U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Pramoedya Ananta Toer - Aarde Der Mensen.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20615/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2769 woorden.


Primaire Gegevens

Pramoedya Ananta Toer

Aarde der mensen



Gelezen druk: negende druk 1994 (pocket), uitgeverij Agathon Houten

Eerste jaar van uitgave:1981, uitgeverij Manus Amici

Aantal bladzijdes: 362



Oorspronkelijke titel: Bumi Manusia, uitgeverij Hasta Mitra, Jakarta

Uit het Bahasa Indonesia vertaald door Ina E. Slamet-Velsink en Jos Versteegen



Genre: Historisch roman over de politieke, economische en sociale opvattingen van de schrijver



Dit is het eerste deel uit de tetralogie:

Aarde der mensen 1980

Kind van alle volken 1981

Voetsporen 1985

Het glazen huis 1988

De vier boeken vormen een doorlopend verhaal.



Mijn eerste reactie achteraf

In het boek komen de verschillen tussen de westerse cultuur van Nederland (en Engeland) met Indonesië aan het licht. De waarheid over het onderdrukte Javaanse volk was nooit verteld in Nederlandse en Engelse kranten. Dit boek brengt een ophelderende beschouwing van een insider. Het verhaal ging dus niet alleen over de Javaanse cultuur, maar deze werd ook vergeleken met een cultuur, die een heel andere houding aangenomen had.

Het boek was veel beter dan ik dacht. De schrijver had zijn boodschap in een mooi, goed onderbouwd verhaal gebracht. Voor het lezen van Aarde der mensen had ik nog nooit een boek van een Indonesische schrijver gehad. Ik had voor het lezen totaal geen beeld van de rumoerige periode dat Indonesië een kolonie van Nederland was.



Korte Samenvatting

Aan het begin van het schooljaar 1898-1899 aan de H.B.S. neemt Robert Suurhof, Minke mee naar Boerderij Buitenzorg. Daar ontmoet Minke de sluwe Robert Mellema, zijn mooie zusje Annelies Mellema en Njai Ontosoroh. Minke wordt gelijk verliefd op Annelies als hij haar ziet. Terwijl de twee Roberts met elkaar praten laat Annelies de grote boerderij aan Minke zien. Minke merkt op dat Annelies vrij kinderachtig en verwend doet. Bij het avondeten merkt Minke op dat Njai Ontosoroh een zeer intelligente vrouw is. Hij vraagt zich af hoe een concubine foutloos Nederlands kan praten en zelfs een hele boerderij kan runnen. ’s Avonds vertrekt hij weer naar zijn pension.

Een paar dagen ontvangt hij een brief van Njai Ontosoroh waarin hem gevraagd wordt om op Boerderij Buitenzorg te komen wonen. Hij vraagt hierover raad bij zijn goede vriend Jean Marais. Het was algemeen bekend dat het morele peil in het gezin van een concubine erg laag was. Als hij bij hen zou komen wonen, zou dat niet al te goed zijn voor zijn reputatie. Jean Marais vertelt hem echter uit te zoeken hoe de familie echt in elkaar zit en niet met de heersende mening mee te gaan. Minke volgt het advies van zijn vriend op, en vertrekt naar Boerderij Buitenzorg. Hij merkt dat Robert Mellema het niet op prijs stelt een inlander in huis te hebben, en blijft zoveel mogelijk bij hem uit de weg. Hoe langer hij op Boerderij Buitenzorg verblijft, hoe meer hij te weten komt over de familie Mellema. Njai Ontosoroh doet als enige de administratie voor de boerderij, en Annelies werkt als opzichthouder over alle kampongs. Haar vader, Herman Mellema, was vijf jaar geleden vertrokken na een ontmoeting met zijn wettige zoon uit Nederland. De zoon, Maurits Mellema was woedend dat zijn vader zijn gezin in de steek had gelaten en in Java een concubine had genomen. Herman Mellema, die volledig in shock was, begon zijn zoon achterna te lopen, toen deze met een bendie weggereden was. Njai Ontosoroh werd toen gedwongen de onderneming, samen met haar dochter te onderhouden.

In de periode dat hij op de boerderij verblijft, bloeit er iets moois op tussen hem en Annelies.

Op een dag komt er een agent bij de boerderij, die Minke arresteert. Eerst denkt hij dat het een plan van Robert Suurhof was, om van hem af te komen, maar als hij ziet waar de agent hem naartoe brengt, moet hij deze veronderstelling laten vallen. Het blijkt dat zijn vader regent van B. was geworden. Minke had de brief die hij had gestuurd niet gelezen, en zijn vader scheldt hem uit, omdat hij zijn familie geminacht heeft. Minke moet van zijn vader voor hem neerknielen en hem om vergiffenis vragen. Hij voelt zich vernederd door zijn eigen familie, en zweert deze vernedering zijn nakomelingen niet te laten ondergaan. Na het feest waarbij zijn vader officieel ingewijd werd als regent, maakt Minke kennis met de assistent-resident van B. Herbert de la Croix, die Minke als een erg intelligente inlander ziet en hem oproept om zijn onderdrukte en geminachte volk te helpen. Minke ziet dit als een compliment maar heeft geen idee hoe hij iets voor zijn volk kan betekenen.

Terug in Soerabaja hoort hij van Darsam, de bewaker van Boederij Buitenzorg dat Robert Mellema een plan in werking heeft gesteld om hem te doden. Minke blijft daarom de eerste week na zijn terugkomst van zijn vaders feest in zijn pension wonen. Annelies, die hem erg mist wordt ziek. Njai Ontosoroh gebiedt Minke zo snel mogelijk terug te komen naar de boerderij. Wanneer Minke daar aankomt ziet hij dat Robert vertrokken is. Dokter Marinet legt Minke uit dat hij de enige hoop voor Annelies is. Omdat Annelies al op jonge leeftijd op de boerderij moest gaan werken en daardoor een deel van haar jeugd gemist heeft, is ze erg kwetsbaar en kinderlijk gebleven. Veel vrienden had de familie niet, en toen Annelies Minke ontmoet had, wilde ze alleen maar bij hem blijven. Minke stelt zich op als Annelies’ dokter: hij verzorgt haar dagenlang. Annelies wordt beter, en haar relatie met Minke wordt intiemer. Op een avond als Minke haar voorleest, neemt Annelies hem in haar armen. Die avond hebben ze gemeenschap. Annelies vertelt Minke dat ze een paar jaren terug verkracht was door haar eigen broer, en Minke is erg ontzet wanneer hij dit hoort. Hij voelt mee met Annelies en belooft met haar te zullen trouwen.

Een tijd later wordt Herman Mellema dood in een bordeel gevonden. Er volgt een rechtszaak over wie hem vermoord heeft en ook wordt aan de buitenwereld bekent gemaakt dat de boerderij door een concubine bestuurd werd. De onderneming en Annelies zouden dan snel eigendom worden van Maurits Mellema, de wettige zoon van de overleden Herman Mellema. Na de eerste rechtszaak trouwen Minke en Annelies. Na een periode van rust volgt de tweede rechtszaak: De onderneming wordt verdeeld over Maurits Mellema en Annelies. Annelies werd eigendom van Maurits Mellema. Een paar dagen na het oordeel van de rechter werd ze met een schip naar Nederland gebracht.



Verdieping I

Tijd en Ruimte

Het verhaal speelt zich af op het Indische eiland Java, in Minke’s pension in Soerabaja en op Boerderij Buitenzorg in Wonokromo. Het verhaal beslaat een tijd van ongeveer tien maanden. Het begint bij het begin van het schooljaar (1898-1899) en eindigt aan het eind van het schooljaar.



Wijze van Vertellen

Het verhaal is verteld door een enkele personale verteller, in de vorm van een ik-als-hoofdpersoon verteller. Het hele verhaal wordt door Minke, de hoofdpersoon, verteld in twintig hoofdstukken. In het verhaal is maar een verhaallijn.



Spanning

Het hele boek door is vrij veel spanning. Aan het begin is de ontmoeting van Minke met Annelies en de overige bewoners van Boerderij Buitenzorg erg spannend. Daarna zakt de spanning wat af totdat Minke zijn vader in B. moet bezoeken. De climax uiteindelijk zit bij de twee rechtszaken aan het eind van het boek.



Thema en Motieven

Het thema van het boek is het ‘Indonesisch nationalisme’. Minke, de hoofdpersoon vecht voor zijn eigen leven. De inlanders worden onderdrukt in hun eigen land. Zoals met Njai Ontosoroh en Annelies, komen mensen in het bezit van een ander. Hij is hier absoluut tegen, en ook tegen de manier waarop de inlanders in zijn land geminacht worden. Door middel van zijn recensies in de krant S.N. v/d D. maakt hij zijn bedoelingen duidelijk. Hij heeft altijd geleerd dat de westerse wetenschap en het rationeel denken belangrijker was dan zijn eigen Javaanse cultuur. Wanneer hij uitvindt dat de inlanders door het westen nooit als gelijken beschouwd zal worden, ziet hij in hoe hij vervreemd is van zijn eigen cultuur. Hij verliest zijn geloof in de westerse cultuur en krijgt dan nationalistische gevoelens.



Personages

Minke

De hoofdpersoon is Minke. Hij is geboren op 31 augustus, 1880. Zijn geboortedatum deelt hij met koningin Wilhelmina, die hij erg bewondert. Hij vindt haar ‘mooi’. Zijn eigen definitie daarvan is: “De beenderen hebben de juiste ligging en vorm, en zijn met elkaar verbonden door de juiste hoeveelheid vlees.(…) Een fijne zachte huid, stralende ogen en lippen (…).”

Hij onderhoud een klein bedrijfje dat meubels levert. Zijn beste vriend Jean Marais werkt zijn opdrachten uit in zijn bedrijf. Hij is een inlander van een adellijke familie, en heeft daarom de mogelijkheid gekregen aan de H.B.S. in Soerabaja onderwijs te volgen. Het verhaal begint wanneer hij 18 jaar is. Hij schrijft recensies voor het S.N. v/d D. onder het pseudoniem Max Tollenaar. Vooral tijdens de twee rechtszaken krijgen zijn recensies veel aandacht van het volk. Zijn bewondering voor de westerse cultuur en beschaving blijkt voor hem dan onjuist te zijn, en door middel van zijn schrijfkunsten verzet hij zich tegen de kolonisten en hun bekrompen wetten.



Njai Ontosoroh

Haar echte naam is Sanikem. Nadat ze als concubine, als njai, aan Herman Mellema werd verkocht, nam ze de naam Njai Ontosoroh aan. Ontosoroh betekent Buitenzorg: de inlanders konden de Nederlandse naam van de boerderij niet uitspreken. Toen ze als njai in het huis van Herman Mellema werd opgenomen, kreeg ze van hem les in literatuur en de Nederlandse taal. Ook leerde hij haar de administratie te doen. Nadat Herman Mellema haar had verlaten, nam ze haar dochter Annelies van school, om samen met haar het bedrijf te runnen. Later heeft ze wel spijt gekregen dat haar dochter geen normale jeugd had gehad, daarom staat ze Minke toe om op te trekken met haar dochter. Ze hoopt dat Annelies zo volwassener zal worden.

Ze kan vloeiend Nederlands, Javaans en Maleis spreken. Haar kennis in literatuur is zeer groot, dankzij de training van Herman Mellema. Ze heeft meestal een jakje en een omslagdoek aan.



Annelies Mellema

Zij is de dochter van Njai Ontosoroh, en zoals Minke het bedoelt ‘mooi’. In schoonheid overtreft ze zelfs Koningin Wilhelmina, de jonkvrouw tegen wie Minke zo opkeek. Ze minacht inlanders niet, zoals de meeste Indo’s (halfbloeden) en Totoks (Europese volbloeden) dat doen. Ze houdt erg veel van Minke en haar moeder, maar haat haar vader en haar broer: Herman en Robert Mellema. Robert heeft haar eens willen vermoorden, zodat hij de enige erfgenaam zou zijn. Zijn poging mislukte, maar hij had haar wel verkracht achtergelaten.

Ze had haar school, de E.L.S., niet afgemaakt, omdat ze van school werd gehaald toen haar vader het gezin verlaten had. Ze was niet verder gekomen dan de vierde klas.

Ze is erg verwend en kinderlijk en daardoor lijkt het alsof ze niet erg volwassen is, maar dat is niet zo. Haar volwassenheid verbergt ze, want ze wil niet accepteren dat de wereld eigenlijk erg wreed en oneerlijk is. Ze moet denken dat alles mooi en goed is, anders zal haar eigen verstand haar te gronde richten.



Jean Marais

Hij is de beste vriend van Minke en werkt voor hem in het meubelbedrijfje. Hij is Frans en heeft een Frans-Atjees dochtertje. Hij diende vroeger de Compagnie en heeft in zijn diensttijd een been verloren. Met Minke praat hij meestal Frans. Hij kan geen Nederlands, maar wel Javaans. Hij staat Minke bij met zijn wijze raadgeving. Zo heeft hij tegen Minke gezegd: “Liefde is mooi, Minke, en ook de vernietiging die er misschien op volgt. Je moet de gevolgen onder ogen durven zien.”

Wanneer hij Njai Ontosoroh voor het eerst ontmoet heeft, wordt hij verliefd op haar. Dit laat hij echter niet merken, want hij schaamt zich voor zijn manke poot.

Hij was voor zijn diensttijd in de Compagnie een schilder in Parijs. Hij verkocht zijn schilderijen toen aan de straat. Na de diensttijd heeft hij het schilderen weer opgepikt in Soerabaja. Hij woont naast het pension van Minke.



Titel | Ondertitel | Motto

De titel ‘Aarde der mensen’ slaat op de wereld zoals Minke haar beschouwt. Hij ziet de mooie kanten ervan, en ook de lelijke. Annelies is als een ware schat voor hem waar hij erg voorzichtig mee is, maar de kolonisten zijn de mensen die zijn leven moeilijk maken. Tussen deze mensen van de aarde waarop hij leeft neemt hij een identiteit aan die tegen de westerse waarden indruist. In zijn gevecht voor erkenning houdt hij zich sterk.



Dit boek heeft geen ondertitel, maar wel een motto:



Han, dit is echt niets nieuws.

Dit smalle pad is al vaak betreden,

Alleen

deze keer is het uitgestippeld.



Hiermee bedoelt de auteur de opstand van de nationalisten. Het gevoel dat de ze bevrijd zouden moeten worden van de westerse overheersing is er altijd al geweest en er zijn ook diverse mensen geweest die erop geantwoord te hebben door in opstand te komen. Het is zeker niet makkelijk geweest voor die mensen, maar niet iedereen heeft dat geweten. Pramoedya A. Toer heeft het smalle pad nu uitgestippeld: het leven van zo iemand die in opstand in gekomen is op schrift gezet.



Verdieping II

Biografie

“Pramoedya Ananta Toer werd op 6 februari 1925 in Blora (Midden-Java) geboren. Zijn vader was er leraar aan de Hollandsch Indische School en later aan een Javaanse particuliere school. Hij bezoekt de lagere school in Blora en de handelsschool in Soerabaja. Tijdens de Japanse bezetting werkt hij in Batavia op een Japans persbureau. Hij neemt actief deel aan de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en wordt door de Nederlanders van juli 1947 tot december 1949 gevangen gehouden. In gevangenschap schrijft hij een groot aantal verhalen en zijn eerste romans. Na de onafhankelijkheid volgt een zeer productieve periode, waarin hij nauw betrokken is bij het culturele leven in Djakarta en veel reizen maakt, onder andere naar Nederland (1953), China en de Sovjetunie. Hij is werkzaan als docent, als literair medewerker van het links georiënteerde Bintang timur en als vice-voorzitter van Lekra, het Instituut voor Volkscultuur. Een aan tal boeken uit die periode zijn: Perburuan (De achtervolging), 1950, dat speelt in de Japanse tijd; Keluarga Gerilja (Een guerrillafamilie), 1950, dat het lot van een Indonesische familie tijdens de revolutie beschrijft; tevens schrijft hij de verhalenbundels Tjerita dari Blora (Verhalen uit Blora), 1952, voornamelijk jeugdherinneringen, en Tjerita dari Djakarta (Verhalen uit Djakarta), 1957; Ikorupsi, 1954, tekent het morele verval van een ambtenaar in de staat Indonesië. Verder verschenen van zijn hand een bewerking van de Javaanse legende Tjalon Arang, een biografie van Kartini en een groot aantal vertalingen van vooral Russische schrijvers.

Hij heeft juist het materiaal verzameld voor een groot historisch werk wanneer hij, na de coup van 1965, vanwege zijn activiteiten binnen de Lekra, met duizenden lotgenoten wordt gearresteerd. Zijn bibliotheek en al zijn aantekeningen worden verbrand. Publicatie van zijn vroeger verschenen boeken wordt verboden. En zonder enig proces wordt hij veertien jaar lang, voornamelijk op het eiland Buru, gevangen gehouden.

Tijdens zijn gevangenschap vertelt hij de inhoud van dat werk in voorbereiding als een soort vervolgverhaal aan zijn medegevangenen om het in zijn geheugen vast te leggen en om het te bemoedigen door het voorbeeld van het vrouwelijk karakter, Njai Ontosoroh, die net als zij van alles beroofd een nieuw bestaan weet op te bouwen. In 1973 krijgt hij van de gevangenisdirectie toestemming om te schrijven. Maar het duurt nog tot 1979 voor hij, als een van de laatsten, wordt vrijgelaten. In augustus 1980 verschijnt Aarde der mensen het eerste boek in een serie van vier waarin het ontwikkelingsproces wordt beschreven dat een volk doormaakt van afhankelijkheid naar zelfstandigheid.”



De schrijver zelf is ook in politieke problemen verwikkeld geraakt, zoals de hoofdpersoon, Minke, in dit boek.



Tekst – Literatuurgeschiedenis

In het boek wordt op bepaalde plaatsen verwezen naar de boeken van Multatuli. Mutatuli zelf schreef in de tijd van de Romantiek (1770-1850). Zijn meesterwerk, Max Havelaar, schreef hij in een woede-aanval op een zolderkamertje in Brussel. Hij had daarvoor zijn ontslag ingediend als bestuursambtenaar in de voormalige kolonie Nederlands-Indië. In Max Havelaar wordt eigenlijk het koloniale stelsel zelf niet aan de kaak gesteld, maar het misbruik ervan.

Aarde der mensen wordt beschouwd als een boek van de Moderne literatuur (1970-heden). In die tijd werden eigenlijk niet veel boeken geschreven over het kolonialisme in Indonesië. Pramoedya A. Toer begon erover te schrijven omdat hij zelf slachtoffer was geworden van het misbruik van het koloniale stelsel.



Tekst – Historische Ontwikkelingen

Er bestaat duidelijk een relatie tussen de tekst en een aantal historische ontwikkelingen in de wereld. Het verhaal gaat duidelijk over de onafhankelijkheidsstrijd van het Indische volk tegen de kolonisten, vanaf het eind van de 19e eeuw.



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen