U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2422 en is laatst upgedate op 16/02/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2579 woorden.

1 De Algemene gegevens van de roman .



Titelverklaring: De Aanslag. Dit woord komt heel vaak terug in het boek . De Aanslag op (vader) Fake Ploeg in 1945 in Haarlem in de straat waar Anton Steenwijk woont , is waar het hele boek om draait. Steeds krijgt de hoofdpersoon Anton weer te maken met dat deel van zijn leven , waar hij het liefst niets meer mee te maken wil hebben.



Jaar en plaats eerste uitgave : 1982 Uitgever De Bezige Bij



Jaar en plaats gelezen uitgave :1982 Uitgever De bezige Bij



Omslag van boek :Niets relevant



Motto : Na het titelblad komt er een bladzijde met het motto:

Pilinius Caecillius Secundus Epistulea , VI ,16.

Vertaalt is dit : Overal was het al dag , maar hier was het nacht ,neen ,meer nacht.

Dit motto is ontleend aan een brief die deze Romeinse senator schreef aan de geschiedschrijver Tacitus ,waarin hij verslag doet van de rampzalige uitbarsting van de Vesuvius (vulkaan) in het jaar 79 waar door Pompei werd bedolven. De aanslag is ook zo’n ramp waardoor Anton in een diepe duisternis komt , ook letterlijk, de duisternis van de cel. Net als van de vulkaanuitbarsting zijn de gevolgen langdurig ,of zoals Mulisch in het begin van de 2de Episode schrijft :

“De aswolk uit de vulkaan stijgt naar de stratosfeer ,draait om de aarde en regent nog jaren later op alle continenten neer.”



2.1Thema :

Het thema is de aanslag voor het huis van Antons ouders aan de kade .Het hele verhaal draait om deze aanslag. Zover ik weet is dit het enige boek van Mulisch waarin een aanslag het thema is . Harry Mulisch heeft dit thema goed verwerkt ,het komt steeds terug, ofschoon Anton het liever achter zich wil laten.



2.2 Schuldvraag :

Iedereen heeft een beetje schuld volgens Anton dit blijkt uit een gesprek met Takes. De buren sleepte Ploeg, naar `t huis van de fam. Steenwijk omdat er bij de buren ,zo blijkt later, onderduikers zitten en de Korteweg`s wilden de hagedissen beschermen uit angst dat ze door de duisters vermoord zouden worden. Het is oorlog wie was de bezetter die heeft natuurlijk ook schuld. (vader) Ploeg was N.S.B-er en fietste in de verboden tijd. En Takes ,die bij het verzet zat, tenslotte hem neerschoot samen met Truus Coster



2.3 Motieven :

- Onzekerheid - Na de aanslag weet Anton niet wat er met hem gaat gebeuren, nadat hij is opgepakt .En wat er met zijn broer en vader en moeder gebeurt

- Vergeten - Anton wil alles omtrent de Aanslag vergeten maar dit lukt hem niet ,omdat hij er steeds weer aan herinnert wordt.

- Tegenstellingen - Waarom de buren het lijk hebben verplaatst het waren toch zijn vrienden ?

- Schuld en verantwoordelijkheid - Wie heeft er schuld aan de aanslag en wie daar is er verantwoordelijk voor



3.Samenvatting van de handeling :



Fabel :

In 1945 Anton woont met zijn ouders in 'Buitenrust'. Links daarvan ligt het huis 'Welgelegen' en rechts daarvan liggen de huizen 'Nooit' en 'Rustenburg'.

Op een avond is Antons broer Peter net klaar met leren , terwijl Anton en Antons (vader) aan het lezen zijn en Antons moeder van een trui een bol wol aan het maken is. Daarna spelen ze een spelletje Mens-Erger-Je-Niet en willen vroeg naar bed gaan omdat de carbid bijna op is, als buiten zes schoten horen.

Het blijkt dat er een N.S.B.-er is neergeschoten . De buren van Anton leggen het lijk voor Antons huis .Antons broer (Peter) wil het lijk terug leggen maar hij wordt betrapt door de nazi’s .Hij vlucht. Er komen een heleboel Duitse soldaten die Anton van zijn ouders scheiden en hem afvoeren. Het huis van Anton wordt afgebrand. Anton belandt in een cel.

In de cel ontmoet Anton een vrouw .Zij vertelt hem dat hij goed moet onthouden wie zijn huis hebben afgebrand .En ze zegt dat ze van een man houdt wat later Cor Takes blijkt te zijn . Dan valt Anton in slaap. Hij wordt weer wakker door geschreeuw. In een dikke Duitse militaire jas gekleed met een sjaal en een helm gaat hij met een militair convooi mee. Het convooi wordt aangevallen door een Spitfire en zijn bewaker wordt gedood. In Amsterdam aangekomen wordt hij meteen door zijn oom opgehaald.

Een paar dagen na de bevrijding was Antons oom naar Haarlem gegaan om te weten te komen wat er met Antons ouders is gebeurt . Van Peter hoorde hij niks.



In 1952 gaat hij naar een feest van een vriend in Haarlem .Tijdens dat feest besluit hij naar de plaats te gaan waar hij opgegroeid is . Nadat hij bij de familie Beumer is langs geweest , gaat hij nog naar het monument voor de gijzelaars die zijn geëxecuteerd voor de aanslag. Peters naam staat er niet op .



In 1956 Anton gaat op kamers en wordt co-assistent in het ziekenhuis .

Tijdens rellen voor het hoofdkwartier van de communistische partij naar aanleiding van het binnenvallen van de Russen in Hongarije komt Anton zoon Fake Ploeg tegen .In zijn kamer heeft Anton een discussie met Fake over wie de schuld is van de dood van Antons familie en van Fake`s vader., maar hij bedankt Anton dat hij hem nog altijd groette als hij hem zag, tijdens de oorlog



In 1966 Anton ontmoet zijn toekomstige vrouw Saskia en haar vader.

Als ze al een tijdje getrouwd zijn en een kind hebben , Sandra , gaan ze naar een begrafenis van een oud -verzetsstrijder. Daar ontmoet Anton de man die Fake Ploeg en nog iemand anders heeft vermoord. Die man, Cor Takes , probeert zich steeds te verontschuldigen, terwijl Anton daar helemaal geen behoeft aan heeft .

Als hij de foto van de vrouw die hij in de cel heeft ontmoet, Truus , ziet ,krijgt hij het gevoel dat hij om het gezicht dat hij dacht dat Truus had zag en die hij ook in Saskia`s gezicht ziet .Als hij bij Takes op bezoek gaat ,waar hij een foto van Truus ziet ,vertelt Takes hem over de bewuste avond in 1945.En Anton vertelt over zijn ontmoeting met een vrouw in het Politiebureau .Op de avond van de aanslag .



In 1981 Anton was gescheiden van Saskia en hertrouwt met Liesbeth .Hij kocht huizen in Toscane en Gelderland

Rond zijn veertigste krijgt hij een crises in Italië .

Met zijn dochter Sandra gaat hij naar Haarlem naar de plek van De Aanslag .Ook gaat hij naar de begraafplaats waar Truus ligt begraven. Bij een vredesdemonstratie tegen Kernwapen komt hij Karin Korteweg tegen ,zijn vroegere buurmeisje uit Haarlem .Zij vertelt dat haar vader het lijk heeft verplaatst uit angst dat zijn hagedissen gedood zouden worden (een paar jaar geleden heeft hij zelfmoord gepleegd in Nieuw-Zeeland) .Ze hadden het lijk van (vader) Fake Ploeg niet bij de familie Aarts weggelegd ,omdat die joden in huis hadden ,die zeker gedood zouden worden..



4.Tijd :

Het verhaal speelt zich af in bepaalde periodes nl:1e periode

1945 Een avond en een deel van de volgende dag 2e periode

1952 Een dag 3e periode

1956 een dag 4e periode

1966 twee dagen 5e periode

1981 Een dag in de 2e tot en met de 5e periode vertelt iemand iets over wat er in het verleden is gebeurd. De 5 periodes zijn verdeeld in elkaar chronologisch opvolgende hoofdstukken . Er wordt gebruik gemaakt van een of meerdere flash-backs en tijdsprongen .Aan het begin van ieder hoofdstuk staat ook wanneer die periode zich afspeelt.



5.Vertelsituatie / Perspectief.

Er is een achteraf vertellende hij-verteller.

Bijvoorbeeld :

Ook al voordat de catastrofe plaatsvond, had Anton de naam 'Buitenrust' als iets dat buiten rust was , -zoals 'buitengewoon' niet op het gewone van buitenzijn slaat (en nog minder op het buiten wonen in het algemeen) maar op iets dat nu juist niet gewoon is. (blz. 7,8)



Hier wordt al verteld over een ramp die later in het verhaal pas gebeurd.

Als hij later iemand ontmoette die zo heette of die Ton of Dolf werd genoemd, dan schatte hij soms of hij in de oorlog geboren was -zo ja dan waren zijn ouders met mathematische zekerheid fout geweest en niet zo'n beetje ook. (blz. 20 r. 18-22)



Hier wordt ook weer naar een gebeurtenis verder in het verhaal gewezen .Het verschil met het vorige voorbeeld is dat het hier om een gedachte gaat die niet verder in het verhaal beschreven wordt.



Midden op de verlaten straat voor het huis van meneer Korteweg ,lag een fiets waarvan het omhoogstekende voorwiel nog draaide -een dramatisch effect wat later in iedere verzetsflm zou verschijnen (Blz. 25 r. 5-9)



Hier wordt alweer vooruit gewezen .Het verschil met de vorige twee citaten is dat het hier niet gaat om een gebeurtenis in Antons leven maar om een gebeurtenis in de realiteit.



Er kom ook enkele auctoriale stukken in het boek voor.

Bijvoorbeeld:

Anton is nog te jong om werkelijk aan het verleden terug te denken ,onderging elke nieuwe gebeurtenis als iets ,dat het voorafgaande verdronk en vrijwel ongedaan maakte



In dit citaat wordt de persoon van buitenaf beschreven door de verteller .Dus auctoriaal Er zijn dus duidelijk twee vertelinstanties aanwezig ,is er sprake van een wisselend perspectief .De functie hiervan is om de lezer te vertellen hoe de persoon het verhaal doormaakt .



6.Ruimte

De Aanslag de belangrijkste gebeurtenis uit de roman, wordt gepleegd in Haarlem. De kade in Haarlem waaraan Anton woonde, wordt in de Proloog uitvoerig beschreven .In 1952 gaat Anton voor het eerst terug na de aanslag terug naar Haarlem. Anton voelt de overeenkomst tussen hem en de stad :”Wat hij zag, was geen stad zoals vele andere op aarde :zij verschilde er van zoals hijzelf van andere mensen’.(blz. 82) Na de aanslag gaat Anton bij zijn oom in de Apollolaan in Amsterdam Apollo is de god van het licht in tegenstelling tot Haarlem die een duistere kant heeft.



7.Personages

De hoofdpersoon van De Aanslag is een round character, de rest van de personen zijn flat characters. Ze markeren Antons persoonlijkheid en ze zorgen voor de overdracht van ideeën.

Een aantal van hen legt een stukje in de puzzel, zodat aan het eind van het boek de hele geschiedenis van de aanslag duidelijk is. Anton zelf representeert de groep die alles wat met de oorlog te maken heeft wil vergeten .Als er echter iets Voorvalt waardoor de oorlog wordt opgerakeld ,verzet hij zich daar niet tegen. Hij heeft wel migraine aanvallen ,wat erop wijst dat er iets broeit in zijn hoofd. Verder is Anton rustig en intelligent. Hij is gevoelig ,interesseert zich voor kunst en voor geschiedenis en politiek heeft hij geen belangstelling voor. .Hij heeft geen vijanden maar ook eigenlijk ook geen vrienden. Agressief of haatdragend is hij ook niet ,ook niet ten opzichte van Fake Ploeg of de Duitsers . Hij maakt duidelijk een ontwikkeling door ,in de eerste episode is hij volgzaam ,later wordt hij zelfstandiger .Hij ontwikkelt een gevoel voor humor, waardoor hij bepaalde emoties in de hand kan houden. Opvallend is dat langzamerhand meer waarde gaat hechten aan materiële zaken. Tenslotte raakt de a-politieke Anton geïnteresseerd in de wereld politiek als gevolg van de laatste gebeurtenissen .Hij beseft dat er verband bestaat tussen zijn eigen lot en dat van de wereld.



Flat characters :

Vader Steenwijk :is griffier bij de rechtbank

Peter (broer Anton) :gaat naar buiten, om het lijk te verplaatsen

De Graaff :is vader van Saskia en had tijdens de oorlog een hoge functie in het verzet

Sandra :is de dochter van Anton uit zijn eerste huwelijk

Liesbeth :is Antons tweede vrouw

Truus Coster :is de vrouw die Anton in de cel ontmoet en die later Fake Ploeg blijkt te hebben doodgeschoten

Cor Takes :is de man die Anton op een begrafenis ontmoet en die eerste kogels op Fake Ploeg had geschoten.

Fake Ploeg :is de zoon van de NSB’er die doodgeschoten is voor Antons oude huis.

Karin Korteweg: is een oude buurvrouw van Anton ,die samen met haar vader het lijk voor hun huis wegsleepte .

Peter : is de zoon van Anton uit het tweede huwelijk



8.Verhaal en Moraal

Ik vind het een goed boek. Er zit op sommige momenten wel veel spanning waardoor het boek uitdagend blijft

.Het leuke aan dit boek dat Anton met kleine stukjes toch de puzzel van zijn verleden in elkaar zet. Wil je het boek ook in een keer uitlezen omdat je nieuwsgierig wordt gemaakt wat er met Anton gebeurd. Het is een makkelijk boek om te lezen er worden niet zo moeilijke woorden in gebruikt, waardoor het boek vlot en goed door te lezen is. De personages zijn heel er realistisch daarom kan het verhaal ook echt gebeurd zijn. Het rare aan het boek vind ik toch wel dat Anton zijn eigen verleden probeert te weten te komen terwijl hij het allemaal zelf heeft meegemaakt. Daarom krijgt Anton een soort detective persoonlijkheid. Ik zal het aan iedereen aanraden wie van oorlog romans en een beetje spanning houdt.



9.Stijl

De taal is vlot en alledaags,zeer modern. Daarom leest het boek ook zo gemakkelijk. De auteur gebruikt ook een paar stijlfiguren. Bijvoorbeeld :



* vergelijkingen :’Hij voelde alsof met zijn tranen ook zijn herinneringen weggespoeld waren’, ’Zo oud als Methusalem worden ‘ , ‘Hij voelde zich als iemand die voor het eerst naar de hoeren gaat’ ,’De snikken kwamen uit hem te voorschijn alsof zij van iemand anders waren’ ,’Maar veel kon de binnenlandse politiek hem ook niet schelen : ongeveer zoveel als de overlevende van de luchtramp geïnteresseerd is in papieren vliegtuigjes enz.’



* tekenende woorden : ‘Dat zie je nu in de opstand van Boedapest ,waar de vrijheidsdrang van een heel volk in bloed wordt gesmoord’ .



10.1Biografie

Harry Kurt Victor Mulisch wordt op 29 juli 1927 in Haarlem geboren als enige zoon van Karl Kurt Mulisch en Alice Schwarz. Als zijn ouders gescheiden zijn ,gaat hij bij zijn vader in Haarlem wonen. Er is een Poolse die voor de huishouding zorgt. Hij is de enige die goed Nederlands spreekt. Tijdens de bezetting werkt zijn joodse moeder bij de Joodse Raad en is zijn vader directeur van Lippman-Rosenthal, de bank die gekonfiskeerde joodse bezittingen beheert. Daarvoor heeft hij 3 jaar gevangen gezeten .Aanvankelijk is hij niet zo geïnteresseerd in politiek, pas in de jaren zestig verandert dit. In 1971 trouwt hij met Sjoerdje Woudenberg .Er worden 2 dochters geboren Anna en Frieda. In 1977 wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau .Hij heeft een groot aantal literaire prijzen gewonnen. Waaronder de P.C. Hoofdprijs.



10.2Oeuvre

Tijdens de oorlog houdt Harry Mulisch zich nauwelijks bezig met literatuur. Dat begint pas een jaar voordat hij in Elsevier Weekblad debuteert met het korte verhaal De Kamer (1947). Hierna schrijft hij veel romans, toneelstukken en verhalen, waarvan hij het meeste vernietigt uit ontevredenheid. In 1951 krijgt hij de Reina Prinsen Geerlingsprijs voor zijn roman Archibals Strohalm. Daarna publiceert hij regelmatig .In 1962 richt hij het blad Randstad op ,en 3 jaar later wordt hij van de Gids .Harry Mulisch schreef uitvoerig over zijn leven in Voer voor psychologen (1961) en in Mijn Getijdenwerk (1975)

Mulisch geeft geen beeld van een toevallige werkelijkheid in zijn romans en verhalen ,hij schrijft geen realistische boeken in de engere betekenis van het woord. Het gaat hem om de onderliggende werkelijkheid de mythe, het systeem , ,die in allerlei gebeurtenissen aan de oppervlakte komt. Deze mythe heeft te maken met het probleem , het raadsel in tijd :het verstrijken van de tijd ,het overwinnen van de tijd ,het menselijke tegenover het goddelijke. Mulisch vroegste werk wordt vaak gekenmerkt door beschrijvingen van fantastische ,vaak absurde Voorvallen : Archibald Strohalm (1952) Het zwarte licht (1956)



11.Secundaire literatuur

Prisma Uitrekselboeken

Bulkboek EXTRA najaar 1997

Film De Aanslag
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen