U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Maarten 't Hart - Het Woeden Der Gehele Wereld.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2431 en is laatst upgedate op 16/02/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1752 woorden.

Informatie over de schrijver



Maarten ’t Hart is geboren in 1944. Als kind las hij tussen zijn vijfde en vijftiende zo’n 2500 boeken. Hij heeft dus altijd al van lezen gehouden. Na zijn jeugd is hij biologie gaan studeren.

In 1973 studeerde hij af. Zijn eerste boek was ‘Stenen voor een ransuil.’ Dit boek schreef hij in 1971.

Maarten ’t Hart heeft een aantal vaste genres die hij gebruikt in zijn boeken, dat zijn de: Roman, kort verhaal, essay en autobiografie. Een andere schrijver heeft eens beweerd dat als Maarten ’t Hart aan het schrijven slaat, dit komt omdat hij dan op dat moment van een ziekelijke verliefdheid wil genezen.

Maarten ’t Hart zei zelf eens in een interview “Wanneer ik een paar dagen niet lees, krijg ik last van ontwenningsverschijnselen. Dan word ik onrustig en humeurig terwijl ik van nature heel vrolijk en opgewekt ben.”( NRC handelsblad, 12-7-1991)

Maarten ’t Hart is volgens mij een beetje een exhibistionist, omdat hij zich graag als vrouw verkleedt en dan door Leiden loopt als vrouw. Hij noemt zichzelf dan ‘Maartje’.

Hij heeft veel boeken geschreven, enkele hiervan zijn:

- Ik had een wapenbroeder (1973-roman)

- Het vrome volk (1975-verhalen)

- Natuurlijke historie (1976-essays)

- De droomkoningin (1980-roman)

- Het eeuwige moment (1983-essays)

- De ortolaan (Kinderboekenweekgeschenk in 1984)

- De draagmoeder(1987-verhaal)

- De nakomer (1996-roman)

En zijn laatste boek dat hij geschreven heeft heet: “Wie god verlaat heeft niets te vrezen. De schrift betwist.” (essays



Samenvatting

Het boek begint met de gebeurtenis dat zeven mensen in 1940 proberen te vluchten voor de Duitsers door middel van een gewaagde overtocht naar Engeland. Onderweg wordt de boot onderschept door een Duitse onderzeeër die vervolgens het schip opblaast met de hele bemanning aan boord. De opvarenden overleven dit, deze gebeurtenis speelt door het hele boek een grote rol.



De hoofdpersoon heet Alexander Goudveyl, hij is als het verhaal begint twaalf jaar. Zijn ouders zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuist naar Maassluis en zijn vader heeft daar een pakhuis gekocht en werkt als voddeman in Maassluis. Doordat zijn vader voddeman was, werd de hoofdpersoon vaak gepest op school en hij had dan ook helemaal geen vrienden op school. Alexander heeft altijd het idee gehad dat God een fout had gemaakt door hem op de wereld te zetten. In het pakhuis van zijn vader stond een oude piano. Hij was erg gehecht aan die piano en leerde hoe hij piano moest spelen.



Eens in het jaar is er een dag dat de kerk mensen probeert lid te maken van de kerk, de z.g.n. evangelisatie dag. Het belangrijkste gedeelte van de evangelisatiedag speelt zich af voor het pakhuis waarbij Alexander de muziek verzorgt door te spelen op de piano. Alexander ziet een een bepaald moment een schaduw en als hij zich omdraait dan staat er een man voor hem die hem onder schot houd. Hij kan niet zien wie de man is. Plotseling is de man weer weg. Er blijkt dan dat er een politieman is doodgeschoten. Alexander heeft waarschijnlijk de dader gezien die de politie echter nooit te pakken krijgt. In de rest van het boek blijft Alexander naar die dader zoeken.



Als Alexander op de middelbare school zit wordt hij door een plaatselijke apotheker, ook iemand die op de boot naar Engeland heeft proberen te vluchten, gevraagd om te komen pianospelen bij hem thuis om zo op zijn huis te passen. Als hij in het huis op verkenning gaat vindt hij de kleren van de moordenaar van de politieagent op de bewuste evangelisatiedag op zolder.



Alexander verhuist naar Leiden om aan de universiteit pharmacie te gaan studeren. Hij leert allemaal nieuwe dingen zoals met een meisje naar bed gaan. Hij wordt door een professor van de universiteit gevraagd om bij hem thuis te gaan pianospelen. Die professor zat ook op de bewuste boot naar Engeland. Als hij een keer is uitgenodigd om te komen eten denkt de professor dat hij een oude vriend Aaron is, die ook op de boot zat. Hij ontmoet op die avond zijn toekomstige vrouw, de dochter van Aaron.



Aan het eind van het boek is hij getrouwd met die dochter van Aaron. Na een aantal jaren leert hij ook zijn schoonvader kennen en hij vindt uit dat zijn schoonvader ook op de bewuste boot zat. Alexander komt dan iets vreemds tegen bij zijn schoonvader en als hij doorspeurt blijkt dat zijn schoonvader de moord op de agent op zijn geweten heeft. Dan verspreekt zijn schoonvader zich bij een diner en uiteindelijk blijkt dan dat zijn schoonvader eigenlijk zijn echte vader is.



Verhaalanalyse

- De titel van het boek is ‘Het woeden der gehele wereld.’ De hoofdpersoon weet in het begin van het boek niets zeker, en als hij iets wist dan bleek dit niet te kloppen. Hij is heel onzeker. Ik denk dat het zal ‘woeden’ in zijn hoofd.



- Het boek is een roman. Het is denk ik een autobiografische roman, Maarten ’t Hart zal veel dingen uit zijn eigen leven in het boek hebben omschreven.

Het boek heeft 284 blz. en is in 3 delen verdeeld. Het eerste deel bestaat uit 1 hoofdstuk, het tweede deel uit 35 hoofdstukken en het laatste deel uit één hoofdstuk.Het boek is van de serie ‘de Grote lijsters’.



- Er is een hoofdpersoon, dat is Alexander Goudveyl. Hij is aan het begin van het boek twaalf jaar oud en aan het eind ongeveer dertig. Het is een stille, rustige en intelligente jongen die ook heel muzikaal is. Hij heeft weinig vrienden en denkt over alles wat hij doet heel goed na. Hij wordt wel wat vrijer in de loop van het verhaal, eerst was hij erg in zichzelf gekeerd. Hij vindt in het begin van het verhaal dat hij maar beter niet geboren had kunnen worden. Hij leeft bij zijn ouders in een sociaal lage klasse doordat zijn vader voddeman is. Later komt hij in ‘hogere’ kringen doordat hij studeert.

Er zijn een paar bijfiguren:

· De ouders van Alexander. Zij zijn heel rustig en in zichzelf gekeerd.

Vooral aan het begin van het verhaal spelen ze een grote rol omdat Alexander dan nog thuis woont.

· De vriendin en uiteindelijk de vrouw van Alexander. Zij is heel beschaafd en goed opgevoed en is meer gewend dan Alexander.

Ze is heel lief qua karakter. Ze houdt veel van Alexander.



- Het verhaal speelt zich ongeveer af tussen 1940 en 1985. Het is chronologisch en er komen geen flashbacks in voor.



- We beleven het verhaal door de ogen van de ik-persoon. Er is de ik-vertelsituatie gebruikt.



- Het verhaal speelt zich af in Maassluis en daarna in Leiden. Dit zijnde belangrijkste plaatsen waar de gebeurtenissen zich afspelen. Ook is het pakhuis erg belangrijk, daar wordt bijvoorbeeld de agent neergeschoten.



- Het verhaal begint met een soort inleiding, namelijk dat een aantal mensen een overtocht naar Engeland proberen te maken, maar dat ze gepakt worden door de Duitsers. Dat is ook meteen het eerste deel van het boek. Hierna begint het boek pas echt. Het hoofdprobleem van de hoofdpersoon is denk ik wie de moord op de politie agent op zijn geweten heeft. Hij blijft naar de oplossing zoeken het gehele verhaal door. De belangrijkste gebeurtenis is de inleiding, namelijk de oversteek van naar Engeland door een aantal mensen. Het hoogtepunt van het boek ligt aan het eind van het boek waar alle problemen die in het begin van het verhaal zijn gevormd opgelost worden



- Het thema van het boek is het denken van de hoofdpersoon het hele boek door. Dit denk ik omdat dit (denk aan ’woeden’) in de titel staat verwerkt en dus belangrijk is. Enkele motieven zijn: De liefde tussen Alexander en zijn vriendin, de muzikaliteit van de hoofdpersoon, het zoeken naar de opvarenden van de overtocht.



- De schrijver heeft wel een beetje als bedoeling om de lezer er attent op te maken dat je in je leven alles goed moet overdenken. Maar hoofdzakelijk is dit toch een boek om de lezer te amuseren.



- Het taalgebruik is niet overdreven moeilijk. Wel staat er soms wat dialect in de tekst zoals: “hittepitje”, “juut” en “gassie”. Het verhaal bevat wel wat dialoog omdat je het verhaal door de ogen van de hoofdpersoon beleefd.



Mening

Ik mijn PR in vijf delen verdeeld:

- Onderwerp

- Gebeurtenissen

- Opbouw

- Personages

- Taalgebruik



- Als je het boek openslaat is het niet echt duidelijk waar het boek over gaat, je moet eerst een stukje lezen om erin te komen. Dit is een leuk aspect. Later kom je er dan achter dat alles om de oversteek heen draait in het boek. Ik vind het een interessant onderwerp omdat het ingewikkeld in elkaar zit en dat is leuk omdat je dan ook nog een beetje moet nadenken. Ik heb zelf nog niet echt over het onderwerp nagedacht. Het onderwerp ligt een beetje buiten mijn belevingswereld omdat ik niet echt over alles hoef na te denken. De hoofdpersoon doet dit wel. Het verhaal heeft wel diepgang, er wordt over sommige gebeurtenissen diep nagedacht.



- De nadruk ligt op de gebeurtenissen en op de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon, het wordt in dit boek gecombineerd. Het verhaal bevat een paar hele belangrijke gebeurtenissen waar alles om heen draait, dit vind ik moeilijk omdat je niet precies weet wat nu het belangrijkste gedeelte van het boek is. De gebeurtenissen zijn op een boeiende manier verbonden met elkaar. Er komen dramatische gebeurtenissen in voor, bv. De dood van de agent. Er zijn teveel gebeurtenissen om het realistisch te laten lijken vind ik.

Het boek bleef tot het einde boeien mede omdat pas op het laatste moment alles duidelijk werd. De afloop is goed.



- Het verhaal is makkelijk opgebouwd, heel logisch met geen rare dingen erin.

De tijd verloopt zoals in werkelijkheid alleeen gaat de lezer er sneller doorheen. Er zijn echte terugblikken, soms kijken ze een beetje terug naar de oversteek met de boot.



- Je krijgt niet zo’n goed beeld van de personages, je moet er zelf achter komen d.m.v het boek goed lezen. Je raakte wel betrokken bij wat de personages deden. De personen reageren als gewone mensen en dus voorspelbaar. De gedachtes van de hoofdpersoon hebben mij beïnvloed mede omdat ik eigenlijk maar over weinig dingen echt nadenk, de hoofdpersoon denkt over alles na! Ik vind dat de hoofdpersoon symphatiek is omdat hij nooit iets vervelends doet. De problemen in het boek rijzen een beetje de pan uit en ik kon me daardoor er niet echt in verplaatsen.



- Het taalgebruik was niet hoogdravend,en ik had geen moeite om de tekst te begrijpen.

Er zat wat dialect in zoals “hittepitje”, “juut” en “gassie”.

Het verhaal bevat weinig beschrijvingen, daar moet je zelf achter komen. Er wordt zeker veel ruimte besteed aan gevoelens van de personen.Het verhaal bevat wel wat dialoog.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen