U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Boudewijn Buch - De Kleine Blonde Dood.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=15080 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4027 woorden.

Leeservaring



1. Primaire gegevens :

Auteur : Boudewijn Buch

Titel : De kleine blonde dood

Ondertitel : Geen

Verschenen in : 1985

Aantal blz. : 174

Leestijd : 5 a 6 uur

Uitgelezen op : 11-06-2005



2. Verantwoording van de keuze :

We hebben aan het begin van het jaar 5 boeken gekregen in een bundel en dit boek zat daarbij. Ik had Twee koffers vol al gelezen en dat was me goed bevallen dus dacht ik dat dit ook wel een goed boek zou zijn.



3. Verwachtingen vooraf :

Ik dacht dat het verhaal over haat, liefde en dood zou gaan. Dit was wel een beetje uit de titel te halen en ook uit het beertje op de kaft.



4. Eerste reactie achteraf :

Ik vind dit werk

1 niet 2 een beetje 3 erg

Spannend X

Meeslepend X

Ontroerend X

Grappig X

Realistisch X

Fantasierijk X

Interessant X

Origineel X

Goed te begrijpen X



Dit boek heeft mij zeer duidelijk aan het denken gezet, over hoe mensen beïnvloed worden door hun jeugd, hun eigen ervaringen, maar ook door drankgebruik. Hoe mensen reageren op een sterfgeval, en dan ook nog eens je eigen kind. Ik leer ervan om mijn eigen kinderen later nooit zo’n jeugd te geven en zeer zeker niet in overvloed drinken waar zij bij zijn. Het boek spreekt mij zeer zeker aan, dat is uit het voorgaande af te leiden.



5. Korte samenvatting boek

In dit boek wisselen twee verschillende verhalen zich steeds af. Het eerste verhaal gaat over Boudewijn en zijn vader Rainer Büch. Het tweede verhaal gaat over Micky, het zoontje van Boudewijn en Mieke.



De 7-jarige Boudewijn woont bij zijn ouders samen met vijf broers (die zijn op dat moment nog niet allemaal geboren) in Wassenaar. Boudewijn gaat op schoolreisje naar een speeltuin ergens in Nijmegen. Ze zullen ook even naar Duitsland gaan, maar dat mag absoluut niet van zijn vader. Rainer Büch is namelijk van joodse afkomst en is voor de Tweede wereldoorlog uit Duitsland naar Nederland gevlucht, om tegen Duitsland te vechten, bij de luchtmacht. Hij heeft hiervoor verscheidene onderscheidingen gekregen. Hij is door de oorlog fel anti-Duits geworden en heeft een trauma aan de oorlog overgehouden.

Als ze eenmaal bij de Duitse grens zijn moet Boudewijn bij zijn leraar op Nederlands grondgebied blijven. Als Boudewijn opeens een mooie vlinder ziet vliegen holt hij erachter aan om hem te vangen voor zijn vader, die vele vlinders verzamelt. Als hij hem te pakken heeft blijkt hij in Duitsland verdwaald te zijn. Twee Duitse douanebeambten houden hem aan en brengen hem terug naar de rest van de klas.

Eenmaal thuis gekomen toonde hij met trots de vlinder aan zijn vader. Zijn vader vond hem prachtig, maar toen Boudewijn vertelde over zijn avontuur in Duitsland begon zijn vader hem te slaan en hij maakte de vlinder kapot.

Vader was nooit echt aardig voor Boudewijn en zijn moeder. Hij mishandelde zijn vrouw of zijn kinderen als die het over de oorlog of over Duitsland hadden.

Boudewijn heeft aan de ene kant enorme bewondering voor zijn vader (vlinders verzamelen, banden plakken, wandelen en praten) maar snapt aan de andere kant zijn gewelddadigheden niet.

Als de vader een keer zomaar vertrekt zonder iets te zeggen, gaat een broertje van Boudewijn in de kamer van zijn vader kijken. Hij heeft daar in een kast gekeken die voor iedereen verboden was. Hij zag daar foto's van concentratiekampen en gemartelde mensen. Als vadert weer teruggekeerd is van zijn reis merkt hij op dat er iemand in zijn geheime kastje is geweest. Na wederom een woedeaanval is het huis te klein.

Vader heeft besloten dat hij helemaal geen feestdagen meer wil vieren. De reden hiervoor wordt niet gegeven.

Vader en moeder hadden besloten dat Boudewijn voor een lange tijd naar een inrichting in Brabant moest, "niet omdat ik gek was, maar omdat mijn ouders het gek vonden dat ik gek werd van hun huwelijksleven" (p.81). Hij beleeft daar een vreselijke tijd en mag daar praktisch niets. Het ergste vindt hij nog dat hij daar niet mag lezen. Na bijna een jaar mag hij weer naar huis.

Als hij weer thuis is bleken de buikpijnen waar hij al twee jaar aan leed een verwaarloosde blindedarmontsteking te zijn, inmiddels een buikvliesontsteking.

Hij raakt in de ambulance die onderweg was naar het ziekenhuis in een coma. Een paar weken later toen hij wakker werd kreeg hij van zijn vader mooie cadeaus, waaronder een grote stapel boeken. Na een jaar mocht hij het ziekenhuis uit en werd hij met open armen ontvangen op zijn lagere school.



Er wordt de kinderen verteld over hun Onkel Jobab, die in de Tweede Wereldoorlog is mishandeld en daardoor 'gek in zijn hoofd' is geworden. Hij komt een weekendje langs bij de familie.

Vele jaren later, zijn ouders zijn intussen gescheiden, ontvangt Boudewijn een brief van zijn moeder. Die stuurt hem een kopie van een rouwkaart waarin staat dat zijn vader gestorven is. De dood van zijn vader greep hem erg aan, ondanks dat zijn vader nooit echt aardig voor hem was. Twee weken na dit overlijden krijgt hij een brief van twintig velletjes van zijn vader. Deze brief vind Boudewijn het ergste van alles wat zijn vader hem had aangedaan. Later krijgt hij te horen dat de brief geschreven is vlak voor zijn zelfmoord. Boudewijn kon het allemaal niet meer aanzien en verbrandde de brief.

Voordat zijn vader was gestorven is hij nog een keer naar hem toegeweest. Zijn vader woont met een 18-jarige Deense vrouw, Astrid Nisgren. Hij mag haar as noemen. Boudewijn vertelt dat hij homoseksueel is, een vrouw in verwachting heeft gemaakt, hasj gebruikt en een agent heeft getrapt. Het wordt een emotioneel gesprek en zijn vader en diens (vijfde) vrouw worden woedend op hem.



Het tweede verhaal gaat over Micky. Micky is het zoontje van Boudewijn en Mieke, de voormalig Engelse lerares van Boudewijn, die 14 jaar ouder is. Boudewijn was totaal nog niet toe aan een kind, maar als hij bemerkt dat Mieke aan de drank is neemt hij een deel van de verzorging op hem. Boudewijn en Micky wonen een jaar samen met Fleurette, een jongensachtige vouw die een dochter heeft. Nadat Fleurette en haar dochter het huis hebben verlaten, menen Boudewijns’ vrienden dat hij mee moet gaan naar Parijs, wat al eerder geregeld was. Hij vertrouwt Micky toe aan Gerda, de beste vriendin van Mieke, met de voorwaarde hem niet aan Mieke te geven. Bij zijn terugkomst blijkt Gerda hem wel aan Mieke te hebben meegegeven, omdat het kerstmis was. Ze vertelt hem dat hij bij haar van de trap gevallen is. Hij ligt in het ziekenhuis in coma. Boudewijn gaat eerst bij Mieke langs, vervolgens richting ziekenhuis. Daar wacht hem een veel grotere schok, de val van de trap bleek een secundair trauma, Micky leed aan een hersengezwel dat “geknapt” is en is klinisch dood. Na twintig dagen geeft Boudewijn toestemming de machines stop te zetten en overlijdt Micky. Zijn stoffelijk overschot wordt gecremeerd. Hier heeft Boudewijn bewust voor gekozen. Om zichzelf te straffen, wil hij dat er geen enkel spoor van hem blijft bestaan. Hij is de enige op de crematie, waar hun lievelingsnummer van de Stones: “Out of time” wordt gedraaid.

Zes jaar na de crematie bezoekt Boudewijn voor de krant een opendag van het crematorium. Nadat de reportage in de krant heeft gestaan, krijgt Boudewijn een boze brief van de directeur. Nu overvalt hem een groot verdriet, Micky’s micrografie is mislukt. Als hij iemand op het station hoort zeggen: ”rouw verjaart niet”, weet hij dat hij het verhaal kan schrijven.

In het laatste hoofdstuk vertelt Boudewijn dat enkele herinneringen niet groter zijn dan een postzegel die hij koestert. Ze gaan over fijne momenten met zijn vader Rainer en zijn zoontje Micky. Opvallend zijn de parallellen, zoals bijvoorbeeld het kapotje op het strand.







Verdieping



Tijd

De vertelde tijd is ongeveer twintig à vijfentwintig jaar. Het verhaal begint als Boudewijn een jongetje is van 5 à 6 jaar. Op het moment dat hij zelf vader werd was hij nog student, ongeveer 20 jaar. Het verhaal in het boek eindigt als Micky als 5-jarige jongen overlijdt. De verteltijd is 174 bladzijdes.

Het verhaal speelt zich enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog af, waarschijnlijk in het begin van de vijftiger jaren. De gevolgen van de oorlog zijn in het boek duidelijk te merken. De vader van Boudewijn is namelijk hoofd, of onderhoofd van de reservepolitie. Ook wordt er nog veel over de gruweldaden van de oorlog gesproken en was er nog niet in ieder huishouden een televisie aanwezig.

De gebeurtenissen worden niet verteld in de volgorde waarin ze plaatsvinden. Het boek bestaat uit vele flashbacks die de relatie tussen Boudewijn en zijn vader en zijn zoontje duidelijk moeten maken. Beide personen zijn echter al overleden, op het moment dat het boek verteld wordt.

De flashbacks in het verhaal verwoorden de herinneringen die de hoofdpersoon heeft. Zo komt de lezer meer te weten over het leven van Boudewijn. De flashbacks kunnen sommige situaties goed verklaren. Het verhaal is dus beslist niet-chronologisch verteld.











Ruimte

- het huis van Boudewijn

- de keuken

- het gekkenhuis

- Wassenaar, waar Boudewijn woont

- Amsterdam

- De trein

- De duinen



1 : Het huis van Boudewijn

Daar spelen alle taferelen zich af, die Reiner zijn familie aandeed.



2 : De keuken

Volgens mij is dit de plek waar Reiner het meest uitvalt op zijn familie. Dit is tevens de plek waarbij ik mij het meeste kan visualiseren. Hier heerst de woede van Reiner het meest, samen met de angst voor hem.



3 : Het gekkenhuis

Hier staat de tijd als het ware stil voor Boudewijn. Hij gaat er niet op vooruit, maar zeer zeker ook niet op achteruit in de tijd dat hij in het Gekkenhuis in Brabant zit. Hier wordt hem ontnomen waar hij het meest van houd: lezen.



4 : Wassenaar, waar Boudewijn woont

Dit is het ouderlijk huis van Boudewijn. Er hangt hier een angstige sfeer. Boudewijn hangt ook vaker rond in de buurt van het huis.



5 : Amsterdam

Daar woont Boudewijn wanneer hij zijn oudere leeftijd bereikt heeft. Maar ook hier heeft hij schaamtevolle momenten beleefd tezamen met zijn vader. Op Koninginnedag valt Reiner de Gouden Koets aan.



6 : De trein

Hiermee reist Boudewijn regelmatig. Ook samen met Micky. Maar ook naar het Gekkenhuis toe. Volgens mij opent de trein een soort van nieuwe periode in het leven van Boudewijn. Periodes van vooruitgang. Zoals een trein ook maakt, een vooruitgang.



7 : De duinen

Hier zoekt Boudewijn, maar ook zijn hele familie rust. Even weg van Reiner, even weg van de Tweede Wereld Oorlog. Even rust.



Wijze van vertellen

Het wordt verteld vanuit Boudewijn. Je zit helemaal in hem, je weet zijn gedachtes, waar hij op let met zijn ogen, wat hij voelt. Je weet alles over Boudewijn Buch in dit boek. Het is dus een ik-verteller



Spanning

Veel spanning vind ik niet dat dit verhaal bevat, zeer zeker niet. Ik vind alleen de spanning stijgen wanneer Micky in coma ligt, ik vraag me dan werkelijk af, wat Boudewijn zijn keuze zal gaan zijn. Er zijn nog andere spanningsmomenten, bijvoorbeeld bij de vele ruzies thuis bij Boudewijn of het moment dat Micky ziet hoe Boudewijn de dronken Mieke naar bed brengt, maar die zijn niet echt spannend.



Thema

Drie thema's staan in dit boek centraal : oorlogstrauma van de vader, de homoseksualiteit van de hoofdpersoon en de dood van 'de kleine blonde'

Een ander thema wat niet zo duidelijk naar voren komt, maar wat wel degelijk een rol speelt, is de eenzaamheid van Boudewijn. Hij verliest namelijk eerst zijn vader, dan zijn zoon en Mieke. Er blijft niemand over.



Motieven

- Oorlogstrauma’s en de gevolgen daarvan (verscheurdheid) : z’n vader en z’n ook hebben er allebei last van.

- Duitsland : Rainer kan niks meer van Duitsland zien, horen of zelfs ruiken. Als Boudewijn met een schoolreisje naar de Duitse grand gaat, moet hij in Nederland blijven.

- Antisemitisme : de jodenhaat in de oorlog tegen vader Büch, moeder en alle andere joden.

- Zelfmoord : vader Büch probeert meerdere malen zelfmoord te plegen, als hij bij zijn vijfde vrouw woont, slaagt hij erin. De oma van Boudewijn van zijn moeders kant probeert ook diverse malen zelfmoord te plegen, op de meest bizarre manieren.

- Vader-zoon-relatie : De opvallende genegenheid tussen vader en Boudewijn, waar zelfs moeder Büch jaloers op is. Zij snapt niet waarom vader en zoon elkaar zo goed begrijpen. Uiteraard is ook de relatie tussen Boudewijn en zijn zoontje belangrijk.

- De verhouding met groot leeftijdsverschil : Boudewijn had een seksuele relatie met Mieke, zijn voormalige Engelse lerares, die veertien jaar ouder was. Micky werd uit deze relatie geboren. Er is ook een groot leeftijdsverschil tussen zijn vader en zijn vijfde vrouw, Astrid Nisgren.



- Alcoholverslaving : vader Büch bedronk zich regelmatig. Ook Mieke heeft een drankprobleem. Boudewijn drinkt zelf ook best veel, maar beperkt zich vanwege Micky.

- Homoseksualiteit : Boudewijn was homoseksueel, ondanks zijn relatie met Mieke en Fleurette. Ook is het een taboe in zijn familie.



Personages



Boudewijn :

Hij kent zijn vader heel goed. (blz.151) "Naar geen man heb ik meer gekeken dan naar mijn vader. Ik kende op den duur alle (...) Mijn moeder zei dikwijls: 'Zoals jij je vader kent! Je lijkt wel een psycholoog. Soms denk ik dat jij je vader langer kent dan ik.' "

In zijn jeugd is Boudewijn een rustig jongetje die, evenals de rest van het gezin, lijdt onder de tirannie van zijn vader. Ondanks de buien van zijn vader geeft hij veel om hem. Als hij tien jaar is, wordt hij opgenomen in een psychiatrische kliniek in Brabant. Hij was echter niet gek, maar werd gewoon zenuwachtig van de ruzies van zijn ouders. De vele buikpijnen waar hij al twee jaar lang over klaagde bleken een verwaarloosde blindedarmontsteking te zijn. Als Boudewijn ouder is, blijkt hij homoseksueel te zijn, desondanks heeft hij wel een kind. Hij voelt hij zich onzeker over zijn capaciteiten als opvoeder. Hij gedraagt zich vaak onverantwoordelijk. Desondanks neemt hij later het moedige besluit om Micky in huis te halen en uiteindelijk diens leven te beëindigen. Hij is duidelijk een karakter, want je komt heel veel over hem te weten. Wat later in het verhaal komt meer over zijn jeugd en zijn gevoelens aan het licht.



Rainier, vader :

Vader speelt een hele belangrijke rol in dit boek. Hij heeft 6 zonen en hij heeft WO II overleefd en voelt zich schuldig, omdat zijn broers en zussen niet meer leven. Hij heeft last van een oorlogstrauma en hierdoor doet hij hele vreemde dingen. Hij kan bijvoorbeeld ontzettend boos worden en dan slaat hij alles kort en klein in het huis. Hij tiranniseert zijn gezin en mensen uit zijn directe omgeving. Zijn militaristische gedrag leidt tot een scheiding van zijn vrouw. Hij hertrouwt enkele malen, maar uiteindelijk pleegt de vader zelfmoord. Hij is van joodse afkomst en heeft in de oorlog veel gedaan voor Nederland. Hij is aan de ene kant erg tegen Duitsers en laat dat ook goed blijken, maar aan de andere kant treedt hij wel hard en militaristisch op. Hij is een type, omdat zijn persoon niet verder wordt uitgewerkt.





Moeder Büch :

De moeder van Boudewijn lijdt eveneens onder het gedrag van haar man. Ze is een lieve zorgzame vrouw die Boudewijn en zijn broers probeert te beschermen tegen hun vader. Zij is van Italiaanse afkomst en heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten. Ze weigert het kind van Boudewijn te zien.

Moeder Büch is een type, omdat ze niet zo uitgebreid beschreven wordt.



Mieke :

Boudewijn heeft een relatie met een veertien jaar oudere vrouw, die vroeger een lerares van hem was. Ze krijgen samen een zoon, maar door haar drankprobleem kan ze hem niet zelf opvoeden. Zelfs als Micky is overleden komt ze niet naar zijn crematie. Mieke is een type, want we leren haar niet echt goed kennen.



Micky :

Micky wordt geboren uit de relatie tussen Boudewijn en Mieke. Hij is een levendige en enthousiaste jongen en, evenals zijn vader, fan van Mick Jagger. Hij overlijdt op vijfjarige leeftijd aan een geknapt hersentumor.

Micky is duidelijk een type, omdat je niet veel over hem te weten komt.



De oma van Boudewijn :

Ze is afkomstig uit Italië. Volgens Boudewijn kon ze altijd heel mooi vertellen. Hoe ouder ze echter wordt, des te meer dement. Ze slijt de laatste jaren van haar leven, vastgebonden in een psychiatrisch ziekenhuis waar ze zelfs haar eigen dochter niet herkent. Ze is een type.



De broers van Boudewijn :

Ze zijn tamelijk vaag beschreven in het boek. Boudewijn heeft het soms is over een broertje. Wel is bekend dat hij vijf broers in totaal had, waarvan er twee waarschijnlijk ouder waren en drie jonger. Ze zijn duidelijk types.



Fleurette :

Ze is een jongensachtige vrouw die geen bezwaar maakt tegen de seksuele voorkeur van Boudewijn. Samen met haar dochter woont ze een tijd samen met Boudewijn en Micky. Op een gegeven moment neemt ze toch weer de benen. Ze is een type.



Onkel Jobab :

Hij is de enige levende familie (broer) van Rainer. Ook Onkel Jobab is verstrooid

door de oorlog. Hij werkt als doodgraver in een psychiatrisch ziekenhuis.

Hij is een type.



Titel, ondertitel en motto

De titel slaat op de kleine blonde zoon Micky van Boudewijn. Micky overlijdt later in het boek aan een geknapt hersengezwel.

De titel komt ook letterlijk terug in het boek op blz. 157:

".... Soms schrik ik 's nachts wakker van het idee dat je een auto-ongeluk krijgt. En dan is die kleine blonde dood. De kleine blonde dood, dat is een mooie boektitel...."

Een ondertitel is er bij dit boek niet. Het heeft een motto door middel van een aantal citaten :



- You’re out of touch, my baby. My poor discarded baby

- To young to really be in love

- Der Tod ist ein sehr mittelmässiger Porträrtmaler

- O melancholy, turn thine eyes away!

O music, music, breathe despondingly

- Comme vous le savez notre société est entierement liquidée

- Wie zich voorstelt dat hij iets lief heeft, te niet gaat, zal zich bedroeven; daarentegen zal hij zich verheugen bij de gedachte dat het behouden blijft.

- Liefde ( of geen liefde) en ouder worden en dan de dood.

- Een naam van iemand die niet meer bestaat blijft soms nog lang onder de mensen

- Ik ben geen vader, en ik heb geen zoon. Niets dan een sage is zijn zacht bestaan

- Tete sacree! Enfant aux cheveux blonds! Bel ange !

A l’auréole d’or



Relatie tussen tekst en auteur

Het verhaal in De kleine blonde dood van Boudewijn Büch heeft veel weg van zijn eigen leven, je zou dus zeggen dat het bijna autobiografisch is. Zijn vader was slachtoffer in de Tweede Wereldoorlog en is toen naar Nederland gevlucht. Zijn moeder is Italiaanse van afkomst. Beide ouders waren waarschijnlijk Joods. Beide komen dus goed overeen met de ouders in het boek. Boudewijn is in werkelijkheid naar een jeugdpsychiatrische inrichting gestuurd, net als in het boek. Wat opvallend is, is dat Boudewijn in werkelijkheid nooit een zoon heeft gehad, terwijl hij er in het boek met zoveel gevoel en details over schrijft. Boudewijn heeft nog meer dingen verzonnen wat door velen werd geloofd, hij had een grote fantasie.











Relatie tussen de verschillende teksten

Boudewijn Büch heeft veel gedichten en boeken geschreven, het zijn bijna autobiografische romans, hij schreef ook een aantal niet-fictie boeken waarin hijzelf vaak heel nadrukkelijk op de voorgrond stond.



Relatie tussen tekst en context

Boudewijn Büch is geboren in 1948, in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Dat waren roerige jaren waar alles weer opgebouwd moest worden. Hij is dus opgegroeid in deze periode en heeft er het nodige van meegekregen, dit is van invloed geweest bij het boek De kleine blonde dood waar Boudewijn’s vader is getraumatiseerd door de oorlog en veel haat heeft tegenover Duitsers. Dat Boudewijn veel van Rock ’n Roll muziek houd blijkt in de tekst, en dan vooral van de Rolling Stones, dat merk je aan de vaak herhaalde songtitels van de groep.

























































Persoonlijke Beoordeling



Het onderwerp

· Ik vind het een onwaarschijnlijk goed onderwerp. Het is duidelijk in te beelden hoe Boudewijn zich gevoeld moest hebben. En ik kan een duidelijk beeld maken bij de omgeving waar Boudewijn zich in bevond.

· Ik heb zeker eerder nagedacht over het onderwerp. Ook al heeft dit verhaal vele onderwerpen. Zoals liefde, dood en angst. Dood heb ik meegemaakt, maar ik heb ook zeker liefde en angst gevoeld in mijn leven, wat toch ook wel met de dood gepaard gaat. Voor mij is het heel realistisch.

· Ik heb niet echt een mening gekregen bij dit onderwerp, ik weet waarbij ik een mening moet vormen. Maar ik weet zeker dat wanneer ik mijn leven zo zou hebben geleid ik nooit zo sterk zou kunnen blijven als Boudewijn in dit verhaal.

· Het onderwerp werd zeer zeker niet oppervlakkig behandelt, er wordt soms op de meest kleine details onvoorstelbaar diep ingegaan. Het verrijkt je eigen denkvermogen, maar ik heb er zeker van genoten.

· De film “Kleine Blonde Dood” bestaat ook. Maar deze wil ik nooit zien. Het zou mijn beeld bij het verhaal weghalen.



De gebeurtenissen

· De gedachtes en gevoelens waren van belang bij de gebeurtenissen in het boek. De gebeurtenissen liepen op elkaar door, het waren er niet teveel, er kan nooit te veel in een boek staan.

· De gebeurtenissen waren ontroerend, zeker omdat het zo realistisch is. Een jong kind waar van niet wordt gehouden. Een jong kind dat volwassen wordt, en zijn zoon verliest. Ik vind het triest, maar mooi. Het is ontroerend om te zien dat een jongen, met zo veel trauma’s van zijn jeugd, volwassen wordt en toch sterk blijft, zeker van zichzelf.

· De gebeurtenissen waren verrassend en werkelijk. Het is zo dat een mens dit allemaal mee maakt. Ik vind sommige gebeurtenissen wel schokkend, dit omdat ik mij zeer inleefde in Boudewijn.

· Ja, de gebeurtenissen riepen bepaalde emoties bij mij op; verdriet, angst en woede.

· Ik vind alleen dat het einde niet echt aansluit bij de rest van het boek. Het hele boek is zeer uitgebreid en het einde lijkt geschreven in tijdnood.











De personen

· De hoofdpersoon komt natuurlijk levensecht over, het is een mens net als ons. Hij beschrijft als het ware z’n eigen leven met hier en daar wat aanpassingen.

· Ik kan me redelijk inleven in Boudewijn. Ik kan me voorstellen hoe hij zich gevoeld moest hebben toen hij in de trein zat naar Brabant. Maar ik kan me niet inleven met de sterke kant van Boudewijn. Dit zou ikzelf niet aankunnen, al die problemen

· Nee, ik herkende niet echt eigenschappen van Boudewijn in mezelf, hooguit zijn doorzettingsvermogen maar zoals ik al eerder zei, ik heb niet zo’n groot doorzettingsvermogen

· Er waren geen personen die mij deden denken aan personen die ik ken. Ik leef niet in zo’n soort omgeving, die problemen komen hier, voor zover ik weet, niet voor.

· Nee, ik ben niet door het gedrag van Boudewijn beïnvloed, ik laat me niet door boeken beïnvloeden.

· Boudewijn had voor mij niet echt negatieve eigenschappen. Ik vind hem zelfs erg goed opgevoed. Als kleine jongen was hij leergierig en nieuwsgierig. Dat zijn ouders, vooral zijn vader, dat niet altijd goed keurde, kon hij niets aan doen.



De opbouw

· Het verhaal was redelijk moeilijk opgebouwd. De afwisseling tussen jeugd en heden was soms best moeilijk te volgen.

· Door de wisseling van tijd zoals hierboven al is beschreven.

· Nee, die waren er niet

· De delen wanneer de vader weer om iets woedend dreigde te worden leverde altijd wel spanning op, omdat je wilt weten hoe het afloopt. Het deel dat je nog niet weet hoe en wanneer Micky dood gaat, maar wel weet dat hij jong sterft bracht ook spanning. Je wilt namelijk graag weten hoe hij dood is kunnen gaan, wat de gevolgen zijn enzovoort.

· Het einde was een beetje flauw, het was erg kort beschreven.























Het taalgebruik

· Het taalgebruik is niet te moeilijk, ik ben het wel een beetje gewend, ik weet niet hoe maar ik begrijp het meestal gewoon.

· De gebeurtenissen zijn op zo’n manier verteld dat ik mij helemaal kan voorstellen hoe het er in een huis uitzag, op de straat, in de trein en in het museum.

· De dialogen, die er vaker in voorkwamen, zijn helder weergegeven. Ze zijn volgbaar en duidelijk.

· Er zijn geen fragmenten die ik zal onthouden, zo ben ik nou eenmaal niet. Ik lees het boek en dat was het dan. Als ik het nog eens zou gaan lezen zou ik me het wel weer vaag herinneren maar voor de rest niks.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen