U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Josef Carl Grund - Flakhelfer Briel.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/55 en is laatst upgedate op 21/05/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 796 woorden.

BOEKVERSLAG DUITS: Flakhelfer Briel van J. C. Grund





I Boekverslag:





1. Josef Carl Grund, Flakhelfer Briel, 1972, Ravensburg, 139 bladzijden verhaal + 5 bladzijden verklarende woordenlijst.

2. Gustav Briel is een ex-soldaat. Het eerste hoofdstuk gaat het nog over zijn leven in 1972, waarin hij getrouwd is en een kind heeft. Dat kind speelde op een dag met een vriendje in de tuin zonder toezicht van zijn vader of moeder, en daar vonden ze een bom uit de 2e wereldoorlog.

De bom ging door hun toedoen af en het zoontje wordt geraakt. Het vriendje komt er goed van af en licht Gustav in als die thuiskomt. Ze gaan naar het ziekenhuis waar Otto Thumser arts is, en het zoontje kan gered worden hoewel dat pas later in het boek duidelijk wordt.

Inspelend op dit hele gebeuren gaat het 2e hoofdstuk over de tijd van Gustav als soldaat in de tweede wereldoorlog. (hij werd in zijn soldatentijd trouwens Gabriel genoemd.)

Hij zat eerst bij de Hitler Jugend, en mede uit overtuiging die hem daar is aangeleerd meldt hij zich vrijwillig aan als Flakhelfer bij de Duitse flak. (Hij helpt dus bij het duitse luchtafweergeschut uit de 2e wereldoorlog.)

Hij is te jong om echt soldaat te worden.

Hij was toen het verhaal over de 2e wereldoorlog in 1944 begon pas 16 jaar oud.

Hij wordt Flakhelfer samen met zijn schoolmaten: Franz Bayer, Willi Braun (die door de andere jongens Barbarossa werd genoemd), Alfred Schmidt, Karl Korner, Josef Schneider, Manfred Huber, Otto Thumser, Walter Müller, Fritz Hauschild (die door de anderen Bubi werd genoemd), Hartmut Gerngroß en Max Engelmann.

Briel doorloopt een tijd van trainingen, waarin ze gedrild worden op schieten met de 8.8 kanonnen, schieten met de karabijnen, vliegtuigherkenning enzovoort.

In hun tijd op school hadden ze een leraar Latijn die ze Nero noemden, en een wiskundeleraar die Nulkommafunf genoemd werd. Briel dacht mooi van ze af te zijn nadat hij Flakhelfer was geworden, maar op een dag duiken ze op in het bos waar de flak staat opgesteld en krijgen de jongens te horen dat ze behalve lessen schieten met de 8.8 kanonnen, schieten met de karabijnen, vliegtuigherkenning enzovoort, ook nog lessen Latijn en Wiskunde gaan volgen.

‘Hoe’ heb ik niet uit het boek kunnen halen, maar op een dag merken de jongens dat Nero helemaal niet zo fanatiek voor het 1000jarige rijk was als ze dachten. Dat leidt tot verwarrende situaties. Gelukkig of niet, maar die situaties worden afgewisseld door felle aanvallen van amerikaanse viermotorige bommenwerpers waaraan de jongens hun handen vol hebben. De stad waar ze vandaan komen en waar hun familie woont wordt onder vuur genomen en sommige van de jongens worden helemaal ‘down’ bij de gedachte dat hun familie onder het puin kan liggen.

Er is een keer per maand de mogelijkheid voor Briel om bij zijn moeder op bezoek te gaan. Zijn vader heeft een functie in het leger en zit in Rusland, dus die is er nooit. Als Briels verlof is afgelopen moet hij met een vrachtwagen terug naar het kamp. Dan komen de bommenwerpers weer en op het zelfde ogenblik krijgt de wagen panne. De inzittende vluchten, behalve Briel en Bayer die met het machinegeweer dat op het dak is gemonteerd de bommenwerpers op een afstand houden.

Voor die daad krijgen ze het EK II, een hoge onderscheiding.

Met oud en nieuw (1944 – 1945) mag Briel weer naar huis en blijft er tot 2 januari. Dan komen de bommenwerpers weer en wordt de halve stad platgegooid. Briel en zijn moeder overleven het, maar vele anderen niet.

Een paar weken later zegt Nero dat hij zich gaat melden bij het Oostfront, omdat hij vindt dat hij daar beter op zijn plaats is. Intussen gaat het steeds slechter met de oorlog.



Tussen de hoofdstukken door zijn er ook stukjes die in 1972 spelen. Dan vraagt Gustav bij voorbeeld wat aan zijn vrouw of krijgt hij te horen dat zijn zoontje het goed maakt.

Het boek eindigt ook met zo’n stukje, waarin Gustav tegen zijn vrouw zegt dat hij hoopt dat er nooit meer zoiets vreselijks gaat gebeuren als de 2e wereldoorlog.



3. de hoofdpersoon is Gustav Adolf Briel, een jongen van 16 jaar die Flakhelfer wordt. Over zijn periode als Flakhelfer en de avonturen die hij daarin beleeft gaat het boek voor het grootste deel.

De verdere bijpersonen zijn zijn vrienden, die zijn hierboven al genoemd maar de meest genoemde van hen is Otto Thumser. Dat is degene met wie hij het meeste omgaat en die blijft ook in leven en kent hij in 1972 nog.

Andere figuren zijn onderofficier Haberzettel, de ‘aanvoerder’ van de Flakhelfers en de persoon die hen traint, en Briels moeder, waar hij op zijn vrije dagen naar toe gaat.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen