Boekverslag : J. Slauerhoff - Woningloze
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1149 woorden.

Woningloze





Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,


nooit vond ik ergens anders onderdak;


voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,


een tent werd door de stormwind meegenomen.





Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,


zolang ik weet dat ik in wildernis,


in steppen, stad en woud dat onderkomen,


kan vinden, deert mij geen bekommernis.





Het zal lang duren, maar de tijd zal komen,


dat vóór de nacht mij de oude kracht ontbreekt


en tevergeefs om zachte woorden smeekt


waarmee ‘k weleer kon bouwen, en de aarde


mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de


plek waar mijn graf in ’t donker openbreekt.





Woningloze, J. Slauerhoff. Verzamelde Gedichten. Amsterdam 1990 (veertiende druk)





Vormanalyse


Strofenbouw : Het is een sonnet. Dus het gedicht heeft twee kwatrijnen en twee terzetten. Na de 8e versregel volgt de chute. In het begin heeft hij het over waar hij kan wonen maar na de chute heeft hij het over zijn dood.





Klank en Rijm : Het klassieke rijmschema is niet gehandhaafd. Er zijn wel delen die er op lijken. Zo is de eerste strofe omarmend rijm maar de tweede strofe is gekruist rijm. Ook verschilt de rijm in het tweede kwatrijn van de rijm in het eerste kwatrijn. Aan het einde klopt het rijmschema helemaal niet meer. Er is ook sprake van eindrijm en volrijm. Het rijmschema is:


a (vrouwelijk)


b (glijdend)


b (mannelijk)


a (glijdend)





a (vrouwelijk)


c (glijdend)


a (glijdend)


c (glijdend)





a (vrouwelijk)


d (vrouwelijk)


d (mannelijk)


e (vrouwelijk)


e (mannelijk)


d (vrouwelijk)





Metrum : Er zit geen metrum in dit gedicht











Stijlfiguren : Parallellisme, de eerste en tweede strofe beginnen hetzelfde en ook de inhoud van de rest van de zinnen van die strofen is met elkaar te vergelijken.


Enumeratie asyndeton, in de tweede strofe word het volgende opgesomd


“in wildernis, in steppen, stad en woud)


Eufemisme, als hij het over het moment heeft waarop hij gaat sterven dan zegt hij “en de aarde mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de plek waar mijn graf in ’t donker openbreekt”.





Beeldspraak : Personificatie, “een tent werd door de stormwind meegenomen” (strofe 1), hiermee wordt bedoeld dat de tent wegwaait want de stormwind kan natuurlijk niets meenemen. Ook “en de aarde mij bergen moet” is personificatie.


Pars pro toto, met de eigen haard uit strofe 1 wordt zijn eigen huis bedoeld.








Indeling De tekst is links uitgelijnd, de hele bladspiegel wordt niet gebruikt. Het


v/d tekst gedicht bevat een zin per strofe alleen in de laatste twee strofe die aan elkaar gevoegd zijn zit ook maar 1 zin. De zinnen worden verder vaak onderbroken aan het eind van de regel (enjambement).








Inhoudsanalyse


Tijd- en De ruimte is zijn gedichten want hij heeft het erover dat hij alleen daar kan


ruimte wonen. Later is de ruimte ook de aarde die hem moet bergen in het donker.


aanwijzingen





Vertelsituatie Dit gedicht is geschreven in de ik-vertelsituatie. Dit kan je zien doordat hij het steeds over ik en mijn heeft.





Motieven : De dood.





Samenhang Er is maar één motief.


v/d motieven





Verhaallaag : Een man kan alleen in zijn gedichten wonen en voelde nooit iets voor de eigen haard. Hij wilde ook niet leven in de wildernis of de steppen, stad of woud. Het zal volgens hem lang duren maar ook hij zal dood gaan.





Symbolische : Hij ging helemaal op in zijn gedichten, dat was het enigste waar hij zich thuis voelde. En als hij dood gaat dan voelt hij zich thuis in de grond.





Titel : De titel slaat op het feit dat hij nergens kan wonen behalve in zijn gedichten en omdat dat geen echte woonplaats is is hij eigenlijk woningloze.





Thema : De dood.





Vorm- De enjambementen zijn nuttig in het gedicht omdat hierdoor de dood die het


aspecten- leven plotseling laat eindigen goed naar voren komt Verder is de chute ook


gebruik erg toepasselijk bij een gedicht over de dood.





Uitgebreide persoonlijke reactie


Ik vond het een aangrijpend gedicht omdat het over de dood gaat. De dood is vaak


aangrijpend omdat iedereen een beetje vreest voor de dood en ook omdat de dood mysterisch


is.





Ik vond het gedicht ook mooi door het thema en mooi door de symbolische laag. Ook


doordat het gedicht een sonnet was vond ik het mooi want ik vind sonnetten altijd erg mooi


en dat komt vooral door de chute.





Ik herkende mezelf niet in het gedicht maar dat komt omdat ik zelf nog geen bijna-dood


ervaring heb meegemaakt.





Dit gedicht is volgens mij wel interessant omdat het een ingewikkeld gedicht is. Er zit veel beeldspraak en stijlfiguren in. Het is ook interessant dat een gedicht over de dood een chute heeft omdat dat goed bij het thema past.





Dit gedicht heeft volgens mij een geslaagde opbouw omdat de zinnen aan het einde van een versregel niet stoppen maar toch afgekapt worden. Dit heeft natuurlijk te maken met de dood en is daarom erg toepasselijk.





Dit gedicht bood mij niet erg veel nieuws maar het was wel nieuw voor mij dat een gedicht over de dood zo’n toepasselijke vorm had. Namelijk met een chute.





Informatie over de dichter en de literaire periode


Jan Jacob Slauerhoff werd in 1898 geboren in een middenstandsgezin - zijn vader was


behanger en stoffeerder - in Leeuwarden. IJver en plichtsbetrachting was erg belangrijk. Hij


had een zwakke gezondheid, hij had last van astma en bronchitis. Tijdens zijn lagere


schooltijd verblijft hij enkele maanden op Vlieland. In 1916 deed hij eindexamen HBS en


vertrok naar Amsterdam om te studeren. Hij had zelf liever letterkunde


gestudeerd, maar zijn vader wilde dat hij medicijnen ging studeren.


Slauerhoff was twee jaar redacteur van een studentenblad, waar hij ook enkele satirische


gedichten in publiceerde. In 1923, het jaar van zijn afstuderen, debuteerde hij


met zijn dichtbundel "Archipel".


Een jaar daarna begon Slauerhoff zijn werk als scheepsarts, hij vertrok naar Batavia. Door


zijn rusteloze karakter is hij ongeschikt voor een huisartsenpraktijk in het saaie Nederland. In


zijn korte leven reisde hij toch, ondanks zijn slechte gezondheid, de hele wereld over.


Slauerhoff werkte een paar jaar op de Java-China-Japan-lijn en reisde binnen twee jaar zeven


keer van Rotterdam naar Buenos Aires en terug. Hij maakte verschillende reizen door Spanje


en vestigde zich zelfs korte tijd in Tanger in Marokko.


Hij schrijft al deze tijd nog gedichten, maar in de jaren 30 gaat hij zich meer op proza richten.


In 1930 trouwt hij met een balletdanseres en -lerares, Darja Collin. Hij houdt echter zijn


leven als scheepsarts vol en maakt tijdens zijn huwelijk reizen naar Afrika, West-Indië en


Costa Rica. In 1935 gaan hij en Darja Collin uit elkaar.


Slauerhoff's gezondheid ging sterk achteruit, door een malaria-infectie opgelopen in Zuid-


Amerika. Hij houdt een kuur in het Italiaanse Merano, maar in 1936 komt hij doodziek terug


naar Nederland. Op 5 oktober overlijd hij in een rusthuis in Hilversum, op 38 jarige leeftijd.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen