U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Maarten ’t Hart - De Jacobsladder.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20644/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 834 woorden.

Boekverslag over “De jacobsladder”, door Maarten ’t Hart



Het boek De jacobsladder gaat over het 12-jarige jongetje Adriaan Vroklage, die opgroeit in een Gereformeerde kerk in het kleine dorpje Maassluis.

Op een dag gaat Adriaan met de pont naar familie van hem, waar hij nog nooit eerder geweest is, om goedkoop eieren en boter te halen. Hij ontmoet daar zijn nichtje Klaske, speelt de hele middag met haar en komt pas laat thuis. Thuis aangekomen blijkt dat zijn ouders dachten dat hij tussen wal en schip was geraakt, er was namelijk een jongetje dood in het water aangetroffen, helemaal verminkt en volledig onherkenbaar voor Adriaans vader, precies op de plek waar hij op de pont stapte. Later bleek dit Jan Ruygveen te zijn geweest, een van de zoons van de meest Gereformeerde man uit het dorp.

Hij voelt zich schuldig, omdat hij denkt dat het misschien de bedoeling was dat HIJ dood had moeten zijn in plaats van Jan, en vanaf dan sluit hij uit boetedoening vriendschap met Anton Ruygveen, Jan’s broer. Ze groeien op tot goede vrienden en al snel raakt Adriaan ook enigszins bevriend met Antons broer Job, zijn zus Ruth en zijn zus Hendrikje, waar hij al gauw een oogje op krijgt. Adriaan mag een keer met de familie Ruygveen mee naar de kerk in Delft, en onderweg daarheen lopen ze langs een dorp waar een enorme toren staat, waar Adriaan zich meteen tot ‘aangetrokken’ voelt. Na deze dag gaat hij nog vaak terug naar die toren, om ernaar te kijken en na te denken over zijn leven. Hij vindt dat zijn grootvader de enige is die hem begrijpt, waartegen hij over alles kan praten, behalve meisjes. Zijn opa steunt hem ook in al zijn keuzes, en blijkbaar is hij ook de vertrouwenspersoon van zijn opa, want hij is de eerste tegen wie hij vertelt dat hij met Immetje Plug, een oude vrouw uit het dorp, gaat trouwen.

Anton en Adriaan gaam samen naar de L.T.S., maar de vriendschap wordt minder. Anton’s vader begint een kerk, en heel kort daarna wordt de familie Vroklage uit hun kerk gegooid en gaan wonen in een flat.

Na enige tijd vertelt Anton dat Hendrikje weg is gelopen, doordat ze haar ouders te streng en onrechtvaardig vond. Ook deed het de ronde dat Hendrikje prostituee was geworden in Den Haag, Anton vroeg Adriaan of hij dat voor hem wou gaan uitzoeken, en naar Den Haag wou fietsen om haar te zoeken. Dit deed Adriaan, en daar trof hij haar aan, achter een ruit. Geschokt van wat hij net zag vertelde hij aan Anton dat het zo was, en daar werd niet meer over gesproken. Om dezelfde redenen als Hendrikje en omdat het hem te veel werd dat ze weg was, verhing Job zichzelf, en dat werd ook al snel een taboe bij de familie Ruygveen. Zelfmoord was tenslotte een van de grootste zondes, volgens meneer Ruygveen.

Wanneer Adriaan afstudeert gaat hij werken als universeel-slijper en krijgt hij een fiets, waar hij veel plezier aan beleeft; elke dag rijdt hij naar zijn ‘geliefde’ toren, en soms nog verder, gewoon voor zijn plezier. Aan zijn baan beleeft hij echter minder plezier, vooral na een ongeluk waarbij iemand om het leven is gekomen, en hij er de schuld van krijgt. Omdat hij z’n werk zat is, besluit hij zich bij de marine aan te melden, waar hij een baantje als wasser krijgt.

Met de marine reist hij de halve wereld af, maar krijgt er niet veel van te zien. Een nieuwe vriend van hem, Jacob, die zelf al jaren bij de marine zit, wil hem alle goede plekjes laten zien van een aantal steden, maar bedoelt daar eigenlijk “meisjes oppikken” mee. Adriaan doet hier niet aan mee en besluit zelf rond te gaan lopen door de steden. Als Adriaan een tijdje op het schip zit, pleegt plotseling de kapitein zelfmoord, niemand weet waarom.

Het schip is weer terug in de haven, en Antons hele (naaste) familie staat hem op de kade op te wachten, maar ook Anton is daar, terwijl Adriaan zich plotseling beseft dat hij vrijwel niet tegen hem heeft gepraat sinds Job is overleden. Onderweg naar huis vertelt Anton hem ook zijn moeder overleden is, aan kanker, en dat het hem ook teveel wordt zo alleen met zijn vader, dat hij gaat verhuizen.

De inmiddels 21-jarige Adriaan komt plotseling op een van zijn vele fietstochten Klaske tegen, waar hij op 12 jarige leeftijd aan had beloofd later met haar te trouwen, maar haar daarna nooit meer gezien heeft. De liefde tussen hen bloeit echter wel weer op.

Klaske werkt in een ziekenhuis, op de psychiatrische afdeling. Adriaan krijgt daar een baantje, en op zijn eerste werkdag komt hij Johannes Ruygveen (Antons vader) tegen, daar in het ziekenhuis. Na een tijdje met hem te hebben gepraat vertelt hij tot slot dat zijn zoon Jan, die tussen wal en schip was geraakt, zelfmoord had gepleegd, en al die jaren van boetedoening lijken in Adriaans ogen voor niets geweest.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen