Boekverslag : Boudewijn Buch - De Kleine Blonde Dood
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3957 woorden.

Verslag tekstbestudering: samenvatting, analyse en interpretatie:



Voorwerk, praktische gegevens:



Auteur: Boudewijn Büch.

Titel: De kleine blonde dood.

Eventuele ondertitel: -.

Uitgeverij: De arbeiderspers.

Plaatsnaam: Amsterdam.

Jaar van uitgave: 1992.

Eerste jaar van uitgave: gedeeltelijk eerder verschenen in het Leids studentenblad Mare 1980-1981 en in “Een kleine blonde dood” Amsterdam Bauer 1982. 1e druk van deze uitgave 1985.

Druk: 13e druk.

ISBN: 90-295-0629-6.

Aantal pagina’s: 196.





Samenvatting van: “De kleine blonde dood”:



Het boek is opgebouwd uit negentien korte hoofdstukken. Er lopen twee verhalen door elkaar. Het eerste verhaal gaat over Boudewijn en zijn vader Rainer Büch. Het tweede verhaal gaat over Micky, het zoontje van Boudewijn en Mieke.

In het eerste hoofdstuk gaat de 7-jarige Boudewijn, die bij zijn ouders met vijf broers (zijn op dat moment nog niet allemaal geboren) in Wassenaar woont, op schoolreisje naar een speeltuin ergens in Nijmegen. De leerlingen zullen ook een paar stappen op Duitse bodem mogen zetten. Boudewijn mag van zijn vader beslist niet in Duitsland komen. Als hij voor zijn vader een “landkaartje” (vlinder) wil vangen, komt hij op verboden gebied (de naweeën van de oorlog), en wordt hij aangehouden door twee grenswachters, die hem terug brengen naar de bus. Als Rainer door Boudewijns’ enthousiasme hoort dat hij in Duitsland is geweest, wordt hij woedend en trapt de vlinder kapot (“Ik wil geen Duitse vlinders”). Rainer Büch is namelijk van joodse afkomst en is voor de Tweede wereldoorlog uit Duitsland naar Nederland gevlucht, om tegen Duitsland te vechten, bij de luchtmacht. Hij heeft hiervoor verscheidene onderscheidingen gekregen, maar ging zich na de oorlog raar gedragen. Hij is namelijk fel anti-Duits, maar aan de andere kant verheerlijkt hij het harde militaire optreden.

De moeder van Boudewijn is van Italiaanse afkomst. Als haar man in woede uitbarst, haar en de kinderen slaat en het huishouden stuk gooit, tracht zij hem te kalmeren en ruimt ze de rommel na afloop weer op. Haar pogingen om het gezellig in huis te maken mislukken altijd door de buien van haar man.

Boudewijn heeft aan de ene kant enorme bewondering voor zijn vader (vlinders verzamelen, banden plakken, wandelen en praten) maar snapt aan de andere kant zijn gewelddadigheden niet. Zijn vader lijdt hevig aan verstrooidheid.

Moeder wil niet dat er een televisie in huis komt, want ze is bang dat haar man dan naar series over de oorlog gaat kijken en daar niet tegen zal kunnen. Hoorspelen op de radio over de oorlog vormen al en probleem.

Vader merkt na zijn terugkomst uit Mexico dat er iemand in zijn geheime kastje is geweest. Daarin bewaart hij boeken en foto’s over concentratiekampen. Na wederom een woedeaanval is het huis te klein.





Zijn functie als (onder)hoofd van de reservepolitie is erg tweeslachtig. Hij is ontzettend fanatiek in het bekeuren van Duitsers, maar stelt zich aan op koninginnedag met marcheren waardoor hij zelfs de krant haalt. Na dit voorval doet hij van enkele onderscheidingen afstand. In het legermuseum, waar hij met de inmiddels 10-jarige Boudewijn naar toe gaat, vernielt hij een pop omdat naar zijn idee de epauletten niet goed zaten. Hij vereert koningin Juliana (haar man helaas niet), militaire parades en vlaggen.

Boudewijn krijgt door de problemen thuis zenuwaanvallen en wordt gedurende bijna een jaar naar een inrichting in Brabant gestuurd, waar de tucht en de boslucht hem goed zouden moeten doen. Het is voor Boudewijn echter een verschrikkelijke tijd. Het ergste vindt hij dat lezen verboden is. Als hij na een jaar “ongeneeslijk” naar huis wordt gestuurd blijken de buikpijnen waar hij al twee jaar aan leed een verwaarloosde blindedarmontsteking te zijn, inmiddels een buikvliesontsteking, en hij raakt in de ambulance op weg naar het ziekenhuis voor enkele weken in een coma. Rainer zit constant naast het bed. Door zijn coma krijgt Boudewijn infusen in zijn armen, maar omdat deze niet goed erin gestoken zijn wordt voor een korte tijd een arm lam. Jaren later zal hij (alleen) hiervoor ƒ150,- schadevergoeding ontvangen. Bij de thuiskomst krijgt Boudewijn een fiets en een boekenkast. Iedereen is blij.

Tijdens een wandeling vertelt Rainer aan Boudewijn dat het gezin katholiek is geworden. Het joodse geloof blijft een beter geloof, zegt hij, maar je moeder en ik vonden het beter zo.

Als Rainer bemerkt dat een van zijn kinderen kikkers opblaast leest hij zijn zonen voor uit “Wissenschaft ohne Menslichkeit”, verslagen van medische experimenten van de nazi’s. Onkel Jobab, de enige levende familie (broer) van Rainer is hiervan een van de slachtoffers, hij is namelijk gek in zijn hoofd. Als de ouders van Boudewijn al geruime tijd gescheiden zijn, krijgt hij een brief van zijn moeder, met een ingesloten kopie van de rouwkaart van zijn vader. Ondanks alle narigheid die er geweest is, grijpt het overlijden van zijn vader hem erg aan. Twee weken na het overlijden van zijn vader ontvangt hij nog een handgeschreven brief van hem, die hem door zijn vijfde vrouw toegestuurd werd. Slechts de laatste zinnen typt hij over, de rest verbrandt hij. De brief wordt een obsessie voor hem (De grootste kwelling die mijn vader mij had aangedaan). Boudewijn vermoedt dat zijn vader zelfmoord heeft gepleegd, later krijgt hij dit bevestigd. Hij heeft zijn vader voor zijn overlijden nog één keer bezocht. Zijn vader woont met een 18-jarige Deense vrouw, Astrid Nisgren. Boudewijn vertelt dat hij homoseksueel is, een vrouw in verwachting heeft gemaakt, hasj gebruikt en een agent heeft getrapt. Zijn vader trekt wit weg.



Het tweede verhaal gaat over Micky. Micky is het zoontje van Boudewijn en Mieke, de voormalig Engelse lerares van Boudewijn, die 14 jaar ouder is. Boudewijn was totaal nog niet toe aan een kind, maar als hij bemerkt dat Mieke aan de drank is neemt hij een deel van de verzorging op hem. Boudewijn en Micky wonen een jaar samen met Fleurette, een jongensachtige vouw die een dochter heeft. Nadat Fleurette en haar dochter het huis hebben verlaten, menen Boudewijns’ vrienden dat hij mee moet gaan naar Parijs, wat al eerder geregeld was. Hij vertrouwt Micky toe aan Gerda, de beste vriendin van Mieke, met de voorwaarde hem niet aan Mieke te geven. Bij zijn terugkomst blijkt Gerda hem wel aan Mieke te hebben meegegeven, en dat hij bij haar van de trap gevallen is. Hij ligt in het ziekenhuis in coma. Boudewijn gaat eerst bij Mieke langs, vervolgens richting ziekenhuis. Daar wacht hem een veel grotere schok, de val van de trap bleek een secundair trauma, Micky leed aan een hersengezwel dat “geknapt” is en is klinisch dood. Na twintig dagen geeft Boudewijn toestemming de machines stop te zetten en overlijdt Micky. Zijn stoffelijk overschot wordt gecremeerd. Hier heeft Boudewijn bewust voor gekozen. Om zichzelf te straffen, wil hij dat er geen enkel spoor van hem blijft bestaan. Hij is de enige op de crematie, waar hun lievelingsnummer van de Stones: “Out of time” wordt gedraaid.



Zes jaar na de crematie bezoekt Boudewijn voor de krant een opendag van het crematorium. Nadat de reportage in de krant heeft gestaan, krijgt Boudewijn een boze brief van de directeur. Nu overvalt hem een groot verdriet, Micky’s micrografie is mislukt. Als hij iemand op het station hoort zeggen: ”rouw verjaart niet”, weet hij dat hij het verhaal kan schrijven.



In het laatste hoofdstuk vertelt Boudewijn enkele herinneringen niet groter dan een postzegel die hij koestert. Ze gaan over fijne momenten met zijn vader Rainer en zijn zoontje Micky. Opvallend zijn de paralellen, zoals bijvoorbeeld het kapotje op het strand.



Analyse en interpretatie:



Titelverklaring:



De titel slaat op de kleine blonde zoon, Micky, van de hoofdpersoon, die later in het boek overlijdt aan een geknapt hersengezwel. Deze verklaring wordt voor het eerst genoemd wanneer Boudewijn, Mieke en Micky op vakantie in Italië zijn. Boudewijn en Mieke maken ruzie over het drankgebruik van Mieke. Boudewijn vertelt dat hij ‘s nachts vaak wakker schiet met de gedachte dat Mieke een auto-ongeluk krijgt, “en dan is die kleine blonde dood”. Mieke vindt dit een mooie titel voor een boek. ‘s Avonds schrijft Boudewijn in zijn dagboek: “Een kleine blonde dood”, later vervangt hij dit door: “De kleine blonde dood”.



Motto:



You’re out of touch, my baby

My poor discarded baby. Mick Jagger.



Too young to really be in love. Jerry Lee Lewis/Lippman-Dee.



Der Tod ist ein sehr mittelmässiger Porträtmaler. Goethe/Eckermann.



Die Geschichte rückwärts erzählt. Novalis.



O Melancholy, turn thine eyes away!

O Music, Music, breathe despondingly. Keats.



Comme vous le savez, notre société est entièrement liquidée…Rimbaud.



Wie zich voorstelt dat iets wat hij liefheeft, te niet gaat, zal zich bedroeven; daarentegen zal hij zich verheugen bij de gedachte dat het behouden blijft. Spinoza.



Liefde (of geen liefde),

En ouder worden, en dan de Dood. Gerard Reve.



Een naam van iemand die niet meer bestaat

Blijft soms nog lang onder de mensen. Achterberg.



Ik ben geen vader, en ik heb geen zoon

Niets dan een sage is zijn zacht bestaan. Willem de Mérode.



Tête sacrée! Enfant aux cheveux blonds! Bel ange!

A láuréole dór! Victor Hugo.



Mottoverklaring:

Al deze stukjes proza gaan over het kwijtraken van een geliefd persoon. In “De kleine blonde dood” raakt Boudewijn zijn zoontje Micky kwijt, omdat deze laatste overlijdt. Ook de vader van Boudewijn, Rainer overlijdt, wat Boudewijn best wel aangrijpt.







Genre:

Het boek is een psychologische, deels autobiografische roman.



Idee, thema en motieven:



Thema van: “De kleine blonde dood”:

Het leven van de ikfiguur is een leven dat bepaald wordt door krankzinnigheid (van zijn vader, zich zelf? en zijn oma) en de dood van zowel zijn vader als zijn zoontje, mislukte relaties en daarover schrijven om het te verwerken.



Motieven uit: “De kleine blonde dood”:

 Oorlogstrauma’s en de gevolgen daarvan (verscheurdheid): Van de vader en Onkel Jobab.

 Antisemitisme: de jodenhaat in de oorlog tegen vader Büch, moeder Montoua en alle andere joden.

 Zelfmoord: vader Büch probeert meerdere malen zelfmoord te plegen, als hij bij zijn vijfde vrouw woont slaagt hij erin. De oma van Boudewijn van zijn moeders kant probeert ook diverse malen zelfmoord te plegen, op de meest bizarre wijzen.

 Vader-zoon-relatie: De opvallende genegenheid tussen vader en Boudewijn, waar zelfs moeder Büch jaloers op is. Zij snapt niet waarom vader en zoon elkaar zo goed begrijpen. Uiteraard is ook de relatie tussen Boudewijn en zijn zoontje belangrijk.

 De verhouding van een lerares met een veel jongere leerling: Boudewijn had een seksuele relatie met Mieke, zijn voormalige Engelse lerares, die veertien jaar ouder was. Micky werd uit deze relatie geboren. Er is ook een groot leeftijdsverschil tussen zijn vader en zijn vijfde vrouw, Astrid Nisgren.

 Alcoholverslaving: vader Büch bedronk zich regelmatig. Ook Mieke heeft een drankprobleem. Boudewijn drinkt zelf ook best veel, maar beperkt zich vanwege Micky.

 Homoseksualiteit: Boudewijn was homoseksueel, ondanks zijn relatie met Mieke en Fleurette.



Idee:

Ik denk dat het achterliggende idee van de schrijver geweest moet zijn dat het schrijven van dit boek hem zou helpen bij de verwerking van zijn verleden. De hoofdpersoon uit het boek, schrijft ook om zijn verleden te verwerken.



De gezinssituatie in “De kleine blonde dood”:



De hoofdpersoon, Boudewijn Büch, woont als kind bij zijn ouders in Wassenaar, in een gezin met uitsluitend jongens. Zijn moeder is van Italiaanse afkomst, en een lieve zorgzame vrouw. Zijn oma van zijn moeders kant wordt in de loop der jaren dement, en spreekt alleen nog Italiaans.

Zijn vader is afkomstig uit Danzig, hij heeft een trauma overgehouden aan de Tweede Wereldoorlog. Hij is namelijk uit zijn vaderland gevlucht en heeft zelfs, toen hij in Nederland woonde ertegen gevochten. Door het oorlogstrauma van vader is het huwelijk tussen zijn ouders slecht.

Boudewijn krijgt psychische problemen van de toestanden thuis en gaat bij ruzies heel hard gillen. Op advies van de dokter wordt Boudewijn naar een kliniek in Brabant gestuurd, waar de boslucht en de tucht hem goed zullen moeten doen. Hij vindt het er echter verschrikkelijk en er treden lichamelijke ongemakken vanwege zijn stress op. Hij komt bijna een jaar later weer thuis. Het gezin is dan katholiek geworden, in plaats van joods.

Ondanks de buien van zijn vader heeft hij ontzettend veel ontzag voor hem (“Vati”). Boudewijn blijft bij zijn moeder wonen na de scheiding van zijn ouders. Hij heeft vaderloze middelbare schooljaren. Zijn vader eindigt zijn leven, wonend bij zijn vijfde vrouw, op een uiterst pijnlijke manier.

Boudewijn is inmiddels volwassen en is homoseksueel. Ondanks zijn seksuele voorkeur heeft hij een zoontje bij een veertien jaar oudere, voormalige, Engelse lerares, Mieke. Hij wil dat zijn zoontje, Micky, hem als een vriend ziet in plaats van een vader. Micky noemt hem dan ook: “pappa Boudewijn”. Micky overlijdt doordat er een gezwel in zijn hoofd knapt, en wordt niet ouder dan 5 jaar.



Hoe is de relatie tussen de vader en de zoon:



“De kleine blonde dood”:

De vader heet Rainer Büch en leidt aan een oorlogstrauma. Hij woonde voor de Tweede wereldoorlog in Danzig, maar is bij het uitbreken van ervan gevlucht naar Nederland en heeft toen bij de luchtmacht gevlogen en gevochten tegen Nederland.

Hij heeft een verstrooid karakter, hij haat Duitsland, maar houdt van orde, tucht, en een harde aanpak. Zijn gezin bestaat uit zes jongens (allen noemen hem Vati). Zijn huwelijk met zijn vrouw is slecht, door zijn verstrooide buien. Zijn oogappeltje is Boudewijn, die hem lijkt te begrijpen. Rainer was hoofd of onderhoofd (dat is nooit duidelijk geworden) van de vrijwillige politie, een overblijfsel van de koude oorlog.

Rainer probeert vaak zelfmoord te plegen, en dit lukt hem uiteindelijk bij zijn vijfde vrouw, een 18-jarige Deense Astrid. Hij verkiest hiervoor een uiterst pijnlijke manier, na het innemen van bloedverdunners onder een hete douche gaan staan, ten val komen en overlijden. Zijn 18-jarige vrouw bleek na zijn dood in verwachting te zijn van een meisje. Voor zijn dood heeft Boudewijn een gesprek met zijn vader, die hij door de scheiding van zijn ouders al enkele jaren niet gezien heeft. Hij vertelt van zijn homoseksualiteit, zijn zwangere lerares, zijn gebruik van drugs (Drogen) en dat hij een politieagent heeft getrapt. Zijn vader trekt wit weg. Boudewijn ontvangt na de dood van zijn vader een lange handgeschreven brief, waarin zijn vader als het ware al zijn leed door geeft aan Boudewijn, die deze brief als de grootste kwelling ooit ziet.

De relatie tussen Boudewijn en zijn zoontje Micky is maar kort, maar deze twee houden heel veel van elkaar. Boudewijn is zorgzaam, lief en wil altijd het beste voor Micky. Zijn leed neemt dan ook dimensies aan waar hij nooit over heeft kunnen schrijven, bij het overlijden van Micky.



In hoeverre is het boek autobiografisch?

In “De kleine blonde dood” zat de hoofdpersoon gedurende bijna een jaar in een psychiatrische kliniek. Boudewijn Büch heeft zelf ook in een inrichting gezeten, vanwege de vermoedelijk incestueuze relatie met zijn vader.

Net als in “De kleine blonde dood” blijft Boudewijn na de scheiding van zijn ouders bij zijn moeder wonen.

Zijn vader heeft net als in “De kleine blonde dood” zelfmoord gepleegd.

Het schrijversvak is een therapie voor de schrijver, maar ook voor de hoofdpersoon uit “De kleine blonde dood”.

De auteur heeft net als Boudewijn Büch uit “De kleine blonde dood”, een zoontje gehad dat op jonge leeftijd overleed aan een hersentumor.

Boudewijn Büch is in dezelfde streek geboren en opgegroeid, als zijn personages.

Boudewijn Büch is gek van Goethe. In het boek “De kleine blonde dood” vertelt hij (waarschijnlijk als enige vader van een vijfjarig zoontje) zijn zoon over Werther.

De terugkerende motieven dood, trauma’s en alcoholverslaving zijn opvallend maar nog opvallender de relatie tussen vader en zoon, en het autobiografisch kantje eraan. Verraderlijk vond ik wel dat de hoofdpersoon uit “De kleine blonde dood” ook Boudewijn Büch heet. Je bent dan als lezer gauw geneigd te denken dat het autobiografisch is. Er staat echter voor in het boek dat iedere gelijkenis op vergissing berust.



Opbouw, structuur en spanning:

De gebeurtenissen worden niet verteld in de volgorde waarin ze plaatsvinden. Het boek bestaat uit vele flashbacks die de relatie tussen Boudewijn en zijn vader en zijn zoontje duidelijk moeten maken. Beide personen zijn echter al overleden, op het moment dat het boek verteld wordt.

Er zijn twee verhaallijnen. Zo is er het verhaal dat Boudewijn nog jong is en samen met zijn vader, moeder en broers woont en er is de verhaallijn dat Boudewijn inmiddels vader is. Beide verhaallijnen lopen in elkaar over op de manier waarop ze vertelt worden. In werkelijkheid was de eerste verhaallijn het eerst en volgde de tweede deze op. De verhaallijnen zijn even belangrijk en hebben sterk met elkaar te maken. De gebeurtenissen die plaatsvonden tussen Boudewijn en Rainer worden vergeleken met die van Boudewijn en Micky.

Ik vond dat het climaxmoment begon op het moment dat Boudewijn te horen kreeg dat zijn zoon Micky in het ziekenhuis lag en dat het climaxmoment eindigde aan het einde van de crematie van Micky. Ik vond dit een enorm indrukwekkende en emotionele scène. Er zijn nog andere spanningsmomenten, bijvoorbeeld bij de vele ruzies thuis bij Boudewijn of bijvoorbeeld het moment dat Micky ziet hoe Boudewijn de dronken Mieke naar bed brengt.

De schrijver maakt geen gebruik van uitstel of vertraging om de spanning op te voeren.

Het verhaal begin is direct in de handeling. Boudewijn gaat als jongetje van een jaar of zeven op schoolreisje. Het verhaaleinde bestaat uit een heel hoofdstuk uit fijne herinneringen die Boudewijn koestert van zijn vader en zijn zoontje. Het is een open einde, omdat je niet weet als lezer, wat er met Boudewijn gaat gebeuren, nu hij alleen over is gebleven.

Er is geen sprake van cyclische opbouw.





Personages:



Boudewijn Büch: is de hoofdpersoon van het boek. In zijn jeugd was hij een zenuwachtig jongetje, dat ondanks de buien van zijn vader veel om hem gaf. Hij woonde samen met zijn ouders en broers in Wassenaar.

Toen hij tien jaar oud was, is hij in Brabant opgenomen in een psychiatrische kliniek. Hij was echter niet gek, maar werd gewoon zenuwachtig van de ruzies van zijn ouders. De vele buikpijnen waar hij al twee jaar lang over klaagde bleken een verwaarloosde blindedarmontsteking te zijn.

Als hij volwassen is, blijkt hij homoseksueel te zijn, desondanks heeft hij wel een kind. Hij houdt een dagboek bij, omdat schrijven een goede therapie voor hem schijnt te zijn tenminste dat zeggen de vele psychiaters die hij zijn hele leven al bezoekt.



Rainer: is de vader van Boudewijn. Hij heeft nog vijf zonen en zal later tijdens zijn vijfde huwelijk nog een dochtertje krijgen. Hij lijdt aan een oorlogstrauma, omdat hij in de oorlog naar Nederland gevlucht is en tegen zijn eigen vaderland gevochten heeft. Hij heeft veel onderscheidingen voor deze heldendaad gekregen.

Rainer lijdt sterk aan verstrooidheid, wat tot hevige ruzies lijdt en tenslotte zelfs tot echtscheiding. Boudewijn was altijd zijn oogappeltje.



Micky: is het zoontje van Boudewijn en Mieke. Hij is erg speels en bijdehand. Op vijfjarige leeftijd overlijdt hij aan een geknapt hersentumor.



Mieke: is de Engelse lerares van Boudewijn. Samen krijgen zij een kind, hoewel Boudewijn homoseksueel is en 14 jaar jonger. Ze drinkt ontzettend veel en is daarom vaak dronken.



De moeder van Boudewijn: is een lieve zorgzame vrouw die Boudewijn en zijn broers probeert te beschermen tegen hun vader. Zij is van Italiaanse afkomst en heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten. Ze weigert het kind van Boudewijn te zien.



De oma van Boudewijn: is de moeder van de moeder van Boudewijn. Ze is afkomstig uit

Italië. Volgens Boudewijn kon ze altijd heel mooi vertellen. Hoe ouder ze echter wordt, des te meer dement. Ze slijt de laatste jaren van haar leven, vastgebonden in een psychiatrisch ziekenhuis waar ze zelfs haar eigen dochter niet herkent.



De broers van Boudewijn: zijn tamelijk vaag beschreven in het boek. Boudewijn heeft het soms is over een broertje. Wel is bekend dat hij vijf broers in totaal had, waarvan er twee waarschijnlijk ouder waren en drie jonger.



Fleurette: is een jongensachtige vrouw die geen bezwaar maakt tegen de seksuele voorkeur van Boudewijn. Samen met haar dochter woont ze een tijd samen met Boudewijn en Micky. Op een gegeven moment neemt ze toch weer de benen.



Onkel Jobab: is de enige levende familie (broer) van Rainer. Ook onkel Jobab is verstrooid

door de oorlog. Hij werkt als doodgraver in een psychiatrisch ziekenhuis.



Je leert de personages kennen uit wat zij zeggen, wat zij doen en hoe de hoofdpersoon Boudewijn over hen denkt.



Tijd:

Het verhaal speelt zich enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog af, waarschijnlijk in het begin van de vijftiger jaren. De gevolgen van de koude oorlog zijn in het boek duidelijk te merken. De vader van Boudewijn is namelijk hoofd, of onderhoofd van de reservepolitie. Ook wordt er nog veel over de gruweldaden van de oorlog gesproken en was er nog niet in ieder huishouden een televisie aanwezig.

De vertelde tijd is ongeveer twintig à vijfentwintig jaar. Het verhaal begint als Boudewijn een jongetje is van 5 à 6 jaar. Op het moment dat hij zelf vader werd was hij nog student, ongeveer 20 jaar. Het verhaal in het boek eindigt als Micky als 5jarige jongen overlijdt.

Er zijn veel tijdsprongen in het verhaal, wat eigenlijk bestaat uit vele flashbacks, die de band tussen Boudewijn en zijn vader, en Boudewijn en zijn zoontje duidelijk proberen te maken.

Het boek telt 196 bladzijdes, waar ik ongeveer 2,5 uur over heb gedaan om ze te lezen. Echt opvallend is het verband tussen de vertelde tijd en de verteltijd niet. Er kan uit geconcludeerd worden dat het boek lekker doorleest. Het verhaal is wel chronologisch, al zijn er veel flashbacks. Zo is bijvoorbeeld het laatste hoofdstuk een hele flashback.



Perspectief en vertelsituatie:

Er is sprake van een ik-verteller, die in “De kleine blonde dood” Boudewijn Büch heet. Er is geen sprake van perspectiefwisseling, want het blijft voortdurend bij de ikpersoon.





Ruimte:



Het verhaal speelt zich tijdens de jeugd van Boudewijn af in een burgerlijke wijk. De mensen kennen elkaar en groeten vriendelijk. Er is geen sprake van grote rijkdom, wat waarschijnlijk komt omdat het verhaal zich vlak na de Tweede Wereldoorlog afspeelt. Het is een echt Nederlands liefhebbend boek, waar ik mee wil zeggen dat koninginnedag uitvoerig gevierd wordt, en er jenever gedronken wordt, op de juiste tijden een vlag aan de mast wappert enz. Het weer speelt geen belangrijke rol in het boek. Het wordt wel beschreven, maar de gevoelens van de hoofdpersoon komen niet overeen met de weersomstandigheden.



Taalgebruik en stijl:



Het taalgebruik was eenvoudig en makkelijk te lezen. Er werden niet veel moeilijke woorden gebruikt. Gevoelens worden met niet veel woorden toch duidelijk verwoord. Er komen veel gesprekken in het boek voor. Hoewel de sfeer in het boek niet altijd even vrolijk is zijn de zinnen niet somber of zwaarwichtig. Beeldspraak en uitdrukkingen worden niet veel toegepast. Er is sprake van modern taalgebruik dat niet intellectualistisch gebruikt wordt.



Extra:



Dit boek is in 1993 verfilmd door Jean van der Velde van Rob Houwers productie. Antonie Kamerling speelt de rol van Boudewijn, deze heet in de film echter Valentijn Boecke. Micky wordt gespeeld door Olivier Tuinier en Mieke door Loes Wouterson. De film lijkt op het boek maar verschilt ook voor een deel, bijvoorbeeld de leeftijd van Micky 7 jaar i.p.v. 5 jaar, en de vakantie in Nederland i.p.v. Italië.

Ook kreeg Valentijn na de dood van zijn vader het geheime kastje toegestuurd, dit gebeurde in het boek niet. Op zich een geslaagde film met een eigen karakter gebaseerd op het boek.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen