U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/7488348/ en is laatst upgedate op 18/09/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2148 woorden.


160 blz.

Uitgever: Querido’s Uitgeverij te Amsterdam

Uitgavejaar: 1985 11e druk

Genre: Hersenschimmen is een roman die vertelt over de vergankelijkheid, maar wel een met een psychologische ‘knipoog’ naar het ziektebeeld van (beginnende) dementie.

Opdracht: “…A touching dream to which we all are lulled. But wake from separately…” – Philip Larkin.

Auteur


Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 te Sint Pancras. Zijn eerste werk, ‘Kokkels’ werd in 1960 uitgegeven. Bernleff is een pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. Na zijn HBS werkte hij als vertaler en schreef recensies voor diverse kranten, waaronder ook Het Parool.

Bernlef heeft romans, gedichten en verhalen geschreven, maar is ook actief op het gebied van het toneel. Het werk van Bernlef is vele malen bekroond. In 1962 kreeg hij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor zijn gedichtenbundel Morene (1961) en in 1964 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor zijn poëzie in Dit verheugd verval (1963). In 1984 werd zijn gehele oeuvre bekroond met de Constantijn Huygensprijs. Met zijn roman Publiek geheim (1987) verwierf hij de AKO-literatuurprijs en in 1994 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre tot dan toe. In 1986 werd Bernlefs roman Hersenschimmen bewerkt voor toneel en opgevoerd door Toneelgroep Centrum en in 1988 werd deze roman verfilmd door Heddy Honigmann.

(gebruikte bron voor de biografische gegevens over de auteur: De digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren; http://www.dbnl.nl/tekst/bork001schr01/bork001schr01_0073.htm)

Eerste reactie


Keuze


Een klasgenoot van mij raadde mij aan dit boek te lezen. Ik vertelde geïnteresseerd te zijn een boek te lezen met een psychologisch thema. Mijn klasgenoot raadde mij juist dit boek aan omdat het een zwaar onderwerp als dementie op bijzondere luchtige en openhartige wijze weet te verhalen. Juist de tegenstelling in het ‘luchtig vertellen' over een ‘zwaar’ onderwerp spreekt mij aan en het duurde dan ook niet lang eer ik begon te lezen. Nog minder lang duurde het eer ik het boek uit had.

Inhoud


Na het boek te hebben uitgelezen, was ik nog een aantal dagen hier een beetje beduusd van. Binnen mijn eigen familie heb ik een geval van dementie meegemaakt, het betrof toen mijn overgrootmoeder. In het begin haalde zij gebeurtenissen uit het verleden ‘door elkaar’. Dit was dan te bemerken wanneer ik met haar sprak. Niet lang voor haar overlijden was het zo dat zij de controle over sommige spierfuncties was verloren, zoals bijvoorbeeld het lopen of iets simpels als iemand hand willen pakken. In het boek gaat het bij Maarten Klein, de hoofdpersoon, net zo. De dementie begint bij Maarten bij herinneringen maar op het laatst is hij ook de controle over spieren en gevoel kwijt en raakt hij incontinent. Opmerkelijk is hoe snel dit proces verloopt bij Maarten Klein, zeven dagen. De dagen zijn als volgt te herkennen; ieder ‘hoofdstuk’ verhaalt een dag uit het leven van Maarten en begint met een cursieve zin. Door de hoofdstukken niet te nummeren geeft de schrijver weer hoe het besef van tijd en ruimte bij Maarten wegebt tot het geheel verdwijnt.

Wie het boek heeft gelezen kan niet anders dan beseffen dat wat wij allemaal ook leren, hoeveel wij ook leren, hoe goed wij ook worden in onze intellectuele ontwikkeling… Niets is zeker, het leven geeft niet de garantie dat wij het ons later nog zullen herinneren. Het is juist deze vergankelijkheid waar, binnen het boek, nog meer de nadruk op gelegd wordt dan op het thema dementie.

Verdieping


Samenvatting


Het verhaal wordt verteld vanuit de ik-persoon Maarten Klein. Het proces rond Maarten’s dementie wordt met behulp van verschillende technieken verteld. Dan weer een flashback, dan weer een vooruitblik, dan weer een exacte beschrijving van gebeurtenissen op de wijze zoals alleen Maarten ze kan zien en ervaren.

Samen met zijn vrouw Vera woont Maarten aan de Field Road in Gloucester. Gloucester ligt in Amerika, niet ver van Boston. Omdat Maarten bij IMCO, een organisatie voor onderzoek en statistiek voor de visserij, werkte zijn zij uit Nederland gemigreerd naar Amerika.

Het verhaal begint gelijk al op een wijze waarin men de (dan nog beginnende) dementie van Maarten kan herkennen. In het begin van het boek wordt beschreven hoe Maarten naar buiten staat te kijken, wachtend tot hij de kinderen uit zijn buurt in de schoolbus zit klimmen. Wanneer Maarten zijn vrouw vraagt waar de kinderen blijven, vertelt zij hem “Maar Maarten, het is zondag vandaag”. Hiermee is het lezer gelijk duidelijk hoe Maarten reeds het besef van de dagen van de week, het verstrijken van de tijd, begint te verliezen. Maarten wil hier niet aan geloven en geeft de schuld van zijn vergeetachtigheid aan de mist, de sneeuw, de winter.

Alhoewel Maarten gaandeweg meer en meer doorkrijgt dat er iets met hem aan de hand is, weet hij niet de spreekwoordelijke vinger te leggen op wat dat dan zou kunnen zijn. Gaandeweg haalt Maarten steeds meer zaken door elkaar. Woorden die hij alleen op zijn werk gebruikte, alleen in gesprek met collega’s gebruikte, gebruikt hij nu in zijn gesprekken met Vera. Naarmate de dagen zich vorderen verergeren Maarten’s symptomen zeer.

Hij verdwaalt in de stad, raakt zijn hond kwijt. Belt op naar de bibliotheek terwijl Vera er al in geen jaren meer werkt. Hij vindt een kaart van zijn dochter Kitty in de zak van een jas, maar weet zich niet meer te herinneren wie Kitty is. Hij breekt in, in een huis waarvan hij meent dat daar een vergadering van IMCO plaats vindt, terwijl hij dan op dat moment al jaren niet meer werkzaam is bij IMCO. Ook Maarten’s besef van de Engelse taal begint hij steeds meer te verliezen en dit vertaalt zich in het boek door dat Maarten steeds meer van Nederlands naar het Engels moet vertalen en weer terug, om zich verstaanbaar te maken of om iets dat tegen hem gezegd is te begrijpen.

Maarten haalt steeds meer en meer het heden en het verleden door elkaar. Zo verwart hij Vera, zijn vrouw, met zijn moeder. Het hulpje Phil Taylor, een meisje dat in huis is komen wonen om Vera te helpen met de verzorging van haar man, ziet hij dan weer aan voor een oude pianolerares en dan weer voor zijn dochter. Wanneer hij de telefoon hoort rinkelen weet hij niet thuis te brengen waar het geluid vandaan komt, hij legt de associatie met de telefoon op dat moment dus niet.

Als Vera hem vraagt om hout te halen, is hij het daarop volgende moment weer vergeten, en op een ander moment vergeet Maarten weer het gas uit te zetten.

Wanneer Maarten dokter Eardly voor de tweede maal ontmoet ziet hij hem aan voor een officier uit het Amerikaanse leger en meent hij dat het nog oorlog is. Op dat punt aangekomen in het boek, herkent Maarten zelfs zijn eigen trouwe viervoeter, Robert met wie hij zo graag uit wandelen ging, niet meer. Zo veel mogelijk als Maarten dat kan probeert hij zich te weren in deze strijd. Hierbij denkt hij regelmatig terug aan zijn samenwerking met een voormalige collega, Karl Simic. Simic had twee tactieken; de eerste was het herhalen van de woorden van je gesprekpartner, de tweede was er een van overdreven beleefdheid en veel ‘jajaja’ uitroepen. Deze tactieken van Simic worden door Maarten gebruikt om zich te weren tegen dat wat er gaande is, maar hij niet kan begrijpen. Op het laatst herkent Maarten niemand meer. Wanneer hij de gordijnen opent, en van zijn eigen beeld in de ruit weerspiegeld schrikt, herkent hij ook zichzelf niet meer.

In de laatste alinea van het boek wordt verteld hoe Maarten nog een mededeling opvangt van ‘iemand’, zonder te beseffen dat deze opmerking van zijn vrouw afkomstig is, een opmerking die hem vertelt dat de lente bijna begint. De lente waar Maarten zoveel van hield.

Onderzoek van de verhaaltechniek


Hersenschimmen is een ik-verhaal dat verteld wordt vanuit de persoon van Maarten Klein. Het verhaal is in chronologische volgorde van tijd, 7 dagen, opgebouwd maar zit ook vol met flashbacks die Maarten meer en meer beleeft naarmate zijn dementie verergert. Naarmate het einde van het boek nadert, worden de zinnen dan ook steeds korter. De schrijver geeft op die wijze weer hoe, gelijk met de dementie, ook Maarten’s besef van taal en taalgebruik steeds verder achteruit gaat, tot op het laatst de taal is ‘weggeëbd’ en enkel nog het ‘zijn’ de enige vorm van bewustzijn is. Maarten en Vera zijn ‘round characters’.

Ruimte


Het verhaal speelt zich voornamelijk af in het huis waar Maarten Klein en zijn vrouw wonen, Field Road te Gloucester. Het verhaal speelt zich af rond de jaren 70-80 denk ik.

Binnen de flashbacks van Maarten in het boek, wordt ook naar andere ruimtes teruggegaan. Plaatsen waar Maarten herinneringen aan heeft. Een van die plaatsen is het dorp in Nederland waar hij opgroeide.

Verhaalfiguren


Maarten Klein

Maarten Klein, de hoofdpersoon, is 72 jaar en geboren in Alkmaar, Nederland. Het verhaal wordt vanuit zijn perspectief geschreven. Hij is 15 jaar geleden verhuisd naar Amerika, vanwege zijn werk bij een visserijorganisatie, en woont nu met zijn vrouw in een huisje in Gloucester. Maarten is gepensioneerd en houdt ervan om samen met zijn hond te wandelen, en kruiswoordpuzzels te maken. Hij is 50 jaar getrouwd met Vera. Verder is het eigenlijk een hele gewone rustige man. Op zekere dag merkt Maarten echter dat hij dingen begint te verten. Of dat hij bemerkt dat hij handelingen verricht waarbij hij dan later bij zichzelf afvraagt wat hij daar eigenlijk doet, of in eens tot het besef van de werkelijkheid komt. Maarten’s omgeving heeft eerder dan hijzelf door dat hij dement begint te worden. Maarten komt zelf niet tot dat besef. Hij vermoedt het wel, hij merkt hoe anderen op hem reageren, maar hij wil er zelf eenvoudigweg niet aan geloven. Hij houdt van Vera, zijn vrouw en wil eigenlijk niets liever dan thuis blijven, bij zijn vrouw en zo oud worden met haar. Hierom houdt hij bijna krampachtig vast aan wat hij heeft, en probeert zo goed mogelijk zijn dementie voor anderen verborgen te houden. Dit lukt hem niet.



Vera Klein (maarten’s vrouw)

Vera bemerkt hoe Maarten dement begint te worden en schakelt Dokter Eardly in. Zij probeert te doen wat zij kan om Maarten bij haar te houden, maar de situatie wordt onhoudbaar voor haar. Wanneer Maarten opgenomen is, blijft zij hem bezoeken. Aan het einde van het boek bezoekt zij Maarten. Hij herkent haar niet. Zij vertelt hem dat de deur van de keuken gerepareerd is en de lente eraan komt. De lente, het laatste waar Maarten nog besef over heeft.



Kitty (dochter van maarten)

Over Kitty wordt wel gesproken, maar zij bezoekt haar vader niet. Onduidelijk is of Kitty nog leeft, of dood is.



Phil Taylor (hulp)

Phil woont nabij Maarten en Vera en is, voornamelijk voor en vanwege Vera, hen beiden regelmatig te hulp met licht reparatiewerk of het thuisbrengen van Maarten wanneer hij weer eens verdwaald is geraakt tijdens zijn wandeltocht.



Dokter Eardly

Dokter Eardly wordt door Maarten’s vrouw, te hulp geroepen. Na een tweede bezoek van hem bij hen thuis wordt besloten Maarten te laten opnemen.



Karl Simic

Een oud-collega van Maarten die veelvuldig voorkomt in de flash-backs van Maarten. Simic pleegde zelfmoord na een avond drank die hij doorbracht met Maarten samen. Maarten heeft zich een methode van reageren van Simic eigen gemaakt, die hij zelf ‘de methode’ Simic’ noemt.

Op zoek naar de thematiek


Het thema van het boek is de dementie van Maarten. De lezer ervaart, maakt mee, hoe de dementie ontstaat, zich manifesteert, en langzaam verergert.

Hoofdgedachte


De hoofdgedachte van het boek is het ontstaan, het verloop en de uiteindelijke, en onvermijdelijke, aanvaarding van de dementie. Maar nog meer de aanvaarding van het lot en van de vergankelijkheid.

Beoordeling


Fragment.

“Kan het zelf wel, moeder.’

‘Noem mij geen moeder.’

‘Hoe kom je erbij, Vera.’

Ik draai mij om, de klank Vera nog in mijn oren. Het kuiltje onder haar hals is diep en ingevallen, bijna zwart. Wat ziet ze er bijzonder uit vandaag.

‘Waar gaan we heen? We hoeven toch niet naar een verjaardag? We zijn pappa’s verjaardag toch niet vergeten, zoals verleden jaar? De stem door de telefoon. Ik kon wel door de grond zakken van schaamte. “

‘Kom nu maar mee.’

‘Waar gaan we heen, Vera? Gaan we uit? Je ziet er zo mooi uit. Is er iemand jarig vandaag? Als ik het vergeten ben moet je het wel zeggen hoor.’




Ik heb voor dit fragment gekozen omdat het goed weergeeft hoe Maarten steeds, bewust en onbewust, zijn vrouw verwart met zijn moeder. Ze gaan samen uit, maar Maarten weet niet waarheen. De nacht daarvoor is hij met een kalmeringsspuit tot bedaren gebracht. Het fragment laat blijken dat hij ook daar geen besef meer van heeft.

Eindoordeel


Mijn eindoordeel is dat dit zeer goed het verloop van dementie omschrijft. Een die de lezer zich doet verplaatsen in het slachtoffer. Op andere momenten bekijk je, als lezer en buitenstaander, de invloed van Maarten’s dementie op zijn omgeving en zie je, merk je, hoezeer het ook Vera’s leven beïnvloed. Ik vond het aangrijpend geschreven. Het mooie aan het verhaal is dat de achterliggende gedachte in feite aangeeft hoe vergankelijk alles is, ook dat wat wij ons herinneren.

Recensie


Het boek bevat geen recensie. Evenmin heb ik er een kunnen vinden op het internet.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen