Boekverslag : Henriëtte Akofa - Een Slavin In Parijs
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2523 woorden.

Een slavin in Parijs

Henriëtte Akofa





A Gegevens



1. Datum verslag: 9 Januari 2002



2. Titel: Een slavin in Parijs (Officieel in het jaar 2000 uitgegeven, een jaar later werd het boek in het Nederlands vertaalt.)

3. Auteur: Henriëtte Akofa

4. Genre: Autobiografisch drama



B Inhoud



5. Korte inhoud



Sokodé, de nieuwe woonplaats van de familie Akofa. Het gezin bestaat uit zes kinderen. Sylvia, Prince, Dayavo, Charles, Gisele en de jongste Henriëtte. Dat zijn overigens niet de enige kinderen in huize Akofa. In Afrika staan de mannen bekend om de vele kinderen van verschillende vrouwen. Hoe meer kinderen, des te rijker die persoon is. En hoe meer vrouwen, des te mannelijker je dan bent. Ma Akofa had er zonder protest in toegestemd eveneens te zorgen voor de andere kinderen van haar man.



Na de verhuizing van Lomé naar Sokodé hebben ze opnieuw een kind ter wereld gebracht, genaamd: Doumegnon (‘mooie stad’.)

Na de geboorte van Doumegnon raakte Henriette erg gehecht aan Charles, de lievelings zoon van vader Akofa. Iedereen houdt veel van deze jongen. Wanneer hij niet thuis is, wacht Henriette ongeduldig op hem. Haar leven draait om hem.

Toen Henriette twaalf jaar werd, kwam er ongelooflijk veel verandering in haar leven. Haar vader moest van huis weg, vanwege zijn werk. Er waren grote problemen, maar werkenlang vernamen ze niets meer van hem. Het gevolg was, dat alles op de schouders van Henriette’s moeder terechtkwam.

Op een vrijdag kreeg Charles opeens last van zijn knie. De volgende dag kon hij niet eens meer lopen. In het ziekenhuis overleed hij. Een week later ging plotseling de telefoon. Het was pa Akofa, die via een oom te weten was gekomen dat zijn zoon was overleden.

Na zijn terugkomst was hij heel nors en agressief geworden. Zijn geliefde zoon, was zonder zijn aanwezigheid begraven. Maandenlang liet hij zich niet meer op het werk zien. Uit het hele huis was de levendigheid verdwenen.

Vanwege pijnlijke herinneringen verhuisden ze uiteindelijk naar de hoofdstad, Lomé. Maar zelfs nadat ze verhuisd waren wilde het leven nog steeds niet goed op gang komen.

Zes maanden lang liet haar moeder zich niet meer buitenshuis zien, daarna begon ze zich wanhopig vast te klampen aan een nieuwe baan als secretaresse.

Pa Akofa was niet veel rustiger geworden. Hij kwam zelfs niet eens meer bij de kinderen in de buurt.

Vandaar dat er opnieuw een verandering plaatsvond. Ze besloten om in een ‘rustgevende’ nieuwe wijk de draad weer op te pakken.

Henriette mist Charles nog steeds ontzettend erg. Vandaar, dat ze bij haar zus, Gisèle, op de kamer ging slapen. Dan kroop ze bij Gisèle in bed, zodat zij haar dan weer een beetje op kon beuren. De zussen trokken steeds meer naar elkaar toe en deden veel dingen gezamenlijk. Bijvoorbeeld het helpen van hun zus Sylvia, nadat ze was bevallen. Toen Henriette en Gisèle zich op een dag weer klaarmaakte om te vertrekken naar Sylvia’s huis, kreeg Gisèle plotseling hoofdpijn, gevolgd door een opmerkelijke aanval van iets onbekends. De buren gaan dan met Henriette mee naar het ziekenhuis. Wanneer Sylvia en haar moeder eveneens arriveren, worden ze in de kamer van Gisèle gelaten. Daar zien ze een bewegingsloos meisje, met bloed uit haar oren en neus stromend. Het reanimeren is zinloos, Gisèle overlijdt evenals Charles.



Opnieuw gaat de familie Akofa door een hel.

Op een dag neemt, Yvonne, een van de vrouwen van pa Akofa, haar zus Simone mee op bezoek. Ze is afkomstig uit het ‘geweldige’ franse land. Alleen haar naam was bekend, omdat pa Akofa haar af en toe hielp als er problemen opdoken bij de douane. Simone is een super aardig goedgeklede vrouw en iedereen is gelijk helemaal gek van haar.

Omdat vader Akofa altijd hielp wanneer ze problemen had, wilde ze iets ‘goeds’ terug te doen. Ze stelde voor om een van zijn kinderen mee te nemen naar haar moederland, Frankrijk. In ruil voor licht huishoudelijk werk, zou ze het kind naar school laten gaan. Om uiteindelijk aan een goede toekomst te kunnen denken.

Pa Akofa wilde liever dat een van de kinderen, die hij bij een van de andere vrouwen ter wereld had gebracht mee zou gaan. Alleen was Simone het daarmee niet eens.

Haar keuze ging uit naar Henriëtte, die dolgraag mee wilde omdat ze weg wilde van alle ellende in huize Akofa. Anders zou ze helemaal gek worden, tenslotte waren haar twee dierbaarste familieleden omgekomen. Ze fantaseerde dikwijls over hoe het leven er in het franse ‘Paradijs’ uit zou zien. Graag had ze deze droom ooit eens willen verwezenlijken. Ze zag het als een soort kans, vandaar dat ze met haar moeder praten en uiteindelijk lieten haar ouders Henriëtte met pijn en moeite naar het paradijs vertrekken. De laatste woorden waren: ‘Henriëtte, zodra je je bedenkt, hoef je maar een telefoontje te plegen en wij zorgen ervoor dat je weer terugkomt’.



De inmiddels vijftienjarige Henriëtte, evenals de ‘goedaardige’ Simone komen in Porté Doree aan.

Eenmaal bij de flat aangekomen wordt ze meteen vreemd behandeld. Ze moet samen met een ander meisje, genaamd: Stephanie, in de keuken eten, terwijl de franse familie wel gezamenlijk in de woonkamer dineert. Op het moment dat ze een sinasappel van de schaal wil pakken, wordt haar verboden ergens aan te komen. ’s Avonds moet ze net als Stephanie op de bodem slapen, op een hard matje.

Stephanie is ongelooflijk stil, zegt geen woord tegen Henriëtte. Later komt ze erachter dat het ook verboden is om met elkaar te communiceren. De dagen worden elke keer vreemder.

Henriëtte heeft al een aantal keren gevraagd wanneer ze nou eindelijk naar school mag. Simone laat haar geloven dat ze haar niet halverwege het jaar kan laten inschrijven.

In plaats van naar school gaan, worden haar dagen gevuld met zwaar huishoudelijk werk, daarbij komt ook nog het verkopen van kleding aan ambassades.

Soms worden de twee meiden samen naar buiten gestuurd om kleding te verkopen, na een tijdje begint Stephanie eindelijk een beetje te praten. Zo komt Henriëtte te weten dat het niet pluis is bij de franse familie. Ze is het al helemaal zat om bij hen te wonen, daarom belt ze naar haar vader om hem van de verkeerde behandelingen op de hoogte te brengen. Simone die dat afluistert, verbreekt na een paar minuten de verbinding. De volgende dag belt Simone, Henriëtte’s vader op, om te vertellen dat zijn dochter het wel naar haar zin heeft, maar alleen zo opstandig is vanwege heimwee.



Na een jaar, als Henriëtte nog steeds niet naar school mag en nog steeds verkeerd behandeld wordt, belt ze naar haar oom die ook in Frankrijk woont. Maar haar oom had al van Simone gehoord dat ze ongehoorzaam en lui is.

Henriëtte kan zodoende geen kant op. Haar eigen vader en oom willen haar niet helpen, omdat ze vertrouwen hebben in Simone.

Tenslotte wordt ze bang van Simone, ze kan helemaal niets aan iemand vertellen, omdat Simone het iedere keer te weten komt. Jaren gaan voorbij, elke dag hetzelfde zware werk en niets kan haar helpen. Simone had haar ook wijs gemaakt, dat wanneer iemand geen ‘papieren’ heeft, door de politie kan worden opgepakt. Daarom kan ze ook niets aan de politie vertellen.



Na 3 jaar lukt het Henriëtte eindelijk om van de verschrikkelijke Simone weg te komen. Een vriendin van Simone, had door hoe ze Henriëtte behandelde. Omdat Simone haar slaaf haast nooit alleen liet, moest Orlande haar stiekem oppikken terwijl Henriëtte de vuilnisbak buiten ging zetten. Die poging lukt en snel rijden ze naar Orlande’s huis. Na een week een normaal leven te hebben geleid, begint Orlande over de ouders van Henriëtte. Ze verteld dat haar vader haar niet wil geloven en haar moeder steeds niet thuis was toen ze naar Afrika belde. Orlande stelt voor om nog eens te bellen, maar er wordt nu helemaal niet meer opgenomen.

Dan staat Henriëtte’s oom ineens voor de deur. Hij had van Simone gehoord waar ze verbleef. Meteen begon hij tegen Orlande te schreeuwen omdat hij nog steeds Simone geloofde. Hij zei tegen haar dat Henriëtte bij Simone hoorde, omdat zij haar paspoort had. Orlande zou nu kunnen worden opgesloten, omdat Henriëtte eigenlijk niet bij haar mocht wonen. Ze schrok en schreeuwde dat hij Henriëtte dan maar mee moest nemen. Haar oom bracht haar weer naar Simone. Henriëtte kon helemaal niets doen, alles begon weer van voor af aan. Aan de beloftes hield Simone zich ook niet. Ze zat nog steeds niet op school en kreeg helemaal geen geld. Nu wist ze helemaal niet meer wat ze moest doen. Steeds meer ging ze mensen wantrouwen, ze praatte haast niet meer en deed alleen nog maar wat haar opgedragen werd. Het was Simone gelukt, ze had Henriëtte in haar macht.

Op een dag wordt Henriëtte ‘uitgeleend’ aan een vriendin, Fabiola, omdat zij zwanger raakt. Maar omdat Fabiola, Simone, geld had gegeven om ook een slaaf voor haar mee te nemen uit Afrika, mocht Henriëtte niet meer terug naar Simone.

Vanaf die dag werd het nog veel erger. Hele dagen werken en ze kreeg alleen in de keuken de restjes van het avondeten. Die er onsmakelijk uitzagen en altijd koud waren geworden, omdat ze soms nog midden in de nacht stond af te wassen.

Toen Fabiola haar kind kreeg, moest Henriëtte daarvoor zorgen. Het was zelfs zo erg, dat het kind Fabiola niet meer als eigen moeder zag.

Ze beloofde Henriëtte dat ze naar school mocht, zodra het kind groot genoeg was. Maar die wens in nooit in vervulling gegaan, omdat ze daarna nog 2 keer zwanger raakte. Dus ze liet Henriëtte voor alle 3 de kinderen zorgen, de boodschappen doen en daarnaast al het huishoudelijk werk nog verrichten.

Ze ging er bijna aan onderdoor, door gebrek aan voedsel werd ze iedere dag zwakker. Nog steeds verdiende ze helemaal niets. Ontsnappen was onmogelijk, want Fabiole liet haar nooit alleen, ze keek haar altijd na waar ze ook was. Ze was namelijk bang dat Henriëtte met andere mensen ging praten. Elke dag onderzocht Fabiola haar spullen in de gebruikelijke koffer en zelfs de kleinste dingen nam ze in beslag, zodoende had Henriëtte helemaal niets wat alleen van haar was.



Tenslotte kon Henriëtte niet meer weglopen, omdat ze te veel gehecht was aan de kinderen waar zij voor zorgde. Zij waren de enige die haar nog in leven hielden, door hen bleef ze sterk.

Na ongeveer 3 jaar, heeft een buurvrouw, die alles in de gaten kreeg, Henriëtte naar een organisatie (Comite tegen hedendaagse slavernij) kunnen brengen. Dat was haar redding en eindelijk kon ze haar wensen vervullen en in vrijheid leven.



6. Hoofdpersonen (bijpersonen)



Henriëtte: Een intelligent meisje met veel doorzettingsvermogen. Ze heeft lang, bruin krullend haar en een Afrikaans uiterlijk. Ze zorgt al vanaf haar 15e , als slavin voor kinderen en moet alles helemaal zelf regelen, daardoor is ze heel snel volwassen geworden. Ook is ze een gevoelig mens, vandaar dat ze de kinderen waar ze voor moet zorgen niet goed meer los kan laten. Hierdoor blijft ze nog langer een slavin. Op haar 21e wordt ze door een buurvrouw gered en naar een stichting tegen hedendaagse slavernij gebracht.



Simone: Een goedgeklede rijke franse vrouw, die zich anders voordoet dan ze in werkelijkheid is. Als je haar niet beter kent, merk je niets van haar boosaardige karakter, vandaar dat ook veel mensen vertrouwen in haar hebben. Ze reist naar Afrika om slaven mee te nemen en te verkopen aan mensen die in Parijs wonen. In feite denkt ze alleen aan zichzelf en laat de mensen betalen, maar ze neemt geen slaven mee terug.

Met het geld dat ze verdiend, neemt ze voor zichzelf wel een slaaf mee naar Parijs, genaamd: Henriëtte.



Fabiola: Zij was een van de personen die Simone geld gaf in ruil voor een slaaf uit Afrika. Toen ze zwanger raakte en Henriëtte een keertje mocht ‘lenen’, hield ze Henriëtte zelf. Drie jaar lang moest ze van Fabiole elke dag hard werken. Fabiole is net als Simone een egoïste, ze laat Henriëtte alles doen en regelen.



Vader van Henriëtte: Een typisch Afrikaanse man met veel vrouwen en kinderen. Hij is goedaardig, maar vanwege de problemen thuis verandert hij. Zodoende wordt hij snel agressief en is vaak chagrijnig. Hij laat Henriëtte uiteindelijk toch naar Parijs vertrekken ook al heeft hij liever niet dat er een kind uit z’n eerste gezin vertrekt. Hij helpt zijn dochter niet om naar Afrika terug te laten komen, omdat hij veel vertrouwen heeft in Simone en Henriëtte niet gelooft.



Orlande: Een vroegere vriendin van Simone. Ze ontdekte waarmee Simone bezig was, vandaar dat ze een poging deed om Henriëtte te laten ontsnappen. Ze nam Henriëtte tijdelijk in huis en bedacht een manier om de ouders op de hoogte te brengen van de slavernij. Die poging mislukte, omdat Henriëtte’s oom teveel vertrouwen had in Simone. Hij bracht het slavinnetje weer terug.





7. Ruimte (waar?): In het Noorden van Afrika, Sokodé en de hoofdstad; Lomé





8. Tijd (wanneer?): Het verhaal speelt zich af in de jaren ‘90





9. Titelverklaring: Het geeft aan, dat er ook heden in Frankrijk, met name in Parijs, nog slavernij heerst en Henriëtte is een van de slachtoffers daarvan.



10. Perspectief en verteller: Dit verhaal is geschreven vanuit het

ik-perspectief





11. Hoofdgedachte (het thema): Henriëtte wil hiermee aantonen dat hedendaagse slavernij nog steeds bestaat, maar dat er hulporganisaties bestaan, zoals het Comité tegen Hedendaagse Slavernij.







C Beoordeling



12. Eigen mening:

· De inhoud van het boek wordt makkelijk leesbaar verteld, zodoende lees je het boek snel uit. En het heeft een chronologische volgorde.

· De hoofdgedachte is een verhaal over een deel van het leven van Henriëtte, waarmee ze wil aangeven, dat slavernij ook nu nog steeds voorkomt. Waardoor mensen, die zich daarin herkennen, eveneens contact kunnen opnemen met de stichting, die ook haar heeft geholpen.

· De schrijfstijl valt niets op aan te merken. Er zijn niet veel moeilijke woorden gebruikt.

De beschrijving van de personen is over het algemeen voldoende. Maar niet van alle personen kom je precies te weten hoe ze eruit zien. Bijvoorbeeld Fabiola, want er wordt niet precies beschreven hoe zij er uitziet. Er wordt meer over haar innerlijk verteld.

· Het meest opvallende in het boek vind ik het vertrouwensincident van haar vader. Hij wilde haar altijd beschermen en hield veel van zijn dochter en in principe wilde hij haar ook niet naar Parijs laten gaan. Toen ze uiteindelijk toch vertrok zei hij: “Mocht je je bedenken, één telefoontje en we halen je terug naar Afrika”. Maar toen Henriëtte naar huis wilde, luisterde hij meer naar Simone, dan naar haar. Ik is tragisch te noemen, dat hij meer vertrouwen kreeg in Simone, dan in zijn eigen dochter.

Heel opmerkelijk is, dat Henriëtte nog steeds de ketting van haar moeder heeft, ondanks dat al haar spullen waren afgepakt. Haar koffer werd onderzocht en een andere verstopplaats had ze niet, maar die ketting werd nooit gevonden. Dit blijft dus voor iedereen een raadsel.

Jammer is het eveneens, dat je niet weet hoe het met de slavin Stéphanie is afgelopen.







Opmerking:

Dit verslag is door mij ingezonden, omdat mij is opgevallen, dat van dit boek nog geen uittreksel is gemaakt.





















Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen