U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Leon De Winter - Supertex.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20678/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1589 woorden.

De Bezige Bij, Amsterdam (1991)

Titelverklaring:



SuperTex is de naam van het succesvolle textiel-imperium, dat de hoofdpersoon leidt.



De auteur:



Leon de Winter wordt op 24 februari 1954 in ‘s Hertogenbosch geboren als zoon van orthodox-joodse ouders, maar hij groeit op in een niet-joodse omgeving. Hij bezoekt in zijn geboorteplaats het gymnasium en in Waalwijk het gereformeerde Willem van Oranje College. Een jaar voor hij zijn diploma haalt, wordt zijn novelle Revolutie bekroond met de ontmoetingsprijs van de Stichting Literaire Dagen (1973). In 1974 verhuist hij naar Amsterdam en gaat aan de Nederlandse Filmacademie studeren. Uit ongenoegen met het onderwijsniveau geeft hij met enkele anderen een zwartboek over de opleiding uit. Zijn debuut Over de leegte in de wereld verschijnt in 1976; het is een bundel met door Kafka geïnspireerde verhalen. In 1978 verlaat hij samen met Seegers en Van de Velde de academie zonder het diploma te hebben behaald. Een jaar daarop verschijnt de eerste speelfilm van het drietal: De verwording van Herman Dürer. In de volgende jaren maakt het trio enkele films voor de televisie, en in 1981 verschijnt de tweede speelfilm, De afstand.



Voor zijn romandebuut De (ver)wording van Herman Dürer, gebaseerd op het filmidee, krijgt De Winter de Reina Prinsen Geerligsprijs. Van 1978 tot 1982 is Leon de Winter als recensent verbonden aan Vrij Nederland; daarna is zijn medewerking aan dit blad, zowel als vanaf ’82 aan De Volkskrant, incidenteel. Naast La place de la Bastille is ook Zoeken naar Eileen W., beide verfilmd, een bekend werk van De Winter. Uit 1990 dateert Hoffmans honger, een televisieserie voor de VPRO, door hemzelf geregisseerd. In 1991 verschijnt Supertex, en zijn laatstverschenen roman tot op heden is De hemel van Hollywood uit 1997.



De angst voor de leegte vormt het centrale thema in het werk van De Winter. Wel hanteert hij het principe van de hoop. De zoektochten van de personages naar hun (meestal joodse) identiteit hebben tot doel het verleden te ordenen en te corrigeren, zodat er weer toekomst is.



Meest recente werk:



De verhalen (1993)



Serenade (1995)



Zionoco (1995)



De hemel van Hollywood (1997)



Literaire stroming:



Moderne Nederlandse literatuur.



Genre:



Psychologische roman of ‘biechtroman’.



Samenvatting:



Het boek is het relaas, dat de hoofdpersoon Max op een zaterdag in oktober 1990 aan zijn psychiater doet.



Max Breslauer staat aan het hoofd van het SuperTex-imperium, een winkelketen in goedkope confectiekleding. Hij woont samen met Maria, de ex-minnares van zijn vader, in een penthouse aan de Amstel. Op een zaterdag rijdt hij in zijn Porsche 928 S met een snelheid van 120 km/u naar de zaak om Jimmy Tdjin in Thailand te bellen, nadat zijn secretaresse Yvonne haar plicht had ‘verzuimd’. Hij rijdt daarbij de jongste zoon uit een chassidische familie aan. Er ontstaat veel commotie. Max belt Maria en zijn advocaat. Vervolgens belt hij ook zijn psychiater, dr. Jansen, en eist een onmiddellijk consult. Tijdens dit consult vertelt hij haar zijn levensverhaal.



Zijn vader, Simon Breslauer, heeft het concentratiekamp overleefd en is van niets tot topman van ETI (Euro Textiel International) opgeklommen. Hij was een veeleisend man, die van Max verwachtte, dat hij meester in de rechten werd. Zijn minder begaafde zoon Boy gaf hij een baan op de boekhouding van zijn zaak. Max wordt weliswaar advocaat, maar treedt na enkele jaren toch bij zijn vader in dienst. Bovendien richt hij een eigen BV, Maximaal, op. In juni 1989 verdrinkt zijn vader, nadat hij met zijn auto in de Loosdrechtse plassen is beland. Een maand na de begrafenis wordt Max door Maria gebeld, die beweert de minnares van zijn vader te zijn geweest. Hij ontmoet haar in een hotel, en willigt haar eisen - behoud van auto, flat en maandelijkse toelage - in. Enige tijd later begint hij zelf een verhouding met haar. Max en Boy zijn orthodox-joods opgevoed. Er wordt van hen verwacht, dat ze een joodse vrouw zullen kiezen. Als Max’ moeder hem verschillende huwelijkspartners aanwijst, kiest Max er zelf één: Esther d’Oliviera, partner in de advocatenmaatschappij waar hij werkt. Deze Esther is na de zelfmoord van haar ex-man in een crisis geraakt. Ze heeft zich, om vrede te vinden, tot de orthodoxie bekeerd en is naar Israël gegaan. Max heeft haar enkele malen bezocht, maar wil zich niet in Israël vestigen. Esther trouwt daarop met een Amerikaanse Talmoed-geleerde. Max wordt korte tijd later tweede man bij ETI.



Als Max in het middaguur even naar huis rijdt, vertelt Maria hem, dat ze hem zal verlaten. Hij keert met een taxi terug naar de psychiater.



Boy is weliswaar minder begaafd dan Max, maar ook minder rusteloos en wat ingetogener. Hij heeft een korte relatie met de onaantrekkelijke Lea van Gelder, enige dochter uit een goed-joodse familie. Vlak voor het huwelijk stuurt Max Boy naar Casablanca om het contract met de broers Mohammed te verlengen. Boy laat zich echter beetnemen, en het contract wordt verbroken. Vervolgens leent hij een zgn. zakenman vierhonderd dollar om medicijnen te kopen. Als hij doorkrijgt dat hij naar zijn geld kan fluiten, volgt hij hem naar zijn huis. Hij ontdekt, dat deze man ook een jood is en David heet. Hij wordt door Davids familie gastvrij ontvangen. Hij ontmoet de beeldschone Sulamit en wordt hevig verliefd. Hij besluit zijn leven verder als orthodox-jood aan haar zijde in Casablanca te slijten en begint een zaak in chemische toiletten. Max en Lea worden ongerust en reizen naar Casablanca om Boy te zoeken. Als ze hem vinden, zegt hij dat hij niet naar Nederland wil terugkeren. Later schrijft hij Max brieven waarin hij het hele verhaal uitlegt.



Max wil geen verdere therapie. Ook dr. Jansen is van mening, dat hij haar niet nodig heeft. Aan het eind van de middag loopt hij naar huis terug. Onderweg ‘herkent’ hij zijn vader achter het stuur van een zwarte Mercedes. Hij voelt zich leeg nu hij alles wat hem dwars zat, aan de psychiater heeft verteld. Tegelijkertijd heeft hij ook een voldaan gevoel: zijn ‘biecht’ heeft hem duidelijk gemaakt hoe hij zijn leven voortaan moet inrichten om gelukkig te kunnen zijn.



Slotzin: Az der tate sheinkt dem zun, lakn beide



Az der zun sheinkt nen tatn, weinen beide



(Als de vader de zoon iets schenkt, lachen beide; als de zoon de vader iets schenkt huilen beide).



Tijd en tijdvolgorde:



Het verhaal speelt zich af op één zaterdag, als de hoofdpersoon zijn levensverhaal aan zijn psychiater vertelt. Het levensverhaal wordt niet chronologisch, maar thematisch verteld. De vertelde tijd is één dag.



Plaats/ruimte:



Het grootste deel van de handeling speelt zich af in Amsterdam, hoofdzakelijk in de spreekkamer van de psychiater. In het vertelde verleden spelen ook andere plaatsen, o.a. Jeruzalem en Casablanca, een rol.



Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:



Max Beslauer:



Max is 36 jaar. Hij is zwaarlijvig, leeft in luxe en verkeert in zijn midlife crisis. Hij had een slechte relatie met zijn vader. Het is geen sympathieke figuur. Men zou hem een patser kunnen noemen. Tijdens zijn studie hing hij de radicale student uit, maar uiteindelijk wordt hij een handig en vooral hard zakenman. Hij maakt bij zijn productie misbruik van de omstandigheden in het Verre Oosten en is meedogenloos tegen zijn personeel. Op de ‘vertelde’ zaterdag twijfelt hij aan de juistheid van zijn levenswijze, mede als gevolg van het (symbolische) ongeval. Hij ‘koopt’ de aandacht van dr. Jansen. Het is moeilijk te geloven, dat deze figuur de erfgenaam van de spreekwoordelijke joodse wijsheid kan zijn. Hij is een rond karakter.



Het egoïsme, dat zich bij de hoofdpersoon manisfesteert, is ook de overige personages niet vreemd. De vader erkent alleen zijn eigen normen en waarden en is zeer veeleisend. Esther kiest voor het orthodoxe jodendom zonder aan de gevolgen voor ‘haar grote liefde’ te denken. Boy behandelt Lea als wegwerpartikel.



Onderlinge relaties:



Boy Max’ jongere broer



Simon B. Max’ vader



Maria Ex-minnares van Max’ vader, nu zijn eigen geliefde



Esther Max’ eerdere vriendin



Lea (Ex-)vriendin van Boy



Sulimat Boy’s nieuw geliefde



Yvonne Max’ secretaresse



Robbie Max’ advocaat



Mw. Jansen Max’ psychiater



Geloofwaardigheid van het verhaal:



....



Thematiek:



Centraal staat het gevoel van vervreemding en de tegenstelling tussen materialisme en idealisme. De hoofdpersoon is losgeslagen van zijn wortels, maar temidden van de ‘gojs’ voelt hij zich ook niet thuis. Ergens noemt hij zichzelf ‘verdwaald’. Het ongenoegen, dat hiervan het gevolg is, probeert hij op allerlei manieren te verdrijven. Dit doet hij door zich steeds meer luxe te veroorloven, nieuwe vrouwen, keihard koopmanschap en door lange tijd het verhaal van Boy te verzwijgen; Boy houddt hem namelijk in zijn brieven een spiegel voor.



De kernvraag, die De Winter stelt, is die naar de mogelijkheid van assimilatie: kan men als jood anno 1990 het moderne leven leven zonder het culturele erfgoed te verraden?



Motto:



A sjo in gan-eydn iz ojk gut; Jiddisch spreekwoord



Eén uur in het paradijs is ook de moeite waard. Met andere woorden: de mens moet zijn beperkingen leren accepteren.



Taalgebruik:



Simpel taalgebruik. Opvallend zijn de vele Jiddische spreekwoorden, waarmee de vader zijn spreektaal doorspekt. Deze spreekwoorden spelen uiteindelijk een grote rol in de acceptatie van het eigen lot van de ik-figuur. Bovendien heeft het boek tamelijk veel dialogen. Pag. 251: "Alle gezegden, die hij ooit had gesproken, klonken tegelijk in mijn oor".



Opdracht:



‘Voor Gideon Spitz, waar hij nu ook mag zijn.’



Vertelsituatie:



De gebeurtenissen hebben zich al voltrokken: de verteller deelt ze de lezers via de ik-persoon mee. De verteller plaatst zich echter tussen de ik-figuur en de lezer in. Het raamwerk voor het verhaal wordt gevormd door de opmerkingen van de psychiater en de observaties van de ik-figuur over haar manier van luisteren en noteren.



Perspectief:



Ik-perspectief.



Verhaalopbouw:



De roman bestaat uit 13 genummerde hoofdstukken, en heeft de vorm van een raamvertelling. De oneven hoofdstukken, m.u.v. 11, vormen het vertelheden, het raamwerk. Hiertoe behoort ook hoofdstuk 12. In de overige hoofdstukken vertelt Max Beslauer zijn levensverhaal. Dit gebeurt niet chronologisch, maar thematisch. Hoofdstuk 11 bestaat uit brieven en gesprekken met Boy.







Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen