U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Imme Dros - Ongelukkig Verliefd.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20550/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4174 woorden.

A. Zakelijke gegevens



 Auteur: Imme Dros

 Titel: Ongelukkig Verliefd

 Uitgever: Querido, 1995



B. Motivatie boekkeuze



Ik heb het boek gekozen omdat ik het toevallig in de bibliotheek zag staan. De titel kwam me bekend voor. Thuis bleek dat het leesfragment uit blok 2 afkomstig was uit dit boek. Het fragment sprak me wel aan, net als het verhaal op de achterkant van het boek.



C. Eerste persoonlijke reactie



Eerst vond ik het een saai boek, omdat er vooral in het begin geen spanning in zit. Na een paar hoofdstukken begon ik het een interessant verhaal te vinden, dit omdat ik me in het verhaal begon te inleven. Het is ook origineel omdat er bij bijna elk hoofdstuk een brief aan Reina Bor is geschreven van Daan List, de hoofdpersoon.



D. Samenvatting van de inhoud



R,

Vannacht heb ik besloten om brieven aan je te schrijven, Reina, vol met gedachten die je nooit mag weten. Daarom zal ik deze brief ook nooit versturen. Ik schrijf dit op omdat ik gek word van al die gedachten. Deze brief schrijf ik alleen om te verscheuren en de woede van me af te schrijven.



1

Ik, Daan List, zit samen met Wubbe, Joppe en Piet op de boot vanaf Texel. We gaan alle vier naar Amsterdam om te studeren. Onze moeders waren weer overbezorgd, en ik heb net nog op het laatste moment ruzie gemaakt met Klaartje, mijn zusje.



R,

Waarom ben je ooit in mijn leven opgedoken? Je veroorzaakt alleen maar ellende. Ik moet steeds aan je denken bij alles wat ik doe. Waarom kan ik je niet gewoon uit mijn verleden gummen?



2

Ik heb me ingeschreven voor Nederlands, maar eigenlijk wilde ik naar de kunstacademie. Mijn vader was het daar niet mee eens omdat hij vond dat ik eerst maar eens een vak moest leren. Schilderen kon ik altijd nog. Ach, mijn grootste probleem is nu dat ik over drie maanden uit mijn kamer moet en dus snel een andere moet zoeken.



R,

Het is jouw schuld dat ik niet naar huis kan, ik hoop dat jouw groentijd nog beroerder is dan de mijne. En dan die Veerkamp, net als ik hem nodig heb laat hij me stikken. Als is me ooit voor de tram gooi is het jou schuld, Reina Bor!



3

Wubbe en de anderen hadden zich gelukkig voor hen niet opgegeven bij een vereniging. Ik wel en ik heb er spijt van de lidmaatschapskosten waren torenhoog en de groentijd duurde eindeloos. En dan nog die kamer van me, hoe kom ik ooit nog aan een kamer in het centrum? Deze ligt ver buiten het centrum wat op zich niet zo’n ramp is, tenzij er na een uur geen trams meer rijden en dat is nou juist het geval. Ik moet hier weg!



R,

Het is jou schuld dat ik nog geen kamer heb! Als je mee was gegaan naar Amsterdam hadden we samen een zolder of een halve etage kunnen huren, maar nee, Reina moest zo nodig naar Leiden!



4

Na mijn groenperiode kreeg ik geen uitnodiging van een dispuut, dit betekende dat ik een totale mislukking was. Wat kun je anders verwachten van een jongen van Texel. En dan elk weekeinde dat ik thuis kwam was het weer Reina dit, Reina dat. Wat kan mij Reina nou weer schelen!



R,

Nee het is niet war wat ze zeggen, je hebt geen vriend in Leiden, dat kan niet. Het is onmogelijk! En hoe kun je ooit verliefd worden op en vent met borsthaar? Nee, ik weet het, het is niet waar.



5

Sinds ik hier in Amsterdam aan mijn opgedrongen studie Nederlands ben begonnen heb ik niet meer getekend. Maar nu sinds Klaartje mij een oude tekening heeft laten zien die ik toen van Reina heb gemaakt is geen stuk papier meer veilig. Ja, ik ben er weer aan verslaafd. Maar nu ben ik toch zo’n vreemde kerel tegengekomen. Icarius Bakker is zijn naam en juist hij heeft de perfecte kamer in het centrum voor honderd gulden in de maand inclusief een keer in de week een huishoudster.



R,

Ik zou nu eigenlijk best willen weten hoe het met jou is. Noemen ze jou nu ook bij je achternaam op college. Ik vind het zomaar sjiek klinken hoor, meneer List. Waarom zie jij Wubbe vaker dan ik? Ik ben toch zijn beste vriend?





6

Nu maakte Icarius het wel bont ook! Hij woonde niet alleen in het centrum voor honderd gulden in de maand, maar het was ook nog boven een hoedenwinkel!

Waar vind je tegenwoordig nog een hoedenwinkel? Het was trouwens niet zomaar een kamer, het was een hele etage! Keuken, slaapkamer, logeerkamer, badkamer met ligbad, alles om jaloers op te zijn. Maar nu had ik wel een opdracht. Hij wilde dat ik een portret zou schilderen van hem met zijn zus!



R,

Ha Reina ik ga nu lekker succes maken! Ik heb een opdracht, mijn eerste opdracht voor geld. En ik heb er een succesvolle vriend bij.



7

Eindelijk was het zover. Ik mocht aan mijn opdracht beginnen en ook de fantastische Lilianne ontmoeten. Het beste van alles was nog wel dat deze jongen voor mij een kamer in het centrum heeft geregeld. Dus voordat de drie maanden verstreken waren zat ik lekker in het centrum.



R,

Wat zou ik nu graag willen dat je mijn kamer zag. Ik zou willen dat ik je gezicht kon zien. Nu zal Wubbe het je wel weer vertellen.



8

Icarius hield zich aan zijn belofte en nam me mee om me kennis te laten maken met Lilianne. Ik heb hem verschillende keren gewaarschuwd dat ik geen professional ben, maar hij houdt stug vol dat hij het portret wil. Hij liet me binnen op de woonboot van zijn zus. Er was niemand en dat gaf me een vreemd gevoel. Toen ze uit de badkamer kwam gaf ze me een slecht gevoel. Ze had nog geen woord gezegd en ze stond me al niet aan.



R,

Die zus van Icarius is verschrikkelijk en nog lelijk ook. Hoe kan ik ooit van haar een mooi portret schilderen. Misschien geef ik de opdracht wel terug.



9

Om snel van haar af te zijn begon ik maar snel aan het portret. Ik kliederde maar wat. Toen ze het zag wilde ze het nog kopen ook! Ze gaf me tweehonderd gulden die ik weigerde om aan te nemen. Toen ik naar huis ging kwam ik ze tegen in mijn jaszak. Sinds ik in het centrum woonde kwam ik niet meer uit met mijn maandgeld. Misschien kwam het ook door de feesten die ik met Icarius bezoek. Nu hoor ik van Kees dat Lilianne een mannen verslindster is. Hebben wij het over wel over dezelfde Lilianne? Waarom kwam ik haar nu opeens overal tegen?



R,

Ik heb al twee doeken verkocht. Voor het laatste wil Icarius me zeshonderd gulden geven! Hij vindt het portret schitterend, het lijkt wel. Maar of het nu mooi is. Ik denk het niet.



10

Help, nu wil Icarius me een nieuwe garderobe aansmeren! In plaats van betalen voor het schilderij nam hij me mee naar de stad. Tot mijn verbazing waren er winkels met mooie kleren, ook als ik ze droeg.



R,

Zodra ik je weer zie krijg jij je foto terug en ik wil de mijne. Ik weet nog hoe de fotograaf ons uitlacht toen we elkaars foto wilden betalen! Het is nog wel dezelfde. Maar toch wil ik hem terug.



11

In deze koude winter had ik een rotkamer. Je kreeg hem met geen mogelijkheid warm terwijl de keuken al warm wordt van het gaspitje.

Als ik thuis was zag ik Reina nooit. Die had het vast te druk bij Snorremans in Leiden.



R,

Waarom ben jij in Leiden als ik op Texel ben en andersom. Je doet het om me te pesten. Wat heb ik nu eigenlijk misdaan. Was ik te bazig als wat Anna tegen me zei.



12

Waarom moet ik nu steeds aan Reina denken bij alles wat ik doe. En dan Anna die maar blijft roepen dat ik haar moet schrijven. Eindelijk was ik weer eens met Wubbe op pad. We waren net weg en daar kwam Lilianne aan. Ze moest en zou weten wat ik tegen haar had. Eigenlijk was ik verliefd op haar geworden zonder dat ik het wist. Maar hoe zou ik haar dat ooit kunnen vertellen. Na wat gedronken te hebben met Wubbe bracht ik Lilianne naar huis. Nu had ik het echt te pakken. Ik was verliefd en nodigde haar uit voor het lustrumbal van ons dispuut. Ik leende geld van mijn moeder om alles te betalen.



R,

Waarom moet ik juist weer van Wubbe horen dat jij je gaat verloven met Snorremans. Ik hoop dat je doodongelukkig wordt. En je snapt vast wel dat er meer achter de tekst op het kaartje aan de bos bloemen zit. Toevallig ben ik verliefd op een ander en heb ik voor haar een roos gekocht.



13



Wanneer het nu aan of uit was met Lilianne weet ik niet. Ik heb haar nooit begrepen, ook niet toen we verkering hadden. Maar nu ik naar het verlovingsfeest van Icarius en Liesje in Loosdrecht zou gaan. Daar zou ik Lilianne weer zien. Nee, ik kon niet naar het feest vanwege mijn mondeling de dag erna, ik moest het halen. Toen ik Wubbe tegenkwam vertelde hij mij dat de verloving van Reina uit was gegaan. Op de avond van het verlovingsfeest stond Icarius ineens voor mijn deur met een fles champagne. Hij wilde mij mee uit nemen. Daar ging mijn mondeling.



R,

Waarom zijn we ooit verliefd geweest? Alleen daardoor kunnen we nooit meer normaal tegen elkaar praten. Ik mis onze gesprekken, Reina. Lilianne kan stikken wat mij betreft!



14

Nu Icarius na een uur zijn verloving ook weer had verbroken was het compleet. Twee verlovingen die allebei waren verbroken. De enige reden van Icarius die ik kon ontdekken was dat het een saai feest was.



R,

Ik ben geniaal. Gisteren schreef ik een brief aan Lilianne op een bierviltje en toen schoot me en formule te binnen. De grote formule, de oplossing voor alles. Ik schreef het bewijs op het bierviltje, het was zo geniaal, maar paste niet op een bierviltje.



15

Hoe we buitenkwamen weet ik niet, maar Icarius vertelde mij dat we eruit waren gegooid omdat we teveel hadden gedronken. En dat de avond voormijn mondeling.



L,

Schrijf of bel me alsjeblieft. Deze brief geef ik mee aan Jasper. Vraag me niet waarom, maar bel me alsjeblieft. D



16

De ochtend, of middag, van het tentamen maakte Icarius mij wakker. Het was een uur dus had ik nog precies een uur over. Zo verschrikkelijk is het tentamen eigenlijk niet gegaan, De examinator vroeg precies wat ik wist, ik hoop dat ik een voldoende heb.



R,

Ik ben geslaagd! Zie je wel dat ik het kan. Ik ga een taart kopen voor Icarius en ik ga feest vieren. Ik ben geslaagd! Wat zou ik je nu graag opbellen.



17

Wubbe kon me bijna niet geloven dat ik geslaagd ben, maar heeft me toch geld geleend voor een taart. Met mijn kater war ik nog ver gekomen. Zes meter voordat ik over mijn nek ging. Gelukkig waren de taartjes ongeschonden.



R,

Waarom kan ik geen behoorlijke brief schrijven? Icarius waarom ben je niet thuis? Ik sta nu voor je deur met de taartjes. Waar moet ik ze laten? Ik breng ze wel naar de jonge meneer Wever van de hoedenwinkel.







18

Wat had ik die Wever blij gemaakt met de taartjes. Of kwam het doordat er eindelijk iemand in zijn winkel kwam?



R,

Sorry dat ik vervelend deed toen je kat was overreden en je moest huilen. Het betekend verder niets want ik ben nog steeds verliefd op Lilianne Bakker al is het nog zo uit.



19

Icarius kwam binnen in de hoedenwinkel. De jonge meneer Wever deed snel de foto’s van zijn overreden poes weg. Hij zet klapstoeltjes neer, gaf ons een kop koffie en liet ons een taartje uitkiezen. Toen we naar buiten keken zagen we vier mannen staan, type gangster jaren dertig. We zaten inde val en keken elkaar angstig aan. Icarius en ik dachten aan een overval, maar meneer Wever zette zijn koffie neer en ging achter de toonbank staan. Tot onze grootste verbazing wilde een van de mannen een zwarte leren pet kopen. We slaakten een zucht en aten ons gebakje verder op. Op een één of andere manier laten de andere drie zich ook een hoed aanmeten. Meneer Wever had op een dag drie hoeden en een pet verkocht!



R,

Toen ik die Kerels zag was ik echt bang, Reina. Ik moest denken aan de keer dat we samen over het strand liepen. Het was misschien wel de mooiste middag van mijn leven, Maar verder denk ik de hele dag aan Lilianne.



20

Icarius vertelde mij dat hij naar Liesje was gegaan om de verloving te verbreken. Hij had het gisteren niet gezegd omdat hij het feest niet wilde verpesten. Icarius kwam weer terug op het idee dat hij mijn manager wilde worden. Hij zou me meenemen naar New York. Ik wilde niet naar New York, totdat hij me vertelde dat Lilianne er ook was. Toen begon ik te twijfelen.



R,

Wie gaat er nu naar New York? Het is daar veel te druk. Ik krijg het al benauwd als ik in de Kalverstraat loop. Zou jij het doen als Snor daar zat? Nee ik doe het niet.



21

Waarom had ik Icarius nu beloofd om mee te gaan naar New York? Ik wil helemaal niet naar New York. Toen ik thuis kwam zei Anna mij dat er een meisje op me wachtte in mijn kamer. Ik deed de deur open en tot mijn verbazing is het niet Lilianne maar Reina.



22

We hadden een feest op Texel van alle bootscholieren. Op het feest hoorde ik Dat Kees Hartman zich dood had gereden. Ik wist niet wat ik moest zeggen dus rende ik maar weg. Ik zocht naar Reina, zij had ook zo’n goede band met Kees, net als ik. Ik zou haar meteen vertellen dat we een advertentie in de krant zouden zetten voor Kees. We huilde samen in elkaars armen en toen zoende ik haar waar ik Reina raken kon. We bleven buiten tot we versteend waren van de kou. Toen ik later alleen naar huis liep besefte ik dat we geen woord gesproken hadden over Kees. De volgende dag vertelde ik het aan Wubbe dat ik het met Reina had. Pas toen vertelde hij me dat ze altijd al gek op met was. De begrafenis viel in de week dat Reina en ik met elkaar gingen. De hele week hadden we niet een keer over Kees gepraat.



23

Ik stond verbaast in de deuropening. Het enige dat ik kon vragen was hoe ze aan mijn adres kwam. De stomste vraag ooit want dat had ze natuurlijk van Wubbe. Ik bekijk haar aandachtig en zie tot mijn verbazing een slanke aantrekkelijke vrouw, niet het meisje dat ik altijd gekend heb. Zij vertelde over Snorremans, ik vertelde over Lilianne. Tot mijn verbazing kende ze haar. Lilianne kwam altijd op alle feesten in Leiden en ging al een half jaar met Joes Kern. Het betekent dat ze ook met hem ging toen we met elkaar gingen. Ik geloofde haar niet, toen zei ze me dat ik het maar aan Icarius Bakker moest vragen, de Icarius Bakker. Volgens haar hadden Icarius en Lilianne zelfs een relatie, zo serieus dat ze plannen hadden om samen te gaan wonen. Waarom heb ik dat nooit geweten?



R,

Als je weggaat zul je me dan missen? Ik mis je al als ik er alleen al aan denk dat je straks weer naar Leiden gaat. Word nooit ziek en ga zeker nooit dood, ik zou je te erg missen.



24

Reina bleef bij me slapen en ik werd wakker met een bos haar in mijn gezicht. Die ochtend praatten we voor het eerst met elkaar over Kees zoals we altijd met Kees konden praten. Toen ik nadat ik Reina uit had gelaten in de keuken kwam keek Anna me vol verwachting aan, maar ik zei niets. De telefoon ging en het enige dat ik eruit op kon merken was dat hij me komt halen om naar Amerika te gaan. Hoe moest ik hem zeggen dat ik niet meega? Als Icarius aan de deur staat wil hij me meenemen naar Zandvoort dus stap ik toch maar in. Op het drukste terras bestelt Icarius champagne. Natuurlijk hebben ze geen champagne, maar we kregen wel de beste tafel.



Reina,

Ik hou zoveel van je, zoveel als water inde zee. Waar ben je, ik mis je zo. Denk alsjeblieft ook aan mij, waar je ook bent.



25

Ik schrok wakker toen Icarius aan mijn arm trok. Hij had twee plastic tassen bij en betaalde de koffie. Hij had champagne meegebracht, maar ik wilde niet. Ik moest hem eerst vertellen dat ik niet meeging naar New York. Hij wil weten waarom en ik vertel hem over Reina, maar niet over het gesprek. Ik vraagde hem of het waar is van Lilianne, ja dus. Zodra ik thuiskwam belde ik mijn moeder om te vragen of Reina zondag bij ons kon komen eten.



R,

Zodra ik blanco papier heb stuur ik je een brief met alleen jouw naam linksboven en mijn naam rechtsonder, een brief voor altijd. Je mag schrijven wat je wilt. D



26

Op de boot naar Texel vraagde Wubbe mij; Reina niet aan boord? Op dezelfde manier zei ik; Moest naar het ziekenhuis, tante Ger. Die week hadden we elkaar elke dag wel een paar keer gebeld. Er was zoveel dat we elkaar nog moesten vertellen. Ik zou haar straks van de laatste boot halen en samen zouden we mijn vader vertellen dat ik toch naar de kunstacademie ga. Of hij het nu leuk vind of niet. Icarius werd mijn manager. Wubbe en hij spraken af om met Reina en Klaartje naar het strand te gaan. Het werd nog wel eens wat tussen Wubbe en Klaartje. We zien Texel naderen, het mooiste stukje land dat ik ooit heb gezien.





E. Bespreking verhaalaspecten



1. fictie en werkelijkheid

Het verhaal is fictie, maar ook realistisch. Het gaat immers over normale mensen en gebeurtenissen. Het is een autobiografisch getint boek. Dit staat op de achterkant vermeld.



2. Spanning en open plekken

In het boek komt eigenlijk niet echt veel spanning voor, alleen op het einde als je wilt weten of het goed komt tussen Reina en Daan terwijl je het eigenlijk al kunt voorspellen. Heel hoofdstuk 22 is een terugblik van wat er is gebeurd voordat het verhaal begon. Het boek bestaat uit een verhaallijn waar continu Daan in voorkomt. Dwaalsporen ben ik niet tegengekomen, want alle vermoedens komen ook uit.



3. personages

De hoofdpersoon is overduidelijk Daan List. Daan heeft niet een vast doel waar hij naar streeft, maar eigenlijk wil hij Reina terug. Dit is niet zo snel te merken, want eerst probeert hij haar uit zijn hoofd te zetten. Helpers en tegenstanders zijn niet echt duidelijk te vinden. Relaties zijn wel overduidelijk. De hoofdpersoon is ietwat round, maar niet overduidelijk. Hij verandert vooral in het begin omdat hij dan ook naar Amsterdam verhuist en op kamers gaat wonen. De

Daan List is een nuchtere, betrouwbare jongen. Hij is ongelukkig vanwege Reina, maar merkt dat zelf niet zo goed.

Icarius Bakker is een aparte, spontane jongen waar je geen hoogte van kunt krijgen. Alles zit hem mee in het leven en iedereen kent hem als een vreemde snuiter.

Lilianne Bakker is de halfzus van Icarius, de tijdelijke vriendin van Daan, die al die tijd de vriendin van Icarius is geweest. Ze lijkt erg betrouwbaar, maar dat is ze absoluut niet. Ze blijkt net zo vreemd te zijn als Icarius.

Reina Bor is het meisje waar Daan zijn problemen over gaan. Ze hebben een week verkering gehad, maar eigenlijk houden ze nog steeds van elkaar. Ze is een aardig en eerlijk meisje dat eigenlijk dezelfde problemen als Daan heeft gehad.

Klaartje List is het zusje van Daan, maar ze komt haast niet voor in het verhaal. In het laatste hoofdstuk blijkt dat Wubbe een oogje op haar heeft.

Wubbe Witte is de beste vriend van Daan en staat altijd voor hem klaar, hij is eerlijk en betrouwbaar en zal nooit tegen hem liegen.



4. opbouw

Het verhaal staat in de niet-chronologische volgorde, er worden veel terugverwezen naar de periode voordat het verhaal begon tot de grote terugblik in hoofdstuk 22. Het verhaalbegin is in medias res. In het verhaal zijn geen duidelijke spanningsbogen te ontdekken. Het zal wel een lange spanningsboog zijn.



5. tijd

Het verhaal speelt zich af in deze tijd. De verteltijd is een schooljaar en de verteltijd is 144 bladzijdes. Soms is er tijdrekking als er iets belangrijk gebeurt of als er een gesprek is. Tijdverdichting is als er een tijdje niets bijzonders gebeurt. Het verhaal is dus niet-continu verteld.



6. Thema en motieven

Motieven: ongelukkig, verliefdheid, studeren, relaties

Thema: liefde



7. vertelsituatie

Het verhaal heeft een personale vertelsituatie, het wordt verteld door de ogen van Daan. Het gaat over Daan dus weet je het meeste over hem. De verteller is dan ook de enige die zijn gedachten verteld, al is dit vaak in de brieven.



8. ruimte

Het verhaal speelt zich af in Amsterdam en deels op Texel. Het zijn omgevingen die je jezelf gemakkelijk kunt voorstellen. Verdere uitleg of omschrijving is dan niet nodig. Vaak zijn ze buiten, maar waar precies is niet duidelijk aangegeven.



F. Grondige beschrijving leeservaring



A. Onderwerp

Het is een autobiografisch getint boek over het leven van een student. Het is leuk om daar iets over te lezen. Het gaat er niet om hoe je er zelf over denkt, dit is natuurlijk over een persoon. Iemand anders zou dit heel anders meemaken. Hoe ik ergens over denk laat ik niet veranderen door een fictief boek. Het is een verassende manier van schrijven voor me, het is heel anders opgebouwd als ik gewend ben. Hierdoor was het wel een uitdaging om het boek helemaal uit te lezen. Daan heeft alle aandacht in het boek, maar ik vind dat vrij normaal voor een hoofdpersoon.



B. Gebeurtenissen

Gebeurtenissen volgen elkaar op zoals je gewend bent, maar erg spectaculair zijn de meeste niet. Het zijn gewoon herkenbare dingen in het dagelijks leven, terwijl erg soms toch tamelijk vreemde dingen gebeuren. Wie rijdt er nu helemaal van Amsterdam naar Zandvoort om champagne te drinken. Het enige wat mij echt verraste was de relatie tussen Icarius en Lilianne. Dat ik het boek in eerste instantie saai vond is duidelijk te merken aan de samenvatting. De eerst hoofdstukken zijn een soort inleiding voor wat er gaat gebeuren. Het duurde nogal lang waardoor het saai werd. Toen de relatie van Icarius en Lilianne aan het licht kwam heeft dat enige indruk op mij gemaakt. Wat ik niet snap is hoe dat je degene waar je een relatie mee hebt aan een ander kan koppelen. Ik zal hier denk ik ook nooit achterkomen ook, want het is en blijft verzonnen.



C. Personages

Daan List is nou niet echt een voorbeeld. Hij is de persoon met problemen die je natuurlijk zelf niet zou willen. Er komen vooral mensen in het verhaal met normale eigenschappen. De enige die je echt goed leert kennen is Daan. De reacties van de personages waren voorspelbaar omdat het doodnormale reacties zijn. In een verhaal heb ik nooit een echte mening over mensen. Ze doen maar wat de schrijver wil zolang het mij blijft boeien. Het meeste wat de personages doe vind ik normaal. Alleen jezelf helemaal ladder drinken op de nacht voor je tentamen zie je mij denk ik niet zo snel doen, ik vind dat ieder dat voor zich moet uitmaken.



D. Opbouw

Het is een verhaal over het leven van Daan. Je vindt grote tijdsprongen, dus de gebeurtenissen komen normaal uit elkaar voort. Spanning is ver te zoeken in het boek, maar boeiend vond ik het wel. Ik heb geen idee waarom, maar het is zo. De terugblik van alinea 22 is wel even verwarrend omdat je even denk van: Dat was toch al lang gebeurd? Etc. Maar het was wel fijn dat je even alles op een rijtje had. Het einde is wel goed en staat in verband met het begin. Het boek begint namelijk op de boot naar Den Helder en eindigt op de boot naar Texel.



E. Taalgebruik

Het is geen moeilijk verhaal om te lezen. Er worden geen extreem lange zinnen gebruikt en de personages die aan het woord komen zijn ook maar jongeren. Deze houden er dus geen moeilijk taalgebruik op na. De gesprekken die plaats vinden zijn vaak erg kort. De meeste informatie kom je te weten door wat Daan je verteld. De brieven die hij schrijft zijn gevoelens en gedachten die hij toen op had geschreven. Zijn mening over de situatie komt hier het beste uit naar voren.



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen