U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Albert Helman - De Stille Plantage.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2439 en is laatst upgedate op 18/02/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1445 woorden.

Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Den Haag 1958



Het boek is geschreven in 1931. Het boek heeft 168 bladzijden. Het boek bestaat uit dertien hoofdstukken.



Titelverklaring

De stille plantage slaat op de plantage van de Morhangs. De plantage Bel Exil leeft voort in de gedachten van Agnes, Josephine en Armand. Doch op de plaats zelf waar de plantage heeft gelegen is de stilte van de natuur teruggekeerd.



Motto

Er is geen motto. Er staat wel: "Aan jou om wie ik het eerste woord schreef en het laatste". Het eerste en het laatste woord is herinnering.



Achtergronden

Albert Helman, pseudoniem van Lou Lichtveld, is geboren op 7 november 1903 in Paramaribo in Suriname. Hij maakte zijn debuut met de stille plantage in 1926. Hij was minister van onderwijs en gezondheid in Suriname van 1949 tot 1951. Hij woonde een groot deel van zijn leven in Tobago. In 1994 was hij op 91–jarige leeftijd nog een actieve schrijver.



Samenvatting

(Voor deze samenvatting is gebruik gemaakt van een al bestaande samenvatting.)



Armand de Morhang, zijn vrouw Josephine en haar beide zusters, de zachte Cécile en de energieke Agnes, zijn Hugenoten, die na de herroeping van het edict van Nantes uitwijken naar Holland. Hier krijgen ze door hulp van de raadspensionaris van Amsterdam de gelegenheid zich een bezit in Suriname te verwerven. Graag grijpen ze de mogelijkheid aan om een nieuw bestaan op te bouwen. Ze willen een eigen rijkje stichten, waar rechtvaardigheid en liefde heersen. De vriendelijke kapitein van het schip, dat hen overvaart, waarschuwt hen voor dit gevaarlijke idealisme. In Paramaribo ontmoeten zij Willem Das, de opzichter, die hen door de kapitein als een betrouwbare helper is aanbevolen. Raoul en Das gaan op reis om een stuk grond uit te zoeken, Agnes sluit zich bij hen aan. Op een plantage, waar ze de reis onderbreken, horen ze dat men een zeer streng regiem onder de slaven dient te voeren, wil er iets van terecht komen. Dergelijke raadgevingen ergeren Raoul en hij besluit dan ook een zeer afgelegen stuk grond te kiezen, ver van de buren vandaan. Het wordt genoemd "Bel Exil" (Schoon Ballingsoord).



De voorman van de slaven is een mooie, grote neger met een edel karakter. Juist daarom vindt Das het nodig om hem in de gaten te houden. Agnes werkt mee als een man. Zij merkt wel, dat Das bijzondere aandacht voor haar heeft, maar dit is haar onaangenaam. Das voelt dit wel en hij reageert zijn ergernis af op de slaven. Het wordt nog erger als Das aan Raoul de hand van Agnes vraagt en deze weigert. Agnes zou hem wel willen wegsturen, maar daar voelt Raoul nu ook weer niet voor. Hij heeft geen oog voor de toestand en heeft het gevoel dat hij nog, evenals op Morhang, omringd is door trouwe vazallen in plaats van slaven, die al luider morren. Agnes zoekt in die omstandigheden haar toevlucht bij de negers, bij wie ze zich hoe langer hoe meer thuis gaat voelen. Isidore ontpopt zich als haar trouwe vereerder en bij Agnes groeit liefde voor hem. De neger bekent haar, dat hij ‘s nachts naar een blanke priester gaat om door hem in het Christendom onderwezen te worden. Nu zal het weglopen beginnen, meent Das. Er komen nu ook spanningen op de plantage: er dreigt een overproductie en de planters besluiten de helft van de oogst te vernietigen om de prijzen op peil te houden. Raoul weigert verontwaardigd: hij beschouwt de oogst als een geschenk van God, waarmee hij niet mag doen wat hij wil. Dit maakt hem bij de planters niet populairder. Zij hadden toch al bezwaren tegen de milde wijze, waarop de slaven op De Stille Plantage behandeld worden. De beide priesters, die onder de negers werken, zijn inmiddels bezweken onder het klimaat. Als Agnes dat hoort, neemt zij hun werk over, maar moet ervaren, dat de negers zelf allerlei verhalen over God gaan bedenken. God heeft ze er het verstand niet voor gegeven, meent Das. Das koestert nog steeds een ongelukkige liefde voor Agnes. Het wordt zo’n obsessie voor hem, dat hij zichzelf vergeet en haar probeert aan te randen. Gelukkig komt Isidore zijn meesteres te hulp en slaat Das neer. Deze raakt nu nog meer aan de drank verslaafd en wordt nog wreder tegen de negers. Hij gaat zelfs zover, dat hij een slavin, die een kind van hem verwacht, doodranselt. Isidore kan het niet aanzien, hij springt naar voren en slaat Das tegen de grond. Raoul laat hem boeien om hem aan het gerecht in de stad over te geven. Doch het komt er niet toe. Twee planters, die hun doodzieke vriend Das komen opzoeken, laten Isidore voor zich brengen, ranselen hem halfdood met hun zwepen en schieten hem daarna neer.



Vanaf dit moment gaat het niet goed meer op de plantage. Cécile sterft doordat ze kou gevat heeft in een tropische regenbui. De strijd tegen het woekerende oerwoud is haast niet meer vol te houden en een mierenplaag vernietigt alles wat er te velde staat. Agnes is na de dood van Isidore in een toestand van apathie vervallen en brengt haar leven vrijwel te midden van de negers door. Raoul staat dus alleen voor het werk, want geen opzichter wil op deze plantage werken. Noodgedwongen wordt hij harder tegen de slaven, zodat hij moet beleven dat voor het eerst ook bij hem twee het oerwoud invluchten. Het enige lichtpunt is, dat Josephines wens om een kind te hebben eindelijk vervuld wordt. Maar blijven kunnen en willen ze niet meer. Ze besluiten terug te keren naar Europa en wel naar Engeland. Hier vinden ze rust. In Agnes’ geest verbleekt de herinnering aan Das en Isidore, zij wijdt zich geheel aan haar neefje Gaston. De eerste jaren vermijden de ballingen het om over hun leven in Suriname te spreken, maar langzamerhand rijst het beeld van die tijd in hun geest op, lieflijker dan het in werkelijkheid geweest was. Gaston zit zo vol verhalen over De Stille Plantage, dat hij, als hij naar zee gegaan is, er een bezoek gaat brengen. Maar hij vindt er vrijwel niets meer: slechts in de weemoedige fantasieën van zijn ouders en zijn tante is De Stille Plantage blijven leven.



Thema en motieven

Het thema is denk ik de onderdrukking van mensen. De Fransen worden ballingen, omdat ze wegens geloofsovertuigingen in Frankrijk niet geaccepteerd werden. De onderdrukking van de negers in Suriname speelt een grote rol.



Een belangrijke rol speelt ook de liefde die tussen de familieleden heerst. Op de plantage gaat een deel van die liefde verloren door de vele moeilijke gebeurtenissen op de plantage. Dan is er ook nog de liefde voor Agnes vanuit Das en de aanbidding van Agnes door Isidore.



De Franse familie wordt uiteindelijk ook van de plantage weggejaagd door de steeds opeenvolgende gebeurtenissen die veel verdriet geven zijn ze weer opnieuw ballingen.



Perspectief, verteller

Het verhaal is in de ik-vorm geschreven en er is een ik-verteller.



Personages

Er zijn vier hoofdpersonen: Raoul, Josephine, Cecile en Agnes



Raoul: hij is de man van Josephine. Hij is degene die alles regelt en dus ook veel last op zijn schouders draagt. Uiteindelijk krijgt hij een kind van Josephine.



Josephine: ze is de vrouw van Raoul. Ze zorgt voor haar zusters als een moeder. Ze is een sterke vrouw en toch ook gevoelig. Ze voelt zich vaak niet goed op de plantage maar dat probeert ze zoveel mogelijk te verbergen.



Cecile: de zus van Josephine. Ze is een heel gevoelig en vrij zwak meisje. Ze was het gelukkigst in Frankrijk. Zodra ze daar wegging voelde ze zich niet meer gelukkig. Ze overlijdt op de plantage nadat ze nat is geworden in een tropische bui.



Agnes: de andere zus van Josephine. Ze is een avontuurlijk opgewekt meisje. Ze verandert veel op de plantage door het harde werken en door Das en de slaven en met name Isidore. Ze gaat zich afsluiten na de dood van Isidore en Das. Ze komt vooral nog bij de slaven en niet zo veel meer bij haar familie.



Dan is er ook nog Das: hij is de opzichter op de plantage. Hij mishandelt de slaven vaak tot verkrachting toe. Hij is verliefd op Agnes en hij reageert haar afwijzing af op de slaven en hij gaat aan de fles.



Isidore: hij is het hoofd van de slaven. Hij gaat naar een missionaris om wat van het christendom te leren. Hij aanbidt Agnes.



Gaston: hij is het kind van Josephine en Raoul. Na de vele verhalen van hen en Agnes gaat hij terug naar de stille plantage maar hij vindt niets terug.



Tijd /Ruimte

Het verhaal speelt zich af in de 17e eeuw. Het verhaal wordt chronologisch verteld. Er gaan een aantal jaren voorbij.



Het verhaal speelt zich af in Frankrijk, Nederland en op de plantage in Suriname. Daarna keren ze weer terug in Europa: in Engeland.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen