U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Boudewijn Buch - Het Dolhuis.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=14298 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2212 woorden.

Titelbeschrijving



Auteur: Boudewijn Büch

Titel: Het dolhuis

Druk: Eerste druk

Uitgever: De Arbeiderspers

Plaats: Amsterdam



Waarom gekozen:

Er was me wel eens vaker verteld dat het een goed boek was, dus heb ik het gelezen.



Samenvatting

De gebeurtenissen worden niet in chronologische volgorde verteld. In deze samenvatting is dat wel het geval: de volgorde komt daarom niet overeen met het boek!

De negenjarig Winkler Brockhaus is een onbezorgde, ongecompliceerde jongen. Hij heeft een goede band met zijn ouders en broers. Hij houdt veel van zijn vader, maar deze relatie is zeer eigenaardig. Winklers moeder verwijt vader regelmatig dat hij verboden gevoelens koestert voor zijn zoon. Winkler gaat vaak met zijn vader vissen bij de Zonnehoekbeek. Op een dag liggen ze samen nog na te genieten van het mooie weer. Vader drukt de ontklede Winkler tegen zich aan, maar schrikt. Hij twijfelt of hij er wel goed aan doet om zo met zijn zoon om te gaan. Winkler beseft dan nog niet dat de gevoelens van zijn vader voor hem niet gepast zijn. Hij houdt toch immers van zijn vader? Een jaar later reist Winkler met mevrouw Sprong naar Brabant. Winklers moeder heeft gezegd dat hij naar een vakantiekolonie gaat. In werkelijkheid wordt hij opgenomen in Huize Kindervrede. Bij aankomst wordt hij opgevangen door zuster Makela, die hem 'patiëntje Brockhaus' noemt. Winkler protesteert tegen deze benaming en heeft daarmee zijn eerste oorvijg te pakken. Het verblijf in de inrichting wordt gekenmerkt door diverse lichamelijke en geestelijke straffen. De patiënten hebben een spreek- en leesverbod en ze moeten drie keer per dag in de kapel bidden. Winkler vindt niet dat hij God hoeft te bedanken: hij wil helemaal niet in dit gekkenhuis zijn! Regelmatig verzet Winkler zich tegen het strakke regime van de inrichting. Op een dag moet hij voor straf een dubbele corvee uitvoeren. Samen met Tommie moet hij aardappels schoonmaken en ontpitten. De aardappels moeten vervolgens in pannen met kokend water gedaan worden. Tommie laat daarbij per ongeluk het mesje in de pan vallen. De kok dwingt hem het er weer uit te halen. Tommie bukt voorover en valt in de pan met kokend water. Hij is dood. Zuster Makela geeft Winkler de schuld. Hij had zijn kameraadje beter in de gaten moeten houden. Winkler reageert woest: "U heeft Tommie vermoord!". Voor straf moet Winkler zich van zuster Francisca in het washok uitkleden. Tot de volgende ochtend moet hij naakt in de houding blijven staan. De jongens besluiten een club op te richten voor Tommie, die voor hen een soort geheime held is geworden. Winkler wordt voorzitter van de Heilige Tommie Club. Het is winter. De verwarming in Huize Kindervrede wordt niet hoger gezet omdat dit - volgens de zusters - alleen maar kan leiden tot opstanden en zelfbevlekking. Winkler schrijft zijn vader een brief waarin hij zegt dat hij het niet leuk vindt in de inrichting en dat hij hoopt dat hij snel weer wordt opgehaald. De brief wordt verscheurd en moet worden herschreven. Slechte gedachten over het kinderhuis worden niet getolereerd. Ook dagdromen, iets wat Winkler vaak doet, is verboden. Gesprekken met de psychiaters leveren niets op. Zij willen van hem weten wat er precies gebeurde als hij met zijn vader ging vissen, waar zijn vader hem kuste en hoe hij zich daarbij voelde. Op den duur beseft Winkler dat hij beter niks kan zeggen. De psychiaters vinden Winkler bedorven en verdenken hem van zelfbevlekking. Winkler begrijpt het niet. Hij weet niet eens wat zelfbevlekking is. Enkele dagen na zijn laatste behandeluur mag Winkler weer naar huis. De zusters zijn van mening dat de jongen een schande voor het gekkenhuis is en ze zijn blij dat ze hem kwijt zijn. Winkler krijgt geld mee voor de trein, zodat hij de reis kan betalen. Op het treinstation verbaast hij zich over de vriendelijkheid van het treinpersoneel en de lokettist. Dat is hij in het tehuis niet gewend geweest! Onderweg koopt hij voor zijn vader een sigaar en voor zijn moeder een stuk chocolade. De thuiskomst is echter teleurstellend, want vader Brockhaus is op reis. Na Winklers thuiskomt lijkt de relatie met zijn vader definitief verbroken te zijn. Winklers moeder wil niet dat ze in één ruimte samen zijn. Winkler begrijpt het niet. Hij moet zelfs alleen eten, terwijl zijn broers gewoon bij hun ouders aan tafel mogen zitten.

In de jaren die daarna volgen heeft Winkler moeite met het opbouwen van relaties. Hij is depressief, doet een zelfmoordpoging en bezoekt een heleboel therapeuten, dokters en analytici. Ze kunnen hem echter niet helpen. Op advies van zijn vriendin Evelien brengt Winkler weer een bezoek aan Brabant. Hij reageert geëmotioneerd als ze bij het gekkenhuis aankomen. Hij besluit op zoek te gaan naar het graf van Tommie. Op de begraafplaats wordt hij doorverwezen naar meneer Schreinemakers. Hij vertelt Winkler dat een jaar na het ongeval van Tommie, de keuken van de inrichting werd gesloten. Winkler informeert naar Tommies grafsteen. Hij ontdekt hem in een pas aangelegd voetpad achter het huis van meneer Schreinemakers. Na afloop van een bijeenkomst van een geografisch dispuut, reist Winkler per trein terug naar Den Haag. Naast hem neemt een man plaats. Het is Joop van Barten, assistent-psychiater van Huize Kindervrede. Winkler herkent hem niet. Ze discussiëren over de aanpak van de psychiatrie in de jaren '50. Enkele dagen later krijgt Winkler een brief van Joop. Hij stuurt een brief mee die Winkler tijdens zijn verblijf aan zijn vader heeft geschreven. De brief werd echter nooit verstuurd. Winkler is ontroerd als hij de brief weer leest.

Winkler verblijft voor zijn werk in Tunis. Op een dag krijgt hij het bericht dat zijn vader is overleden. Hij gaat onmiddellijk terug naar Nederland. Op de begrafenis ziet Winkler mevrouw Sprong weer. Ze praten over Winklers verblijf in Brabant. Mevrouw Sprong heeft al die tijd wel geweten dat Winkler het niet naar zijn zin had. Ze vertelt hem over de liefde tussen vader Brockhaus en hemzelf. Er werd in het dorp schande van gesproken. Iedereen wist wat vader Brockhaus deed. Het gesprek met mevrouw Sprong blijft Winkler bezighouden. Hij moet en zal weten waarom hij naar Huize Kindervrede werd gestuurd. Zijn moeder vindt dat hij moet stoppen met dat gewroet in het verleden. Zijn verblijf in het kinderhuis had niks met zijn vader te maken. Winkler was gewoon een nerveuze en onhandelbare jongen. Winkler kan de kwestie toch niet van zich afzetten. Hij brengt opnieuw een bezoek aan mevrouw Sprong. Ze is inmiddels al 88 jaar en begint een beetje zwak te worden. Ze vertelt over de tijd dat ze bij Winklers familie kwam wonen. Ze had jaren vóór het huwelijk van vader Brockhaus al een verhouding met hem. Nadat hij met Winklers moeder was getrouwd, kwam mevrouw Sprong bij hen inwonen, als een soort huishoudster. Ze vertelt dat vader Brockhaus alleen maar gelukkig kon zijn door een ander pijn te doen. Winkler concludeert dat zijn vader dan wel een sadist moet zijn geweest. Winkler brengt een bezoek aan zijn moeder en vertelt haar dat hij met mevrouw Sprong gesproken heeft. Winkler wil weten waarom zijn moeder nooit van vader gescheiden is. Ze onthult eindelijk de waarheid. Op 15-jarige leeftijd was moeder Brockhaus een hoer. Vader haalde haar uit de prostitutie. Hij bleek echter een ziekelijke seksuele behoefte te hebben. Het maakte niet uit met wie: kleine jongens, oude vrouwen… Vader dreigde echter bij een scheiding over moeders verleden te gaan praten.



Soort boek

Psychologische roman



Personages

De hoofdpersoon is Winkler Brockhaus, hij/zij is een round character.

Beschrijving:

Als kind is hij vrolijk en druk, en hij leidt een normaal leven. Na zijn verblijf in Huize Kindervrede wordt hij echter een stil, teruggetrokken jongetje. Eenmaal als volwassene heeft hij een goede baan als aardrijkskundige, maar hij is wel zwaar depressief. Hij heeft vaak een vriendin, maar die houden het nooit lang bij hem uit. Hij heeft zijn verleden met het gekkenhuis nooit kunnen verwerken en hij vertelt daarom tegen iedereen hoe ellendig het voor hem geweest is. Hij krijgt weinig begrip van zijn vriendinnen en kennissen. Hij heeft wel vrienden, maar bij geen enkele kan hij zijn gevoelens uiten, waardoor hij eigenlijk heel eenzaam is. Hij is voortdurend op zoek naar antwoorden over de relatie met zijn vader, over wat er echt gebeurd is, en vooral waarom.



Perspectief

Het perspectief is personaal wisselend (leg uit)

Dit boek is geschreven in het persoonaal perspectief dat ligt bij Winkler Brockhaus. Je weet alleen de gevoelens en gedachten van Winkler, als hij iets niet weet, weet jij het ook niet. Een voorbeeld van dit perspectief: "De jongens bewogen verder nauwelijks, maar hij zag dat dertig paar ogen iedere stap van hem meedraaiden. Winkler voelde zich ongemakkelijk. Zo ongemakkelijk dat hij het spreekverbod vergat en op een verkeerde toon en met een foute intonatie groette: "Dag allemaal.". Het is geen ik-verteller omdat Winkler alles niet zelf vertelt.



Ruimte en sfeer van het verhaal:

Het grootste gedeelte van het verhaal speelt zich af in Huize Kindervrede, het gekkenhuis waar Winkler in zit als kind. Er heerst een steriele, angstige sfeer. Alles is koud en kleurloos ingericht. De kamer van mevrouw Sprong is een andere ruimte waar Winkler af en toe komt. Dit is juist weer het tegenovergestelde van Huize Kindervrede. Winkler ziet deze kamer als een toevluchtsoord en hij voelt zich hier op zijn gemak. Behalve Huize Kindervrede en de kamer van mevrouw Sprong spelen ruimtes een kleine rol in dit boek. Het gaat vooral om Winklers overpeinzingen over zijn tijd in het gekkenhuis.



Functie van de ruimte en sfeer:

Door de gespannen sfeer kan je je het beter inbeelden. Want, voor mij was het in het begin een beetje moeilijk te geloven dat een vader z’n zoon kan misbruiken om z’n vrouw te kwellen. Dat was voor de voornaamste functie van de sfeer.



De vertelde tijd is:

Omdat het boek uit twee delen bestaat, zijn er ook twee vertelde tijden.

De eerste is op een jonge leeftijd, 7 à 8 jaar. Dan wordt hij naar de inrichting gestuurd. Hij moet daar een jaar blijven en er wordt ook nog een periode van ongeveer een jaar beschreven na zijn verblijf in Huize Kindervrede.

De tweede is dertig jaar later, wanneer hij een volwassen man is. Z’n leeftijd wanneer het boek eindigt is niet echt aangegeven, maar ik denk dat hij toen een jaar of 40 à 41 was.



Beschrijving tijdsopbouw:

Het dolhuis speelt zich af in de jaren '50. De jeugdervaringen van de auteur, waarbij hij zelf ook wordt opgenomen in een inrichting, worden weerspiegeld in Winkler. Het verhaal wordt vanuit twee verschillende oogpunten behandeld:

het kind-oogpunt (chronologisch)

het volwassenen-oogpunt (niet-chronologisch)



Het belangrijkste thema is:

De vader-zoonrelatie, die er de reden van is dat Winkler naar Huize Kindervrede moet. Daarnaast is het thema dood van groot belang in Het dolhuis. Winkler is getuige van Tommies dood en ook het overlijden van zijn vader maakt grote indruk op hem.



De schrijver wil daarover duidelijk maken dat:

Wat die twee aspecten wel allemaal niet kan doen met een kind, maakt niet uit hoe jong ze zijn. Ik denk dat dat ook de reden is geweest waarom hij én over zijn jeugd én over z’n huidige leven verteld.



Indien aanwezig: motto en verband daarvan met de thematiek:

‘Krankzinnigheid is een ziekte, waarbij de werkzaamheid van geest en gemoed, gewoonlijk zonder koorts, zodanig belemmerd is, dat de lijder, in meerdere of mindere mate beroofd van het vrije gebruik van rede, verstand en wil, verkeerd spreekt en verkeerd handelt.’

(Geïllustreerde Encyclopaedie (…) onder hoofdredactie van A. Winkler Prins)

(Rotterdam 1886, negende deel, p. 593)



‘Kind (Infans), das mensliche Individuum von seiner Geburt an bis zum Eintritt der geschlechtlichen Entwicklung.’

Brockhaus’ Konversations-Lexikon (Berlin und Wien 1898, zehnter Band, S. 337)



‘Niets werd er voor hogere wijsheid gehouden dan het streven god te dienen. Daaraan moest, van de vroege ochtend tot de vroege avond, alles ondergeschikt worden gemaakt.’

Anoniem (1981)

Alle drie de motto’s hebben te maken met krankzinnigheid en een slechte ontwikkeling. Deze twee dingen zijn er met Winkler gebeurd, toen hij naar “Huize Kindervrede” moest. En dat moest hij omdat de vader-zoon relatie niet goed was, wat weer het thema is.



Ik vind de titel goed gekozen, want:

Een tijdje later na het verblijf van Winkler in het gekkenhuis, komt er een Belgisch meisje bij hem in huis wonen. Zij spreekt veel Vlaams en noemt een ‘gekkenhuis’ een ‘dolhuis’.



Mijn mening over het boek:

Ik vind dit een erg mooi boek. Het was niet bijzonder dik of dun (186 blz) en las lekker weg. Er kwamen geen moeilijke woorden in voor, maar de namen van de personen waren wel erg vreemd. Een paar voorbeelden hiervan zijn : Sigismund, WInkler, Solange Luna en nog een paar vreemde namen. De opbouw van dit boek was nieuw voor mij. Het had een speciale volgorde en dat ging ongeveer zo : Eerste hoofdstuk ging over Winkler toen hij volwassen was en de tweede toen hij jong was. Dat ging steeds zo om en om, door het hele boek heen.

Dus bij elk hoofdstuk ging je vele jaren vooruit of vele jaren achteruit. Dat was af en toe best wel opletten, maar na een paar hoofdstukken was het wel lekker lezen. Ik wou altijd snel bij de hoofdstukken over de jeugd van Winkler komen, want die waren interessant. Ik vond dit een prettige manier van lezen. Al met al is het een mooi dramatisch boek, die ik iedereen zou kunnen aanbevelen. Ik ben ook van plan om meer boeken van Boudewijn Buch te lezen. Ik hoop u voldoende te hebben geinformeerd te hebben over dit boek.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen