![]() |
Boekverslag : Renate Dorrestein - Het Hemelse Gerecht
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3145 woorden. |
Het Hemelse Gerecht LET OP: Dit verslag is uitsluitend bedoeld als hulpmiddel bij het maken van je eigen verslag en niet om zomaar in te leveren bij je docent(e). Auteur: Dorrestein, Renate Verslagtype: Uittreksels Literatuurtype: Literatuur Maker Bekend Taal: Nederlands Vak: Nederlands Commentaar - Cijfer 7 Beoordeling bezoekers xxxx (1 stem) Beoordeling Ornée & Vermeer Tekstbureau ** Aantal keer bekeken 84 Meer info: ga naar het leesdossier Geef nu jouw beoordeling Deze pagina printen Terug naar het overzicht Stuur je eigen verslag op Opnieuw zoeken -------------------------------------------------------------------------------- Renate Dorrestein, Het Hemelse Gerecht Biografie Renate Maria Dorrestein werd geboren op 25 januari 1954 in Amsterdam. Op de middelbare school in Amstelveen volgt ze de gymnasium opleiding. Als haar leraar Nederlands een manuscript van een door haar geschreven roman kwijtraakt, besluit ze als wraak een beroemd schrijfster te worden. Studeren wil Dorrestein niet, maar ze wil wel zo snel mogelijk financieel onafhankelijk zijn van haar ouders. Ze besluit een cursus tijdschriftjournalistiek te volgen en in 1972 krijgt ze een baan bij het weekblad Panorama, waar ze de eerste vrouw in de redactie is. Ze blijft zes jaar bij Panorama. Bij Panorama werd zij, zoals ze zelf zegt, "in no time superfeministisch". Daarna volgen enkele freelance jaren waarin zij o.a. werkte voor Het parool, De tijd en Viva. In 1982 begint ze bij het feministische blad Opzij. Ze bleef altijd nog romans schrijven, maar al haar manuscripten werden afgewezen. Achteraf vindt zij ze zelf te uitleggerig. Pas wanneer zij ‘ontdekt dat ernstige zaken ook luchtig opgediend kunnen worden’, vindt zij een uitgever. In 1983 verschijnt haar eerste roman “Buitenstaanders”, die al binnen een half jaar twee keer herdrukt moet worden. Het is Dorrestein niet te doen om de alledaagse werkelijkheid. Ze zegt: " De werkelijkheid, daar is al genoeg van. Vertel me liever een goed verhaal." In 1984 verschijnt haar tweede roman, “Vreemde streken”, en in 1986 haar derde, “Noorderzon”. Volgens recensies is niets haar te dol, en er is een groot enthousiasme over ‘de mateloosheid van verwikkelingen in haar verhalen en de manier waarop zij de ene bizarre gebeurtenis over de ander laat rollen en daarbij alle touwtjes strak in handen houdt.’ In 1986 zegt ze haar baan bij Opzij op, om een jaar op een universiteit in Amerika lezingen en colleges te geven. Als ze terugkomt in Nederland besluit ze alleen nog maar romans te schrijven. In 1987 verschijnt ook nog “Een nacht om te vliegeren”. In een lezing kort na het verschijnen spreekt ze voor het eerst over haar jongere zusje dat begin jaren tachtig na een lange lijdensweg van een flat afsprong. Na vier romans was het tot Dorrestein doorgedrongen hoe vaak er in haar werk sprake is ‘van personages die van daken, balkons en rotsen springen of worden geduwd, maar dan niet te pletter vallen zoals mijn zusje. […] Geen moeite is mij teveel om de bons waarmee het lichaam tegen de wereld stukslaat niet te hoeven horen.’ Vervolgens verschijnt in 1988 een autobiografische roman over de zelfmoord van haar zusje, “Het perpetruum mobile van de liefde”. Daarin probeert zij af te rekenen met haar schuldgevoelens over de dood van haar zusje. In 1988 verschijnt er ook een bundeling van columns uit Opzij en De tijd. In 1989 blijkt dat Dorrestein aan ME, een invalliderende chronische ziekte, lijdt. Ze raakt in paniek en denkt dat ze nooit meer een boek zal kunnen schrijven, maar in 1991 verschijnt nog “Het hemelse gerecht”, in 1992 “Ontaarde moeders” en in 1993 “Heden ik”. Een deel van de inkomsten van dat laatste boek schenkt zij aan de door haar opgerichte Anna Bijns Stichting, die het wetenschappelijk onderzoek naar ME wil stimuleren. Sindsdien zijn er nog drie romans van haar verschenen: “Een sterke man” (1994), “Verborgen Gebreken” (1996) en “Het tiende inzicht” (1997). Ook nog in 1997 verscheen het door haar geschreven Boekenweekgeschenk “Want dit is mijn lichaam”. Titelverklaring Het hemelse gerecht is de naam van het restaurant Van Ange en Irthe. De gerechten die daar worden geserveerd, zijn van hoge kwaliteit en dus ‘hemels’. De titel kan ook figuurlijk worden opgevat, dan betekent het de hemelse gerechtigheid (vgl. de eerste regel uit Ghysbrecht van Aemstel van Joost van den Vondel: “Het hemelsche Gerecht heeft zich ten langen leste ontfermd overij en mijn benauwde veste”). Als na een snikhete dag plotseling een onweer losbarst, wordt ook wel eens gesproken van het hemelse gerecht. Dit komt ook een paar keer voor: - Irthe ziet het onweer als een hemels gerecht en denkt dat ze gestraft worden voor het opsluiten van Gilles - De dorpelingen zien de slechte dingen die hun overkomen als een hemels gerecht en op het eind zien zij zichzelf als vertegenwoordigers van de hemelse gerechtigheid door het restaurant in brand te steken. Opdracht Het boek is opgedragen “aan alle trouweloze mannen”. De schrijfster wil een boodschap aan de lezer overbrengen: blijf je partner altijd trouw, anders gebeuren er rare dingen. Waarschijnlijk is de opdracht ironisch bedoeld, want Renate Dorrestein is erg feministisch en zal eerder iets bedoelen als: waag het niet ons, vrouwen, te bedriegen, met ons valt niet te spotten. Personages Ange en Irthe zijn de hoofdpersonen in het verhaal. Ze zijn zussen en beiden waarschijnlijk in de dertig. Ze hebben een behoorlijke rotjeugd gehad, met een vader die hun onderdanige moeder terrorisseerde en verhoudingen met andere vrouwen had die dan bij hen in huis ‘woonden’. Toen Ange en Irthe 6 en 4 jaar oud waren pleegde hun moeder zelfmoord. De rest van hun jeugd hebben ze hun vader gehaat en gefantaseerd over zijn dood, wat een paar jaar later ook uitkwam. Hij was “van de trap gevallen”, maar waarschijnlijk hebben Ange en Irthe hem vermoord. Dat is nooit aan het licht gekomen en de zusjes zijn dus ook nooit veroordeeld. Maar omdat ze een groot geheim delen, zijn ze wel levenslang aan elkaar verbonden. Door hun moeilijke jeugd hebben ze een negatieve kijk op het leven en zijn ze erg afhankelijk van elkaar. Ze werken keihard in hun restaurant ‘Het Hemelse Gerecht’, waar mensen uit de hele omgeving komen voor de heerlijke gerechten. Tussen de twee zussen bestaat een rolverdeling: Ange is twee jaar ouder dan Irthe. Zij is het culinaire brein en maakt alle gerechten. Ze vindt dat zij al het werk doet en denkt dat zonder haar het restaurant niet zou kunnen bestaan. Ange denkt: voor de smaak maakt de kleur van die crème niets uit. Geen mens zal het verschil proeven. Alleen, daar gaat het niet om. Voor haar schotels stromen de gasten uit alle windrichtingen naar ‘Het Hemelse Gerecht’, zij is verantwoordelijk voor de kwaliteit. En dus voor het succes van het bedrijf. Die wetenschap is overigens niet onaangenaam, het verschaft haar een zeker overwicht, zonder haar zouden Gilles en Irthe verloren zijn. Irthe helpt haar zus wel in de keuken, maar haar eigenlijke rol is in de eetruimte. Zij verzorgt de contacten met de vele leveranciers en de mensen die in ‘Het Hemelse Gerecht’ komen eten. Ook zij denkt dat ze onmisbaar is voor het bedrijf: Het is algemeen bekend dat het succes van ‘Het Hemelse Gerecht’ haar verdienste is. Want al doen Anges creaties velen terecht denken aan dat met die broden en die vissen, het blijft bederflijke waar. Pas op het scherm van Irthes computer veranderen de schotels en gerechten in houdbare cijfers en getallen. Zonder Irthes solide bedrijfsvoering geen solvabiliteit of rendement, geen nieuwe oven voor Ange en geen salaris voor Gilles. Vanaf het moment dat Ange en Irthe elkaar gaan tegenwerken, ze denken namelijk allebei dat ze door de ander bedroegen worden, gaat alles fout, niks wil meer lukken: Ange verwondt haar arm en kan niet meer koken, Irthe kan maar niet overweg met Dixie en die doet dus niks van wat Irthe haar zegt, de bakker pleegt zelfmoord, enz. Gilles heeft een relatie met Ange en Irthe, maar heeft een kind bij een andere vrouw. Hij komt uit het dorp dat dichtbij het restaurant ligt, maar voelt zich er niet op zijn plaats. Hij is een aantal jaren weggeweest en trekt na zijn terugkeer in bij Irthe en Ange. Hij slaapt eerst alleen met Ange, maar later ook met Irthe. Waarschijnlijk omdat hij met Ange meningsverschillen had over kinderen: hij wou ze wel, Ange niet, maar Irthe wel. In het dorp wordt Gilles gezien als een begerenswaardige vrijgezel, want zijn verhouding met beide zusjes is een goed bewaard geheim. Hij neemt de onderste plaats in, in de ‘rangorde’ in het restaurant. Hij helpt in de keuken en knapt klusjes in en rond het huis op, hij is eigenlijk dus een soort manusje-van-alles.. Dixie is het zesjarige dochtertje van Gilles uit zijn eerste huwelijk. Als ze bij Ange en Irthe wordt achtergelaten, omdat haar moeder met haar vriend op reis gaat, weten zij eerst niet wat ze met haar aan moeten. Ange ergert zich de hele tijd dood aan Dixie en Irthe krijgt moedergevoelens. Zij wil de hele tijd ‘leuke’ dingen doen met Dixie en haar alles geven wat zij heeft gemist in haar jeugd, maar Dixie vindt haar vervelend en wil aandacht van Ange, die ze dus niet krijgt. Samenvatting Het verhaal begint op een vrijdag , eind maart. Gilles maakt zich zorgen om de regen die er al een paar dagen is, want als het zo doorgaat zal het restaurant onder water komen te staan. Maar Ange en Irthe maken zich alleen zorgen om het eten. ‘s Avonds maakt Gilles zijn vakantieplannen bekend. Ange en Irthe zijn erg verbaasd, want sinds zijn intrek in het restaurant is Gilles nog nooit eerder weggeweest. De volgende ochtend komt het water al bijna tot de drempel. Irthe maakt zich zorgen, want haar ‘conservenmuseum’, een schuur waarin ze al sinds het begin van het restaurant potten en blikken verzamelt, is al helemaal ondergelopen. Op zondag staat het water nog een decimeter hoger en de keukendeur is al nat. Maar ‘s avonds is het weer gedaald en dat vieren Ange, Irthe en Gilles met z’n drieën. Dan vertelt Gilles dat hij weggaat, want hij voelt eigenlijk geen liefde meer voor Ange en Irthe. De zussen accepteren dit niet en denken dat het aan de werksituatie ligt. Ze beloven hem meer verantwoordelijkheid. Maar Gilles gaat naar de zolder om zijn koffers te pakken. De zussen sluipen hem achterna en doen de deur op slot. Ze besluiten Gilles net zo lang gevangen te houden tot zijn weerstand is gebroken en hij bij hen zal blijven. Ze kunnen niet accepteren dat iets waarvan zij houden, zoals hun moeder vroeger, er niet meer is. Drie weken later is het weer compleet veranderd: nu heerst er een hittegolf. Ange en Irthe geven hun jaarlijkse tuinfeest. De dorpsbewoners vragen naar Gilles en ze antwoorden dat hij zonder een bericht achter te laten op vakantie is gegaan. Als ze de volgende dag een biref krijgen waarin staat dat ‘Het Hemelse gerecht’ een Michelin-ster krijgt, kunnen ze niet echt blij zijn. Ange verwijt Irthe haar werk in de keuken te verwaarlozen en Irthe voelt zich door Ange ondergewaardeerd. Dan staat Dixie opeens voor de deur. Zij is voor een weekje bij haar vader achtergelaten door haar moeder, zodat die op reis kan met haar nieuwe vriend. Ange en Irthe besluiten een logeerkamer voor Dixie te maken in de kelder. Ange is helemaal chagrijnig door Dixies komst en krijgt ruzie met de slager. Het kind van de timmerman uit het dorp is overleden en Ange en Irthe gaan naar de begrafenis. Ange krijgt ruzie met de vrouw van timmerman. Irthe probeert het goed te praten, maar neemt het niet op voor Ange. Ange gaat overstuur naar huis en begint komkommers te snijden, waarbij ze zichzelf een diepe vleeswond bezorgt. Als ze zichzelf verbindt, ziet ze hoe de slager in de rivier voor het huis duikt en niet meer bovenkomt. Nu Ange gewond is, moet Irthe koken. Alles lijkt langzamer te gaan. Dixie voelt zich niet thuis in het restaurant en wil naar de zolder, om Ange zogenaamd te helpen. Maar op de zolder wordt ze bang door de stank van Gilles’ uitwerpselen en vlucht weg. Ze is erg in de war en Ange neemt haar mee naar de dokter. Hij vertelt dat er een epidemie aan de gang is: veel kinderen in het dorp zijn ziek. Ondertussen slaat thuis, bij Irthe, de bliksem in het conservenmuseum. Gelukkig kan de brandweer het brandje gemakkelijk blussen. Ange en Dixie zijn nog steeds niet terug, want ze hebben in een oude schuur voor het onweer geschuild. De deur was achter hen in het slot gevallen en Dixie moet door een gat naar buiten kruipen om hulp voor Ange te halen. Maar Irthe wil eigenlijk Ange niet gaan helpen want ze is erg ge- ïrriteerd. De bakker en de postbode denken namelijk dat zij verantwoordelijk zijn voor de epidemie, doordat het ‘afval’ in het conservenmuseum zo dicht bij de rivier, die naar het dorp stroomt, staat. Toch gaat ze Ange helpen en ze krijgen ruzie. Ze besluiten het restaurant maar een avondje dicht te houden, alleen de dokter, een vaste klant, mag even binnenkomen. Dixie begint te schreeuwen dat er een man op zolder zit. De dokter zal wel even kijken. Als hij de zolderkamer ingaat sluit Ange hem ook op. Intussen is Irthe weggegaan en in het plaatselijke café beland. De dorpsbewoners die daar Zijn, geven ‘Het Hemelse gerecht’ de schuld van de epidemie en van de zieken en sterfgevallen. Ze gaan weg om het restaurant plat te branden. De waard houdt Irthe opgesloten in het café. Als Ange de fakkeloptocht aan ziet komen, vlucht ze met Dixie in een bootje. Ze begint te roeien en Irthe, die toch wist te ontsanppen uit het café , komt in paniek aanhollen. Ze springt in het water, verdrinkt bijna, maar bereikt toch de boot. Met z’n drieën varen ze weg. Thema & Motieven Het thema van dit boek is ‘trouw’. Dit blijkt al uit de opdracht: “Voor alle trouweloze mannen”. Het boek draait om trouw binnen een verhouding. Gilles is niet trouw aan Ange, want hij slaapt ook met Irthe. Als hij dan weg wil gaan, vinden ze dat hij hen allebei ontrouw is en het loopt slecht met hem af. Een motief in Het Hemelse Gerecht is dat van verhoudingen binnen een gemeenschap. In het dorp waar het verhaal zich afspeelt, zijn de meeste bewoners boer of middenstander. In alle gezinnen is er sprake van het traditionele rollenpatroon: de mannen verdienen de kost en de vrouwen zorgen voor de kinderen. Ange en Irthe horen er niet helemaal bij, omdat zij zelfstandige vrouwen zijn. Maar omdat Gilles, uit het dorp, bij hen woont en werkt, worden ze toch wel geaccepteerd. Maar als hij voor zijn vrijheid kiest, gaat alles fout: de verhoudingen tussen Ange en Irthe en die tussen hen en de mensen van het dorp gaan achteruit. Het weer zit ontzettend tegen, dorpelingen worden ernstig ziek, Irthe’s ‘museum’, dat voor haar een symbool is van de oude, stabiele situatie, stort in. De zusters krijgen ruzie met hun leveranciers en de dokter probeert Ange te versieren. Een motief dat goed bij het vorige aansluit is ‘vertrouwen’. Hoe goed je iemand kent, je zal altijd nog twijfels over die persoon hebben. Ange en Irthe zijn met elkaar opgegroeid en hebben eigenlijk alleen elkaar, maar toch vertrouwen ze elkaar niet meer als ze moeilijkheden krijgen. Ze verdenken elkaar van allerlei dingen en omdat ze dat niet tegen elkaar zeggen, worden de problemen groter en groter. Een ander motief is ‘eten’. Ange heeft het erg vaak over hoe belangrijk eten wel niet is, want zonder eten ga je dood. Zij vindt hun restaurant heel nuttig want mensen zijn altijd met eten bezig en zonder eten ga je dood. Perspectief & Verteller Het Hemelse Gerecht wordt verteld door een alwetende of auctoriale verteller. Er is sprake van een wisselend perspectief, dat bij Ange, Irthe en heel soms even bij Dixie ligt. De lezer weet wel van de zussen en Dixie wat ze denken, maar zij weten dat niet van elkaar. Vooral op het eind zorgt dat voor spanning, als je weet dat Gilles op de zolder vastzit en Dixie naar de zolder gaat. Daarna is het weer spannend, omdat je weet dat Dixie naar de zolder is geweest, maar Ange en Irthe weten dat nog niet. Je kunt geen partij kiezen voor Irthe of Ange als ze elkaar in gedachten beschuldigen, omdat ze elk de dingen anders zien. Je krijgt nooit een objectief beeld van wat er gebeurt, ook als het dorp en de dorpsbewoners worden beschreven, gebeurt dat vanuit Anges mening. Het boek is een beetje raadselachtig geschreven, je komt steeds stukje bij beetje iets meer te weten van bijvoorbeeld de voorgeschiedenis van Ange en Irthe. Tijd & Ruimte Het Hemelse Gerecht is chronologisch opgebouwd. Het verhaal begint in het voorjaar, ergens in maart, in een periode waarin het alleen maar regent, dat is hoofdstuk 1. Daarna komt hoofdstuk 2 met een meer dan 30 dagen durende hittegolf en in het derde hoofdstuk wordt afgesloten met een hevig onweer. Er zijn geen flash-backs, je komt dingen over het verleden te weten door de gedachten van Ange en Irthe. Er is wel sprake van tijdvertraging, om de spanning op te bouwen. Vooral als Dixie stiekem naar de zolder gaat, dan gaat het perspectief steeds van Ange naar Dixie, die allebei met iets heel anders bezig zijn. Het boek heeft een open einde: je komt niet te weten of Gilles en de dokter nog gered worden en ook niet waar Ange en Irthe heen gaan met Dixie en wat er verder met hun gebeurt. Het verhaal is in de tegenwoordige tijd geschreven. Het restaurant, waar bijna alles gebeurt, ligt dichtbij een dorp in Nederland, waarvan je de naam niet te weten komt. Het restaurant ligt aan een rivier en het dorp is te bereiken met een boot, wat een zekere spanning geeft aan het verhaal. De sfeer in het boek wordt door de ruimte ondersteund, bijoorbeeld op de zolder, waar Gilles gevangen zit, is het erg donker en Dixie wordt daar erg bang van: “Op zolder is het stikdonker. Het stinkt er. Doordat stomme Irthe er niet aan heeft gedacht water naar boven te brengen, zijn de plantjes natuurlijk doodgegaan- zo ruikt het, naar dode dingen. Dode baby’s, denkt Dixie, en ze kan zich niet meer verroeren”. Beoordeling De tekst op de achterflap van “Het Hemelse Gerecht” sprak me wel aan, het leek me wel spannend, twee vrouwen die een man opsluiten omdat hij hen wil verlaten. Maar toen ik begon te lezen vond ik het eerst toch een beetje tegenvallen. Er gebeurde nog niet zo veel. Maar toen Gilles eenmaal was opgesloten en Ange en Irthe elkaar van van alles gingen verdenken, werd het wel steeds boeiender. Aan het einde van het tweede hoofdstuk en in het derde hoofdstuk gebeurden er steeds meer dingen steeds sneller achter elkaar. Toen was het ook steeds moeilijker om het boek weg te leggen. Er was niet echt een personage met wie je meeleefde, door de perspectiefwisselingen, maarook omdat de zussen elkaar steeds beschuldigen en zichzelf het belangrijkst vinden. Misschien was Dixie nog wel het sympathiekste personage, met haar heb je wel medelijden, omdat ze door haar moeder bij vreemden wordt achtergelaten, haar vader opgesloten zit en omdat ze zich helemaal niet thuis voelt in het restaurant. Er zaten wel wat spannende momenten in het verhaal, als je leest hoe Dixie naar de zolder gaat en de spanning wordt opgebouwd omdat de schrijfster alles in slow motion lijkt te laten verlopen. Net als je verwacht dat ze haar vader zal zien, helemaal vermagerd, vies en doodziek, rent ze weg. Ook wel spannend is het stuk waarin Irthe probeert te vluchten uit het café en als je leest dat Ange en Dixie nog net kunnen ontsnappen. Er zitten ook een paar horror-achtige dingen in het verhaal: de slager pleegt zelfmoord, Gilles wordt uitgehongerd ( het is trouwens wel een beetje vreemd dat niemand in het restaurant iets hoort van de zolder, zoals gebonk of geschreeuw), het restaurant wordt afgebrand en waarschijnlijk worden Gilles en de dokter levend verbrand. Je weet niet helemaal zeker of dat echt zo is, door het open einde van deze roman. |
Andere boeken van deze auteur: |
Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen |