U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/6413444/ en is laatst upgedate op 04/08/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1891 woorden.


Onderwerpen: A. Structuur en tijd.


B. Kritische omgang met de recensie.






A. Structuur en tijd






1. Chronologie




1a. Sujet




Maarten Klein is 72 jaar oud en woont met zijn vrouw Vera in Gloucester, Amerika. Maarten is sinds enkele jaren gepensioneerd. Het is zondag, Maarten kijkt uit naar de kinderen die met de schoolbus thuis worden gebracht. Totdat zijn vrouw zegt dat de kinderen op zondag niet naar school gaan. Maarten denkt terug aan zijn jeugd in Nederland. Vera begint over hun reis naar Rome, maar Maarten weet hier niets meer van. Dit laat hij niet aan Vera merken. Tijdens zijn dagelijkse wandeling met zijn hond Robert doet Maarten een cafe aan. De serveerster lijkt op zijn eerste liefde, waar hij dan aan terug moet dneken. Vervolgens komt hij bij een antiquariaat. Robert is al lang weg, hij is terug naar huis gelopen. Vera gaat Maarten zoeken. Maarten wil naar een vergadering van de IMCO. Vera vertelt hem dan dat hij niet meer bij de IMCO werkt. Vera probeert Maarten dingen te laten herinneren door foto’s te laten zien, dit helpt echter niets. Dan komt dokter Eardly, hij adviseert Maarten veel te rusten en schrijft hem pillen voor. Van Vera mag hij nu Robert niet meer alleen uitlaten. Hij ziet haar dan als zijn moeder die hem iets verbiedt. Als Maarten Robert buiten ziet lopen, slaat hij een raam door om hem binnen te laten. De verwarring in Maarten wordt steeds groter en de momenten waarop hij dan weer kind, dan weer volwassen is, volgen elkaar steeds sneller op. Ook weet hij niet meer goed waar hij is. Maar er zijn ook korte momenten van besef. Dan komt dokter Eardly weer langs, dit keer om een spuit te geven. Een onbekende vrouw (Vera) helpt Maarten die ochtend uit bed. Eerst denkt Maarten dat het zijn moeder is. Even later is hij het jongetje dat pianoles krijgt van Greet, een vrouw waar hij stiekum verliefd op is. Er komt een gezinshulp, de blonde Phil Taylor. Maarten verwart haar met Greet, Karen en zijn dochter Kitty. Maarten wordt wakker en is dan vastgebonden aan het bed, dat hij heeft ondergescheten. Vera en Phil doen hem in bad. Phil kijkt met maarten foto’s, hij herkent zichzelf en Vera niet meer. Maarten gaat ongezien naar buiten, hij wordt thuis gebracht door de vuurtorenwachter. Maarten denkt dat hij een van de Amerikaanse bevrijders is. Eenmaal thuis geeft de dokter hem een spuit. Maarten wordt afgevoerd naar een inrichting. In de inrichting weet niet meer wie hij is, hij kijkt naar de andere patienten. Vera bezoekt hem, Maarten hoort een stem die tegen hem zegt dat het raam is gemaakt en dat de lente eraan komt.












1b. Fabel




Maarten Klein woont in Nederland, Noord-Holland. Zijn vader is heel precies, hij houdtgrafieken bij met de weersomstandigheden. Het weer meet hij met zijn buitenthermometer. Maarten’s vader is dol op sterren kijken, als er veel heldere sterren aan de hemel staan laat vader die aan Maarten zien. Maarten krijgt pianolessen van Greet. Maarten s stiekum verliefd op haar. Als hij ouder is wordt hij verliefd op Karen, met haar vrijt hij voor het eerst in een zomer huisje in Noord-Holland. Tijdens de oorlog zijn hij en Karen verloofd, maar uiteindelijk trouwen ze niet. Maarten trouwd met Vera en met haar gaat hij in Amerika wonen waar hij ook werkt voor de IMCO. Samen krijgen ze twee kinderen. Na zijn pensioen blijven hun in Amerika wonen. Als Maarten 72 jaar oud is begint hij dingen te vergeten, hij denkt dat het niets ernstigs is. Zijn vrouw Vera merkt in het begin wel rare dingen aan hem maar denkt er verder niets van.


Als Maarten met de hond gaat wandelen en de hond komt alleen terugwordt Vera ongerust. Maarten denkt op een dag dat hij naar zijn werk moet. Als Vera hem verteld dat hij met pensioen is schrikt hij, hij snapt niet wat er gebeurt. Vera haalt er een dokter bij, deze zegt dat Maarten veel moet rusten en geeft hem pillen. Maarten vergeet steeds eer en herkent zijn eigen vrouw soms niet meer. Daarom komt er een gezinshulp. Als Maarten ongezien het huis uitglipt en later wordt teruggebracht door de vuurtorenwachter moet hij naar een inrichting. Eenmaal in die inrichting weet hij niet meer wie hij zelf is. Hij kijkt naar de andere patienten. Vera komt langs en zegt hem dat het raam gemaakt is en dat de lente eraan komt.






2. Manipulaties met de tijd




2a. Terugwijzingen




“Greet Laarmans … er staat.” (blz. 36 regel 20-21)


“Wat is … gewoon ondervoeding.” (blz. 122 regel 19-23)


“Papa verweet … kwam opzoeken.” (blz. 115 regel 2)




2b. Vooruitwijzingen




“Als het al dag is en een GOOD MORNING en iemand zegt … fluisterend … de stem van een vrouw en je luistert … je luistert met gesloten ogen … luistert alleen maar naar haar stem die fluistert … dat het raam is gemaakt … dat waar eerst die oude deur voor zat gespijkerd … dat daar nu weer glas zit … glas waar je doorheen kunt kijken … naar buiten … het bos in en de lente die bijna begint … zegt ze … fluistert ze … de lente die op het punt staat te beginnen…”


(blz. 143 regel 20-27)




“In die kale … naartoe trekken.” (blz. 93 regel 15-16)




2c. Flashbacks




“Dat tegelwerk … te zoeken.” (blz. 11 regel 10-26)


“Zelfs tegenwoordig … te vrijen.” (blz. 28 regel 27-31)


“Oom Karel … de geschiedenis.” (blz. 34 regel 16-26)


“Zoiets zou … slaap bewegen.” (blz. 49-51)




3. Geleding




‘Hersenschimmen’ is opgebouwd uit negen ongenummerde hoofdstukken. Deze zijn niet genummerd om aan te geven dat Maarten geen besef meer heeft van tijd. Elk stuk begint met een cursieve zin, waarmee het begin van de nieuwe dag aangegeven wordt.


Het boek is in stadia te verdelen, namelijk de periode dat Maarten nog thuis in Gloucester woont en de periode dat hij in de inrichting is. Eventueel kun je zijn herinneringen aan de tijd in Nederland ook als een apart stadium aanwijzen. Het eerste stadium, de tijd dat Maarten nog in Gloucester woont, is bijna het hele boek lang. In deze periode begint het dement worden en aan het eind is Maarten zo verward dat hij naar een inrichting moet. Dit is het tweede stadium en laat duidelijk zien hoe erg het met Maarten gesteld is. Maarten weet zelfs niet meer wie hij zelf is. Deze eerste periode is Maarten aan het dementeren en in de tweede periode is Maarten al helemaal dement. Dat is het grote onderscheid.






4. Samenhang




4a.




In ‘Hersenschimmen’ is er sprake van een hechte structuur. Alles wat er gebeurt heeft te maken met het ziekte proces van Maarten. Alle herinneringen die Maarten heeft hebben te maken met het dementeren. Zo wordt er met de herinneringen van Maarten duidelijk gemaakt dat Maarten altijd precies was, maar door de ziekte raakt hij dat helemaal kwijt.


Aan de hand van herinneringen wordt duidelijk gemaakt dat Maarten altijd erg precies is geweest. Zo laat de schrijver zien dat het voor een man als Maarten echt verschrikkelijk moet zijn om dement te worden.




4b.




De gebeurtenissen in dit boek worden aaneengesloten verteld. Iedere geberutenis komt voort uit de voorgaande gebeurtenis. Hoe meer tijd verstrijkt hie minder makkelijk het verhaal te volgen is, dit is een logisch gevolg van de verwarring die dementie met zich meebrengt. Een andere gebeurtenis die duidelijk voortkomt uit het voorgaande is het afvoeren van Maarten naar de inrichting omdat hij thuis gewoon niet meer kan wonen.




4c.




Niet alles in het boek is continu verteld. Er zijn tijdsprongen ontstaan, omdat Maarten soms gewoon hele uren vergeet. Maarten weet dan gewoon niet war er dat moment daarvoor met hem is gebeurd als gevolg van zijn ziekte.




4d.




Er vindt in ‘Hersenschimmen’ redelijk veel tijdsverdichting plaats, hieronder enkele voorbeelden:


“Na de koffie spelen we een spelletje schaak.” (blz. 21 regel 11)


“Ik had … regelmatige ademhalen.” (blz. 21 regel 28-34)


“OP de bank … het balkon.” (blz. 66 regel 15-18)






5. Verhaallijnen




In “Hersenschimmen” is maar een verhaallijn aan te wijzen. Je maakt alles mee vanuit Maarten. Het is een ik-vertelsituatie. Je leest dus alleen mee wat Maarten meemaakt en denkt.






6. Spanning




6a. Spanning vanwege de gebeurtenissen




Er gebeuren veel dingen in het boekje die spanning met zich mee brengen. Als Maarten aan het wandelen is en zich plotseling midden op een sneeuwvlakte bevind, wil je graag weten of hij de weg naar huis nog wel kan terug kan vinden. Met het koude weer kan er namelijk van alles gebeuren. Uiteindelijk weet Maarten zijn weg naar hui te vinden, maar omdat dit niet zeker is, voel je spanning.


Als Robert weg is tijdens de wandeling, ben je benieuwd wat er met hem gebeurt. Is Maarten zijn hond kwijtgeraakt zonder het zelf te weten? Uiteindelijk blijkt dit het geval te zijn en dat is een duidelijk teken dat er iets mis is met Maarten.




6b. Psychologische spanning




In ‘Hersenschimmen’ zit heel veel psychologische spanning. Zo voel je vaak de spanning om hoeveel Maarten nog weet. Maarten is aan het dementeren, maar het blijft spannend hoe snel dat proces is afgelopen en hij gewoon niets meer weet. Je merkt ook dat Vera veel psychologische spanning voelt. Maarten weet op een gegeven moment gewoon niets meer, maar vera heeft dan opeens een man die zichzelf niet meer kent. Wij hebben daar om meer medelijden gehad met Vera dan met Maarten.






7. Verhouding verteltijd en vertelde tijd




In het boek wordt zowel panoramisch als scenisch verteld. In het begin, als Maarten zich nog veel weet te herinnerinen, wordt er scenisch verteld. Alles wat hij denkt en meemaakt wordt nauwkeurig beschreven. Maar hoe meer tijd er verstrijkt, hoe meer gaten er vallen in het verhaal. Er wordt panoramisch vertelt, omdat Maarten gewoon stukken vergeet.




Versnellingen:


“Had Karl … de regel.” (blz. 51 regel 15-19)


“Meestal nam … te brengen.” (blz. 54 regel 27-30)


“Gek zoals … te worden.” (blz. 56-57 regel 32-37)




Vertragingen:


“Laatst kwam … uitvoeren.” (blz. 9 regel 8-15)


“Wat deed … nog niet.” (blz. 16 regel 18-31)


“Dan zijn … keukentafel zitten.” (blz. 19 regel 18-26)




De vertelde tijd in ‘Hersenschimmen’ is een week. Dat is af te leiden uit het aantal hoofdstukken die elke een nieuwe dag beschrijven.






8. Historische tijd




‘Hersenschimmen’ speelt zich in de tegenwoordige tijd af, het zou bij wijze van spreke de afgelopen paar dagen geweest kunnen zijn.


De herinneringen die Maarten heeft bestrijken zijn hele leven. Dat is ongeveer van 1920/1925 tot nu. Hij heeft ook herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog.






B. Oordeel




Cyrille Offermans schrijft in zijn recensie dat Bernlef er met ‘Hersenschimmen’ in is geslaagd om de situatie van een dementerend persoon neer te zetten. Wij zijn het hier helemaal mee eens. Uit het standpunt van de dementerende Maarten vertelt Bernlef over het proces van dementeren. Dit alles is zo echt, dat het net is alsof je in de huid van Maarten kruipt.


Offermans prijst hier vooral de kleine details die het geheugenverlies aanduiden. Als je hier op gaat letten, terwijl je een stuk van het boek leest, zie je dta hij daar gelijk in heeft. Offermans zegt dat met het einde duidelijk wordt gemaakt dat de toestand van Maarten nog slechter is geworden. Dit doet Bernlef door middel van het fragmentarische vertellen. Ook hier zijn wij het mee eens. Pas als je de losse stukjes tekst leest, begrijp je dat er van Maartens geheugen en denkvermogen nog maar erg weinig over is.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen