U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Karakter.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20528/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2848 woorden.

Schrijver: Ferdinand Bordewijk

Pseudoniem: Ton Ven

Titel: Karakter

Ondertitel: Roman van zoon en vader

Motto: A sadder and a wiser man

He rosé the morrow morn

S.T. Coleridge

Opgedragen aan zijn kinderen Nina en Robert

1ste druk 1938, ‘s-Gravenhage

38ste druk 2000, Amsterdam



2 Chronologische samenvatting

Rond kerstmis in moeilijke tijden wordt in Rotterdam Jacob Willem Katadreuffe met een keizersnede geboren. Zijn ouders zijn de deurwaarder Arend Barend Dreverhaven en de 18-jarige dienstbode Jacoba Katadreuffe.

Na de geboorte weigert Jacoba om met Dreverhaven te trouwen. Hij stuurt verscheidene malen postwissels met geld maar zij reageert daar niet op.

Jacob Willem groeit op in een buurt met veel armoede. Door handwerken te verkopen probeerde ze Jacob Willem het beste van het beste te geven.

Als Jacob Willem het huis uit gaat in een poging een sigarenwinkeltje te runnen, neemt Jacoba de kostganger Jan Maan in huis die al snel bevriend raakt met Jacob Willem. Helaas is het winkeltje al snel failliet verklaard.

Jacob Willem krijgt de boedelredder De Gankelaar toegewezen op het advocatenkantoor Stroomkoning. Deze man geeft Jacob Willem een baantje op het kantoor als typist en bediende. Jacob Willem gaat ook op kamers wonen bij Stroomkonings conciërge, Graanoogst.

Jacob Willem ontdekt ook dat Stroomkoning veel zaken doet met zijn vader Dreverhaven en komt ook te weten dat Dreverhaven zijn eigen faillissement heeft beschreven. Dreverhaven is een man die zich bemoeit met allerlei duistere zaken.

Zijn kantoor staat in de oudste buurt van Rotterdam. Als hij ontruimingen doet is daar nooit politie voor nodig. Hij wordt bijgestaan door twee grote mannen Hamerslag en Den Hieperboree bijgenaamd Kolengrijper mochten er toch problemen optreden.

Jacob Willem gaat Dreverhaven opzoeken in zijn kantoor wanneer voor de tweede keer zijn faillissement is aangevraagd. De Volkskredietbank in het bezit van Dreverhaven heeft de schulden in verband met het sigarenwinkeltje geregeld. Hij eist nu betaling. Echter biedt Dreverhaven een lening aan en legt een dolk op het bureau om te zien of de woedende Jacob Willem deze zal gebruiken. Jacob Willem steekt de dolk in het tafelblad,

Iets wat vast staat is het faillissement, echter krijgt Jacob Willem een loonsverhoging in plaats van ontslag. De Gankelaar als een soort beschermheer koopt de boeken van Jacob Willem op als deze ze dreigt kwijt te raken.

Op het advocaten kantoor werkt ene juffrouw Lorna Te George, ze heeft warme gevoelens voor Jacob Willem, terwijl hij daar eigenlijk niks voor voelt, ze zoekt hem op in zijn kamertje en Jacob Willem krijgt lichte gevoelens van angst als ze bij hem is.

Jacob Willem leent van zijn vader 2000 gulden om te gaan studeren. De voorwaarden die hier aan zijn verbonden zijn aanvaardbaar, maar de lening is ogenblikkelijk terug te vragen.

Jacob Willem is een uitstekend student en hij komt er achter dat zijn carrière bij het advocatenkantoor ligt. Hij wil het hoogste bereiken wat er te behalen valt.

Jacob Willem wordt bureauchef omdat de vorige, Rentenstein, is ontslagen nadat hij fraude had gepleegd.

Dreverhaven probeert toch Jacob Willem klein te krijgen wanneer hij de lening opeist. Jacob Willems positie als bureauchef zou niet meer te verdedigen zijn. De juridische gevechten waren echter niet beslissend en dus het faillissement werd weer opgeschort.

Als Jacob Willem op het kantoor van Dreverhaven is, houdt deze weer een mes voor, maar Jacob Willem kalm als hij deze keer is vertrekt weer.

Jacob Willem slaagt en men houdt een fuif op het kantoor. Lorna Te George vertrekt eerder en als ze tegenover elkaar staan, de stommeling, laat hij dit ene moment van zijn leven aan zich voorbijgaan.

Vervolgens neemt Te George na een paar dagen ontslag.

Jacob Willem toch enigszins aangeslagen is uit zijn stabiele toestand. Stroomkoning laat hem 14 dagen vakantie nemen.

Jacob Willem neemt zich voor dat het huwelijk eigenlijk niks voor hem is, hij is geen persoon daarvoor.

Door economische redenen en het vertrek van De Gankelaar naar Indië is er minder werk te doen. Gideon Piaat, een advocaat, komt te overlijden. Naast Stroomkoning zijn alleen nog twee advocaten Carlion en Kalvelage over.

De studie rechten waar Jacob Willem aan is mee begonnen loopt makkelijk.

Jacoba, de moeder van Jacob Willem heeft te lijden onder tering, het is moeilijk te zeggen hoe lang ze nog heeft.

Dreverhaven vraagt haar weer ten huwelijk, maar daarop stelt Jacoba de vraag waarom hij Jacob Willem tegenwerkt. Ze besluit niet te trouwen en Dreverhaven zegt dat hij hem wurgt voor negen tiende en die ene tiende die hij overlaat zal hem heel groot maken.

Dreverhaven besluit het pand waarin hij zelf huisvest te ontruimen. Alle huurders gooit hij eruit en zoekt het gevaar op door zichzelf door de menigte te mengen. Het loerende gevaar liep uit op niks.

Voor het eerst komen Jacob Willem en Dreverhaven tegenover elkaar in de rechtszaal, het is een kleine zaak, maar geen van beiden wint de zaak.

De vriendschap tussen Jacob Willem en Jan Maan verslechtert, mede doordat Jacob Willem zich in een ander milieu begeeft.

De dag voor het doctoraal examen ontmoet hij Lorna Te George die ook al getrouwd is. Samen bekijken ze nog een keer op de kade naar de Nieuwe Maas.

Jacob Willem slaagt voor zijn examen en krijgt het koperen bord met de naam Katadreuffe op de gevel van het advocatenkantoor.

Tijdens een laatste bezoek aan Dreverhaven laat hij zijn zege zien.

Dreverhaven wijst hem erop dat zijn tegenwerking heeft geleid tot de geslaagdheid van Jacob Willems leven.

Als Jacob Willem bij Jacoba thuis is vindt hij bij toeval een spaarbankboekje, waaruit hij kan concluderen dat zij de toelagen van hem destijds heeft overgemaakt op de Spaarbank.

Voorin het boekje staat: ’Voor mijn zoon Jacob Willem na mijn dood. Mej.

J. Katadreuffe’.

Toen zag hij de vier mensen in zijn leven en het was alles een droefheid, hij was net zo’n monster als zijn vader geworden.





3 Personages

-Jacob Willem Katadreuffe. Aan het eind van het boek is hij 28 jaar.

Hij heeft zich vanuit de armste regionen omhoog gewerkt. Hij werd kantoorbediende, bureauchef en uiteindelijk advocaat.

-Arend Barend Dreverhaven. Deurwaarder en de vader van Jacob Willem. Kerel van graniet met een hart in letterlijke zin. Was gevallen voor de schone Jacoba, wilde haar huwen, maar kwam er niet van.

-Jacoba (Joba) Katadreuffe. Dienstbode van Dreverhaven en moeder van Jacob Willem. In een arm milieu geleefd en standgehouden, ze weigerde elke hulp en geld

-Jan Maan. Machine-bankwerker. Hij was de enige vriend van Jacob Willem en was kostganger van Joba Katadreuffe. Hield zich vooral bezig met meisjes en de communistische partij, hij onderneemt niks om hogerop te komen

-Lorna te George. Secretaresse van Stroomkoning en neemt een hoge positie in. Ze had gevoelens voor Jacob Willem. Dat ene moment van bevrijding ontpopt zich niet doordat Jacob Willem zo’n stommeling was.

-Mr Th.R. De Gankelaar. Curator en beschermheer van Jacob Willem. Hij gaf hem een baantje op het kantoor en kocht zijn boeken op wanneer Jacob Willem ze dreigde te verliezen. Ging naar Indië als juridisch administrateur

-Mr A. Stroomkoning. Advocaat en eigenaar van advocatenkantoor Stroomkoning. Doet veel zaken met Dreverhaven

-Mr G. Piaat. Advocaat. Pleiter in strafzaken. Kreeg

lachers in rechtszaal op zijn hand Klein met groot hoofd en bril kamergenoot met Carlion

-Mr C. Carlion. Advocaat, zwak hart, viel wel eens flauw

-Mr Schuwagt. Advocaat. Vroeg faillissement aan

-Juffrouw C. Kalvelage. Typist. Snibbige persoonlijkheid en zwijgzaam

-Juffrouw Sibculo. Typiste. Verliefd op Jacob Willem

-Rentenstein. Chef personeel, officieel hoofd bedienden, verzorger van kantonpraktijken en pleegde fraude

-Mr Graanoogst. Conciërge Nam Jacob Willem op kamers

-Mr wever. Curator. Stijve man, kijk door ‘graniet’ heen

-Antinoüs de Merree. Dokter van Jacoba Katadreuffe

-Hamerslag en Den Hieperboree (Kolengrijper) assistenten van Dreverhaven. Ruwe jongens

En verder nog niet ter zake doende personages





4 Karakterbeschrijving

Hieronder een overzicht van de karakterbeschrijvingen van de drie belangrijkste personages.



-Jacob Willem Katadreuffe

Hij heeft maar één doel: De armoede van zijn jeugd vergeten. Hij begon als loopjongen en eindige als advocaat.

Hij voelde zich een met het volk (blz.71: ‘Hier lag hij behaaglijk, tussen het volk, zijn volk, het bleef van hem’).

Hij komt tijdens zijn carrière tot het besef dat het streven naar één doel lijdt tot een incompleet leven (blz.231: ‘Ik ben bezeten van één idee, ik ben bang voor alle andere, ik heb een particuliere veiligheidsdienst die me dag en nacht bewaakt. Is dat niet laf? Ik ben een lafaard.’).

Zelfs de liefde werd er aan opgeofferd (blz.232: ‘Ik zal nooit met iemand anders trouwen. U was een incident in mijn leven, een wit incident, hèt incident, dat vergeet ik niet, dat kan ik eenvoudig niet’). Hij werd tegengewerkt door zijn vader tot aan zijn zege. Hij was 2 keer bijna 3 keer failliet gegaan. In een razende bui zei hij tegen zijn vader (blz.89: ‘Onmens, beul, een ploert bent u’). Hij moest uitkijken dat hij niet ten onder ging, maar hij ging niet onder. Dat is karakter, hij heeft karakter (blz.233: ‘U hebt een karakter, meneer Katadreuffe, dat wist ik al’).



-Jacoba Katadreuffe

Zij is een vrouw met onmenselijke karaktertrekken. Tijdens de geboorte van Jacob Willem verwelkt zij, ‘gelijk een bloem in gifgas’ (blz.10).

Ze moest het leven van twee mensen onderhouden, het was zwaar, heel zwaar, maar ze moest het doen. Helemaal in haar eentje.

Toen Dreverhaven haar postwissels stuurde met geld voor de opvoeding van het kind was ze heel duidelijk. (blz.9: ‘Terug afzender’ schreef ze, en deed hem in de brievenbus’). Zelfs toen haar zoon een sigarenwinkel had gekocht, reageerde ze niet echt verrast (blz19: ‘Je doe maar’).

Ze zou hem bij zijn faillissementverklaring nooit helpen, ze heeft het immers ook zonder hulp nog steeds in de maatschappij gered.

Echter de toelagen van 15 gulden die Jacob Willem van zijn salaris aan Jacoba schonk deed zij die op de spaarbank.

Deze vrouw was er een met karakter, zo sprak Lorna te George in een gesprek met Jacob Willem (blz233: ‘Wat u nu zegt bewijst dat ook uw moeder een karakter heeft’). En dat klopt ook: uit een arm milieu. Ze was dienstbode en daarnaast deed ze aan handwerken; daar ving ze genoeg geld voor, totdat ze ouder werd en dus het handwerken ook minder werd. Geld en hulp wees ze van elke hand af terwijl ze dat goed kon gebruiken, zelfs in de zware tijden.



-Arend Barend Dreverhaven

Deze wordt afgeschilderd als een schrikwekkende figuur (blz.57: ‘die zwarte flambard diep op het hoofd, die sigaar in een mondhoek als een stuk geschut, die stem waarvan het enkel horen associaties opriep aan een machtige borstkas’) en (blz.56: ‘Het schrift pikzwart, lapidair, cyclopisch’). Het is maar dat je het weet.

Dreverhaven probeert met elke mogelijke manier zijn zoon te vernietigen

(blz201: ‘Bij God,’ zei hij […], ik zal hem wurgen, ik wurg hem voor negen tiende, en dat éne tiende dat ik hem laat, dat kleine beetje asem zal hem groot maken […] En Joba, dat ene tiende, dat kleine beetje asem knijp ik hem misschien ook nog uit’).

Dreverhaven lokt zijn zoon ook nog uit om hem tot twee maal toe te doden, als Katadreuffe het zou gebruiken, vernietigde hij in één klap ook zijn eigen leven, dus hij laat het.

Die neiging tot zelfvernietiging komt ook ter sprake als hij het pand ontruimt en tussen de menigte gaat staan.





5 Thema

Dit onderdeel is verwarrend. Bij het thema denkt men eerder aan het onderwerp van het boek en het idee als de grondgedachte die de schrijver in dit boek ons wil laten zien. Maar nee, onder het thema wordt echter verstaan de grondgedachte van het werk, waarmee ik bijna in de fout ging.



Het centrale thema in dit werk is de machtsstrijd tussen een vader en een zoon, een conflict die op zich weinig verbazingwekkend lijkt.

De machtsstrijd stijgt echter boven het alledaagse uit.

De gevoelens van Dreverhaven ten opzichte van Katadreuffe zijn dubbelzinnig. Hij zit zijn zoon op alle mogelijkheden dwars, omdat hij hem niet mag. De haat was wel echt, maar hij ontdekt dat het tegenwerken juist de weg naar Jacobs doel zal leiden. Dreverhaven leert hem tegen de verdrukking in te groeien, dit versterkt zijn karakter. Dreverhaven bij de laatste ontmoeting maakt hem duidelijk dat hij wel degelijk heeft meegeholpen aan het succes van zijn zoon. Katadreuffe raakt verward en probeert voor ogen te halen hoe de relatie tussen zijn vader zat.

De gevoelens van Jacob ten opzichte van Dreverhaven zijn ook dubbelzinnig. Zijn haat en woede waren echt (blz.89: ‘Onmens, beul, een ploert bent u’). Maar aan het einde komen ontzag en de bewondering tevoorschijn. Hij heeft ook spijt dat hij zijn vader eerder een ploert had genoemd (blz.243: ‘Ik wou u juist vertellen, vader, dat wat ik indertijd bij ons eerste gesprek tegen u gezegd heb in mijn boosheid, over ploertigheid, dat ik dat terugneem. Ik heb daar spijt van. Ik heb lang gewacht met de betuiging van mijn spijt’).

Gemotiveerd als Jacob is wil hij door zijn eerzucht vader voorbij streven.

De conflicten die volgen brengen haat en liefde mee.

De zoon doodt immers bijna zijn vader maar toch niet.

Het gekke is dat eigenlijk Jacob en Dreverhaven niet zonder elkaar kunnen bestaan. De zoon maakt carrière terwijl zijn vader hem telkens dwarszit en ondanks alles toch slaagt.

Deze medewerking van vader zou toch als positief voor Jacob kunnen worden beschouwd, terwijl de vader als een negatief persoon wordt beschreven. De vader in de onderwereld door zijn reputatie die hij opgebouwd bij bijna heel Rotterdam. De goede kant Stroomkoning deed toch veel zaken met deze man, ze maakten elkaar groot.

Jacob tracht de positie van Stroomkoning te evenaren. Het maatschappelijke deel slaagt hij voor alleen het mens-zijn ontbreekt aan hem. De liefde tussen hem en Lorna te George gaat eraan dood. Wanneer het climaxmoment tussen hen daar is, gebeurt er helemaal niks. (blz.177: ‘En niet het visioen van de zes zonnen, maar dit werd het machtigste moment van zijn leven’).

Er zijn nog twee verhoudingen tussen hem en zijn vriend Jan Maan en tussen hem en zijn moeder.

De vriendschappen zijn er niet beter op geworden, nee de maatschappelijke positie wel.

Het boek “Karakter” gaat over onderlinge tegenwerkingen van vader en hij wil tegelijkertijd zijn zoon helpen om een goede betrekking te krijgen.

Ondanks de afleidingen als: het menselijke, liefde en vriendschap gaat hij toch zijn enige streven na.





6Titelverklaring

“Karakter”.

Het hele boek gaat erover.

Doordat Jacob karakter toont als zijn vader hem tegenzit en desondanks alle tegenslagen toch hetgene bereikte wat hij wilde.

In dit boek wordt heel duidelijk dat elke persoonlijkheid met een ander karakter botsen (Jacob-Dreverhaven). Maar liefde die gedoemd was te mislukken tussen twee mensen met verschillende kalibers. Lorna met het mens-zijn en Jacob als carrièremaker.

Met de vriendschap tussen Jan Maan en Jacob komt op een gegeven moment een breuk. Jan de meisjesgek en Jacob de serieuze.

De karakters van Jacob en Jacoba botsten evenwel, door de zwijgzaamheid en onmenselijke karaktertrekken van moeder.

De karakters kleuren de maatschappij.

“Roman van vader en zoon”

Waarom nou precies de roman van vader en zoon?

Bijna het hele boek gaat over de relatie tussen vader en zoon.

De opbouw van Jacob en het begin van de tegenwerking en aan het einde de zoon met de victorie en vader met de conclusie waaraan de victorie nou werkelijk zich had aan ontleend. Er is tussen vader een zoon

een nauw verband. Aan het slot zijn het beiden monsters geworden.





7 Over de schrijver

Ferdinand Bordewijk werd geboren op 10 oktober 1884 in Amsterdam en stierf in ’s-Gravenhage op 28 april 1965.

Hij studeerde van 1905 tot 1912 rechten in Leiden. Na wat omzwervingen werd F. Bordewijk advocaat in Schiedam, wat hij tot zijn dood is gebleven. Na een bombardement op zijn huis in 1945 verhuisde hij voor enkele maanden naar Leiden, waar hij zijn roman Noorderlicht geschreven heeft, die voor het grootste gedeelte in deze stad afspeelt. Ook in zijn jeugd verhuisde hij veel, en het verhaal gaat, dat na de dertiende verhuizing vader Bordewijk eens rond keek in zijn nieuwe woning en peinzend opmerkte "hebben we hier niet al eens eerder gewoond?" Bordewijk trouwde in 1914 op de dag van mobilisatie, zodat de gehuurde auto's er wel, maar de bestuurders ervan niet waren. Het enige wat beschikbaar was waren wagens met paarden en Methusalems op de bok.



In zijn proza spelen de moderne stad en haar architectuur steeds een voorname rol: zij hebben een bezield karakter, terwijl zijn personages vaak onmenselijk en demonisch zijn. Hij is in zijn werken geobsedeerd door hardheid, mannelijkheid en tucht, zoals wel blijkt uit zijn bekendste boek Bint. Zijn eerste werk was overigens een weinig succesvolle dichtbundel, gepubliceerd onder het pseudoniem Ton Ven. Onder ditzelfde pseudoniem publiceerde hij later ook nog enkele werken.



Enkele werken van Bordewijk:

1916 Paddestoelen

1919, 1923, 1924 Fantastische vertellingen (3-delig)

1931 Blokken

1934 Bint

1934 Knorrende beesten

1936 Rood paleis

1938 Karakter

1948 Noorderlicht

1955 Bloesemtak

1958 De aktentas

1961 Tijding van ver



In 1953 kreeg Bordewijk de P.C. Hooftprijs en in 1957 de Constantijn Huygensprijs. Het boek “Karakter” is zelfs vertaald in Duits en Frans en later is het boek verfilmd.



bron: Internet College



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen