U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Frederik Hermans - De Donkere Kamer Van Damokles.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20577/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3405 woorden.

Auteur: Willem Frederik Hermans

Titel: De donkere kamer van Damokles

Druk: 11e druk

Eerste jaar van uitgave: november 1958

Naschrift:”Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is. Men zou kunnen willen zeggen: ‘Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek.’ Dan moet hij er ook zijn, als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.”

Leestijd: ongeveer 5 uur

Waarom dit boek?: Ik heb het gekozen op aanraden van mijn vader, omdat hij zei dat het een goed boek was. Het leek me wel een spannend boek. Achteraf vond ik het niet zo heel spannend, misschien omdat het boek gewoon niet zoveel spanning bevat of omdat het in een heel andere stijl is geschreven dan ik gewend ben.

Eerste reactie achteraf: Wel interessant, heeft me aan het denken gezet, realistisch, vreemd.



Korte samenvatting:

De hoofdpersoon, Henri Osewoudt, is twaalf jaar als zijn zwakzinnige moeder zijn vader vermoordt. Henri komt bij zijn oom Bart Nauta en zijn zeven jaar oudere nichtje Ria te wonen. Hij gaat vanaf dan met zijn nicht naar bed en als hij achttien wordt trouwt hij met haar. Niet omdat hij haar leuk vindt, maar omdat hij niemand anders kan krijgen. Henri heeft dunne blonde haren, geen baard, maar bolle, zachte wangen, een klein neusje en samengeknepen ogen. Ook heeft hij, omdat hij al heel lang aan judo doet, vergroeide voeten, zodat hij geen gewone schoenen meer kan dragen. Ria is ook lelijk, haar met de kleur van pakpapier, een lange spitse onderkaak en te lange tanden. Als ze trouwen zet Henri Osewoudt de sigarenwinkel van zijn vader voort. Zijn moeder komt uit het gesticht om bij hen te wonen. Ook woont er nog een student, Moorlag, op kamers bij hen.

Ondanks dat het oorlog wordt, gaat alles nog gewoon zijn gangetje. Tot er op een dag een luitenant komt, die Dorbeck heet en sprekend op Osewoudt lijkt. Dorbeck geeft Henri een filmrolletje dat hij moet afdrukken. Twee dagen later komt Dorbeck weer langs om een pak van Osewoudt te lenen. Dorbeck is namelijk op de vlucht, omdat hij twee moffen heeft laten neerschieten. Osewoudt begraaft Dorbecks uniform in de tuin. Weer een paar dagen later komt Dorbeck weer langs om het pak terug te brengen en twee leicafilms met een briefje erbij: Osewoudt, ontwikkel deze films direct. Afdrukken hoeft niet. Snijd ze in stroken, doe die in een envelop en adresseer: E. Jagtman, Legmeerplein 25 III, Amsterdam-W. Doe ze uiterlijk morgenavond op de bus. Ondanks alle moeite die Osewoudt doet, mislukken de films en stuurt hij ten einde raad de verknoeide films op.

Dankzij Dorbeck komt Osewoudt in het verzet terecht en helpt onder andere met twee mannen neer te schieten. Ook ontwikkelt hij het eerste filmpje goed en ziet dan vier foto’s: een sneeuwpop met een helm en een karabijn, drie soldaten met gasmaskers in pyjama, een soldaat met bloot bovenlijf achter een luchtdoelmitrailleur en Dorbeck, voor een huis met huisnummer 32, met twee meisjes. Helaas houdt hij het negatief van de laatste foto in het licht, zodat het negatief helemaal zwart wordt.

Hij hoort op gegeven moment dat de hele familie Jagtman, aan wie hij de foto’s moest sturen, is omgekomen, omdat er een brandend vliegtuig op hun huis is neergestort.

Een tijd hoort Osewoudt niks van Dorbeck, dan krijgt hij plotseling een briefje dat hij de foto’s naar postbus 234 in Den Haag moet sturen. Osewoudt doet dit en gaat kijken wie de foto’s ophaalt. Ze worden opgehaald door een heilsoldate. Hij probeert haar te achtervolgen, maar raakt haar kwijt in het verkeer.

De volgende dag wordt Osewoudt opgebeld door ene Elly Sprenkelbach Meijer. Ze zegt dat ze uit Engeland komt en laat een van de foto’s zien die hij heeft ontwikkeld. Hij helpt haar en brengt haar naar zijn oom Bart. Als hij terug naar huis wil, wordt hij opgewacht door Moorlag die zegt dat zijn moeder en Ria zijn opgepakt en dat hij moet onderduiken. Osewoudt krijgt van Meinarends, een vriend van Moorlag, een nieuw persoonsbewijs op de naam Filip van Druten. Hij laat zijn haar zwart verven door Marianne Sondaar, op wie hij verliefd wordt, en hij voelt zich dan een compleet ander mens. Hij duikt onder bij Labare en moet daar foto’s ontwikkelen.

Op gegeven moment krijgt hij weer een opdracht, en dan gaat het fout. Zijn foto verschijnt in alle kranten en zelfs in bioscopen met een beloning van Fl. 500,-. Hij wordt uiteindelijk gepakt en gemarteld. De Duitsers brengen een man naar hem toe, die volhoudt dat hij Osewoudt heeft gezien, maar Osewoudt heeft de man nog nooit ontmoet. Hij gaat ervan uit dat ze hem verwarren met Dorbeck. De Duitsers brengen hem naar een ziekenhuis, waar hij uit wordt bevrijd door mensen die hij helemaal niet kent. Hij is nog maar net terug bij Labare of iedereen wordt daar opgepakt. Osewoudt kan ontsnappen, maar wordt kort daarna opgespoord en gearresteerd.

Ebernuss, een Duitser die hem vaak ondervraagt, zegt dat hij wil deserteren en vraagt of Osewoudt hem in contact kan stellen met kennissen. Osewoudt vertrouwt het niet helemaal, maar brengt hem toch naar Moorlag. Daar komt hij Dorbeck weer tegen. Dorbeck geeft Osewoudt vergif en zegt hem dat in het glaasje van Ebernuss te gooien. Daarna neemt Dorbeck Osewoudt mee en geeft hem een verpleegsteruniform om hem te vermommen. Osewoudt maakt eerst nog een foto van Dorbeck en hemzelf voor de spiegel.

Osewoudt gaat Marianne opzoeken, die hem in een brief had geschreven dat ze zwanger was. Maar als hij in het ziekenhuis komt, blijkt het kind te zijn gestorven. Osewoudt krijgt een lift van een Duitser en gaat naar zijn eigen sigarenwinkel. Dorbeck heeft hem namelijk verteld dat Ria hem eerst had aangegeven en dat ze nu samenwoont met de zoon van de drogist. Osewoudt vermoordt zijn vrouw en later ook de Duitser waarmee hij in de auto zat.

Osewoudt wil naar Breda gaan om zich aan te melden als vrijwilliger in militaire dienst. Helaas wordt hij weer opgepakt. Hij wordt naar Engeland getransporteerd en weer terug, maar niemand wil zijn verhaal geloven. Ze denken allemaal dat hij samenwerkte met de Duitsers. Osewoudt blijft volhouden dat hij alles in opdracht van Dorbeck heeft gedaan, maar Dorbeck is onvindbaar. Alle mensen die kunnen getuigen dat hij bestaat, zijn dood. Marianne is in Israël, dus niet te bereiken. Uiteindelijk heeft Osewoudt nog maar één hoop: dat het fototoestel waarmee hij de foto van hen tweeën heeft gemaakt wordt teruggevonden. Dat gebeurt uiteindelijk, maar als Osewoudt de foto’s ontwikkelt blijkt dat juist die ene foto mislukt is! Osewoudt draait door en rent naar buiten, terwijl hij “Dorbeck, Dorbeck, waar ben je?” roept. Osewoudt wordt neergeschoten door de wacht en sterft.



Vertelvorm: Er is een personale vertelsituatie, je ziet alles door de ogen van Osewoudt. In elk hoofdstuk volg je alleen hem. Er zit maar één verhaallijn in het boek.



Personages:

-Hendrik Osewoudt, in het boek meestal kortweg Osewoudt genoemd en een tijd lang heeft hij als valse naam Filip van Druten en staat hij bij sommige mensen bekend als Melgers. Hij is een echt karakter, want hij verandert in de loop van het verhaal en hij is niet stereotiep.

Uiterlijk: In het begin van het boek is Osewoudt 12 jaar, aan het eind van het boek, als Osewoudt wordt neergeschoten, is hij een jaar of 24. Voordat hij in het verzet ging en moest vluchten, werkte hij in zijn sigarenwinkel. Zijn vader was dood, vermoord door zijn moeder, hij is getrouwd met zijn volle nicht en zijn moeder is psychisch niet helemaal goed en woont bij hem. Hij had, voordat hij Dorbeck ontmoette, geen echte vrienden. Je kan wel zeggen dat Dorbeck een soort vriend wordt. Osewoudt is niet rijk, maar ook niet arm. Hij heeft de HBS gedaan, maar is nooit gaan studeren. Hij verandert wel in het verhaal, ook qua gedrag. Eerst is hij al die jaren bij zijn (oerlelijke) vrouw/nicht gebleven, maar als hij in het verzet komt, heeft hij verhoudingen met verschillende meisjes, onder andere met Elly, het meisje uit Engeland, en Marianne oftewel Mirjam, een joods meisje.

Innerlijk: Osewoudt heeft niet echt een sterk karakter. Hij doet bijvoorbeeld gewoon alles wat Dorbeck hem zegt, maar als Dorbeck er niet is, kan Osewoudt niks beginnen. Alle mensen die hij in het boek ontmoet, ontmoet hij alleen maar omdat Dorbeck hem naar die mensen toestuurt. Wel verandert Osewoudt tijdens het verhaal. Hij wordt sterker, hij laat niks los tijdens ondervragingen en zo meer. Osewoudt heeft wel wat koppigs. Het echte belangrijke keerpunt in het boek, wat verandering van innerlijk betreft, is als zijn haar zwart wordt geverfd door Marianne. Hij voelt zich dan een heel nieuw mens en hij lijkt dan helemaal sprekend op Dorbeck. Zijn moeder en Ria zijn dan net opgepakt en hij voelt zich dan helemaal bevrijd van zijn verplichtingen als echtgenoot en zoon.



-Dorbeck

Hij is stereotiep, de verzetsheld, en hij is een vlak karakter, hij verandert niet.

Uiterlijk: Osewoudt heeft blond haar, Dorbeck zwart, en Osewoudt heeft geen baard en Dorbeck wel, maar verder is hij het evenbeeld van Osewoudt. Osewoudt vind Dorbeck “het geslaagde exemplaar”. Dorbeck is waarschijnlijk even oud als Osewoudt. Hij is luitenant bij de landmacht en zit in het verzet. Verder kom je niet veel te weten over Dorbeck.

Innerlijk: Zoals al eerder gezegd kom je niet veel te weten over Dorbeck. Hij zit in het verzet, dus hij zal wel dapper zijn. Hij zal nooit toegeven aan de Duitsers en hij haat alles wat met Duitsland te maken heeft. Dat zie je in het begin van het boek, als hij wordt gezocht, omdat hij twee Duitsers heeft laten neerschieten. Hij zou ook eigenlijk moeten worden afgekeurd voor de militaire dienst, maar omdat hij zich een beetje heeft uitgerekt, is hij toch luitenant geworden. Daaraan zie je dat hij persé wou meevechten tegen de Duitsers.

Rol in het verhaal: Hij geeft Osewoudt steeds opdrachten en brengt hem in contact met verschillende mensen uit het verzet.



-Marianne Sondaar, haar echte naam is Mirjam Zettenbaum

Ze is niet echt stereotiep, wel een vlak karakter.

Uiterlijk: Ze is nog best jong, ze is joods en heeft een persoonsbewijs op de naam Marianne Sondaar. Haar vader, moeder en twee broers zijn opgepakt. Ze werkte eerst bij een kapper, daarna duikt ze er onder. Ze ontmoet Osewoudt als ze zijn haar moet verven. Later wordt ze verliefd op hem en raakt ze zelfs zwanger van hem.

Innerlijk: Ze is wel moedig, want ze knapt wat klusjes voor Osewoudt op die niet helemaal zonder risico zijn.

Rol in het verhaal: Ze is de vriendin van Osewoudt en Osewoudt wil voor haar blijven leven, zij is op gegeven moment het enige wat hij nog heeft.



-Ria

Ze is stereotiep en een vlak karakter.

Uiterlijk: Ze is lelijk, zeven jaar ouder dan haar volle neef (Osewoudt) met wie ze is getrouwd en ze werkt niet.

Innerlijk: Ze is best wel gemeen en sneaky, ze steelt bijvoorbeeld geld uit de kassa achter de rug van haar man om. Dat ze onbetrouwbaar is zie je ook als ze met de zoon van de drogist gaat samenwonen als haar man (die ze zelf heeft aangegeven) is opgepakt

Rol in het verhaal: In het begin voelt Osewoudt zich tegengehouden door Ria (en zijn moeder), maar als zij (voor de schijn) is opgepakt, durft hij eindelijk weer te leven.



-Moeder van Osewoudt

Ze is een vlak karakter, niet stereotiep.

Uiterlijk: Ze is niet helemaal goed in haar hoofd, ze is vaak bang voor iets onbekends, ze heeft een tijd in een gesticht gezeten, omdat ze haar man had vermoord, maar uiteindelijk mag ze weer bij Osewoudt gaan wonen. Later pleegt ze zelfmoord als ze is opgepakt.

Innerlijk: Daar kom je niet veel over te weten, ze heeft wel een soort trots. Want als ze uit de gevangenis is ontsnapt, ziet Osewoudt haar nog een keer. Ze probeert dan paling te verkopen. Als Osewoudt haar gewoon geld wil geven zonder iets te kopen, neemt ze het geld niet aan. “Ik kom hier niet om te bedelen, meneer!”

Rol in het verhaal: Osewoudt voelde zich, net als bij Ria, verplicht om voor haar te zorgen en kon dus niet echt leven zoals hij wou. Ze heeft er ook voor gezorgd door haar man te vermoorden dat Osewoudt bij zijn oom en nicht opgroeide.



Tijd: Het verhaal speelt zich af tijdens de tweede wereldoorlog, het is dus een historische roman, om precies te zijn, een oorlogsroman. Het is chronologisch verteld. Er zitten geen flashbacks in, wel tijdsprongen. De belangrijkste tijdsprongen zitten helemaal in het begin van het boek, dan wordt niet de hele jeugd van Osewoudt verteld, maar alleen maar een paar kleine stukjes uit zijn jeugd.

Het boek begint midden in een verhaal dat de meester van Henri Osewoudt verteld, daarna krijg je een stukje, waarin wordt verteld wie Osewoudt is, waar hij woont enz. Dan krijg je al heel snel dat zijn moeder zijn vader heeft vermoordt en dat hij bij zijn tante en oom moet gaan wonen. Er is een open einde, je weet namelijk niet of Dorbeck überhaupt bestaat of dat het een verzinsel is van Osewoudt. Je leeft met het verhaal mee, omdat het helemaal chronologisch wordt verteld. Het boek is in de verleden tijd geschreven, dat is wel het meest praktische.



Plaats: Het verhaal speelt zich vooral af in Den Haag, Voorschoten en Amsterdam en ook nog een stuk in Engeland. Een gedeelte gebeurt in de sigarenwinkel van Osewoudt en op zijn onderduikadres bij Labare. Op zijn onderduikadres werkt hij in een donkere kamer om foto’s te ontwikkelen en is alles verborgen, klein en benauwd. Dat geeft een wel spannende sfeer. De sigarenwinkel schept een gewone alledaagse sfeer. De gebeurtenissen spelen zich vooral af in een arbeidersmilieu.



Genre: Het is een oorlogsroman voor volwassenen.



Spanning: Er is een soort inleiding om kennis te maken met de hoofdpersoon. De hoofdpersoon heeft wel een paar problemen. Ten eerste is hij niet echt tevreden met zijn leven, dag in, dag uit staat hij in de sigarenwinkel, hij heeft een vrouw die hem besteelt en een moeder waarvoor hij moet zorgen. Dit wordt wel opgelost, hij gaat namelijk in het verzet en zijn vrouw én zijn moeder gaan dood, dus daar heeft hij geen problemen meer mee. Maar hij vindt zichzelf ook een beetje een meisje, omdat hij geen baard heeft en zo’n hoge stem. Als hij Dorbeck ontmoet vindt hij Dorbeck een geslaagd exemplaar en zichzelf vindt hij mislukt. Dit conflict wordt niet opgelost, Dorbeck zou zelfs een fantasie kunnen zijn en helemaal niet bestaan. Het motorisch moment is als Osewoudt Dorbeck ontmoet, want daarna verandert Osewoudt nogal. Ook een belangrijk moment is als Osewoudts haar zwart wordt geverfd. De clou kan eigenlijk meerdere dingen zijn, maar ik denk dat het mislukken van de foto die bewijst dat Dorbeck bestaat de clou is.



Thema: Het thema is oorlog, maar ook “wat is de waarheid?”.



Motieven: Onder andere de belangrijke foto’s die steeds mislukken, de chaos die steeds heerst als Osewoudt wordt opgepakt en de foto’s, die Osewoudt aan het begin heeft ontwikkeld, die mensen uit het verzet steeds laten zien aan Osewoudt om zich te identificeren.



Titel: “Het zwaard van Damokles” is een uitdrukking en betekent een voortdurende dreiging. “De donkere kamer” slaat op de donkere kamer waar foto’s worden ontwikkeld. Die foto’s vormen de dreiging, omdat ze steeds mislukken, terwijl ze Osewoudts onschuld moeten bewijzen.



Bedoeling: Er zit een soort moraal in, namelijk wat de waarheid is en wat niet.



Taalgebruik: Er zitten vrij lange, moeilijke zinnen in met een beetje ouderwets woordgebruik. De dialogen zijn een stuk natuurlijker. Er komt wel beeldspraak in voor, maar niet opvallend veel.

De eerste druk kwam in 1958 uit, dus het is wel logisch dat het woordgebruik ouderwets is.



Auteur: W.F. Hermans werd op 1 september 1921 geboren in Amsterdam. Hij studeerde fysische geografie in Amsterdam. In 1958 werd hij docent op een universiteit in Groningen. In 1973 ging hij naar Parijs en werd fulltime-schrijver. Een paar jaar voor zijn dood woonde hij in Brussel. Hij stierf op 27 april 1995.

Hermans schreef onder andere poëzie, romans, novelllen, wetenschappenlijk werk, recensies en opstellen in het Parool (onder een pseudoniem). Hij heeft verschillende literaire prijzen geweigerd, maar uiteindelijk aanvaardt de Grote Prijs der Nederlandse Letteren in 1977.



Een greep uit zijn vele werken:

Poëzie: Kussen door een rag van woorden (debuut), Overgebleven gedichten (1968);

Romans: De tranen der Acacia's (1949), Nooit meer slapen (1966), Ruisend gruis (1995, postuum verschenen);

Novellen, verhalen: Het behouden huis (1952), De laatste roker (1991).



Persoonlijk oordeel:

Het thema is niet echt herkenbaar voor mij, ook omdat ik natuurlijk de oorlog niet heb meegemaakt, maar dat je niet meer wat de werkelijkheid is en wat niet, herken ik niet echt. Ik heb mijn mening over het boek wel aangepast. Mijn mening nu is anders dan mijn eerste reactie. Ik heb het boek, omdat ik het zo heb uitgespit, beter leren waarderen. De titel vind ik wel heel geniaal en diepgaand. Ik wist eerst niet wat “het zwaard van Damokles” betekende, dus ik vond het eerst maar een vreemde titel. Er zat alleen niet zoveel spanning in het boek. Af en toe zater er wel spannende stukken tussen, maar soms verliest het verhaal een beetje vaart. Het was op zich wel geloofwaardig, maar dat ligt er net aan hoe je het bekijkt. Als Dorbeck inderdaad bestond, maar dat gewoon alle bewijs daarvoor is uitgewist, verdwenen of dood, dan lijkt het me een beetje te toevallig. Maar als Dorbeck een verzinsel van Osewoudt is, vind ik het wel heel goed bedacht. Het einde is dus ook wel verrassend, omdat dan pas duidelijk wordt dat het niet zeker is of Dorbeck wel bestaat. Het was in zekere zin wel een vernieuwende oorlogsroman, in vergelijking met andere oorlogsromannen die ik heb gelezen.

De personages waren wel levensecht. De hoofdpersoon bijvoorbeeld, Osewoudt, is geen knappe, stoere verzetsheld, maar een lelijke, onzekere man. Zijn moeder is niet het bezorgde typetje, maar in plaats daarvan vermoordt ze haar man en is niet helemaal goed in haar hoofd. Osewoudt heeft geen knappe, intelligente vrouw, maar is getrouwd met zijn lelijke, achterbakse nicht. Het is wel een beetje ongeloofwaardig dat, terwijl Osewoudt zo lelijk is, hij toch verschillende verhoudingen krijgt met meisjes uit het verzet, o.a. Elly en Marianne. Wat jammer is, is dat er zoveel personen in voor komen dat ik ze niet meer uit elkaar kon houden. Hij krijgt op gegeven moment te maken met Meinarends, Moorlag, Jagtman, Labare en nog meer en veel hebben ook nog valse namen. Dan zie ik ze niet meer als één persoon, maar als het groepje verzetshelden.

Het verhaal begint op zich wel vlot, maar er zitten verderop in het verhaal ingewikkelde stukken en dat leest niet zo lekker. Ik moet waarschijnlijk ook gewoon even wennen aan volwassenliteratuur, want nu had ik af en toe niet echt zin om verder te lezen. Ik denk dat ik het over een paar jaar nog een keer ga lezen en volgens mij vind ik het dan veel leuker. De afloop is erg open en dat vind ik niet zo fijn. Aan de andere kant is het wel begrijpelijk dat Osewoudt helemaal gek wordt als die ene belangrijke foto die zijn onschuld moet bewijzen mislukt.

De woordkeus was soms erg moeilijk, een beetje te ouderwets. Daarom las het niet zo vlot. Maar hoe hij bijvoorbeeld het dode kindje beschrijft (zie Citaten) is toch wel mooi (ook een beetje onsmakelijk, maar dat terzijde). Het zou voor mij beter zijn als er wat makkelijkere woorden werden gebruikt. De dialogen waren wel geloofwaardig, daar zaten over het algemeen niet van die vreemde woorden in. Er zat verder niet echt humor in het boek, het was een serieus, “zwaar” boek.

Ik zou het leerlingen uit de vijfde of de zesde wel aanraden, maar ik zou tegen leerlingen uit de vierde zeggen dat ze, tenzij ze graag volwassen literatuur lezen, het beter nog even kunnen laten liggen. Je moet wel tegen onsmakelijke, misselijkmakende stukjes kunnen. Ook worden er erg veel moorden in het boek gepleegd, dus als je daar niet tegen kan, zou ik het niet lezen. Het is wel een bijzonder boek, als je een boek wil lezen, dat over de oorlog gaat en toch net even wat anders is, moet je dit zeker lezen!

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen