U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Evert Hartman - Oorlog Zonder Vrienden.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20557/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2032 woorden.

Titel: Oorlog zonder vrienden

Auteur:Evert Hartman



Titelverklaring:

In de oorlog heeft Arnold weinig vrienden doordat hij NSB’er (Nationaal Socialistische Beweging) is.



Personen:

De personen die in het boek voorkomen zijn:

Arnold Westervoort (hoofdpersoon)

Mevrouw Westervoort

Meneer Westervoort

Rita Westervoort

Martin Jonkers

Karel Rot

Marloes ter Winkel

Jeroen (verzetsstrijder)

Piet Bergman

Hans van Beek

Johan Lanning

Duitse militairen



Arnold Westervoort (hoofdpersoon):

Van alleen Arnold leer je de gevoelens en de gedachten kennen.

Arnold heeft een eenzaam karakter, in de les is hij stil en heeft vaak zijn gedachten ergens anders. Als het boek begint is hij 14 jaar, aan het einde van het boek 16 jaar. In het begin is hij een voorstander van de NSB, aan het einde is hij een bijna tegenstander van de NSB. Hij leeft niet in een ideale gezinssituatie. Er leeft een koude en ongezellig sfeer tussen alle personen in het boek. De verhouding die Arnold met zijn familie heeft is om te snijden. Hij kan het beste overweg met zijn moeder. Hij vindt haar wel overbezorgd. Zijn vader heeft veel invloed op hem. Hij brengt Arnold ook in twijfel over de NSB. Zijn zus (Rita) kan hij niet uitstaan. De rest van de familie zijn de vijanden van elkaar. Dit veroorzaakt nauwelijks contacten. Hij hoort allerlei dingen over Joden die in strafkampen worden gemarteld en vermoord. Aan het einde helpt hij zelfs een verzetsstrijder uit het ziekenhuis ontsnappen, die bewaakt werd door een Duitser.



Meneer Westervoort:

Zijn voornaam is Koos. Hij is de vader van Arnold. Het is een rasechte NSB-er. Hij dwingt Arnold min of meer om ook NSB-er te zijn.



Mevrouw Westervoort:

Haar voornaam is Gea. Zij is de moeder van Arnold. Ze is een rustige vrouw die niet altijd eens is met haar man.



Rita Westervoort:

Ze is de zus van Arnold. Ze is een vreselijke bemoeial en ze is super bijdehand.



Piet Bergman:

Hij is een klasgenoot van Arnold. Hij is trots op het feit dat hij een NSB-er is. Hij is zeker geen bangerik.



Marloes ter Winkel:

Klasgenote van Arnold. Hij wordt verliefd op haar. Maar het probleem is dat zij in het verzet zit en tegen de NSB is.



Jeroen Rainders:

Arnold ligt samen met hem in het ziekenhuis, nadat hij in elkaar geslagen was omdat hij een NSB-er is. Jeroen is door de Duitsers in zijn kont geschoten omdat hij in het verzet zit. Ze worden vrienden, en hij helpt Jeroen zelfs uit het ziekenhuis ontsnappen, want als hij weer beter werd, zou hij door de Duitsers vermoordt worden. Daarom staat er ook een buiten hun kamer een Duitse soldaat op de wacht.



Titelverklaring:

In de oorlog heeft Arnold weinig vrienden doordat hij NSB’er (Nationaal Socialistische Beweging) is.



Gebeurtenissen (in het kort):

Arnold is geen verzetsheld zelfs niet eens anti-Duits. De vader van Arnold is een erg fanatieke NSB´er en daarom moet Arnold naar de Jeugdstorm. Arnold zelf denkt dat de NSB allerlei goeie dingen doet. Daarom wordt hij vaak in elkaar geslagen. Er zijn ook dagen dat hij na school wordt opgewacht door een hele groep jongeren die vinden dat Arnold een vuile NSB´er is.

In de derde klas komt er een nieuwe jongen in de klas, hij is tot grote opluchting van Arnold ook een NSB´er. Piet (de nieuwe jongen) en Arnold worden al snel goeie vrienden. Piet is een stevige jongen die niet snel bang is. Hierdoor wordt Arnold al snel bijna niet meer gepest en hij slaat zelfs met Piet samen, twee jongens uit hun klas in elkaar. Arnold begint zich steeds meer te realiseren dat de Duitsers helemaal niet zo goed zijn als ze beweren. Hij krijgt ook het illegale (dat zegt zijn vader) krantje: “VRIJ NEDERLAND” in handen en leest wat de Duitsers allemaal voor slechts doen. Arnold wordt door twee jongens het ziekenhuis ingeslagen waar hij Jeroen leert kennen. Jeroen is een verzetsstrijder die in zijn achterwerk is geschoten door een Duitser. Jeroen en Arnold worden vrienden en Arnold helpt Jeroen uit het ziekenhuis te ontsnappen, waar Jeroen de hele dag wordt bewaakt door een Duitser. Op dinsdag 5 september moeten Arnold, zijn vader, moeder en zus vertrekken naar Duitsland, omdat de geallieerden al in Oost Nederland zijn. Arnold en zijn familie komen aan op het station waar Arnold zegt dat hij naar de wc moet. Hij rent weg, klimt over een hek en gaat in de bosjes liggen. Het duurt een eeuwigheid voor hij de trein hoort wegrijden.



Samenvatting:

Het is 1942. Arnold, een jongen heeft het niet gemakkelijk.

Zijn vader is fanatiek lid van de NSB en daar wordt hij ook op nagekeken. Zijn leven wordt zuur gemaakt door medeleerlingen op school. Op donderdag 30 april wordt hij daarom ook op school in elkaar geramd nadat hij een opmerking heeft gemaakt: “Als jullie denken dat, dat mens in Engeland nog iets voor jullie doet, zijn jullie stomme idioten”. Dan krijgt hij later ruzie in de gang, waarbij hij later in elkaar wordt geslagen. Daarvoor moet hij bij de rector komen maar dat doet hij niet. Als hij thuiskomt vraagt zijn moeder wat er gebeurd is. Als zijn vader dat hoort meldt hij dat bij de NSB en de drie onruststokers, Martin Jonkers, Johan Laning en Hans van Beek. Later wordt de winkel van Jonkers leeggehaald. Als Arnold de volgende morgen een eindje gaat wandelen komt hij een boer met een kar tegen en vraagt of hij achterop mag. Opeens ziet hij een vliegtuig die hen en een groep van de Duitse Wehrmacht beschiet. Als de Duitsers hem vragen waar de vlieger geland is, kan hij hen helpen. Ze vinden de Engelsman ook. Hij helpt ook de Duitsers nog wat kisten van een bootje afhalen. De volgende dag gaat hij weer naar school. Daar wordt hij opnieuw getreiterd. Als hij bij de oude loods gaat kijken ziet hij een bootje met allerlei goederen. Hij meldt dat bij zijn pa en samen gaan ze naar het politiebureau. Daar vertelt Arnold wat hij gezien heeft. Als de politie ook bij de plek komt brandt het bootje net af. Hij had ook de daders gezien. Die houden hem nog een tijdje vast op een schip. Op zaterdag 20 juni gaat Arnold een dag naar Utrecht. Zijn vader gaat ook naar Utrecht. Daar is een bijeenkomst van de NSB, waar de grote leider ook komt. Een van de twee mensen die hem vasthielden op de boot ziet hij daar. Het is Karel Rot. Op de bijeenkomst beloven de medekameraden trouw aan Mussert. Maar er is ook een ander. Piet Bergman. Zijn vader is een vooraanstaand NSB-er. Hij komt op het gemeentehuis te werken. De situatie wordt alleen maar slechter. Arnold gaat niet altijd meer naar de jeugdstorm. In het nieuwe schooljaar zijn een paar zittenblijvers die Arnold zitten te pesten. Een tijdje later wordt hun geliefde leraar Aardrijkskunde Moolenaar opgepakt, omdat hij uitspraken had gedaan die niet kunnen. Piet Bergman deinst nergens voor terug en vindt dat er verandering moet komen. De jeugdstorm is maar niets hier. Hij is wel een steun voor Arnold. Zodra Piet kan wil hij zo snel mogelijk bij de SS en dat doet hij ook. Vanaf dat moment kan Arnold met niemand meer over zijn gevoelens praten. De moeder van Arnold is dan bezorgt om hem dat hem iets overkomt. Zijn moeder is het soms ook niet eens met wat zijn vader zegt, maar dit zegt zij niet openlijk. Rita, de zus van Arnold gaat zaterdagavond uit met Duitse soldaten. De verhouding tussen Rita en Arnold is niet geweldig maar ze komt wel voor hem op als Arnold vertelt niet meer naar de jeugdstorm te gaan. Maar Arnold ziet dan in Marloes ter Winkel een heel aantrekkelijk meisje. In haar tas ziet hij een verzetskrantje. Als hij dit meeneemt naar huis om het te lezen groeit het verzet tegen de NSB. Als Arnold haar op een dag volgt naar school komt er een gesprek in het bos. Marloes vertelt dan aan hem dat ze hem niet kan vertrouwen, omdat hij iemand van de NSB is. Hij vertelt aan haar dat hij echt niks met de arrestatie van Moolenaar te maken heeft. Soms denkt hij dat Marloes hem wel aardig vindt. Als ze in het bos zijn ziet hij in Marloes haar tas bonkaarten. Deze herkent hij omdat hij in de zomervakantie op het bonkaartenbureau gewerkt heeft. Marloes denkt dat Arnold ook haar vader heeft verraden. Om al deze redenen wijst Marloes hem af. Na dit alles wordt hij ook nog in elkaar geslagen door Martin Jonkers en een vriend van hem. Daarmee belandt hij in het ziekenhuis. In het zieken huis ontmoet hij iemand die in het verzet zit. Hij raakt in contact met hem.



Als Arnold uit het ziekenhuis komt steelt hij het pistool van zijn vader en brengt het naar de verzetsstrijder. Dit kost Arnold veel moeite want de verzetsstrijder wordt de hele dag goed in de gaten gehouden. Arnold ontwijkt de wacht door een doos met koekjes mee te nemen. Dan is het ‘dolle dinsdag’. Arnold en zijn familie vluchten voor de Engelsen en de Amerikanen. Als ze op de trein stappen moet Arnold naar het toilet. Hij gaat en komt terug. Maar op het allerlaatst springt hij uit de trein. Hij wil niet voor de NSB werken en blijft alleen achter.



Plaats:

Het boek speelt zich af inde provincie Utrecht.



Tijd:

In de 2e wereldoorlog, dat werd vaak genoeg gezegd en ook de termen NSB en verzet wijzen erop. Vertelde tijd 30 april 1942 t/m 5 september 1944; dus 2 jaar en 129 dagen. De verteltijd is zo'n 3 tot 4 uur. Er komen geen flash backs in voor, alleen herinneringen uit andere onderdelen van het boek.



Beoordeling:

Het was een spannend boek natuurlijk doordat het zich in oorlogstijd afspeelt. Een mooi gedeelte daarbij is een stukje op blz.21/22 waar hij werd beschoten door Engelse vliegtuigen

toen hij kratten aan het sjouwen was om een stel Duitsers een handje te helpen.

Het is een heel realistisch boek, het is net of je de 2e wereldoorlog samen met Arnold beleeft, en dat is zo mooi aan dit boek. Hierbij is niet echt een gedeelte te vinden maar een mooi voorbeeld is een gedeelde op blz.217/218 omdat daar heel goed beschreven staat hoe Arnold werd aangevallen. Net echt.het boek was spannend dat komt vooral door het feit dat Hartman het tot in de kleinste details heeft beschreven. Bijvoorbeeld het fonkelen van een mes en het rollen van zweetdruppeltjes op het voorhoofd.





Schrijver:

Evert Hartman is 56 jaar geworden. Hij is op 12 juli 1937 geboren in Dedemsvaart. In 1947 ging Evert naar Kampen. Daar deed hij wat wij hier nu Atheneum noemen. In 1956 moest hij in militaire dienst. Hij heeft zijn ‘Atheneum’ afgemaakt.1958 was het jaar waarin hij begon met het studeren in de sociale geografie aan de Utrechtse universiteit. Tijdens zijn studie werd Evert Hartman docent AK op het Menso Alting College te Hoogeveen en dat heeft hij 30 jaar volgehouden. In 1965 was hij klaar met zijn studie en wordt hij doctorandus in de sociale geografie en trouwt. In 1973 verschijnt zijn eerst boek voor volwassenen: Signalen in de nacht. Twee jaar later had hij zijn tweede boek af, genaamd Machinist op dood spoor. Ook deze en zijn volgende roman De laatste stuw (1977) zijn voor volwassenen. Zijn eerste jeugdboek dat in 1979 verschijnt heet Oorlog zonder Vrienden. Een jaar later ontvangt hij de Europese jeugdboekenprijs voor actuele literatuur (deze wordt uitgeschreven door de Universiteit van Padua, Italië). In 1980 ziet ook Vechten voor Overmorgen het daglicht. In 1982 Het Onzichtbare Licht en in ’84 Gegijzeld. In dat zelfde jaar wordt Machinist op dood spoor bewerkt voor televisie en in twee delen uitgezonden. In ’86 verschijnt Buitenspel en in ’87 Morgen ben ik beter. Het boek krijgt vervolgens in ’88 een prijs van de Nederlandse Kinderjury in de leeftijdscategorie van 13-16 jaar. Datzelfde jaar komt Het Bedreigde Land uit. Voor het schrijven van dit boek heeft hij vrij veel onderzoek gedaan en is er zelfs voor naar Israël gereisd. Deze reis leverde ook het boek De Droom in de Woestijn op. De schooltelevisie besteedt in dat jaar ook aandacht aan zijn boek: Het Onzichtbare Licht.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen