U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Elsschot - Kaas.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/0444350/ en is laatst upgedate op 07/10/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1373 woorden.


A.


Biografie


Willem Elsschot, pseudoniem voor Alfons de Ridder, is geboren in Antwerpen op zeven mei 1882 te Antwerpen als zoon van Christiaan de Ridder, die bakker was te Antwerpen. Zijn moeder heette Adela van Elst. Als hij oud genoeg voor is, gaat hij naar de Antwerpse Gemeenteschool. Op die school houdt hij het meest van het vak Nederlands. Als hij zestien jaar oud is, moet hij die school verlaten wegens baldadig gedrag. Hij wordt loopjongen bij een aantal verschillende firma's. In 1901 gaat hij een opleiding volgen aan de Antwerpse Hogere Handelsschool. In 1904 voltooit hij die opleiding en wordt dan voor drie jaar secretaris in Parijs. In 1908 verhuist hij naar Rotterdam waar hij chef-correspondent wordt bij een scheepswerf. In die tijd trouwt Elsschot ook en schrijf zijn eerste boek, Villa des roses (1913), dat over zijn leven in Parijs gaat. Na drie en een half jaar verandert hij van baan, maar hij blijft wel actief als chef-correspondent in Rotterdam, alleen bij een andere firma. Die betrekking is snel voorbij en Elsschot verhuist terug naar België, waar hij een betrekking heeft gevonden als boekhouder. Hij stopt met dit werk als hij samen met zijn vrienden Jules Valenpint en Réne Leclerq het publiciteitsblad Revue Continentale Illustrée opricht. Dit blad zou later model staan voor het Wereldtijdschrift in Lijmen (1924). De Eerste Wereldoorlog maakt een einde aan het tijdschrift van de drie vrienden. Tijdens de oorlog schreef Elsschot twee boeken, Een Ontgoocheling in 1914 en De Verlossing in 1916. Na de oorlog gaat Elsschot opnieuw in het reclamevak. In 1924 verschijnt Lijmen. De hoofdpersonen uit dit boek, Boorman en Laarmans zijn respectievelijk Jules Valenpint en Alfons de Ridder. Hieruit blijkt dus duidelijk de zakelijke kant van Willem Elsschot. In 1931 gaat hij een reclamebedrijf voor zichzelf beginnen. Nadat hij een tijd in een vergeethoek was geraakt en niets meer geschreven had, kwam er in 1933 een einde aan tien jaar zwijgen op literair gebied door het tijdschrift Forum.


In dat jaar ontmoet hij Jan Gresshof, een Nederlandse dichter. Deze zet hem ertoe aan weer te gaan schrijven. Dit resulteert in 1933 in de roman Kaas, dat hij dan ook opdraagt aan Gresshof. Nu breekt er een nieuwe periode van creativiteit aan. Er verschijnen dan in dertien jaar zeven nieuwe titels van hem, met als hoogtepunten Het Been, een vervolg op Lijmen, De Leeuwentemmer en Het Dwaallicht. Ook publiceert Elsschot in 1934 een dichtbundel.


Na 1946 stort Elsschot zich volledig op het reclamevak, hij wordt weer Alfons de Ridder. Ook hieruit blijkt de zakelijke kant van Elsschot.


Hij kreeg 3 prijzen: de Belgische Driejaarlijkse Staatsprijs voor het Proza (1948), de Nederlandse Constantijn-Huygensprijs (1951) en de Grote Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan.


 


Hij stierf op 31 mei1960.


 


(Internet, Groot geïllustreerd woordenboek Verschueren, Grote spectrum encyclopedie)


 


 


Recensies


Het meeste plezier heb ik bij het lezen van "Kaas" van Willem Elsschot gehad. Prachtig boek! Als dichteres beklaag ik het feit dat er nog betrekkelijk weinig poëzie vertaald is. Wat ik graag zou willen zien is een grote, representatieve bloemlezing van Nederlandse dichters.(Tanja Kragujevic, dichteres & critica) (internet)


 


Van de boeken die ik gelezen heb, zou ik volgende als mijn favorieten naar voren willen schuiven: "Kaas" van Elsschot, de verhalen van Wolkers, "Black Venus. Gangreen I" van Jef Geeraerts, "Een tuin tussen hond en wolf" van Ivo Michiels, en verder nog een gedichtbundel: "De jager heeft een zoon" van Jozef Deleu. Wat mij opvalt is dat Nederlandse auteurs over het algemeen erg naar binnen zijn gekeerd. Er is veel zelfreflectie, veel introversie, weinig belangstelling voor het maatschappelijke en sociale vlak. Behalve dan in de koloniale en postkoloniale literatuur. (Prof. dr. Djordje S. Kostic, historicus & uitgever)                                   (internet)


 


+kopieën (documenten uit de bibliotheek)


Frans Laarmans, een eenvoudige kantoorklerk, komt dronken thuis. Eenmaal thuis wordt hij weggeroepen door zijn zwager omdat zijn moeder op sterven ligt. Zijn moeder sterft en op de begrafenis ontmoet Laarmans een vriend van zijn broer: Van Schoonbeke. Van Schoonbeke nodigt hem uit bij een clubje bestaande uit rijke mensen. Laarmans vindt de avonden in het begin een ramp, maar later went het wel. Deze Van Schoonbeke maakt hem via via vertegenwoordiger van een grote kaasfirma. Laarmans zag dit zelf niet zo zitten, maar de gedachte dat anderen tegen hem op zouden kijken, haalde hem over. Laarmans moet een contract tekenen bij Hornstra en het is een goed betaalde baan. Dezelfde dag vindt zijn vrouw, Fine, al een fout in het contract: Hornstra kan hem op elk moment ontslaan als hij daar zin in heeft. Laarmans wil ontslag nemen als klerk, maar daar is zijn vrouw tegen. Zijn broer, een dokter, tekent een verklaring dat Laarmans lijdt aan een "zenuwoverspanning". Zo heeft hij 4 maanden vrij. De kaas wordt aangevoerd met enorme hoeveelheden. Laarmans zet een organisatie op van agenten, verspreid over België en het Groothertogdom. Hier besteedt hij veel tijd aan, waaruit al blijkt dat hij niet zo'n goed zakenman is. Gafpa (naam van de kaas- firma) is een hele dure afkorting voor iets wat in feite niks is. Alles is tot in de puntjes verzorgd, het wachten is slechts op de bestellingen, die uiteindelijk niet komen. Hij verkoopt er slechts een paar tegen kostprijs aan vrienden. Laarmans wordt benoemd tot plaatsvervangend voorzitter van de Association Professionelle des Négociants en Fromage. Hij vindt het niet leuk, maar gaat toch mee naar het departement om de belangen van de kaasimporteurs te bepleiten. Ongewild wordt zijn optreden een succes, maar hij wil geen vice-voorzitter blijven. Hij gaat nu zelf kaas verkopen, nadat hij eerst inlichtingen heeft ingewonnen bij Boorman, hoe zoiets moet. Zijn optreden als verkoper wordt een mislukking, terwijl zijn zoon Jan er wel in slaagt een kist kaas te verkopen. De mislukte poging als verkoper komt vooral door het feit dat hij een slecht zakenman is. Hij durft bv. geen winkel binnen te stappen om kaas te verkopen. Als hij toch de winkel in gaat blijkt de eigenaar van de winkel een vroegere werknemer van Hornstra te zijn. Notaris van der Zijpen laat via zijn zoon weten wel mee te willen doen in de onderneming. Laarmans zegt dat hij erover na moet denken. 's Avonds besluit hij dat het afgelopen moet zijn met zijn kaasavontuur. Hij schrijft een briefje naar Hornstra, dat hij om gezondheidsredenen moet afzien van zijn functie. Hij schrijft onder meer waar de overgebleven kaas ligt (in een patentkelder) en dat hij de verkochte kaas per postwissel zal betalen. Een paar dagen later komt er opeens een grote order binnen van een van zijn agenten. Laarmans stuurt het door aan Hornstra, maar doet er verder niks mee. Laarmans gaat weer werken als klerk bij de General Marine en het leven gaat weer zijn gewone gang.


 


Hoofdpersonages


- Frans Laarmans. Hij is de hoofdpersoon van het verhaal. Hij is een gevoelsmens, zachtmoedig en verlegen, hoewel hij ook sarcastisch kan zijn om zijn ware gevoelens te verbergen. Op de sterfdag van zijn moeder lijkt hij grof en onverschillig, maar later denkt hij met liefde aan haar terug. Voor de handel is hij ongeschikt: hij is niet berekenend, niet praktisch en niet doortastend.


- Mevrouw laarmans. Zij is een verstandige vrouw en een goede moeder, met een nuchtere kijk op dingen.


- Van Schoonbeke. Hij is de vriend van de broer van Frans Laarmans, Karel. Hij is vermogend en beschikt over veel relaties. Hij neemt Frans Laarmans op in zijn snobistische vriendenkring. Hij meent het goed met Frans, maar ziet vaak tegen zijn verblijf op. Hij zorgde ervoor dat Frans zijn baan kreeg.


- Karel Laarmans. Werkt als dokter en is een joviale man. Hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn twaalf jaar jongere broer en laat dat merken.


C. Eigen Mening


Alhoewel het een klassieker is vond ik het niet zo=n geslaagd boek. Er zat te weinig spanning in en het was geen interessant onderwerp, maar je moet er natuurlijk rekening mee houden dat het boek 75 jaar oud is en dat men in die tijd natuurlijk over andere dingen schreef dan nu. Er zat weinig verhaal in en was tamelijk voorspelbaar. Gelukkig had je nog af en toe zijn typische humor die bovenkwam zoals de rouwband die naar beneden gleed of de manier waarop Laarmans zijn vrouw wilde plagen door moeilijke woorden te gebruiken. Een ander pluspunt was dat het boek zeer vlot las.






Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen