Boekverslag : Louis Couperus - Het Zwevende Schaakbord
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2214 woorden.

Auteur: Louis Couperus

Titel: Het Zwevende Schaakbord

Eerste druk: 1922

Aantal blz. : 236 blz.

Uitgave: Zesde druk, 1978. Uitgeverij Contact

Motto: Niet aanwezig

Hoofdstukken: Het boek is in 35 titelloze hoofdstukken verdeeld.

Proloog/ Epiloog: Er is een voorwoord aanwezig, en dat is in dit boek onmisbaar. De schrijver leidt de lezer alvast naar de Middeleeuwen. Hij geeft wat informatie over Koning Arthur en de Ridders van de Tafelronde omdat je zonder die kennis het boek niet goed zou kunnen volgen. Ook bereidt hij de lezer voor op het soort Midden- Nederlands taalgebruik dat gebruikt wordt in het boek.

Thema: Het echte avontuur bestaat niet meer en is vervangen door de techniek.

Tijd: “ De Middeleeuwen.” De schrijver doet alsof het zich in de Middeleeuwen afspeelt door een verhaal te vertellen over Koning Arthur en de Ridders van de Tafelronde. Maar tegelijkertijd kun je aan de uitvindingen van Merlijn, de tovenaar zien dat het zich in het heden afspeelt. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over een magische Fenixvogel die met behulp van een vreemdsoortig “enghien” (=motor) vliegt, en over spreekbloemen, waarin Merlijn kan spreken met zijn zus Morgueine die aan de andere kant van het land woont. ( Excuses voor deze misschien wat te lange uitleg, maar ik vond het onmisbare informatie.)

Plaats: Het speelt zich af in het Land van Logres, het Land van Endi en in de grote foreesten(=bossen.) Dit is waarschijnlijk wat nu Engeland is.

Karakterbeschrijving:

 Gawein: Dit is de hoofdpersoon en de meest hoofse en dappere ridder van de Tafelronde. Hij is laat in de dertig, en een hele knappe man. Gawein is trouw, maar toch ook weer niet. Wel trouw is hij aan de Ridderplicht en alles wat daarbij hoort, maar trouw aan één geliefde is hij nooit geweest. Behalve aan het eind van het boek, wanneer hij de mooie Ysabele ontmoet. Hij heeft vele avonturen doorstaan en volbrengt ook de laatste queste. (= zoektocht.)

Er zijn wel meer hoofdpersonen in het boek, maar hun karakters worden niet echt uitgediept. Ik zal er een typebeschrijving van geven:

Typebeschrijving:

 Gwinebant: Hij is de jongste en mooiste ridder van de Tafelronde. Hij is hopeloos verliefd op Ysabele, en is de neef van Koningin Guenever. Hij is nog een beetje naïef en nieuwsgierig naar avontuur.

 Koning Arthur: Een rechtvaardige, oude koning. Hij is jaloers op Lancelot omdat hij de minnaar van zijn vrouw is, maar laat het niet blijken.

 De rest van de Tafelronde:

1. Lancelot: Altijd aan het wandelen met Guenever, de koningin. Lancelot is na Gawein de dapperste.

2. Bohort: De reus.

3. Ywein: De stotteraar.

4. Meleagant: Klein, maar dapper.

5. Acglovael: Altijd aan het schateren.

6. Sagremort: De twijfelaar.

7. Galehot: Altijd aan het glimlachen.

8. Diodoneel en Mordret: Uiteindelijke overlopers. Zij begonnen vrouwen te schaken.

( U ziet dus dat dit allemaal standaard typen zijn, meer wordt er niet uitgediept.)

 Prinses Ysabele: Uitgehuwelijkt aan de vreselijke koning van Noord- Humberland, Clarioen. Zij is verliefd op Gwinebant. Zij is zo schoon als een engel en de dochter van Koning Assentijn van Endi.

Perspectief: Personale verteller.

Chronologie: Er wordt niet duidelijk verteld hoe lang de queste duurt. Ik schat dat het hele verhaal zo’n anderhalf à twee jaar duurt.

Stroming: Stroming 1890-1940. Neo- Romantiek.

Samenvatting: Het Zwevende Schaakbord gaat over de Ridders van de Tafelronde, of Ronde Tafel, hoe je het ook maar wilt noemen. Ik kies voor het eerste, omdat de schrijver dat ook gedaan heeft.

Op Camelot, de burcht van Koning Arthur en zijn wiganten (=ridders), heeft zich al vele jaren geen enkel avontuur meer voorgedaan. Alle ridders vervelen zich, behalve Lancelot die altijd maar met Koningin Guenever door de tuinen wandelt. De ridders beklagen zich bij Merlijn, de tovenaar. Ze missen het bevrijden van geschaakte damoselen(=jonkvrouwen) en het verslaan van draken. Merlijn begrijpt het probleem van de ridderen, en hij laat ze allemaal, behalve Gawein, op een nacht naar zijn kasteel komen. Daar vertelt hij ze van het plan dat hij bedacht heeft. Het plan was: het opnieuw beleven van een al volbrachte queste.

Dit wordt het “Aventure des Zwevende Scaec.” Tien jaar geleden kwam er een schaakbord Camelot binnenvliegen en Koning Arthur speelde een potje schaak met een onzichtbare tegenstander. De Koning stond op het punt te winnen toen plotseling het schaakbord weer wegvloog. Gawein ging op zoek naar het Zwevende Scaec en hij vond het. Toen hij het teruggaf aan de Koning speelde deze verder. Hij won en sindsdien heeft er zich geen enkel avontuur meer voorgedaan.

Op een wit scherm zien de ridderen deze beelden uit het verleden. Ze verbazen zich over deze toverkunst van Merlijn. ( Een vroege versie van een bioscoop!) De reden dat Gawein niet bij deze bijeenkomst was is simpel. Hij moest ook deze tweede keer de zoektocht volbrengen. Merlijn zou voor een zwevend schaakbord zorgen.

En zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag komt er een schaakbord de burcht binnenvliegen. Hij maakt een raar brommend geluid, als van een motor. De ridderen die van het plan afweten verbazen zich nogmaals over de toverkunst van Merlijn.

Het schaakspel verloopt precies hetzelfde als tien jaar geleden, en weer vliegt het bord weg voordat de partij is afgelopen. En weer staat Gawein op en meldt zich als vrijwilliger om de queste te volbrengen. Hij vertrekt met zijn oude trouwe paard Gringolette op zoek naar het Scaec. Hij volgt dezelfde weg als tien jaar geleden. Toen zwom hij met zijn paard een rivier over. Het lukt nu ook, maar als ze aan de overkant zijn is het paard helemaal uitgeput. Zijn trouwe paard Gringolette sterft in zijn schoot. Gawein is heel erg verdrietig en begraaft zijn paard met veel eer. Hij laat zijn wapenuitrusting bij zijn paard achter en gaat te voet verder. Hij loopt over een gladde weg en plotseling duikt Morgueine, de zus van Merlijn op. Ze rijdt in de toverwagen die op wonderoliën loopt (een auto dus.) Zij brengt hem naar de Vallei der Ontrouwe Ridderen. Hij kan daar alleen uit komen als een ridder die altijd trouw is geweest aan één vrouw hem komt redden. Op Camelot vernemen zij dit nieuws van Merlijn en Lancelot en Gwinebant besluiten hem te gaan redden.

Als ze hem gered hebben besluit Gawein dat hij weer op zoek gaat naar het geheimzinnige schaakbord. Maar hij heeft geen wapens en geen ors (=paard) meer. En dan gebeurt er een wonder. Er komt een wapenuitrusting uit de lucht vallen en er komt een paard aangegaloppeerd, dat sprekend op zijn Gringolette lijkt. Gawein vertrekt naar het kasteel van Koning Mirakel, waar hij de eerste keer ook het Scaec gevonden heeft. Als hij naar het kasteel vertrekt komt hem weer, o wonder, een avontuur tegemoet. Er wordt een jonkvrouwe ontvoerd door twee ruiters. Hij redt de dame, en als hij de maskers afdoet herkent hij twee ridderen van de Tafelronde. Het zijn Mordret en Diodoneel. Het blijkt dat zij vele vrouwen gevangen hielden in het Amoreuse-Garde.

Dan brengt Gawein de dame, Alliene geheten terug naar haar kasteel. Daar aangekomen blijkt dat haar vader gestorven is. Alliene blijft bij Gawein. Er ontstaat geen relatie tussen de twee, alhoewel Alliene verliefd is op Gawein. Hij benoemt haar tot zijn schildknaap en haar naam wordt veranderd in Amadijs.

En daar verschijnt het Scaec weer in de lucht. Ze volgen het bord, dat weer in de richting van het kasteel van Koning Mirakel vloog. Ze gingen de burcht binnen, maar vinden het schaakbord daar niet. Ze keren weer terug naar het bos en het duurt niet lang voordat het Scaec weer voor hen opdoemt. Ze volgen het weer en Gawein herkent de streek. Het is het Land van Endi, waar hij tien jaar geleden ook was om het Toverzwaard met de twee ringen te vinden die hij met Koning Mirakel moest ruilen voor het eerste Zwevende Scaec. Hier vond hij ook zijn eerste geliefde Ysabele die hij had geschaakt. Zij was inmiddels overleden. Destijds had hij de burcht in zijn eentje bestormd, nu wordt hij gewoon binnengelaten.

De oude koning Assentijn herinnert zich Gawein. Hij heeft hem nog niet vergeven dat hij zijn dochter Ysabele meegenomen had. Maar dan komt Assentijns kleindochter erbij, ook Ysabele geheten, en zij is het nichtje van Gawein. Zij stelt voor om de burcht te doorzoeken naar het Scaec. Ze vinden het niet. En alhoewel de jonge Ysabele iedere nacht van de jonge ridder Gwinebant droomt, ontstaat er toch iets moois tussen haar en haar oom, Gawein. Ysabele is uitgehuwelijkt aan Koning Clarioen van Noord- Humberland.

Amadijs, de schildknaap keert naar Camelot terug om de dood te melden van Diodoneel en Mordret. Onderweg komt zij de ridderen van de tafelronde tegen, behalve Lancelot en Gwinebant die opzoek zijn naar Gawein. De andere ridderen zoeken naar Mordret en Diodoneel, maar vernemen van Amadijs dat zij reeds gestorven zijn. Dan besluiten de ridderen op zoek te gaan naar het Amoreuse-Garde en Galehot vergezelt Amadijs naar Camelot om de koning het nieuws van de gestorven ridderen te melden.

Lancelot en Gwinebant dwalen door de bossen op zoek naar Gawein. Dan komen zij de Schandekar tegen. Op deze kar ligt een naakte ridder die veel pijnen moet doorstaan en bovendien voor gek staat voor de mensen die de kar op zijn weg tegenkomt. De ridder die er nu opligt heet Lionel. Hij is ridder in Noord- Humberland en wordt verdacht de koning naar de troon te staan. Hij is echter onschuldig. Hij kan alleen bevrijdt worden door een onschuldige ridder. Gwinebant verlost hem en ze volgen de kar naar de burcht van Koning Assentijn. Daar ontmoeten zij Gawein weer. De kar staat nu op de binnenplaats en kan niet meer weg. Dan komt Merlijn aangevlogen in zijn Fenixvogel om de betovering ongedaan te maken.

Gwinebant en Ysabele ontmoeten elkaar en herkennen elkaar uit hun dromen. Ysabele heeft nu èn Gwinebant en Gawein lief.

Een paar weken later ziet Gawein het Scaec weer vliegen en gaat het achterna. Hij weet het eindelijk te vangen, maar het bord is stuk. Er hangen allemaal losse draadjes aan. Lancelot en Gwinebant zijn inmiddels weer uitgereden om hun andere gezellen te verlossen die ook gevangen zijn genomen in het Amoreuse-Garde. Ze hebben hun vrij snel al bevrijd. Dan komt Gawein de andere ridderen tegen en ze rijden gezamenlijk terug naar Endi.

Daar aangekomen vernemen zij dat het kasteel belegerd is door het leger van Noord- Humberland. Zij weten het kasteel te bevrijden van de heir(=het leger) en eindelijk vergeeft Koning Assentijn het Gawein dat hij zijn dochter ooit ontvoerd heeft. Gawein vraagt de koning om zijn kleindochters hand. Hij zegt ja. Gwinebant is ontroostbaar.

Een paar weken later vernemen zij van Merlijn dat het leger van Noord- Humberland nu Camelot bezet heeft. De ridderen keren tot Camelot, samen met de koning en Ysabele.

Weer wordt er een hevige strijd geleverd. Bijna heeft het leger van Koning Clarioen de aftocht geblazen, als Gwinebant in de problemen komt. Gawein redt hem maar raakt zelf dodelijk gewond. Dan trekt het leger van Clarioen zich terug.

Gawein overhandigt Koning Arthur met zijn laatste krachten het Scaec, die plotseling weer gerepareerd was. Gawein sterft.

Gwinebant trouwt Ysabele, en volgt een na een tijdje de inmiddels gestorven Koning Assentijn op. Ook Arthur sterft binnen een niet al te lange tijd. Lancelot huwt Guenever en wordt koning van het land van Logres. Merlijn is bezig om van de “Spraakbloemen” een draadloze theorie te maken.



Eigen mening: Het is erg cliché om te zeggen, maar ik vond dit een erg mooi boek. Ik moest eerst even aan de nogal beschrijvende stijl van Couperus wennen, maar na een paar bladzijden was ik er meteen helemaal weg van. Hij schreef dit boek in een soort Middel- Nederlands. Er kwamen dan woorden in voor, zoals “enghien” waarbij je eerst geen idee had wat het betekende, maar door even na te denken en even te vergelijken met andere talen kwam je erachter dat het om een motor ging.

Ook een reden waarom ik dit boek erg leuk vond, was de manier waarop Couperus de lezer voor de gek hield. Want je waande je wel in de Middeleeuwen, maar tegelijkertijd kwamen er veel dingen uit de moderne tijd in voor. Het boek bevat dus een dubbele bodem.

Het is een humoristisch, maar tegelijk ook een meeslepend boek dat Couperus met veel ironie schreef.





Schrijversinformatie: Louis Marie Anne Couperus werd in 1863 in Den Haag geboren.

Hij groeide gedeeltelijk op in Den Haag. Toen hij negen was vertrok hij met zijn ouders naar Indië. Hij ging in Batavia naar de lagere school, en later naar het Gymnasium. In 1877, hij was toen 15, ging de familie Couperus weer terug naar Nederland. Toen hij weer terug in Den Haag was, vond hij het leven hier zo kleurloos dat hij zich hier ging verdiepen in de Nederlandse Literatuur. Hij ging hier naar de HBS. Na de middelbare school ging hij Nederlands studeren. Hij slaagde in 1886, maar hij was niet van plan om ooit voor de klas te gaan staan. Hij vond dat hij een auteur was. Hij schreef al een tijdje gedichten. Eind 1887 begon hij voor het eerst met proza. In 1889 schreef hij “Eline Vere”, dit boek maakte hem beroemd en het werd in latere jaren zelfs verfilmd. Een jaar daarna schreef hij “Het Noodlot”. In 1890 trouwde hij en hij begon te reizen. Hij bracht een groot deel van zijn leven in het buitenland door. Hij woonde onder andere in Nice en Indië. In 1923 ging hij in Amsterdam wonen. Het huis in Amsterdam was hem aangeboden door bewonderaars. Hij stierf kort daarna op zestigjarige leeftijd.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen