand. Toen zeiden ze dat ze tegen het communisme waren. Nadien werden we allemaal vermoord, ook in de andere dorpen. Ik was bewustenloos maar ik leefde nog. Nadien, toen in mij al verstopt had, kwamen ze de lijken ophalen en dumpten ze de lijken in de vulkaan. Nadien werd ik verzorgt door een oude vrouw, waar ik ook papieren kreeg, waar ik de naam Augustin Neinton kreeg.

Het kopierapparaat dat Augustin laten kopen heeft was voor het versprijden van de informatie naar verschillende landen. Nadien ging hij naar zijn oud dorpje en bracht een bezoekje aan Don Figeras. Augustin dwong Figeras om het hele verhaal op papier te zetten met zijn handtekening er onder. Nadien brande hij heel de plantage af. Al de paters keurde zijn gedoe met Figeras af. Toen hij onderweg naar de guerrilla was, werd hij gecontroleerd door het leger, hij had ook het kopieerapparaat bij. Toen ze vroegen waarom het diende, liep hij weg. Enkele legermannen achtervolgde hem natuurlijk. Toen viel hij in het ravijn. Ondertussen werd de padre ook bang en vluchte naar Mexico. Daar kreeg hij een andere indentiteit. Toen alles een beetje gezakt was besloot hij om ook naar guerilla te gaanmet de vraag: Zou er een betere wereld voor de indianen komen???





Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen