Boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2318 woorden.

*De titel van het boek is: De aanslag en het is geschreven door Harry Mulisch.

*De karakters van de hoofdpersonen:

Anton Steenwijk:

In het begin van het verhaal is hij volgzaam en wat timide, maar langzaam aan wordt hij zelfstandiger en zelfbewuster. Ook wordt hij verder in het verhaal gevoeliger.

Hij toont meer emoties als het over zijn verleden gaat.



Saskia de Graaff:

Over haar kom je niet zoveel te weten, doordat zij meer op de achtergrond blijft. Wel weet je dat zij veel van Anton houdt en nog meer van hun dochtertje Sandra.

Later als ze gescheiden zijn blijven ze wel goede vrienden.



Sandra Steenwijk:

Ook over haar kom je weinig te weten, omdat ook zij op de achtergrond blijft. Wel merk je dat ze goed met haar vader kan opschieten en die twee hebben ook een erg goede band met elkaar.



Liesbeth:

Van haar weet je dus helemaal niets. Alleen dat ze de tweede vrouw van Anton is en dat ze een zoon, Peter (genoemd naar Antons broer die in de oorlog dood is geschoten) hebben.



Cor Takes:

Een oude verzetsheld die de oorlog niet uit zijn hoofd kan zetten, omdat zijn vriendin (blijkt het meisje waarmee Anton de fatale nacht bij in de cel heeft gezeten) in de oorlog is omgekomen. Anton hoorde hem praten op een begrafenis over hoe hij Ploeg had doodgeschoten.



*De aanslag begint in januari 1945, dan is Anton 12 jaar, en eindigt in november 1981 als Anton 48 of 49 jaar is. De vertelde tijd is dus bijna 37 jaar. Wel zijn hier en daar flashbacks en flash-forwards.



*het verhaal duurt dus bijna 37 jaar.



*Het boek gaat over de tweede wereld oorlog. In het begin van het boek wordt Fake Ploeg, een NSB'er neergeschoten voor het huis van meneer Korteweg en zijn dochter Karin. Die verslepen het lijk voor het huis van Anton en zijn familie. Zijn ouders worden opgepakt en zijn broer is neergeschoten. Anton blijft leven. Hij komt wat personen tegen die bij de aanslag op Fake Ploeg betrokken waren en komt er zo achter wat er die avond allemaal is gebeurd.



*Andere boeken van Harry Mulisch zijn Twee vrouwen(1975) en de elementen(1988).



*Harry Mulisch wordt op 29 juli 1927 geboren in Haarlem. Zijn vader komt uit Oostenrijk-Hongarije(nu Tsjechië) en zijn moeder komt uit Antwerpen. Zijn grootvader van zijn moeders kant was bankdirecteur geworden en zijn vader kon daar betrekking krijgen. Thuis wordt Duits gesproken maar Harry krijgt een Nederlandse opvoeding. Zijn ouders scheiden in 1939, Harry blijft bij zijn vader en de huishoudster Frieda wonen. Dankzij de nieuwe betrekking van zijn vader blijven Harry en zijn moeder uit de handen van de Duitsers. Zijn moeder emigreert naar Amerika en zijn vader wordt na de oorlog gearresteerd, waarna hij drie jaar in een kamp verblijft. Hij overlijdt in 1957. Mulisch gaat in 1958 in Amsterdam wonen. Hij trouwt in 1971 en krijgt twee dochters, Anna en Frieda.

Mulisch debuteert in 1947 met een kort verhaal in Elsevier. Vanaf 1949 wijdt hij zich geheel aan de 'schrijverij'. In 1952 komt de roman Archibald Strohalm uit, die met de Reina Prinsen Geerlingsprijs wordt bekroond. Vanaf 1958 is hij redacteur van het tijdschrift podium, in 1962 richt hij randstad op en sinds 1965 is hij redacteur van de gids. In totaal heeft hij meer dan 50 publicaties gedaan, waaronder romans, autobiografieën, toneelstukken, poëziebundels en studies. Vaak maakt hij gebruik van mythische en magische elementen. Ook houdt hij zich bezig met raadsels van de tijd.

Op zijn 50e verjaardag wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.



* Titelverklaring:

Er word een aanslag gepleegd voor het huis van Anton Steenwijk, op Fake Ploeg en die aanslag heeft het leven van de familie Steenwijk familie Ploeg, Cor Takes, Truus Coster en anderen voor de rest van hun leven(hoe kort dan ook) getekend.





*Samenvatting:

De hoofdpersonen zijn:

Anton Steenwijk: hij is de hoofdpersoon het gaat over zijn leven na wat hij in de oorlog heeft meegemaakt.

Vader, moeder en Peter Steenwijk: zijn vormen samen het gezin Steenwijk.

Saskia de Graaff: dit is Anton zijn eerste vrouw.

Sandra Steenwijk: dit is de dochter van Anton en Saskia.

Liesbeth: dit is de tweede vrouw van Anton.

Peter: dit is de zoon van Anton en Liesbeth. Hij is benoemd naar Peter, Antons broer die in de oorlog is doodgeschoten.

Cor Takes: hij was verzetsstrijder en had de aanslag samen met zijn vriendin op Fake Ploeg gepleegd.





Aan de rand van Haarlem staan langs het Spaarne vier villa's In 'Buitenrust' woont de familie Steenwijk: vader (griffier bij de rechtbank), moeder, Peter (17 jaar) en Anton (12 jaar). Links van hun villa staat de villa van de familie Beumer en rechts staat de villa van meneer Korteweg en zijn dochter Karin.



Eerste episode: 1945.

Het is januari 1945 en de familie Steenwijk zit aan de tafel een spelletje te doen. Dan horen ze ineens schoten en gaan voorzichtig bij het raam kijken wat er is gebeurd. Ze zien voor het huis van de buren, de familie Korteweg, een lijk liggen.

Het is de NSB'er (en hoofdinspecteur bij de politie) Fake Ploeg. Dan zien ze dat ze het lijk verslepen tot voor hun huis. Peter wordt hier kwaad over en gaat naar buiten, om het lijk weer naar de plaats te verslepen waar hij is neergeschoten. Maar dan komen er auto's aangereden, Peter pakt het pistool van Ploeg en rent weg. De Duitsers stormen bij de familie Steenwijk naar binnen en pakken Anton zijn ouders op. Anton zetten ze voor in een vrachtwagen en vergeten hem verder. Het huis wordt in de fik gestoken. Zijn ouders worden die avond (en nog 29 gijzelaars) doodgeschoten.

Anton wordt naar het politiebureau in Heemstede gebracht en in een cel gestopt.

Daar zit een jonge vrouw die waarschijnlijk ook met de aanslag te maken had. Ze troost Anton en praat met hem over fascisten en over de noodzaak hen te haten. Ze is gewond geraakt. Anton wordt de volgende morgen overgebracht naar de Ortskommandant in Haarlem en wordt vandaar uit naar Amsterdam gebracht. Hij moet met vrachtvervoer meerijden. Onderweg wordt er op de wagens geschoten door een Engels vliegtuig en er vallen enkele doden. In Amsterdam komt Anton bij een Duitse generaal terecht, die vriendelijk voor hem is. Zijn oom haalt hem op en hij blijft daar wonen.



Tweede episode: 1952.

Anton wordt opgevoed door zijn oom en tante, een kinderloos doktersechtpaar aan de Apollolaan te Amsterdam. Na het gymnasium gaat hij medicijnen studeren.

In 1952 is hij tweedejaars student en hij krijgt een uitnodiging voor een feestje in Haarlem, van een studiegenoot. Zo komt hij voor het eerst in 1952 weer terug in de stad die hij in januari 1945 verlaten heeft. Het feestje wordt voor hem een teleurstelling, omdat een paar flauwe studenten kwetsende opmerkingen maken. Anton wordt daardoor herinnerd aan wat hij in de oorlog heeft meegemaakt.

Hij verlaat het feestje vroegtijdig. Hij besluit na lange tijd aarzelen, een kijkje te nemen aan de straat waar hij vroeger gewoond heeft. Hij wordt daar naar binnen geroepen door de buurvrouw, mevrouw Beumer, met wie hij een praatje maakt. Ze vertelt hem dat zijn moeder die nacht in januari een Duitser is aangevlogen en dat zij en haar man daarna en nog 29 andere gijzelaars zijn doodgeschoten. Zij vertelt hem ook dat er een monument staat, aan het einde van de straat waar ze zijn doodgeschoten, met de namen van zijn ouders erop. Hij vertrekt en gaat er kijken. Maar Peters naam staat er niet bij. Bij navraag blijkt dat zijn oom hem wel verteld heeft over het monument, maar dat Anton de onthulling niet wilde bijwonen. Anton voelt voor het eerst iets van angst voor het afgesloten verleden.





Derde episode: 1956.

Anton gaat na zijn kandidaatsexamen in 1953 op kamers in de binnenstad van Amsterdam wonen. In 1956 vallen de Russen Hongarije binnen. Dagenlang is het rumoerig rond het hoofdkwartier van de Communistische Partij Nederland in Amsterdam (het gebouw Felix Meritis). Het hoofdkwartier wordt door relschoppers bestormd. Anton woont hier vlakbij, dus de relschoppers staan bij hem in de straat.

's Avonds komt Anton van zijn werk en zet zijn scooter maar een paar straten verderop voor de veiligheid,en loopt verder naar zijn huis. Hij moet veel moeite doen om in zijn huis te komen.

Bij zijn deur komt hij Fake Ploeg jr. tegen met een kei in zijn hand. Fake is de zoon van de NSB'er die in Antons straat was doodgeschoten. Fake zat bij Anton in de klas. Omdat zijn vader in de oorlog fout was kon Fake niet studeren.

Hij werkt nu in een zaak met huishoudelijke artikelen. Hij is fel anticommunistisch. Anton verwijt hem dat het de vrienden van zijn vader waren, die Antons familie hebben uitgeroeid.

Fake wordt woedend en gooit met zijn kei de spiegel kapot. Kort daarop ontploft de oliekachel, waardoor de kamer onder het roet zit. Dit lijkt op de verschrikkelijke nacht in 1945 toen de Duitsers de ruiten kapot sloegen en het huis van zijn ouders in brand staken.



Vierde episode: 1966.

In 1959 doet Anton staatsexamen. Hij krijgt assistentschap in de anesthesie en gaat in de buurt van het Leidseplein wonen. Hij werkt in het Wilhelmina Gasthuis. In Londen ontmoet hij een stewardess, Saskia de Graaff. Het klikt meteen tussen hen en een jaar later trouwen ze. Ze kopen een half huis in de buurt van het concertgebouw. De vader van Saskia is ambassadeur in Athene. In de oorlog speelde hij een belangrijke rol in het verzet.

In 1962 krijgen ze hun eerste kindje; Sandra. Begin juni 1966, tijdens de hittegolf, gaan Anton, Saskia en Sandra naar de begrafenis van Sjoerd. Hij was een bekend journalist, die in de oorlog in het verzet zat. Na de begrafenis gaan ze in een zaaltje nog wat drinken. Daar komt Anton in contact met de verzetsstrijder Cor Takes. Deze heeft Fake Ploeg doodgeschoten. Samen gaan ze naar buiten. Daar praten ze over wat er toen gebeurt is, Anton wil eigenlijk niet meer over het gebeuren uit de oorlog praten, maar Takes wil zijn hart luchten en blijft tegen hem praten.

Hij probeert zich te rechtvaardigen door te vertellen over de gruwel daden van Ploeg (hij had een zweep met ijzerdraad er in gevlochten, waarmee hij de vellen van je gezicht sloeg en van je blote kont, en dan duwde hij je met je kont tegen een gloeiende kachel. Of hij stopte een tuinslang in je kont en liet hem net zo lang spuiten tot je je poep uitkotste). Over het gesleep met het lijk weet hij niets. Hij vertelt over zijn vriendin Truus Coster. Zij blijkt het meisje te zijn met wie Anton in de cel heeft gezeten. Anton hoort nu dat ze 3 weken voor de bevrijding in de duinen is geëxecuteerd en daar op de erebegraafplaats ligt.

Samen zitten ze te huilen op een bankje op het kerkhof als mevrouw de Graaff, Saskia en Sandra aan komen lopen. Takes geeft zijn adres en telefoonnummer aan Anton. Anton gaat met zijn gezin en schoonouders ergens lunchen en daarna gaan hij met zijn gezin naar het strand.

Door de onthullingen van Takes is Anton helemaal uit zijn doen. Hij wil een foto van Truus Coster, (die in het bezit van Cor Takes is) zien. In een foto van Saskia herkent hij het beeld dat hij sinds 1945 in zijn hoofd heeft van Truus. De volgende dag gaat hij naar Takes, die nog helemaal met zijn gedachten in het oorlogsverleden zit. Anton ziet de foto van Truus. Zij was het die de laatste twee schoten op Ploeg afvuurde. Ploeg had haar daarna nog met een schot verwond. Anton is zeer geëmotioneerd.



De vijfde episode.

Anton en Saskia zijn gescheiden en Anton is een jaar later met Liesbeth hertrouwd. Zij studeert kunstgeschiedenis. Ze hebben een zoon: Peter (1969). Anton verdient veel en heeft vier huizen. Hij is vaak in Italië, waar ook een huis van hem staat. Hij is vaak neerslachtig en heeft soms ook last van een crisis. In 1978 gaat hij samen met Sandra naar Haarlem. Op de plaats waar het verbrande huis heeft gestaan, staat nu een bungalow. Ze mogen er even binnen kijken en Anton legt aan Sandra uit hoe het er toen uitzag. Daarna bezoeken ze het monument en gaan ze naar de erebegraafplaats in Bloemendaal waar het graf van Truus Coster is. Dan komt er bij Anton weer naar boven wat Truus in de cel allemaal tegen hem had gezegd. Anton wil dit aan Takes vertellen, maar hij ziet dat zijn huis is afgebroken.

Wanneer Anton hevige kiespijn heeft, bezoekt hij de tandarts. De tantarts staat net op het punt om naar de vredesdemonstratie te gaan en wil Anton alleen helpen als hij ook meegaat. Anton doet het maar.

Tijdens de demonstratie ontmoet hij zijn vroegere buurmeisje Karin Korteweg. Zij en haar vader hadden het lijk van Ploeg voor Antons huis versleept. Zij vertelt hem dat haar vader niet met het lijk voor de deur gevonden wilde worden, omdat haar vader hagedissen had, waar hij erg aan gehecht was, en dat die dan zeker gedood zouden worden. En bij de andere buren kon het lijk ook niet gelegd worden want daar zaten joden ondergedoken.

Van haar hoort hij ook dat Peter in die nacht in januari 1945 bij hen naar binnen was gevlucht. Peter hield haar en haar vader onder schot en dreigde hen neer te schieten, maar hij werd zelf neergeknald door de Duitsers, die hem zagen staan door een kier in de verduisteringsgordijnen. Karin en haar vader waren toen naar de Ortkommandant gebracht. Toen bleek welke represaillemaatregelen er werden genomen had Korteweg alle hagedissen doodgetrapt. Uit angst voor wraak van Anton was Korteweg met Karin naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd waar hij in 1948 zelfmoord pleegde.



Het verhaal is alleen in het begin en op het einde een beetje spannend. Dat de aanslag werd gepleegd en dat de Duitsers bij Anton en zijn familie binnen vielen. Bij de demonstratie dat hij Karin tegenkwam en die alles vertelde hoe het was gebeurt en waarom ze het lijk hadden verschoven vond ik toch ook wel een klein beetje spannend, want je wilt toch weten wat er nou precies is gebeurd.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen