U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Johann Wolfgang Von Goethe - Die Leiden Des Jungen Werthers.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/52 en is laatst upgedate op 09/05/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2694 woorden.

Auteur: Johann Wolfgang Goethe

Titel: Die Leiden des jungen Werthers

Genre : Briefroman

Eerste publicatie in 1774



A Thema



Het boek gaat over Werther. Die heel erg verliefd wordt op Lotte. Zij voelt ook wel iets voor hem, maar ze is al verloofd met Albert. Daardoor kan ze zijn liefde niet beantwoorden. Later trouwt Lotte met Albert. Ze wil hem minder gaan zien, omdat het moeilijk voor haar is. Werther kan niet zonder haar leven en ook niet zonder haar volledige liefde. Hij pleegt zelfmoord omdat hij Lotte niet kan krijgen. Het thema van het boek is de ongelukkige liefde. In dit boek heeft het hele extreme gevolgen.



B Vragen over personen in het boek

1. Hoofdpersoon:

Werther

2. Wat houdt hem bezig:

Voornamelijk alleen Lotte. Hij denkt dag en nacht aan haar. Hij wordt gewoon gek van verliefdheid.

3. Bijpersonen:

Lotte: Zij is het meisje waar Werther smoorverliefd op is. Zij voelt ook een zekere genegenheid tot hem, maar kan dit niet uiten. Zij is namelijk verloofd.

Albert: Hij is de verloofde van Lotte. Werther en Albert gedragen zich aardig koel tegenover elkaar. Het zijn vrienden, maar voornamelijk vanwege Lotte. Albert heeft wel door dat Werther zo gek van Lotte is.

Furst**: Hij is een vriend van Werther. Ze kunnen goed met elkaar opschieten.

Wilhelm: Hij is de beste vriend van Werther. Je komt niet echt iets over hem te weten. Werther stuurt al zijn brieven naar hem toe.

Boerenknecht: Hij heeft de vrouw waar hij verliefd op was vermoord. Als hij haar dan niet kon krijgen dan ook niemand anders. Werther kan het heel goed begrijpen en komt daarom ook voor hem op. Hij vergelijkt het met zijn eigen ongelukkige liefde. Hij zou zelf ook een moord begaan, als hij daarmee met Lotte een relatie kon krijgen.

Verder komen er nog een paar personen in voor. Ze komen niet echt in het verhaal naar voren.





4. Wat is het karakter van de hoofdpersoon + belangrijkste bijpersonen:

Werther is een slimme jongen. Hij heeft zijn hart verloren aan Lotte. Hij kan ook niets dan aan haar denken. Maar hij weet ook wel dat de liefde niet mogelijk kan zijn. Dat maakt hem heel treurig. Hij krijgt weerzin van het leven. Als hij dan niet met Lotte kan leven, dan maar niet meer leven.

Lotte is een aardig meisje. Zij heeft wel gevoelens voor Werther, maar laat dit niet merken. Ze is namelijk al verloofd. Ze wil hem eigenlijk wel voor zichzelf houden. Ze ziet hem als een soort broer.

Wilhelm is Werthers beste vriend. Aan hem worden alle brieven geschreven. Ze begrijpen elkaar. Ze kennen elkaar uit hun jeugd. Het lijkt me wel een aardige jongen.

5. Hoe ervaar jij de dingen die ze doen en denken:

Ik zou als ik Werther was de hele wereld afzoeken naar iemand die leuker was dan Lotte. Ik snap niet hoe je zelfmoord kan plegen. Je kunt je wel heel erg rot voelen, maar zelfmoord is wel heel definitief. Er zijn vast ook wel andere manieren om over het verdriet heen te komen.

Het gevoel van Lotte, dat zij ze allebei (Werther en Albert) wel leuk vindt, kan ik wel begrijpen. Ik denk dat dat ook wel eens in het echte leven kan voorkomen. Ik kan me voorstellen dat dat ook eens in mijn eigen leven gebeurt. Dat je verkering hebt met een jongen en dat je verliefd wordt op een andere. Je vindt ze allebei even leuk. Het lijkt me dan heel moeilijk om te kiezen. Ik heb wel begrip voor Lotte.

6. Wie vindt je het meest sympathiek:

Ik vind Lotte het meest sympathiek. Ik snap haar gevoelens. Ze houdt gewoon van beide jongens. Ze heeft het er heel moeilijk mee. Ik kan er begrip voor opbrengen.

7. Wie vindt je het minst sympathiek:

Ik vind niet een persoon onsympathiek, maar de manier waarop Werther en Albert met elkaar omgaan. Ze zijn heel afstandelijk tegen elkaar. Ze doen omwille van Lotte kunstmatig aardig tegen elkaar, maar ze mogen elkaar niet.



C. Vragen over het element tijd:

1. Wanneer is het boek geschreven:

Het boek is in de achttiende eeuw geschreven. De eerste druk komt uit 1774.

2. In welke tijd speelt het boek zich af:

Het verhaal speelt zich af van 4 mei 1771 tot en met 23 december 1772.

3. Is dit van belang voor het verhaal:

Volgens mij is het niet echt van groot belang. Je zou wat dingen moeten aanpassen aan deze tijd, maar je zou het ook in deze tijd kunnen schrijven.

4. Speelt het verhaal zich af tegen bepaalde gebeurtenissen:

Het boek komt uit de Sturm und Drang periode. Meer informatie over die periode staat in het literatuurboek op blz. 52 t/m 56.



D. Vragen over de plaats:

1. Op welke plekken speelt het boek zich af:

In het boek dat ik heb gelezen hadden ze de originele namen veranderd. Het speelt zich in dit boek af in Wahlheim. Daar gaat Werther wonen en Lotte woont er al. Op een gegeven moment gaat Werther op reis om maar even niet bij Lotte in de buurt te zijn. Waar hij dan heen gaat staat weer niet in dit boek. Het eind speelt zich weer af in Wahlheim.

2. Geven de plaatsen het boek een extra betekenis:

Het zijn niet de echte plaatsen die in het originele boek stonden. Ik weet dus ook niet of de plaatsen een extra betekenis hebben. In het boek heeft Werther wel plekken waar hij aan gehecht is. De plek waar hij met Lotte heeft gewandeld. Dat dal blijft hem aan Lotte herinneren.

3. Wat voor maatschappij wordt er beschreven:

De maatschappij uit de achttiende eeuw. Je kunt dit merken aan kleine dingen. Bijv. hoe ze met elkaar omgaan en dat ze met een koets reizen.



E. Boodschap, moraal:

1. Is er een boodschap of een moraal:

Ik denk dat Goethe wilde laten zien dat mensen zich door liefde kunnen laten leiden. Dat ze zich door liefde heel ongelukkig kunnen voelen. Ik denk dat hij wil laten zien dat liefde twee kanten heeft.

2. Hoe ervaar jij deze houding van de schrijver:

Ik denk dat Goethe wel gelijk heeft. Liefde heeft zijn mooie kanten, maar ook zijn lelijke. Je kunt er inderdaad heel ongelukkig van worden.

3. Wat vond je van het boek:

Ik vond het niet echt een heel leuk boek. Werther schrijft alleen maar over zijn gevoelens en dat hij zo ongelukkig is. Het einde is heel erg voorspelbaar. Het is een typisch voorbeeld van iemand die zo radeloos is dat hij niet meer weet wat hij moet doen. Lotte was verloofd met Albert, maar Werther hield hoop, maar als Lotte dan trouwt stort hij in. Hoe kan hij nog verder leven?



F. Stromingen in de literatuur:

1. Wordt de Auteur tot een bepaalde stroming of groep gerekend:

Goethe wordt tot meerdere stromingen gerekend, maar dit boek komt uit de Sturm und Drang periode (meer informatie zie Wahlfach blz. 52 t/m 56).

2. Noem dingen uit het boek die typerend zijn voor deze stroming:

Werther laat zich leiden door zijn gevoel. Hij kan zich daardoor niet aan de realiteit van het leven aanpassen. Hij komt in conflict met de wereld.



G. De titel:

1. Verklaar de titel:

De titel verwijst naar het feit dat Werther letterlijk lijdt, omdat zijn liefde voor Lotte niet beantwoordt kan worden.



H. Vergelijkend:

1. Zijn er andere kunstuitingen die op het boek lijken:

Die neuen Leiden des jungen W. van Ulrich Plenzdorf lijkt heel veel op het werk van Goethe. Ik heb de verschillen en overeenkomsten al uitgelegd in het verslag over het boek van Ulrich Plenzdorf. Een jaar na het verschijnen is er een parodie op het boek geschreven door Friedrich Nicolai. Dat boek heette Die Freude des jungen Werthers.



2. Is er een boek met hetzelfde thema:

Er zal best een boek met het thema ongelukkige liefde zijn en daarin kan het ook best beter worden beschreven, maar ik heb dat boek of die film nog niet ontdekt.

Auteur: Johann Wolfgang Goethe

Titel: Die Leiden des jungen Werthers

Genre : Briefroman

Eerste publicatie in 1774



A Thema



Het boek gaat over Werther. Die heel erg verliefd wordt op Lotte. Zij voelt ook wel iets voor hem, maar ze is al verloofd met Albert. Daardoor kan ze zijn liefde niet beantwoorden. Later trouwt Lotte met Albert. Ze wil hem minder gaan zien, omdat het moeilijk voor haar is. Werther kan niet zonder haar leven en ook niet zonder haar volledige liefde. Hij pleegt zelfmoord omdat hij Lotte niet kan krijgen. Het thema van het boek is de ongelukkige liefde. In dit boek heeft het hele extreme gevolgen.



B Vragen over personen in het boek

1. Hoofdpersoon:

Werther

2. Wat houdt hem bezig:

Voornamelijk alleen Lotte. Hij denkt dag en nacht aan haar. Hij wordt gewoon gek van verliefdheid.

3. Bijpersonen:

Lotte: Zij is het meisje waar Werther smoorverliefd op is. Zij voelt ook een zekere genegenheid tot hem, maar kan dit niet uiten. Zij is namelijk verloofd.

Albert: Hij is de verloofde van Lotte. Werther en Albert gedragen zich aardig koel tegenover elkaar. Het zijn vrienden, maar voornamelijk vanwege Lotte. Albert heeft wel door dat Werther zo gek van Lotte is.

Furst**: Hij is een vriend van Werther. Ze kunnen goed met elkaar opschieten.

Wilhelm: Hij is de beste vriend van Werther. Je komt niet echt iets over hem te weten. Werther stuurt al zijn brieven naar hem toe.

Boerenknecht: Hij heeft de vrouw waar hij verliefd op was vermoord. Als hij haar dan niet kon krijgen dan ook niemand anders. Werther kan het heel goed begrijpen en komt daarom ook voor hem op. Hij vergelijkt het met zijn eigen ongelukkige liefde. Hij zou zelf ook een moord begaan, als hij daarmee met Lotte een relatie kon krijgen.

Verder komen er nog een paar personen in voor. Ze komen niet echt in het verhaal naar voren.





4. Wat is het karakter van de hoofdpersoon + belangrijkste bijpersonen:

Werther is een slimme jongen. Hij heeft zijn hart verloren aan Lotte. Hij kan ook niets dan aan haar denken. Maar hij weet ook wel dat de liefde niet mogelijk kan zijn. Dat maakt hem heel treurig. Hij krijgt weerzin van het leven. Als hij dan niet met Lotte kan leven, dan maar niet meer leven.

Lotte is een aardig meisje. Zij heeft wel gevoelens voor Werther, maar laat dit niet merken. Ze is namelijk al verloofd. Ze wil hem eigenlijk wel voor zichzelf houden. Ze ziet hem als een soort broer.

Wilhelm is Werthers beste vriend. Aan hem worden alle brieven geschreven. Ze begrijpen elkaar. Ze kennen elkaar uit hun jeugd. Het lijkt me wel een aardige jongen.

5. Hoe ervaar jij de dingen die ze doen en denken:

Ik zou als ik Werther was de hele wereld afzoeken naar iemand die leuker was dan Lotte. Ik snap niet hoe je zelfmoord kan plegen. Je kunt je wel heel erg rot voelen, maar zelfmoord is wel heel definitief. Er zijn vast ook wel andere manieren om over het verdriet heen te komen.

Het gevoel van Lotte, dat zij ze allebei (Werther en Albert) wel leuk vindt, kan ik wel begrijpen. Ik denk dat dat ook wel eens in het echte leven kan voorkomen. Ik kan me voorstellen dat dat ook eens in mijn eigen leven gebeurt. Dat je verkering hebt met een jongen en dat je verliefd wordt op een andere. Je vindt ze allebei even leuk. Het lijkt me dan heel moeilijk om te kiezen. Ik heb wel begrip voor Lotte.

6. Wie vindt je het meest sympathiek:

Ik vind Lotte het meest sympathiek. Ik snap haar gevoelens. Ze houdt gewoon van beide jongens. Ze heeft het er heel moeilijk mee. Ik kan er begrip voor opbrengen.

7. Wie vindt je het minst sympathiek:

Ik vind niet een persoon onsympathiek, maar de manier waarop Werther en Albert met elkaar omgaan. Ze zijn heel afstandelijk tegen elkaar. Ze doen omwille van Lotte kunstmatig aardig tegen elkaar, maar ze mogen elkaar niet.



C. Vragen over het element tijd:

1. Wanneer is het boek geschreven:

Het boek is in de achttiende eeuw geschreven. De eerste druk komt uit 1774.

2. In welke tijd speelt het boek zich af:

Het verhaal speelt zich af van 4 mei 1771 tot en met 23 december 1772.

3. Is dit van belang voor het verhaal:

Volgens mij is het niet echt van groot belang. Je zou wat dingen moeten aanpassen aan deze tijd, maar je zou het ook in deze tijd kunnen schrijven.

4. Speelt het verhaal zich af tegen bepaalde gebeurtenissen:

Het boek komt uit de Sturm und Drang periode. Meer informatie over die periode staat in het literatuurboek op blz. 52 t/m 56.



D. Vragen over de plaats:

1. Op welke plekken speelt het boek zich af:

In het boek dat ik heb gelezen hadden ze de originele namen veranderd. Het speelt zich in dit boek af in Wahlheim. Daar gaat Werther wonen en Lotte woont er al. Op een gegeven moment gaat Werther op reis om maar even niet bij Lotte in de buurt te zijn. Waar hij dan heen gaat staat weer niet in dit boek. Het eind speelt zich weer af in Wahlheim.

2. Geven de plaatsen het boek een extra betekenis:

Het zijn niet de echte plaatsen die in het originele boek stonden. Ik weet dus ook niet of de plaatsen een extra betekenis hebben. In het boek heeft Werther wel plekken waar hij aan gehecht is. De plek waar hij met Lotte heeft gewandeld. Dat dal blijft hem aan Lotte herinneren.

3. Wat voor maatschappij wordt er beschreven:

De maatschappij uit de achttiende eeuw. Je kunt dit merken aan kleine dingen. Bijv. hoe ze met elkaar omgaan en dat ze met een koets reizen.



E. Boodschap, moraal:

1. Is er een boodschap of een moraal:

Ik denk dat Goethe wilde laten zien dat mensen zich door liefde kunnen laten leiden. Dat ze zich door liefde heel ongelukkig kunnen voelen. Ik denk dat hij wil laten zien dat liefde twee kanten heeft.

2. Hoe ervaar jij deze houding van de schrijver:

Ik denk dat Goethe wel gelijk heeft. Liefde heeft zijn mooie kanten, maar ook zijn lelijke. Je kunt er inderdaad heel ongelukkig van worden.

3. Wat vond je van het boek:

Ik vond het niet echt een heel leuk boek. Werther schrijft alleen maar over zijn gevoelens en dat hij zo ongelukkig is. Het einde is heel erg voorspelbaar. Het is een typisch voorbeeld van iemand die zo radeloos is dat hij niet meer weet wat hij moet doen. Lotte was verloofd met Albert, maar Werther hield hoop, maar als Lotte dan trouwt stort hij in. Hoe kan hij nog verder leven?



F. Stromingen in de literatuur:

1. Wordt de Auteur tot een bepaalde stroming of groep gerekend:

Goethe wordt tot meerdere stromingen gerekend, maar dit boek komt uit de Sturm und Drang periode (meer informatie zie Wahlfach blz. 52 t/m 56).

2. Noem dingen uit het boek die typerend zijn voor deze stroming:

Werther laat zich leiden door zijn gevoel. Hij kan zich daardoor niet aan de realiteit van het leven aanpassen. Hij komt in conflict met de wereld.



G. De titel:

1. Verklaar de titel:

De titel verwijst naar het feit dat Werther letterlijk lijdt, omdat zijn liefde voor Lotte niet beantwoordt kan worden.



H. Vergelijkend:

1. Zijn er andere kunstuitingen die op het boek lijken:

Die neuen Leiden des jungen W. van Ulrich Plenzdorf lijkt heel veel op het werk van Goethe. Ik heb de verschillen en overeenkomsten al uitgelegd in het verslag over het boek van Ulrich Plenzdorf. Een jaar na het verschijnen is er een parodie op het boek geschreven door Friedrich Nicolai. Dat boek heette Die Freude des jungen Werthers.



2. Is er een boek met hetzelfde thema:

Er zal best een boek met het thema ongelukkige liefde zijn en daarin kan het ook best beter worden beschreven, maar ik heb dat boek of die film nog niet ontdekt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen