Boekverslag : Rene Appel - Noodzakelijk Kwaad
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1994 woorden.

Samenvatting

Als laatste detective moesten we “Noodzakelijk Kwaad” lezen en daar een verslagje over schrijven. De eerste vraag die meteen bij mij opkwam was: is Noodzakelijk Kwaad wel een detective? Er is alleen geen definitie te geven aan een detective dus laten we het er maar op houden dat je dat zelf mag bedenken. In ieder geval is het boek geen ‘gewone’ detective. De eerste helft van het boek speelt voordat er een moord wordt gepleegd, dit is uitzonderlijk voor een detective, die meestal pas begint nadat de moord is gepleegd. Dan wordt de moord gepleegd maar het is niet zo dat de lezer in spanning zit en probeert te bedenken wie de dader is via ingewikkelde theorieën. Het is namelijk bijna meteen duidelijk wie de dader is. Althans, je weet dat het een van de twee meisjes was. De rest van het boek gaat dan ook niet zozeer om de dader maar meer om de manier waarop de personages met deze vreselijke gebeurtenis omgaan en hoe ze uit hun web van leugens en problemen proberen te komen. De ontknoping is dan ook geen onthulling van de dader maar een oplossing voor deze problemen. Toch had je, door goed op te letten, deze oplossing zelf kunnen bedenken. Het is dus een detective met een ongewoon patroon. Er is wel een ‘detective’, namelijk de twee politiemannen, maar die zijn allesbehalve alwetend en slim. Ze beschuldigen eerst de verkeerde en uiteindelijk pakken ze de verkeerde op. Ook hebben deze mannen maar een heel klein, vlak, rolletje. Volgens de achterflap van het boek zelf is het een ‘psychologische triller’. Dit lijkt me een goede benaming, het boek gaat vooral om de gedachtegang van de personages en hoe ze steeds meer verstrikt raken in hun eigen gevoelens en gedachten zodat ze uiteindelijk tot het noodzakelijk kwaad komen.

Het opvallende aan de personages is dat het allemaal gewone mensen zijn, die eerst in redelijk normale omstandigheden leven. De vrouw des huize, Franka (prachtige naam trouwens), is op het eerste gezicht een redelijk gewone huisvrouw. Ze is getrouwd met Menno Hulsdonk, een bouwfraudeur , die zijn vrouw gelukkig denkt te maken met heel veel geld en cadeautjes. Dan heb je nog Cecile, de dochter, die opstandig is (redelijk normaal voor een tiener). Deze drie, op het eerste gezicht normale personen, leven compleet langs elkaar heen. Ze denken elkaar door te hebben maar dat hebben ze absoluut niet en ze beginnen steeds meer een hekel aan elkaar te hebben. Doordat deze situatie redelijk herkenbaar is kan je je goed verplaatsen in de hoofdpersonen van het boek. Vanuit een ander perspectief was Menno waarschijnlijk een klootzak geweest maar ik leefde met hem mee, omdat je zijn gedachtegang kon zien en snapte waarom hij handelde zoals hij deed. Hij dacht dat hij het helemaal voor elkaar had maar het tegenovergestelde bleek waar te zijn. De andere twee belangrijke personages zijn Danny, een kraakster die in een coffeeshop werkt en een relatie met Cecile begint. (dit leidt natuurlijk tot nog meer onbegrip van Menno) en Wouter, de zakelijke partner van Menno met wie Franka een buitenechtelijke relatie heeft. Ook heb je nog twee vlakke karakters, politieagenten Mulder en Clemencia. Je ziet het verhaal steeds uit een van deze zeven personen. De focalisatie is daarom heel belangrijk in dit boek. Het enige belangrijke personage wiens perspectief je niet te zien krijgt is drugsdealer Michael Kingma.

Het boek doet modernistisch aan, je ziet steeds stukjes van de werkelijkheid door de ogen van de personages. Je ziet dat iedereen zijn eigen werkelijkheid creëert. Dit wordt juist zo duidelijk doordat de familie Hulsdonk zo langs elkaar heen praat en denkt. Ze hebben eigenlijk allemaal gelijk maar voor elkaar niet. Doordat je de werkelijkheid alleen door de ogen van de betrokkenen ziet wordt het nooit echt duidelijk wat er nou precies gebeurd is; je weet nooit zeker wie Menno nou heeft doodgeschoten; Danny of Cecile. Het wordt aannemelijk gemaakt dat Cecile het heeft gedaan omdat je Danny dat ziet denken. Maar ondertussen is er ook een scène dat Cecile tegen Danny zegt dat zij het gedaan heeft. Het is minder aannemelijk dat dit werkelijk zo is omdat Cecile labiel is en Danny denkt dat ze het alleen maar zegt omdat ze de waarheid niet aankan. Maar natuurlijk kan het ook zo zijn dat Danny het heeft verdrongen en daarom denkt dat Cecile het heeft gedaan. Dan zou Cecile dus toch gelijk hebben. Helemaal zeker kan je het dus nooit weten.

De tijd en ruimte zijn ook erg ‘sensitief’. Elk personage beleeft ze anders. Menno bijvoorbeeld ziet de nieuwe sauna als een soort oplossing voor alle problemen terwijl Franka het meer een soort gevangenis vindt. Ook schrijft Franka kleine gedichtjes die een soort van metafoor zijn voor haar leven en haar problemen.

Doordat je steeds stukjes informatie uit verschillende personen krijgt wordt het verhaal anachroom, je krijgt steeds verschillende stukjes informatie over de gebeurtenissen, de een wat vroeger dan de andere. Door de verschillende personages staan deze stukjes in een ‘willekeurige’ volgorde. Er wordt ook gebruik gemaakt van ellipsen, waarvan de meeste later met een retroversie worden opgevuld. Om een voorbeeld te geven; eerst zie je Danny de jas van Cecile stelen en het volgende moment liggen ze bij elkaar in bed. Dan denkt Cecile eraan hoe dat is gekomen en is de ellips ‘opgevuld’. Je ziet nooit een anticipatie omdat de personages niet kunnen weten wat er zal gebeuren. Wel dromen sommige personages soms over wat er zou kunnen gebeuren, zoals dat Franka droomt over een huis in Groningen met Wouter, maar dit is dus niet echt een anticipatie.

Een leuk aspect aan het boek vind ik de dromen van de personages, en dan vooral Franka. Veel van die dromen geven de onderbewuste, dieperliggende gedachten van de personages weer. Ook moet je in het begin eraan wennen dat sommige stukjes opeens dromen zijn, deze stukjes worden namelijk niet heel specifiek gescheiden van de werkelijkheid, de dromen en de werkelijkheid vloeien een beetje in elkaar over. De dromen zijn vaak een soort van iconische weergave van de werkelijkheid, net als bijvoorbeeld de sauna, de reis naar Australië enz. Daardoor werd het eind ook heel onverwacht, de laatste zin van het boek is dat Franka begint in te slaan op kerstversiering van de buren. Maar doet ze dit echt of is dit weer een van haar rare dromen. Het zou allebei kunnen, ze heeft zoveel meegemaakt dat ze het best echt zou kunnen doen maar aan de andere kant is dat zo absurd dat het ook een droom zou kunnen zijn. Zoals eerder gezegd is ook de reis naar Australië een soort icoon. De reis naar Australië is de climax van het eerste deel van het boek. Franka zegt steeds na Australië te willen beslissen over haar huwelijk en na Australië orde op zaken te willen stellen. Ook geeft de reis de verschillen in de gedachtegang van Menno en Franka aan; ze kijken er alletwee op een hele andere manier naar. De reis blijkt ook echt een climax en een nieuw begin te zijn, op de dag dat ze eigenlijk zouden vertrekken wordt Menno vermoord.



Er bestaan veel vooroordelen in dit boek, en dat natuurlijk vooral over de omstreden liefde tussen Danny en Cecile. De persoon met de meeste vooroordelen is natuurlijk Menno, hij wil absoluut niet accepteren dat zijn dochter lesbisch is en gaat hier uit alle macht tegenin. Franka vindt het ook niet echt leuk maar is blij dat ze weet waar Cecile uithangt. Maar Ceciles ouders zijn niet de enigen met vooroordelen. Eigenlijk heeft iedereen in dit boek vooroordelen over Danny en Cecile. (logisch want in het echt heeft ook iedereen vooroordelen). Maar wat wel opvalt is dat Cecile en zelfs Danny er ook vooroordelen over hebben. Cecile roept een keer dat Danny een vieze pot is die haar alleen maar in bed wil krijgen, wat kan wijzen op een vooroordeel maar het opvallendste vond ik nog wel dat Danny vond dat alle potten achter Melissa Etheridge aanlopen. Ze heeft dus zelf ook vooroordelen over potten. Behalve de vooroordelen over de lesbische liefde bestonden er ook andere vooroordelen. Menno ging er bijvoorbeeld van uit dat Franka wel blij zou zijn met de hele dag winkelen omdat ze immers een vrouw is. Ook ging hij er vanuit dat Cecile wel met een jongen zou zijn toen ze weg was, ze is immers jong. Er bestaan ook veel misvattingen in het boek (vaak op vooroordelen gebaseerd), zoals dat de politie Wouter beschuldigde. (hij zal het wel gedaan hebben uit liefde)



Al met al vond ik het een zeer vermakelijk boek. Ik had het al eens eerder gelezen maar ik vond het geen probleem om het nog een keer te lezen. Ik kon me goed inleven in sommige personages. Leuk aan dit boek vond ik dat je eigenlijk alle personages op hun manier wel kon begrijpen. Ik had laatst zelfs een discussie met iemand die het belachelijk vond dat ik het zielig vond dat Menno vermoord was. Zij vond hem een klootzak terwijl ik me nog redelijk goed kon inleven in zijn doen en laten. Zij vond Franka ook een soort heldin, terwijl ik haar schijnheilig vond (vreemdgaan enz.) Ik merkte ook dat het boek op vele manieren geïnterpreteerd kan worden. De eerste keer dat ik het las ging ik er gewoon van uit dat Cecile het had gedaan, maar nu ik het wat kritischer las viel me op dat het niet uitgesloten is dat het Danny was. Ik vond het eerste deel van het boek (voor de moord) erg spannend, er werd echt toegewerkt naar de moord en je voelde de spanning en haat van de personages steeds meer toenemen. Na de moord zakte het een beetje in. Ik vond het erg jammer dat de twee politiemannen toen op de voorgrond traden. Je bent dan al over de helft van het boek als je kennismaakt met twee totaal nieuwe personages die eigenlijk niks bijdragen aan het verhaal. De spanningsboog die zo mooi was opgebouwd werd daardoor een beetje onderbroken en dat was heel jammer. Het eind vond ik heel mooi gevonden, vooral omdat, zoals eerder gezegd, de ontknoping niet het aanwijzen van de dader was maar het aanwijzen van een zondebok. Het noodzakelijk kwaad dus. Ik vond de titel ook erg goed bij het boek passen omdat je pas op de laatste bladzijde wist waar het op sloeg. Toch vond ik het eerste deel (voor de moord) beter dan het tweede. Het originele en goede aan het eerste deel was namelijk de personages, en dan vooral de familie Hulsdonk, die niks van elkaar doorhadden en elkaar niet begrepen. Dit veranderde na de moord.



Zoals eerder gezegd vond ik de dromen een leuke bijdrage aan het geheel. Het was soms een welkome bevrijding van de benauwende ‘werkelijkheid’. De gedichtjes van Franka vond ik daarentegen weer uitermate irritant. Ik vond ze irrelevant en veel te poëtisch voor zo’n boek. Het paste er gewoon niet in denk ik. Ik vond de lesbische relatie tussen Danny en Cecile goed beschreven, de beschrijving was losjes en er werd niet al te moeilijk over gedaan. Soms merk je dat schrijvers bij zo’n onderwerp zoiets hebben van ‘o mijn god, als ik ze maar niet beledig of zoiets’ en dat merkte je hier nauwelijks. Bij Simisola, dat ook over vooroordelen ging, irriteerde ik me mateloos aan de manier waarop donkere mensen beschreven werden en ik was bang dat dit ook zo zou zijn maar dat was het dus niet.



Het bijzondere aan dit boek is dat het zo ‘gewoon’ is. De situatie waarin de hoofdpersonen zich bevinden is redelijk ‘normaal’ (tot aan de moord). De moord is dan ook een toevallige samenloop van omstandigheden en zoals Appel het beschrijft zou het iedereen kunnen overkomen. Het boek is soms wel een beetje voorspelbaar en er wordt naar mijn mening te veel gebruik gemaakt van clichés, jammer want op de rest van het boek is weinig aan te merken.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen