U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - Geef Me De Ruimte.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21445/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2906 woorden.

Primaire gegevens:



Auteur : Thea Beckman

Titel : Geef me de ruimte

Ondertitel : Roman over de Honderdjarige Oorlog

Verschenen in : 1976

Aantal blz.: 300

Genre : Historische roman

Uitgever : Lemniscaat b.v. Rotterdam

Omslagontwerp : Rinke Doornekamp, Utrecht



Verantwoording van de keuze:



Ik heb dit boek in de bibliotheek gekozen, omdat ik het al eerder gelezen had en het toen een bijzonder mooi boek vond. Toen ik voor de eerste keer dit boek zag sprak de titel me wel aan, omdat iedereen wel eens wat meer vrijheid wil. Ook heb ik dit boek gekozen door de ervaring die ik had met andere boeken van Thea Beckman, bijna alle boeken die ze geschreven heeft vind ik mooi. Het genre sprak me ook erg aan, omdat ik vaak historische boeken lees. En tenslotte vond ik de plaatjes op de voor- en achterkant erg mooi.



Verwachtingen vooraf:



Voordat ik dit boek ga lezen weet ik eigenlijk al waar het boek over gaat, want dit is de tweede keer dat ik dit boek lees. Aan de kaft te zien gaat het verhaal over de middeleeuwen met ridders en prinsessen in nood. De tekst op de achterflap geeft aan dat het een spannend boek is over een meisje in de middeleeuwen die meer vrijheid wil. Aan de titel kan je afleiden dat het boek ook dramatisch is, want de titel klinkt als een hulpkreet. Ik denk dat de stijl van dit boek net zo is als de andere boeken van Thae Beckman die ik al eerder gelezen heb. Ik verwacht dat dit een mooi boek is.



Eerste reactie achteraf:



Ik vind dit werk:



1 niet 2 een beetje 3 erg



 spannend 3

 meeslepend 3

 ontroerend 3

 grappig 2

 realistisch 2

 fantasierijk 2

 interessant 3

 origineel 2

 goed te begrijpen 3



Dit werk heeft mij niet aan het denken gezet.

Ik heb wel iets aan dit werk gehad.



Dit werk spreekt me wel aan omdat het me vreselijk lijkt om te trouwen met de jongen die je helemaal niet mag. Ik vind het ook heel moedig van de hoofdpersoon dat deze er alleen vandoor gaat naar een land waar ze niks van af weet. Het boek was erg spannend omdat er veel spannende momenten in het boek voorkomen, zoals het moment waarop Marije er vandoor gaat naar Frankrijk. Het boek was een beetje grappig, want er komen wel grappige momenten in het boek voor, maar ook serieuze momenten. Het boek was ook een beetje realistisch omdat het verhaal over de 100 jarige oorlog waar is, maar de meeste personen verzonnen zijn. Ook is het boek een beetje origineel, want er zijn wel meer boeken over de 100 jarige oorlog geschreven, maar de personen zijn natuurlijk wel origineel. Door het taalgebruik is het boek goed te begrijpen en zijn de gebeurtenissen goed te volgen.



Korte samenvatting van de inhoud:



Het boek begint met Marije Wartelsdochter in het Belgische Brugge die moet trouwen met Jan van Gouwe. Ze vindt hem een griezel en besluit daarom om te vluchten. Op een paard van haar vader gaat ze naar Frankrijk richting Bretagne, het land van Tristan en Isolde. Ze gaat gekleed als een jongen, vermijdt mensen en haalt haar eten van het land, door deze dingen wordt ze niet lastig gevallen onderweg. Onderweg ziet Marije een Engels leger met Franse gevangenen en uit angst vlucht ze het bos bij Crécy in, er liggen hier overal lijken van een veldslag. In het bos verstopt ze zich in een hut, in deze hut licht de gewonde troubadour Berton de Fleur (vanaf nu noemt ze zichzelf Marie-Claire). Na een moeilijke tijd worden ze gevonden door monniken die hen meenemen naar hun klooster. In dit klooster ontmoeten ze Jean D’Ailly, dit is een zanger die van edele afkomst is. Ze besluiten om met zijn drieën op te gaan treden. Hierna gaat het verhaal over Matthis. Matthis is acht jaar en woont in Amiëns. In Amiëns is iedereen bang, want de pest waart door Frankrijk. De mensen geven de Joden hier de schuld van en er worden er daarom vele vermoordt. In deze tijd van wanhoop ziet Matthis een prachtige geklede ridder en hij doet zichzelf de belofte dat hij ook ooit zo’n ridder wil zijn, deze belofte wil hij zijn hele leven houden. Door ratten met hun vlooien wordt de pest de stad in gebracht en sterven er velen. Ook Matthis zijn ouders en zusjes vinden de dood. Verstoten door zijn tante vlucht hij de stad uit, hij wordt gevonden en meegenomen door Marie-Claire. Ze ontdekt dat Matthis een prachtige stem heeft en vanaf nu zingt hij met de andere drie mee. Ze blijven een halfjaar in Parijs en verdienen veel geld, alleen wil Marie-Claire nog steeds naar Bretagne. Jeans stem gaat achteruit dus de zeelucht zou hem goed doen. Als ze op weg zijn naar Bretagne ontmoeten ze Bertrand du Guesclin, een man met een klein leger die de Engelse troepen in Frankrijk steeds aanvalt. Ze sluiten vriendschap en blijven een tijdje bij hem en maken hierdoor een paar gevechten en listen mee. Hierna gaan ze in een klein dorp wonen. Matthis is inmiddels dertien jaar geworden en heeft de baard in de keel. Nu hij niet meer kan zingen wil hij ridder worden en gaat naar Betrand, hoezeer Marie-Claire daar ook op tegen is. Na een tijdje sterft Jean. Berton en Marie-Claire besluiten om er weer op uit te trekken met hun huifkar. Ze gaan op zoek naar Matthis en Bertrand en na wat gevechten vinden ze die. Ze komen in het gezelschap van prins Charles, de zoon van koning Jean. Ze verhinderen een complot tegen de koning waardoor Karel van Navarra vlucht en vele andere edelen onthoofd worden. Hierdoor worden ze trouvères van de koning. Ondertussen helpt Bertrand ridders uit nood en helpt het volk. Als zoon van een herenboer wil niemand hem tot ridder slaan. Koning Jean brengt een enorm leger op de been om de prins van Wales te verslaan. De prins van Wales verslaat ieder Frans leger die hij tegenkomt en hierbij neemt hij Berton en Marie-Claire gevangen. Dit komt omdat de Engelsen boogschutters hebben en ze maken gebruik van dekking en snel wegtrekken, terwijl de Fransen op een eerlijke manier vechten. De belangrijke slag bij Poitiers wordt een nederlaag voor de Fransen, waarbij de koning ook nog eens gevangen wordt genomen. Matthis maakt dit als van dichtbij mee omat hij trompetter van de koning is. Berton had de koning voor de nederlaag gewaarschuwd, maar de koning wou niet luisteren omdat Berton gevlucht was uit het kamp van de Engelsen, terwijl hij zijn erewoord gegeven had. Na deze nederlaag gaan Berton en Marie-Claire terug naar hun dorp en vertrekt Matthis weer naar Bertrand du Guesclin.



De verdieping:



Tijd en ruimte:



De tijd die alle beschreven gebeurtenissen in beslag nemen, de vertelde tijd is 10 jaar, want Marie-Claire is 15 als het verhaal begint en is 25 als het verhaal eindigt. Ik denk dat de verteltijd even lang is als de tijd dat ik er over gedaan heb om het boek te lezen, ongeveer 11 uur. Het boek is chronologisch verteld. Het verhaal is geen ‘in medias res’ omdat het verhaal niet midden in een gebeurtenis begint, maar gewoon bij het begin van het verhaal en er meteen duidelijk wordt gemaakt wat er op dat moment aan de hand is en hoe dat gebeurd is. Het verhaal heeft een open einde, omdat het een raadsel blijft wat er met de koning gebeurt en of Matthis heelhuids bij Bertrand aankomt. Ook weet je niet hoe het verder afloopt met Berton en Marie-Claire, daarom is er ook nog een tweede deel (triomf van de verschroeide aarde) en een derde deel (het rad van fortuin). De plaats waar het verhaal zich afspeelt is het middeleeuwse Brugge en een groot deel van Frankrijk. Brugge is belangrijk omdat daar het verhaal begint. De hoofdpersonen blijven nooit lang op dezelfde plaats, dus er zijn geen hele belangrijke plaatsen, de enigste plaatsen waar ze meer dan één keer komen is het dorp waar hun huisje staat en de geboorteplaats van Berton, Melle. De provincie waar ze vaak komen is Bretagne. Het verhaal heeft gewone klimatologische omstandigheden. Het weer heeft geen speciale betekenis bij de gebeurtenissen, want het weer dat er is hoort gewoon bij de jaargetijden, dus in de herfst regent het en in de zomer schijnt de zon.



De wijze van vertellen:



In het verhaal is er sprake van een hij/zij- of personale verteller. Je weet, denkt, voelt en beleeft evenveel als de hij/zij-figuur. In het verhaal wisselt het perspectief omdat er meerdere hij/zij-figuren in voorkomen, want de ene keer ben je bij de Engelsen en de andere keer bij de Fransen en bij deze twee groepen zijn er ook weer verschillende hij/zij-figuren. Hierdoor kom je meer te weten over de hoofdpersonen.





Spanning:



Er komt veel spanning in het verhaal voor. In het hele verhaal zijn er spannende momenten te vinden. Het eerste echt spannende moment is de vlucht van Marije, want je hebt voortdurend het idee dat ze betrapt kan worden. De spannende momenten die daarop volgen hebben meestal met de oorlog te maken, zoals de bestorming van een burcht. Het verhaal eindigt ook met een spannend moment, want dan is er de grote slag bij Poitiers die tot het einde spannend blijft en eigenlijk niet verloren kan worden door de Fransen, maar ook al zijn de Fransen in de meerderheid ze verliezen toch door hun slechte vechttechnieken.



Thema en motieven:



Het thema is de vrijheid van een meisje in de middeleeuwen. Steeds terugkerende elementen zijn:

 Discriminatie, omdat Marije als meisje minder belangrijk wordt geacht dan een jongen en omdat de joden worden gediscrimineerd op het veroorzaken van de pest.

 De adel, want in het hele verhaal draait het om standsverschil. In het verhaal komt het geen één keer voor dat je de adel samen met het volk ziet en er wordt in het boek duidelijk gemaakt dat de adel om het volk lacht.

 Ziektes, omdat er veel mensen dood gaan in het verhaal, zoals Jean die stierf aan een longziekte en de vele mensen in Amiëns die aan de pest stierven.



Personages:



De hoofdpersonen:



Marije Wartelsdochter (Marie-Claire)

Met Marie-Claire begint het verhaal, zij is het meisje die meer vrijheid wil en daarom wegvlucht van haar huis. Ze drijft altijd haar zin door en ze weet wat ze wil, en als ze wat wil dan kan niemand haar nog stoppen. In het begin van het verhaal is ze een onervaren meisje van ongeveer vijftien jaar die gelooft in dromen. Door het verhaal heen groeit ze op en wordt een volwassen vrouw van ongeveer vijfentwintig jaar. In het verhaal wordt ze vaak een mooie en sierlijke vrouw genoemd.



Berton de Fleur

Berton is een troubadour. Als het verhaal begint is hij ongeveer achttien jaar en aan het einde van het verhaal ongeveer achtentwintig jaar. Hij ontmoet Marie-Claire voor het eerst in het bos bij Crécy waar hij gewond geraakt is. Berton trouwt met Marie-Claire in Melle waar hij is geboren. Hij is waarschijnlijk van adel, maar dat is niet zeker omdat hij een vondeling is. Hij heeft een eerlijk karakter en zou zijn leven geven voor Marie-Claire. Hij heeft mooie diep grijsblauwe ogen en ziet er heel sterk uit.



Matthis Cuvelier

Matthis is het pleegkind van Marie-Claire, hij is ongeveer acht jaar als hij gevonden wordt door Marie-Claire. De ouders en zusjes van Matthis zijn gestorven aan de pest. Hij heeft vanaf het begin een droom die hij in het hele verhaal houdt, ridder worden. Hij heeft ongeveer hetzelfde karakter als Marie-Claire. Matthis is een tenger ventje en daarom komt hij niet in de aanmerking om ridder te worden en wordt hij trompettist.



De bijpersonen:



Jean D’Ailly

Jean is een zanger die Marie-Claire en Berton ontmoeten in het klooster. Hij treedt met hen op voor zo’n zeven jaar. Na een tijdje sterft Jean aan een ziekte. Hij heeft een beetje een angstig karakter. Het uiterlijk van Jean is niet bekend.



Bertrand du Guesclin

Dit is een boom van een kerel die de Engelsen in de pan hakt. Hij is een goede vriend van het gezelschap. Hij ziet er ruw en stoer uit maar eigenlijk is hij bang voor vrouwen. Hij is ongeveer vijfentwintig jaar oud.



Titel, ondertitel en motto:



De titel ‘Geef me de ruimte’ slaat op de vrijheid die Marie-Claire wil hebben in een tijd waarin vrouwen ondergeschikt waren aan mannen. Doordat haar ouders het besluit nemen dat ze moet trouwen is ze haar vrijheid kwijt en daarom slaat ze op de vlucht. Ook kan ‘Geef me de ruimte’ slaan op de trektochten van de vier muzikanten, door heel Frankrijk. Ze houden er niet van om lang op één plaats te blijven en daarom hebben ze de ruimte nodig. De ondertitel is ‘Roman over de Honderdjarige Oorlog’. Deze ondertitel geeft aan dat het verhaal zich afspeelt in de Honderdjarige Oorlog. Het boek bevat geen motto.



De persoonlijke beoordeling:



Het onderwerp:



Het onderwerp is vrijheid. Ik vind het een interessant onderwerp, omdat iedereen wel eens wat meer vrijheid wil hebben, op school bijvoorbeeld. Het onderwerp was niet echt herkenbaar in mijn eigen belevingswereld, want ik wil ook wel eens wat meer vrijheid maar het is niet zo erg dat ik daardoor van huis weg zou lopen. Ik had niet eerder over dit onderwerp nagedacht. Nadat ik het boek gelezen had heb ik wel over het onderwerp nagedacht, over wat ik zou doen in de situatie van Marie-Claire. Ik ben van mening dat vrijheid iets is waar iedereen recht op heeft, of je nou een jongen of een meisje bent. Het onderwerp had voldoende diepgang, want door het hele verhaal heen werd het onderwerp herhaald, zoals Marie-Claire die meer vrijheid wil en later de vier muzikanten die vrijheid nodig hebben om te reizen. Ik kan niet echt iets bedenken dat ik weggelaten, toegevoegd of veranderd zou hebben, omdat ik het boek mooi vind zoals het nu is. Ik ken geen boeken of films die over hetzelfde onderwerp gaan.





De gebeurtenissen:



De gebeurtenissen in het boek zijn belangrijk, omdat de afloop van die gebeurtenissen meestal het verdere verloop van het verhaal bepalen, als in een veldslag de andere partij gewonnen had dan was het verhaal ook anders gelopen. Ook zijn de gevoelens in het verhaal heel belangrijk. Met de gevoelens van Marie-Claire begint het verhaal, zij voelt een drang naar vrijheid. Ik kan niet echt bepalen wat belangrijker is, want de gebeurtenissen en de gevoelens zijn allebei heel belangrijk. Het aantal gebeurtenissen in het verhaal was precies goed, hierdoor zat er ook genoeg spanning in het boek. Gebeurtenissen als de toernooien en veldslagen waren spannend, andere gebeurtenissen zoals de vele doden waren triest. De gebeurtenissen waren over het algemeen wel geloofwaardig, dat komt doordat sommige gebeurtenissen in het verleden echt hebben plaatsgevonden. Er vonden wel schokkende gebeurtenissen plaats, zoals Jean en de ouders van Matthis die overlijden en de slachtpartijen in de veldslagen. De gebeurtenissen riepen geen bepaalde gevoelens bij me op. De afloop van de gebeurtenissen waren duidelijk, behalve de gebeurtenis op het eind. De gebeurtenis op het eind was de gevangenneming van de Franse koning, het blijft een raadsel wat er verder met de koning gebeurt en dat vind ik wel jammer.





De personen:



De hoofdpersoon (Marie-Claire) kwam wel levensecht op me over. Het is denk ik wel uitzonderlijk dat een meisje van vijftien jaar er alleen vandoor gaat in de middeleeuwen, want de meeste meisjes zouden dat niet durven. Ik kon me niet echt inleven in de hoofdpersoon, omdat ze dingen doet die ik nooit zou doen zoals weglopen van huis en nooit meer teruggaan. Marie-Claire wil altijd haar zin doordrijven en dat herken ik wel een beetje in mezelf. Ik herken geen personen in mijn eigen leefwereld. Ik ben niet door het gedrag van de hoofdpersoon beïnvloed. De dapperheid van Marie-Claire waardeerde ik positief en de eigenschap die ik niet echt waardeer is dat ze soms niet luistert naar anderen. Ik zou de hoofdpersoon niet echt anders laten handelen als ik de auteur was geweest, want daarmee verander je het hele verhaal en die is goed zoals die is.





De opbouw:



Het verhaal was niet moeilijk opgebouwd en was daardoor vlot te lezen. Ik ben geen stukken tegengekomen die lastig waren om te lezen. Er zaten ook geen delen in het boek die ik niet kon lezen omdat ze te saai of onbegrijpelijk waren. Het einde van het boek was het spannendste, omdat er zich toen veel gebeurtenissen afspeelden, zoals de slag bij Poitiers en de gevangenneming van de koning. Ik vond de afloop verrassend, want het zag er naar uit dat de Fransen de slag zouden winnen en die verloren ze dus. Ik vond het wel flauw dat je niet weet of het goed met de koning afloopt en met de andere hoofdpersonen.





Het taalgebruik:



Ik vond het taalgebruik makkelijk, want er kwamen geen moeilijke woorden of zinnen in het verhaal voor. De gebeurtenissen werden op een heldere wijze beschreven, zodat ik er een goede voorstelling van kon maken. Het is niet voorgekomen dat ik een gebeurtenis niet begreep. Er kwamen veel dialogen in het verhaal voor. De dialogen werden op een natuurlijke wijze weergegeven, want er werden geen woorden gebruikt als zuchtte of uitgeput. Er zijn geen zinnen of fragmenten in het boek die ik mooi genoeg vond om ze te onthouden.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen