Boekverslag : Jeroen Brouwers - De Zondvloed
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2491 woorden.

Plaats van uitgave, jaar van uitgave, jaar eerste druk:

de Arbeiderspers, Amsterdam, 1988, 1988



Samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen:

In De zondvloed vertelt een schrijver globaal het verhaal van de eerste 33 jaren van zijn leven. Er zijn dan vijf boeken van hem verschenen. De eerste vier waren geen succes; de oplagen liggen nog op grote stapels in het magazijn van de uitgeverij. Zijn vijfde boek, een novelle, zorgt echter voor een doorbraak; sommige critici noemen het zelfs een meesterwerk. Als gevolg daarvan komt een televisieploeg bij hem langs om opnamen te maken voor het programma "In het voetspoor van…". Hij woont op dat moment alleen in een verwaarloosd huis middenin een dennenbos. Het interview dat bij die gelegenheid met hem gemaakt wordt, vormt de rode draad door het boek.

Hij is geboren in Nederlands-Indië, enkele jaren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Met zijn moeder heeft hij in een Japans interneringskamp gezeten. Uit die periode herinnert hij zich onder meer nog de eindeloze appèls en de dagelijkse plicht tien vliegen te vangen. Als hij aan Indië terugdenkt, is dat echter vooral aan de korte tijd dat ze, na de bevrijding, in Balikpapan (Borneo) woonden. Temidden van de chaos die de oorlog had achtergelaten, lag daar zijn "paradijs". Hij doelt daarmee op zijn "Geheim Verblijf" (ook wel: "Geheim Schrijfhuis"), de restanten van een door brand verwoest huis in het oerwoud achter de hut die zij bewoonden. Daar ging hij zo vaak hij kon heen, omdat hij zich daar één voelde met de natuur. De enige die hij er verder toeliet, was Melati, een dessameisje van zijn leeftijd, dat hij vanwege haar spitse gezicht "Tikoes" (muis) noemde. Bijna twee jaar lang was zij zijn vriendinnetje, tot ongenoegen overigens van zijn ouders, voor wie zulke intieme contacten met de inlanders geen pas gaven. Zij zagen hem liever met de wat oudere Yvonne spelen, ook een blanke en daardoor veel beschaafder en fatsoenlijker dan tikoes. Maar Yvonne wekte met haar autoritaire optreden en haar opdringerige seksualiteit alleen zijn afkeer op.



In 1947 was hij met zijn moeder gerepatrieerd. Zijn grote broers waren dat al eerder en zijn vader zou later komen. Aan de bootreis bewaart hij voornamelijk nare herinneringen, vooral aan de "doop" door Neptunus ter hoogt van de evenaar. Eenmaal in Nederland had zijn moeder hem op een strenge kostschool in Den Bosch gedaan. Het bleek haar bedoeling, dat hij eens flink werd "bijgeschaafd", want de laatste paar jaren in Indië hadden volgens haar een halve wilde van hem gemaakt. Aan de broeders was dit wel toevertrouwd. De pupillen moesten veel en mochten weinig. Vooral hun ontluikende seksualiteit werd aan banden gelegd. Wie betrapt werd op "onkuise" handelingen, moest voor straf een minuut onder een ijskoude douche. De hoofdfiguur woonde van zijn tiende tot zijn zeventiende op het internaat en raakte er meer met de hel dan met het leven vertrouwd. In deze jaren schiep hij zich een gedroomde geliefde, die hij Nachtschade noemt.

Mede als gevolg van het strenge kostschoolleven wist hij niet hoe hij zich, eenmaal "vrij", tegenover vrouwen moest gedragen, laat staan dat hij een meisje durfde aanspreken. Daarom was hij een relatie begonnen met het eerste meisje dat hem aansprak. Zij heette Laura en werkte als leeszaalassistente in de openbare bibliotheek waar hij zijn vrije tijd grotendeels doorbracht. Ze waren getrouwd en hadden twee kinderen gekregen, een meisje en een jongen. Een succes was hun huwelijk echter niet geworden. Laura was (seksueel) gevormd door de lessen van de nonnen en dat betekende onder meer dat gemeenschap alleen tot doel mocht hebben kinderen voort te brengen; van genieten kon geen sprake zijn. In geen enkel opzicht leek zij op zijn gedroomde geliefde en na zes jaar had hij met haar gebroken. Hij wa toen 33 en had het gevoel in alle opzichten te zijn vastgelopen. Daarom had hij zich teruggetrokken in een verlaten huis ergens in een groot bos. Daar woont hij nog steeds en brengt zijn dagen door met mateloos veel drinken en slapen. Alleen af en toe komt hij de deur uit om in zijn auto door de omgeving te razen. Dan moet hij even de stilte ontvluchten. Eén keer heeft Laura hem opgezocht, met de kinderen. Zij had het adres gekregen van zijn uitgever en probeerde hem weer mee naar huis te lokken. Tevergeefs.

Als de uitgever aandringt op een snelle correctie van de drukproeven van zijn vijfde boek, besluit hij ze te gaan brengen. Terwijl hij onderweg is naar de bewoonde wereld, stopt hij om een gestrande automobiliste een lift te geven. Zodra hij haar ziet, herkent hij in haar zijn gedroomde geliefde. Nachtschade is eindelijk gekomen. Het meisje herkent hem als schrijver en ook dat is nieuw voor hem. Het lijkt van beide kanten liefde op het eerste gezicht. Zij leidt hem naar een bungalowpark ergens in de Zuidhollandse duinen, waar ze een vakantiewoning kraken en twee zeer intieme dagen beleven. Voor het eerst sinds hij Balikpapan verliet, voelt hij zich gelukkig.

Dan besluit zij weer terug te gaan naar haar man. Zij is bij hem weggegaan omdat het leven haar benauwde, maar ze zijn nog steeds getrouwd en dat schept verplichtingen. De hoofdfiguur keert terug naar zijn woning in het bos. Pas later gaat hij werkelijk naar de uitgeverij. Hij zal het weekend doorbrengen in het gastenverblijf. Daar ontmoet hij nachtschade opnieuw en ook nu zijn ze samen gelukkig. Maar ook deze keer is hun geluk van korte duur, want Nachtschade keert weer terug naar haar man. De hoofdfiguur moet opnieuw alleen naar huis. Hij is dronken als hij in zijn auto stapt en wordt onderweg "aangerand" door een stel parkeerplaatshoeren.



Enige tijd later weet Laura hem met een smoes (?) over te halen bij haar langs te komen. Evenals de laatste keer dat ze elkaar zagen, probeert ze hem te verleiden, maar ook nu blijven haar pogingen zonder resultaat. Hij merkt weliswaar dat zij intussen een andere vrouw geworden is, veel vrijer in seksueel opzicht, maar dat maakt haar nog niet aantrekkelijker. Daarop verbreekt zij het contact voorgoed.

De opnamen voor het televisieprogramma "In het voetspoor van..." vinden plaats in het voorjaar. Het is najaar als het wordt uitgezonden. De hoofdfiguur slaagt er niet in langer te kijken dan een enkele minuut. Dan vlucht hij het bos in, waar hij tussen de donkere bomen Nachtschade meent te zien. Als hij zich haast om bij haar te komen, valt hij in een diepe plas. Terwijl hij naar de bodem zinkt, heeft hij het gevoel een trap af te gaan om in de diepte jaren van zijn leven over te doen.



Verklaring van de titel:

De titel van het boek is aan het verhaal over Noah ontleend: hij en zijn gezin zijn de enigen die van de zondvloed, een vloed als straf van God voor de zonden van de mensen, gered worden. Met dat verhaalgegeven heeft Brouwers weinig gedaan. Bij hem staat "de zondvloed" voor het leven na 1947, na het moment waarop ze de evenaar waren gepasseerd. Toen had hij het "paradijs" voorgoed achter zich gelaten.



Betekenis van het motto:

Er zijn 3 motto's. Het eerste komt van Kierkegaard en luidt: "De wereld kan worden verdeeld in mensen die schrijven en mensen die niet schrijven. Mensen die schrijven vertegenwoordigen de wanhoop en mensen die niet schijven keuren dit af en geloven dat zij een grotere wijsheid bezitten - en toch, als zij konden schrijven, dan zouden zij hetzelfde schrijven. In de grond zijn allen even wanhopig, maar wanneer men niet de kans heeft door zijn wanhoop groot te worden, is het niet de moeite waard zijn wanhoop te laten blijken. Is dit wat het betekent de wanhoop te hebben overwonnen?"

Het tweede motto staat aan het begin van deel II en komt van Weininger: "Daarom kan niemand zich zelf begrijpen, al zou hij zijn hele leven ononderbroken over zich zelf nadenken; men kan steeds alleen begrip hebben voor een ander op wie men wel lijkt, maar aan wie men nooit geheel gelijk is en van wiens tegendeel men evenveel in zich heeft als van hem zelf. Bij een dergelijke verdeling ligt de situatie voor het begrijpen het gunstigst. In laatste instantie betekent een mens begrijpen dus eigenlijk: hem en zijn tegendeel in zich hebben."

Het derde motto, van Dante, staat in deel III, aan het begin van hoofdstuk 7: "En in deze droefenis verwijlend, besloot ik woorden te schrijven, waarin ik, mij tot haar richtend, de oorzaak van mijn gedaanteverandering zou duidelijk maken, en zou zeggen, dat ik wel wist dat die oorzaak niet bekend was en dat, ware zij bekend geweest, men mij, naar ik meen, zou hebben beklaagd; en ik nam mij voor dit alles te zeggen, in verlangen dat het bij toeval door haar zou worden vernomen."



Literair genre:

psychologische roman



Thema:

Ook in De Zondvloed staan Brouwers' hoofdthema's, liefde, literatuur en dood, centraal. Het belangrijkste thema is echter ongetwijfeld "de overwoekerde chaos". Deze chaos is voornamelijk het gevolg van de innerlijke verscheurdheid van de hoofdfiguur. Andere thema's zijn: vervreemding, isolement, eenzaamheid en levensonmacht.



Motieven:

Een motief dat in dit boek een voorname rol speelt - dat doet het trouwens in heel Brouwers' Oeuvre - is het Orpheusmotief. Orpheus is de hoofdpersoon in een van de bekendste Griekse mythen en wordt beschouwd als de eerste dichter (schrijver) van onze westerse cultuur. Hij zag zijn geliefde Eurydice weggerukt door de god van de onderwereld, maar zong zo mooi, dat hij haar terugkreeg. Hij mocht haar weer meenemen uit de Hades onder één voorwaarde: tijdens hun terugtocht naar de aarde mocht hij niet omkijken. Dat deed hij toch en daardoor verloor hij Eurydice voor de tweede keer en nu voorgoed. De naam Orpheus komt een aantal keren in De zondvloed voor. Verder vertelt de hoofdfiguur herhaaldelijk dat hij nog eens een roman wil schrijven over een man die een trap afloopt. Die man is Orpheus, die naar de onderwereld afdaalt om de teruggave van zijn geliefde te bepleiten. Maar de man is ook de hoofdfiguur zelf, die afdaalt in zijn verleden. Het lijkt erop, alsof Brouwers met deze paralel wil zeggen dat een schrijver veroordeeld is tot omkijken. De onderwereld van zijn verleden zuigt hem keer op keer naar zich toe, zonder dat hij serieus mag hopen op beteugeling van de wroeging en de wrok waarmee hij rondloopt. Zoals de zanger Orpheus faalt, faalt ook de schrijven. De overeenkomst tussen de mythe en De zondvloed strekken zich zelfs tot in het slot van de geschiedenis uit: zoals Orpheus door maenaden wordt verscheurd, wordt Brouwers' alter ego door drie parkeerplaatshoeren in een motel geschoffeerd.



Idee, wereldbeeld:

De hoofdfiguur beschouwt verleden, heden en toekomst als één en dezelfde tijd; ze vallen samen in het "eeuwigdurend heden" van het schrijven. Daarbuiten bestaat volgens hem niets. Letterlijk zegt hij: "Mijn schrijven is het enige dat echt gebeurt."

Die gedachte heeft belangrijke consequenties voor de waarheid van het vertelde en dus voor de relatie tussen het leven van Jeroen Brouwers en deze roman. Het is nadrukkelijk niet de historische werkelijkheid die de lezer krijgt voorgeschoteld, maar de persoonlijke waarheid van de schrijver. Die waarheid komt via de "leugen" en het "bedrog" van de fictie tot stand. Anders gezegd: de schrijver werkt weliswaar met ervaringsfeiten uit dé werkelijkheid, maar hij geeft deze de vorm die hem het beste past. Daardoor kan hij bijvoorbeeld wat duister schrijven dat hij zelf de hoofdfiguur van zijn roman is en tegelijkertijd ook niet. Op die manier houdt hij zich als het ware met een on-werkelijkheid bezig en is het enige dat de lezer nog voor waar aan kan nemen, het schrijven zelf.



Symboliek:

De vlieg staat voor dood, verderf en schuldgevoel; de loden bol van de sloopmachine die inbreekt in het liefdesnest is ook erg symbolisch; de tropenhelm dient als stolp van het beschermende en isolerende bewustzijn.



Opbouw:

In de roman worden verschillende verhaaldraden schijnbaar volstrekt onwillekeurig door elkaar geweven. Chronologie ontbreekt; het zich associërend herinneren lijkt het voornaamste ordeningsprincipe te zijn. Toch is de roman bij nader inzien veel doordachter gecomponeerd. Zo eindigt het boek waar het ook begon, wat onder meer wordt uitgedrukt in de herhaling van de titel "Ararat". De opbouw is cyclisch, waardoor een gesloten romanwerkelijkheid ontstaat, die een perfecte verbeelding is van het "gesloten" bewustzijn van de hoofdfiguur. Je zou hem kunnen beschouwen als een engel die uit het paradijs is verdreven. Sindsdien is hij wanhopig op zoek naar de verloren harmonie.

De structuur van het boek is dan wel niet chronologisch; ze is wel logisch in het kader van de behandelde thematiek. De "chaos" van de verschillende tijdlagen drukt de gedachte uit dat alles "gelijkertijd" gebeurt.



Tijd:

Het verhaal speelt zich af in het heden van de hoofdpersoon (dit zal in de jaren 80 zijn, aangezien het boek geschreven is tussen 1981 en 1988).



Vertelde tijd:

De vertelde tijd loopt van de tijd dat de hoofdpersoon in het Jappenkamp zat tot het heden, dit is 33 jaar.



Plaats waar de gebeurtenissen zich afspelen:

Het speelt zich op verschillende plaatsen af: in het vervallen huisje in het bos, de kostschool (Den Bosch), Balikpapan en het Jappenkamp.



Vertelperspectief:

De ik-persoon is een vertellend ik, er is dus sprake van vision par derrière.



De schrijver:

Geboren op 30 april 1940 (sterrenbeeld stier)

Zijn debuut was : Mes op de keel uit 1964.

Genre: novelle, roman, kort verhaal, dagboek, brieven, toneel, essay, polemiek, biografie.

Bijzonderheid: hij is verzamelaar van materiaal over zelfmoordenaars en schrijft daar ook veel over.

Citaat: "Mijn leven is een leugen, en ik ben een leugenaar, want het door mij geschrevene is de waarheid niet, maar wat ik schrijf is literatuur."



Gebruikte bronnen:

http://www.schrijversnet.nl


Eerste Druk '88/Walva-boek/1989/Bert Peene/blz.23

Uitgelezen 12/Nederlandse Bibliotheken en Lektuur Centrum/1993/Den Haag/blz.37/door R.G.K.Kraan



Mijn eigen mening:

Het boek boeide me heel erg. De hoofdpersoon is een moeilijk te begrijpen man, maar toch kon ik me inleven op bepaalde momenten. Hij heeft af en toe zeer rare afwijkingen. Zijn gevoelloze gedrag tegenover zijn kinderen vond ik onbegrijpelijk, maar als hij soms iemand waarvan hij hield wilde slaan, werd dat zo beschreven dat je het wel moest begrijpen. Soms ontstaan er komische situaties, zoals bijvoorbeeld met de telefoon in zijn huisje en ik raakte vertederd door de gebeurtenissen in Balikpapan met tikoes en het instrument dat hij had gemaakt in zijn Schrijfhuisje. De hoofdpersoon ontwikkelt er een soort van fobie voor zijn telefoon in zijn drankroes (hij is bang dat Laura belt).

Alle verschillende verhalen liepen door elkaar heen, maar liepen mooi in elkaar over, onder andere d.m.v. herhalingen. Af en toe raakte ik de draad kwijt, als ik wat minder geconcentreerd aan het lezen was. Het is dan ook geen boek om "eventjes te lezen". Ik heb er lang over gedaan, omdat ik telkens kleine stukjes las. Ik moest alles telkens goed verwerken en plaatsen. Het boek is een vloedgolf van herinneringen en gevoelens en gedachten en levensvisies. De taal is niet erg gecompliceerd, maar de zinstructuren zijn soms wel lastig. Sommige zinnen moest ik drie keer lezen voor ik ze begreep.

Het is een heel mooi boek, spannend, raar en boeiend. Ik vind het ook uitzonderlijk knap geschreven, met de manier waarop Brouwers bepaalde zinnen overal weet toe te passen is hij erg overtuigend, en ik raakte het aardig met hem eens over de definitie van tijd.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen