Boekverslag : F. Bordewijk - Bint
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1455 woorden.

Algemene gegevens:





Auteur : F. Bordewijk

Titel : Bint

Gelezen uitgave : Wolters- Noordhof, 1998 te Groningen

Eerste uitgave : Nijgh & Van Ditmar, 1934 te Amsterdam

Aantal pagina’s : 74

Indeling : Er zijn in totaal 28 hoofdstukken, waarbij elk hoofdstuk een titel

heeft.

Genre : Psychologische schoolroman.





Inhoud:



Hoofdperso(o)n(en):



Bint: De directeur van de school, en een man die vindt dat het

onderwijssysteem slecht aansluit op de maatschappij en daarom een

ijzeren tucht handhaaft op zijn school. Maar als Van Beek zelfmoord pleegt

doordat hij een onvoldoende op zijn raport heeft, wordt het hem toch te

veel. Bint neemt ontslag.



De Bree: De Bree is een fanatiek aanhanger van Bint's systeem en 'regeert met

ijzeren hand'. Hij kleineert leerlingen in de klas en laat ze urenlang

nablijven. Uiteindelijk krijgt hij vooral voor 'de hel' toch wel respect, en

besluit hij langer les te blijven geven. De Bree vindt zichzelf eigenlijk

fantasierijk en romantisch.



Bijrollen:



'De hel': Een klas met hele vreemde kinderen, maar ze staan volledig achter het

systeem van Bint en hij beschouwt ze daarom ook als een soort eliteklas.



'De bloemen': Deze vredige klas is de tegenpool van de opstandige 'hel'.



'De grauwen': In de ze klas zitten kleurloze maar goedaardige en hardwerkende kinderen.



'De bruinen': Deze klas is alle klassen voor.























Tijd:

Het verhaal speelt zich af in de 20e eeuw. Ergens rond 1950, maar het zou zich ook nu kunnen afspelen; het is niet speciaal aan een bepaalde tijd verbonden. De tijd waarin het geschreven is alleen belangrijk voor de invloed op de stijl van het boek, maar is niet erg belangrijk voor het verhaal zelf. Bordewijk

schrijft namelijk in de tijd van de Nieuwe Zakelijkheid en het opkomende fascisme.



Plaats:

Het speelt zich af op een school; een maatschappij in het klein. Hier probeert Bint

'reuzen' te vormen. Dit is heel belangrijk voor het verhaal, want daar draait het hele boek om; kinderen opleiden tot een persoon met zelftucht en één wil met de anderen. Bordewijk schrijft in de hij/zij-vorm. Je kijkt door de ogen van iemand

die buiten het verhaal staat. Hierdoor krijg je veel informatie, maar het is toch wel allemaal gezien vanuit de Bree. Ik vind het heel prettig in de hij/zij-vorm, want je kan nu niet in de war raken met personen waarover wordt gesproken en zo voel ik me er wel bij betrokken; iemand verteld gewoon alles aan me.



Sfeer:

Angst speelt een grote rol in het boek. Ten eerste de angst van de mensen die zich niet willen schikken in de opvattingen van Bint en moeten vrezen van school gestuurd te worden of zelfs voor hun leven (Van Beek). Maar er is ook de angst van Bint zelf, die telkens alert moet zijn op tekenen van verzet en op het overleven van het systeem. En niet op de laatste plaats is er zijn angst voor de verwildering van de maatschappij, de belangrijkste reden dat hij zijn sy- steem van tucht heeft ontworpen.



Chronologie:

Het verhaal is chronologisch verteld en bevat dus geen tijdverdichting en van discontinuïteit is ook geen sprake. Flash-backs of flash-forwards komen in het verhaal ook niet voor.



Perspectief:

Het boek is geschreven vanuit een personaal perspectief. Veel dingen worden vanuit De Bree's ogen gezien en verteld, maar niet het gehele verhaal. Soms wordt er verteld zonder dat er duidelijk wordt gemaakt wie er aan het wordt is of wie een bepaald stukje verteld tijdens het verhaal. Dit is redelijk verwarrend.



Thema:

Dictatuur - omdat er op deze school een systeem van stalen tucht is ingebracht door de directeur Bint en deze vind dat de leerlingen moeten gehoorzamen en naar de leraar moeten luisteren. Hij geeft weinig aandacht aan de leerlingen en het interessert hem allemaal heel erg weinig. De leerlingen hebben absoluut geen inbreng en de leraren zijn de baas.

Tucht - door middel hiervan probeert en wil Bint echte mannen van de leerlingen maken, ookal is dit niet altijd de manier.













Spanning:

Het was een beetje een saai boek, dus weinig spanning.



Titelverklaring:

Bint is de directeur van een school. Hij wil daar een systeem van orde en tucht handhaven, waarvan hij zelf uiteindelijk ten gronde gaat.



Realisme:

Het is niet realistisch, want zo’n school kan nooit bestaan.



Eigen beoordeling:

Ik vond het een redelijk eentonig boek en het is me een klein beetje tegengevallen. Bijna het gehele boek bestaat uit beschrijvingen van personen, situaties of gebeurtenissen. Ik vind persoonlijk dat er meer beschreven is dan dat er verteld wordt. Hierdoor zit er weinig verhaal in en beschouw ik het als één grote beschrijving van een verhaal. Aan het begin van het boek viel dit wel mee, maar nadat ik het boek gelezen had bleek dat het hele boek hetzelfde was. Het is meer een soort samenvatting vind ik. Eerlijk gezegd zou ik het ook niet aan anderen aanraden om dit boek te lezen.













Bronvermelding:



Gegevens:

Bij deze informatie heb ik het boek geraadpleegd.

Auteur : F. Bordewijk

Titel : Bint

Uitgever : Wolters- Noordhof

Plaats : Groningen

Jaar : 1998

































Samenvatting:

Bij deze informatie heb ik een website geraadpleegd; www.cyberschool.nu/school/boekverslagen/Bordewijk_Bint.html

Auteur : onbekend

Titel : onbekend

Uitgever : onbekend

Plaats : onbekend

Jaar : onbekend





Auteursinformatie:

Bij deze informatie heb ik de website van; www.schrijversnet.nl/Bordewijk.htm

Auteur : Bert Bakker

Titel : geen

Uitgever : geen

Plaats : Amsterdam

Jaar : 1998



Samenvatting:



Het verhaal gaat over een leraar, de Bree, die voor een jaar een andere leraar op de school van Bint vervangt. Zijn eerste klas is 4D, die de hel noemt. Het is de trots van Bint en een verschrikkelijke klas met kinderen die een onmogelijke naam hebben. Ze worden omschreven als beesten. De Bree verklaart de eerste dag hun al de oorlog als middel om hen in de hand te houden. Zijn andere klassen zijn makkelijk. Bint krijgt een hekel aan: Jérome Fléau (een leerling), de leraar Keska en aan de conciërge met zijn werkster. Hij wordt ingelicht door een andere leraar over het nieuwe systeem wat Bint ingevoerd had en wat hij van elke leraar eiste; stalen tucht. Op een rapportvergadering wordt er gepraat over van Beek. Een leerling die zich van kant dreigt te maken vanwege onvoldoendes op zijn rapport. Bint kan het niet schelen. Ook Jérome Fléau, de onruststoker wordt besproken. Van Beek pleegt inderdaad zelfmoord en onder leiding van Jérome en de conciërge ontstaat er een oproer. Maar de hel slaat deze neer en Bint is trots: zijn school is weer gezuiverd, doordat van Beek, Jérome en de conciërge van school zijn. Er komt een schoolreisje en de Bree krijgt de helft van de hel mee. Hij vind dit een pracht kans om zichzelf te bewijzen en hij heeft er duidelijk plezier in. Als ze een kortere route nemen i.p.v. de lange omwille een zieke leerling zijn twee leerlingen ongehoorzaam aan de groep en fietsen de lange. Ze worden collectief gestraft door de klas die het als belediging opvatten. Het jaar is om, maar de Bree bedenkt zich en blijft op verzoek van Bint nog een jaar. De eerste schooldag blijkt alleen dat Bint ontslag had genomen. Hij kon zijn eigen

tuchtbeleid niet aan. De Bree gaat in gedachte voort van Bint met de hel.

Als hij Bint wil opzoeken wordt hij aan de deur geweigerd.













Biografie:



Ferdinand Bordewijk heeft zijn literaire werk grotendeels onder eige naam gepubliceerd. Maar in de schaarse interviews die hij over zijn oeuvre toestond hield hij consequent vast aan de scheiding tussen persoon en auteur. Zo wilde hij in de serie radio-interviews met Nol Gregoor, in 1962, alleen in de derde persoon over 'de auteur' Bordewijk spreken. Toch blijkt uit de hierna volgende levensschets, dat het werk van deze auteur soms naar het leven van de persoon Ferdinand Bordewijk verwijst. Dat geldt bijvoorbeeld voor de plaats van handeling van diverse verhalen en romans. Bordewijk werd op 10 oktober 1884 geboren in de Jan Steenstraat in Amsterdam. Een jaar later nam het gezin zijn intrek in een huis aan Het Singel, num.198. Dit huis zal later beschreven worden in de novelle Keizerrijk uit de bundel De Wingerdrank (1937). In 1894 verhuisde de familie naar Den Haag. Dit was het begin van een hele serie verhuizingen, steeds echter binnen de grenzen van de residentie. De talrijke woonhuizen hebben misschien bij de jonge Ferdinand de kiem gelegd voor de opvallende belangstelling voor architectonische eigenaardigheden die de auteur Bordewijk later in zijn werk aan de dag zal leggen.



1919-1924 Fantastische vertellingen, drie verhalenbundels

1931 Blokken, roman

1933 Knorrende beesten, roman

1934 Bint, roman

1936 Rood paleis, roman

1938 Karakter, roman

1941 Apollyon, roman

1946 Eiken van Dodona, roman

1948 Noorderlicht, roman

1952 De doopvont, roman

1955 Bloesemtak, roman

1961 Tijd van ver, roman

1982 Zeven fantastische vertellingen: nagelaten feuilletons.



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen