U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Terlouw - Oorlogswinter.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2429 en is laatst upgedate op 16/02/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3254 woorden.

Technische gegevens van het boek:

1. Titel: Oorlogswinter

2. Schrijver: Jan Terlouw

3. Omslag & illustrator Jan Wesseling

4. Uitgever: Lemniscaat, Rotterdam

5. Geschreven in: Utrecht, januari 1972

6. De eerste druk was in: 1972

7. Mijn druk: dertigste druk, 1981

8. Aantal bladzijden: 162

9. Aantal hoofdstukken: 17

Illustraties en omslag:

De illustraties zijn getekend door Jan Wesselling. Op de omslag zien we waarschijnlijk Michiel met een knijpkat en een tas die zich verschuilt voor enkele Duitsers. Voor en na het verhaal vinden we twee keer dezelfde tekening van een troep trekkende mensen, met wagentjes, fietsen en zakken.



Samenvatting:

Michiel was een jongen uit het dorp de Vlank. Hij had een jongere broer, Jochem, en een oudere zus, Erica. Het dorp De Vlank, waarvan Michiels vader burgemeester was, lag aan de noordrand van de Veluwe, dicht bij Zwolle. Maar tussen de Vlank en Zwolle stroomde nog de IJssel, en dat was erg belangrijk.

Michiel was 11 jaar toen het Duitse leger, op 10 mei 1940, op bevel van de grote alleenheerser Adolf Hitler Nederland en België binnenviel. Michiel had toen voor zichzelf besloten, dat de oorlog een heerlijke, opwindende gebeurtenis was en hij hoopte dat de oorlog nog lang zou duren.

Maar die gedachte was snel weg. Na die 10de mei 1940 had de jonge Michiel begrepen dat zijn wens een domme wens was en dat de oorlog beter vandaag kon aflopen dan morgen.

Vier jaar en vijf maanden duurde de oorlog nu al, Michiel was inmiddels 16 jaar geworden, en het was steeds erger geworden.

Op een morgen kwam hij Dirk Knopper, zijn buurjongen, tegen. Dirk vroeg of hij Michiel onder vier ogen kon spreken. Dirk wou dat hij Michiel kon vertrouwen, dus moest Michiel zweren dat hij er met niemand over zou praten. Dirk trok een ernstig gezicht en zei dat ze die avond met drie man het distributiekantoor in Lagezande gingen overvallen. Lagezande was een dorp op zes km afstand van de Vlank. Ook zei hij dat als er iets mis zou gaan bij de overval, dat hij een brief, die hij aan Michiel had gegeven, aan Bertus Hardhorend moest geven. Michiel moest de brief zorgvuldig bewaren. Hij legde de brief dus in een leeg leghokje, de vierde van rechts, onder een losse plank zodat niemand hem kon vinden. En voor de zekerheid schreef hij op zijn bed 4r. Hij ging die avond naar buiten en tuurde naar het huis van de buren. Hij wilde net naar huis gaan, toen hij een auto hoorde aankomen. Hij drukte zich dicht tegen de muur aan. De auto reed niet snel, dat kon ook niet met de dunne streepjes licht die uit de verduisterde koplampen kwamen. Er werd hard aan de bel getrokken en tegen de deur aan getrapt, zodat Michiel het goed kon horen. Er was huiszoeking bij de familie Knopper. De vader van Michiel kwam naar buiten en vroeg wat hij daar in vredesnaam deed.

Michiel legde het hele verhaal uit en hij moest op het puntje van zijn tong bijten om zijn vader niet te vertellen over het distributiekantoor in Lagezande en over het briefje dat hij had verstopt.

De volgende dag bleek dat Dirk en zijn mannen waren gesnapt en dat er één hen van was doodgeschoten.

De brief zeurde de hele nacht door Michiels hoofd. Soms droomde hij, soms waakte hij, maar de brief was voortdurend in zijn gedachten. Hij dacht dat de brief Dirk zou kunnen redden.

De volgende dag ging hij op weg met zijn fiets naar Bertus Hardhorend. Maar daar zou hij niet aan toekomen, want onderweg kwam hij Schafter tegen (een man van wie Michiel dacht dat hij iets té goed met de Duitsers overweg kon) en hij kon hem dus niet vertrouwen. Hij verzon een smoes die nogal veel tijd innam, waardoor hij niet meer op tijd bij Bertus Hardhorend kon zijn.

De volgende ochtend fietste Michiel naar Bertus Hardhorend, waar hij zonder enige tegenslag aankwam. Bertus was er niet. Zijn vrouw zei dat de Duitsers hem hadden meegenomen, terwijl hij niks gedaan had.

Michiel fietste terug en ging onderweg tegen een boom aan zitten om alles op een rijtje te zetten. Hij dacht aan verraad. Schafter had misschien gemerkt dat hij die smoes verteld had.

Of misschien had Dirk wel bekend. Als Dirk iets had gezegd over Bertus dan had hij waarschijnlijk ook iets gezegd over de brief. Hij dacht er over na om de brief te lezen. Hij besloot om de brief toch maar te lezen. Hij las de brief en maakte eruit op dat Dirk een Engelse piloot had gevonden en dat hij die in het Dagdaler bos verborgen had in een schuilplaats die hij voor de oorlog had gemaakt. Michiel kreeg de opdracht om de piloot zo goed mogelijk te verzorgen, en dat hij goed moest uitkijken dat hij niet gezien werd. Hij las de brief nog 3 maal en daarna scheurde hij hem in talloze kleine snippertjes. Hij fietste naar mevrouw van de Werf om daar voedsel voor de piloot te halen. Hij kocht voedsel en fietste naar het Dagdaler bos. Hij moest naar het noordoostelijk vak met kleine net aangeplante dennenboompjes. Eenmaal door de dennenboompjes zag hij de schuilplaats en de piloot. Het voedsel smaakte Jack (zo heette de Engelse piloot) goed.

Zo gingen er een paar dagen voorbij, waarbij Michiel Jack elke dag van voedsel moest voorzien. Zijn zusje Erica was erbij betrokken geraakt doordat ze eenmaal in de week Jack van een nieuw verband om zijn schouder moest voorzien.

Op een nacht in november 1944 hebben. De Duitsers het lijk van de Duitser gevonden.

Om tien uur die ochtend, raasde een overvalwagen door de Vlank. Met gierende remmen kwam de auto tot stilstand voor het gemeentehuis. Ze hadden tien mensen gegijzeld waaronder ook de vader van Michiel. Er heerste een droevige stemming in het huis van Michiel. Hij wou iets doen, maar kon niet. Toch kon hij iets doen. Hij schreef een briefje naar de commandant waarin stond dat er een andere oorzaak mogelijk was toen de Duitser dood ging: bijvoorbeeld een vallende boom door het onweer van zes weken geleden. Als de dader zich niet binnen 24 uur zou melden werden de gijzelaars dood geschoten. De volgende dag waren er vier van de tien gijzelaars doodgeschoten. Zijn vader was er gelukkig niet bij. Toen hij de volgende ochtend wakker werd, waren alle overgebleven gijzelaars vrijgelaten en zijn vader, de burgemeester, was alsnog doodgeschoten.

De kortste dag kwam, 21 december, kerstmis 1944. Erica had nu voor het eerst het gips van Jack zijn been durven halen, maar zijn schouder was nog niet helemaal genezen. Erica en Jack waren zoveel bij elkaar dat ze verliefd op elkaar geworden waren.

Op een woensdagmiddag maakte Michiel zich klaar om naar Jack te gaan. Hij kwam aan bij het bos, liep door de dennenboompjes, en stond voor de ingang van de schuilplaats. Hij ging naar binnen en zag tot zijn grootste verbazing Dirk liggen. Dirk was ontsnapt aan de Duitsers die hem zolang gemarteld hadden dat hij bijna niet meer kon lopen. Hij moest op transport naar een kamp met een goederentrein. Hij was eruit gesprongen en op zijn laatste krachten hierheen gekomen. Maar het belangrijkste was dat hij niets verraden had. Nu wist hij zeker dat Schafter de verrader moest zijn. Hij had verschillende manieren geprobeerd om Schafter in een hinderlaag te lokken maar Schafter was hem te vlug af.

Dagen, weken gingen voorbij. Jack wou weg uit zijn schuilplaats. En dat gebeurde. Oom Ben zou hem helpen vluchten.

Oom Ben was `s morgens naar de schuilplaats van Jack gegaan om Jack op te halen en hem zo veilig weg te smokkelen.

Michiel lag nog in zijn bed en opeens schoot hem iets te binnen: toen Dirk en hij in het schuurtje stonden om de brief te verstoppen was oom Ben wanhoopshoutjes aan het hakken.

Dus hij zou het gesprek gehoord kunnen hebben. Oom Ben moest de verrader zijn. Michiel fietste snel naar de schuilplaats.

Jack, oom Ben en Erica waren nog in de schuilplaats. Michiel ging naar binnen en vroeg Jack om zijn geweer. Hij richtte het geweer op oom Ben en zei dat oom Ben een verrader was.

Ze zochten zijn zakken door en het bewijs lag er. Ze besloten oom Ben aan de ondergrondse over te leveren. En dat gebeurde de volgende morgen. Oom Ben liep met Michiel die het pistool in z’n nek duwde richting het dorp. Op de hoofdweg aangekomen ontmoetten ze meneer Postma die bij de ondergrontse zat en Dirk heel goed kende. Meneer Postma en Michiel met oom Ben de reis hervatten. Op de hoofdweg stonden 5 munitie wagens. Opeens hoorden ze een Spitfire (jachtvliegtuig) aankomen. Ze doken snel ieder in een eenmansgat en zagen dat de Spitfire weg ging maar later toch nog terugkwam. Michiel was zo afgeleid door die Spitfire dat oom Ben zijn kans greep en er van door ging. Maar op dat moment bombardeerde de Spitfire de munitie wagens waar oom Ben net omheen liep en oom Ben kwam om het leven. Michiel zei dat hij opgelucht was: opgeruimd staat netjes!

Twee dagen later trokken vijf vooruitgeschoven Engelse tanks het dorp binnen. De familie van Beusekom zat net aan de lunch. Moeder zag de tanks het eerst. Ze sprong overeind en harder dan de kinderen ooit van haar hadden gehoord, gilde ze: de bevrijders!! Uit alle huizen kwamen mensen naar buiten, die dansten en zongen zoveel als ze maar wilden.

Die dag nog zocht Michiel Schafter op om hem zijn verontschuldigingen aan te bieden. Schafter legde uit dat hij er helemaal niks mee te maken had en dat hij zelf ook Joden in huis had.

Het is enkele maanden later. Op een avond maken Michiel en Dirk een wandelingetje door het dorp. Het gaat langzaam. Dirks rechtervoet zit in het gips. In het ziekenhuis zijn zijn tenen opnieuw gebroken en rechtgezet, deze keer onder narcose. Er is goede hoop dat hij over een jaar weer goed kan lopen. Ze lopen verder en Michiel zegt dat wat hij vroeger dacht over de oorlog helemaal niet klopt, hij zou nooit meer ín een oorlog vechten; alleen nog tégen de oorlog.



Titelverklaring:

De titel spreekt wel voor zichzelf. Het verhaal speelt zich in de laatste winter van de 2e wereld oorlog tussen de geallieerden en Duitsland



Thema:

In de oorlogstijd- sterker nog dan in vredestijd- moet de mens keuzes maken.

Ook jongeren moeten in zo’n tijd hen geweten laten spreken. Soms komt door een keuze het eigen leven in gevaar; soms redt men er andermans leven mee.

Michiel heeft hier voordurend mee te maken en leert dat het soms heel moeilijk is om het goede te kiezen en niet de weg van de minste weerstand. We zouden deze boodschap in het heden kunnen verplaatsen, als we denken aan zinloos geweld op straat. Waarom bemoeien mensen zich niet met gewelddadige ruzies? Ook daar is sprake van een keuze.



Personen:

Hoofdpersonages:

· Michiel van Beusekom: is 12 jaar oud als de oorlog begint. De burgemeester van De Vlank is zijn vader. Michiel is heel behulpzaam vooral voor voorbijtrekkende mensen (ook wel trekkers genoemd), waar hij van alles voor repareert. Hij is erg voorzichtig en pakt alles secuur aan, maar toch ook onvoorzichtig omdat hij toch een paar steekjes laat vallen. In het begin van de oorlog vond hij de oorlog een groot avontuur, waarin hij zich zelf helemaal uit kon leven. Toch veranderde zijn gedachte al gauw, wantna enkele weken vond hij dat de oorlog beter nu kon eindigen dan morgen. Hij wordt van een onnozel jongetje een echte verzetsstrijder, een echte man. Het gezin van Beusekom is een normaal gezin waarbij iedereen elkander goed kan waarderen.

· Dirk Knopper: de buurjongen van Michiel en ook goede vriend. Hij was iets ouder dan Michiel. Hij is een doorzetter, hij gaat tot het einde, tot de dood erop volgt. Hij is een echte eenzame strijder. Hij vertelt niemand iets van zijn plannen. Lang niet iedereen kan je vertrouwen. Dirk verandert weinig in het verhaal, hij blijft vanaf het begin een man die voor zijn land vecht.

· Ben van Hierden: (ook wel oom Ben genoemd) Hij is eigenlijk geen echte oom van de familie, maar ze noemden hem zo omdat hij vaak bij de van Beusekoms over de vloer kwam. Hij is ongeveer een jaar of dertig. Een man die zich achter af gezien tegen de van Beusekoms iets té goed gedraagt. Hij heeft een geniepig karakter: hij lijkt op het eerste gezicht goed te vertrouwen omdat hij zegt dat hij al 4 jaar in het verzet zit maar heeft voortdurend gelogen. De man is voor de Duitsers. Hij wil elke verzetsstrijder aangeven bij de Duitsers. In het begin van de oorlog is hij een trouwe gast bij de van Beusekoms, maar aan het einde van de oorlog houdt hij zich steeds meer bezig met het verraden van verschillende personen, waardoor hij een landverrader wordt. Wat hij dus de hele tijd al was.

· Erica van Beusekom: een oudere zus van Michiel. Zij is ongeveer 3 jaar ouder dan Michiel. In het begin van de oorlog is ze nog niet bij het verzet betrokken. In de loop van het verhaal heeft Michiel haar nodig vanwege haar EHBO opleiding en wordt ze in het complot betrokken. Ze is heel zacht van karakter en heeft een goed hart. Vooral voor de gewonde piloot. Ze kan goed opschieten met haar broer en haar ouders waar ze een hechte band mee heeft. Ze verandert in het verhaal van een onnozel schoolmeisje naar een geliefde verpleegster.

· Jack: Engelse piloot van ongeveer een jaar of twintig die eerst door Dirk Knopper, later door Michiel, schuil gehouden wordt in een ondergronds hol in het Dagdaler bos. Jack heeft een gebroken been en een schotwond in zijn schouder. Hij probeert een woordje Nederlands te leren. Eerst wilde hij zich blijven schuilhouden tot het eind van de oorlog, maar toen hij eenmaal hersteld was, wilde hij zo snel mogelijk weer terug. Hij liet zich gewillig door Erica verzorgen en bouwt met haar later een relatie op.



Bijpersonen:

· Vader van Beusekom: burgemeester van het dorpje de Vlank, aan de Noordrand van de Veluwe, dichtbij Zwolle. Hij heeft de eigenschap altijd rustig en bedaard te blijven en de zaken zo goed mogelijk op te lossen. Hij is het hoofd van het gezin en probeerde Michiel van het verzet af te houden. Hij is zeer geliefd bij het volk, daardoor kon Michiel overal zomaar eten krijgen als hij dat wou.

· Moeder van Beusekom: moeder weet dat Michiel zich bezighoud met verzetswerk, laat dat ook aan Michiel merken, maar in haar hart vindt ze, nadat haar man dood was gegaan, dat hij de leiding over het gezin moest nemen. Ze vertrouwt op Michiel, bij alles wat hij doet in het verzet. Ze is zijn steun en toeverlaat zonder dat ze ook maar iets van de plannen van Michiel afweet. Ze is te allen tijde gastvrij. Als er `s avonds tegen achten trekkers aan de deur komen geeft ze hun een warm bed, en goed te eten. Ze draagt iedereen een warm hart toe.

· Jochem van Beusekom: ongeveer een jaar of 6. Hij is een ondernemend jongetje dat begint te huilen als iets hem niet zint.

· Meneer van Wiligenburg: directeur van het distributiekantoor in Lagezande (Dorpje op 6 km afstand van De Vlank)

· Schafter: omdat hij zich met de Duitsers wantrouwt Michiel hem. Na de oorlog blijkt hij 3 Joden in huis te hebben gehad. Michiel heeft later zijn verontschuldigingen aangeboden. Schafter is een man met een goed karakter, kon goed omgaan met andere mensen en heeft veel contacten in de ondergrondse.

· Meneer Kleerkoper: ontsnapte, Joodse gevangene van de Duitsers. Hij wordt gevangen genomen bij een huiszoeking (razzia) in Rotterdam Hij heeft een goed karakter, net als z`n zoon.

· David Kleerkoper: zoon van meneer Kleerkoper

· Barones Weddik Wansfeld: ongeveer 63 jaar oud. Zij wil haar leven geven voor het vaderland. Ze houdt in het geheel niet van Duitsers. De Duitsers willen haar arresteren omdat ze haar verdenken van medeplichtigheid aan de ontsnapping van Kleerkoper en zijn zoon over de IJssel. Omdat ze niet wil meewerken, schiet het Duitse leger met een tank haar villa kapot, waarbij ze overleed.

· Willem Stomp: kameraad van Dirk Knopper. Hij helpt mee aan de overval op het distributiekantoor in Lagezande.

· Gert Verkoren: hij is ook een kameraad van Dirk Knopper, hij is de derde man bij de overval op het distributiekantoor in Lagezande.

· Rinus de Raat: de zoon van de Schoenmaker. In het begin van de oorlog is hij naar Engeland gegaan. Hij is daar piloot geworden op een Spitfire (=een jachtvliegtuig). De mensen zeggen als er een vliegtuig over komt vliegen: Het zal Rinus de Raat wel zijn!



Biografie

Jan Terlouw werd in 1931 in Overijssel geboren. Zijn vader was dominee. Het gezin verhuisde vaak. Zo woonde hij in de Veluwse dorpen Garderen, Wezep en Otterlo. In Wezep maakt hij de laatste oorlogsjaren mee - verschillende van zijn ervaringen van toen zijn terug te vinden in het boek Oorlogswinter.

In 1948 gaat hij in Utrecht wis- en natuurkunde studeren. Daarna verrichtte hij gedurende dertien jaar natuurkundig onderzoek in Nederland, de Verenigde Staten en Zweden en promoveerde hij op een onderwerp uit de kernfusie. Het onderzoek stelde zich ten doel een vreedzame toepassing te vinden voor de energie van de waterstofbom.

Jan Terlouw trouwde met Alexandra van Hulst en ze kregen drie dochters en een zoon. Omdat hij aan zijn kinderen altijd van die prachtige verhalen vertelde moedigde zijn vrouw hem aan om die verhalen te publiceren.

In 1966 verliet hij het natuurkundig onderzoek, omdat hij werd gekozen als lid voor de Tweede Kamer voor D'66. Zijn speciale belangstelling voor het parlement ging uit naar Milieubeheer en Economische Zaken (bedrijfsvestigingen, energiebeleid e.d.). In het boek Koning van Katoren (bekroond met een Gouden Griffel) en ook in andere van zijn boeken komen de politieke ideeën van Terlouws partij D'66 heel sterk naar voren. Jan Terlouw wil in zijn boeken graag een bepaalde maatschappelijke problematiek aan de orde stellen. Oosterschelde windkracht 10 geeft een duidelijk beeld van de argumenten voor en tegen de volledige afsluiting van de Oosterschelde. Tijdens de ambtsperiode van Jan Terlouw als minister van Economische zaken was hij nauw betrokken bij deze besluitvorming.

Na zijn ministerschap verliet hij de politiek en werd hij in Parijs secretaris-generaal van de C.E.M.T., de commissie van Europese Transportministers. In 1991 werd hij benoemd tot Commissaris van de Koningin in Gelderland. Sinds eind 1996 is hij met pensioen.

Het is niet gemakkelijk hobby's van Jan Terlouw te noemen. Hij heeft namelijk een ware hartstocht voor het ondernemen van dingen die hij nooit eerder heeft gedaan, uitgezonderd dingen verzamelen. Zijn hobby's volgen elkaar dan ook in snelle vaart op.



Bibliografie

Bij Lemniscaat verschenen:

· Pjotr Van Holkema en Warendorf

· Bij ons in Caddum Van Holkema en Warendorf

· Koning van Katoren

Gouden Griffel 1972

Eremedaille Padua 1973

Oostenrijkse Jeugdboekenprijs 1973

· Oorlogswinter

Gouden Griffel 1973

Honor List Hans Christian Andersen

Jury in Rio de Janeiro 1974

VARA Tv-serie

· Briefgeheim

Veronica Tv-serie

· Oosterschelde windkracht 10

· Pjotr

· Oom Willibrord

· De kloof

· Gevangenis met een open deur

· De kunstrijder

Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1990

· De uitdaging en andere verhalen

· met illustraties van Ashley Terlouw

· Eigen rechter

Bij Veen verschenen:

· De derde kamer

· Naar zeventien zetels en terug



Conclusie:

Het boek ziet er mooi uit en je krijgt wat de omslag en titel beloven: een spannend boek, waarin de oorlogstijd (`40-`45) de achtergrond vormt van de avonturen van een jongeman. Toch is er sprakevan een traditioneel oorlogsboek, waarin een ”goede” held het opneemt tegen het kwaad (hier de Duitsers). Daarvoor zijn Michiels keuzes veel te moeilijk. Hij leert gaandeweg dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun beslissingen ontwikkelt zich van jongetje tot man. Die ontwikkeling heeft Jan Terlouw overtuigend naar voren gebracht, zonder dart je als lezer het gevoel had dat je voordurend een lesje werd geleerd. Het was kortom een lekker spannend, makkelijk leesbaar boek, waar ook nog wat van op kunt steken: Wel en wie is niet te vertrouwen?
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen