U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/0445340/ en is laatst upgedate op 18/10/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2172 woorden.


1987


160 blz.


zaterdag 21 april 2001




Typering:


Dit boek is een psychologische roman.




Samenvatting:


Maarten Klein staat voor het raam en verbaast zich erover dat de schoolkinderen er nog niet zijn. Dan realiseert hij zich dat het zondag is. Vervolgens bestudeert hij de thermometer die vroeger van zijn vader was. Hij mijmert over de weersnoteringen die zijn vader vroeger gewoon was te doen en dit tot zijn dood (hij werd 74 jaar) volhield zonder de illusie te hebben dat hij er een systeem in zou ontdekken. Maarten realiseert zich dat hij de laatste tijd steeds vaker vergeetachtiger wordt. Lezen gaat ook niet zo gemakkelijk meer als vroeger, hij mist de concentratie. Zijn gedachten dwalen terug naar vroeger en hij handelt ook alsof hij in het verleden leeft. Vera brengt hem weer naar de alledaagse werkelijkheid. Midden in de nacht staat hij op en kleedt zich aan, totdat hij zich realiseert wat hij doet.


Als hij de volgende dag Robert uitlaat en in een bar wat drinkt, ziet hij in het meisje aan de tap degene met wie hij voor het eerst vrijde. Plotseling meent hij naar een belangrijke IMCO- vergadering te moeten. Thuis moet hij nog de benodigde papieren halen, maar Vera is niet thuis en hij forceert de deur met een schroevendraaier. Hij denkt dat Vera naar de bibliotheek is waar ze altijd gewerkt heeft, maar is vergeten dat ze daar niet meer werkt.


De plaats waar hij denkt dat de vergadering wordt gehouden, is een leegstaand vakantiehuis en dan realiseert hij zich dat hij in de war is.


Vera is naar de dokter geweest en deze (dr. Eardly) raadt haar aan, samen met haar man aan de hand van hun fotoalbum zij herinneringen te ordenen. Dokter Eardly komt ook langs en adviseert de foto- therapie voort te zetten. Maarten dementeert steeds meer. Dingen die hij aan het begin van het verhaal nog weet, herinnert hij zich halverwege het boek niet meer. Aanvankelijk weet hij nog dat Graham Greens Our man in Havanna verfilmd is met Alec Guiness in de hoofdrol. Op blz. 72 kan hij zich daar totaal niets meer van herinneren.


Met Robert mag hij van Vera en de dokter niet meer uit wandelen, omdat hij anders zal verdwalen. Steeds meer gaat hij op in zijn jeugdjaren, i Vera ziet hij soms zijn moeder. Als Vera weg moet, sluit ze alle ramen en deuren. Robert is echter nog buiten en Maarten slaat een raam in om de hond binnen te laten. Later moet William de ruit weer repareren. Maarten vraagt William steevast hoe het met diens hond gaat. De hond in kwestie, Kiss, is al jaren dood en William vindt het pijnlijk om steeds weer te zeggen dat Kiss niet meer leeft. Maar Vera is op een gegeven moment zover dat ze zegt:" Je weet toch dat het altijd ruzie heeft met ónze hond." Vera accepteert, zij het met verdriet, dat ze Maarten aan het verliezen is.


Als Maarten naast de WC plast en som smet injecties gekalmeerd moet worden, komt er een verzorgster in huis: Phil Taylor. Soms denkt Maarten dat Phil zijn dochter Kitty is. Daags daarop bevuild hij zijn hele bed en zichzelf erbij. Vera en Phil stoppen hem in bad en Maarten gaat schuine verhalen vertellen.


Terwijl hij zijn omgeving niet meer herkent, zwerft hij zonder jas door de duinen. De vuurtorenwachter pikt hem op in zijn jeep. Maarten denkt dat hij door de Amerikanen wordt meegenomen die Nederland komen bevrijden. Ook de dokter en de ambulancechauffeur ziet hij aan voor bevrijders. Dan neemt de ambulance hem mee naar de kliniek. Daarna is de schrijfstijl analoog aan het aftakelingsproces: korte zinnen, veel punten, onsamenhangende worden. Het einde heeft nog een lichtpuntje, als Vera hem komt vertellen dat het lente wordt. Maarten schijnt dit te begrijpen. De lente waar hij zo naar verlangd heeft, is toch gekomen, ook voor hem. Helaas kent het dementieproces in werkelijkheid geen hoopgevend einde.




Tijd:


De gebeurtenissen spelen zich in de jaren tachtig af.




De verhaaltijd van het boek is één week. Het begint op een zondag en eindigd op een zaterdag. De leestijd is 4 á 5 uur.




Een belangrijke vertraging in het boek is de hele laatste passage, wat mij betreft begint dat vanaf bladzijde 141. Daar wordt het boek (zoals het hele boek eigenlijk al wordt verteld) verteld met de perceptie snelheid van Maarten. Alles daarna wordt met horten en stoten verteld. De belevingswereld van Maarten wordt d.m.v de ik-persoon die dit alles meemaakt duidelijk. Langzaam beseft hij dingen die er gebeuren, en later worden zitten er weer hiaten in het verhaal omdat Maarten onder de verdovende middelen van de dokter zit. Iets dat enorm veel sfeer en betrokkenheid bij het boek creeerd. De versnelling zit in dezelfde passage. Als Maarten naar het ziekenhuis wordt gebracht gaat alles heel snel en de lezer begrijpt er maar net iets meer van dan Maarten omdat we het door zijn ogen meemaken.




De flash-back, die op bladzijde 12 begint is een belangrijke en een inleidende. Maarten zit op de wc en denkt terug aan zijn tijd op de basis-school. De juf vraagt hem of hij potloden wil halen uit het meteriaal hok dat aan het einde van de gang is. De potloden liggen op een hoge plank waar hij niet bij kan, dus moet hij op een stoel klimmen om er bij te kunnen. Hier komt hij terug naar de werkelijkheid, als vera tegen hem roept dat hij niet zo gevaarlijk moet doen. Hij is namelijk de wasmachiene opgklommen. Hij voerde zijn gedachten uit.


Deze flash-back is belangrijk, omdat het eén van de eerste échte tekenen van zijn ontakeling is.




Ruimte:


Het verhaal speelt zich af in en rond het huis van Maarten in Gloucester in de Verenigde Staten. Ik denk dat de ruimte naast een beeldvormende ook een sferische functie heeft, omdat de winter en de sneeuw het isolement van Maarten nog meer versterkt ('..door de sneeuw lijkt alles zo op elkaar.'). Ik denk dat de ruimte (Amerika) door de schrijver ook met opzet is gekozen, omdat Maarten hierdoor steeds meer terugvalt op zijn jeugd en de Nederlandse taal. Ook dit versterken het isolement van Maarten.


De vertelde tijd van het boek is negen dagen. Zolang duurt het dementieproces van de hoofd persoon.Dit is niet erg waarschijnlijk, omdat zo'n dementieproces normaal veel langer duurt. Het verhaal is chronologisch, maar wel veel onderbroken door herinneringen en flashbacks. Het verhaal speelt zich af in 1982.




Er zijn meerdere belangenruimten. Één daarvan is de woonplaats van maarten met de vele sneeuw. Hij houdt niet van de sneeuw, waarin alles op elkaar lijkt. Hij is daar ook weg van zijn geboorteplaats in Alkmaar, Nederland. Zijn isolement wordt versterkt door de voor hem langzaam steeds onbekendere omgeving. (Hij vergeet dat hij het kent). Maarten voelt zich alleen omdat hij nergens thuis is, want hij herkent niets. Hij is compleet gedesorienteerd.






Personen:


Maarten Klein:


We leren Maarten pas echt goed kennen door de gesprekken van zijn vrouw met anderen. Maarten Klein is de hoofdpersoon. Hij is een man van 71 jaar, die sinds vijftien jaar met zijn vrouw Vera in de Verenigde Staten woont. Samen hebben zij twee kinderen, Kitty en Fred, en een hond Robert. Maarten heeft rechten gestudeerd. Voor zijn pensionering werkte hij als secretaris bij de Intergovernmental Maritime Consultative Organisation in Boston. Maarten heeft een gesloten en verlegen persoonlijkheid. In hersenschimmen dementeert Maarten snel, waardoor hij aan het einde van het verhaal alleen nog flarden van herinneringen heeft. Maarten heeft zich ontwikkeld van een hardwerkende man tot een ‘hoopje mens’, volledig afhankelijk van andere mensen.




Vera Klein:




Vera Klein: Zij is de vrouw van Maarten. Vera is al vijftig jaar samen met Maarten en ze kennen elkaar door en door. Vera is een sterke vrouw, want ze hebben samen al een zware tijd doorstaan. Dan doen de eerste verschijnselen van Maarten's dementie zich voor. Vera hecht hier meer waarde aan dan Maar-ten en schakelt dan ook een dokter in. Als het eenmaal bekend is dat het steeds slechte gaat met Maarten moet ook Vera steeds meer op Maarten letten om te zorgen dat er geen onge-lukken gebeuren. Hier blijkt dat het ware liefde is en dat Vera zeer geduldig en sterk is. Als de situatie eenmaal on-draaglijk is geworden neemt Vera de beslissing dat er niets anders op zit dan een tehuis waar Maarten verzorgd zal moeten worden, omdat zij hem niet meer in de hand kan houden. Haar hele dag stond bijna in dienst van Maarten en zelfs met een extra hulp in huis kan ze niet genoeg voor Maarten zorgen, zó ernstig is hij er aan toe.




Vertelwijze:


Het verhaal wordt verteld vanuit een ik-perspectief vanuit Maarten Klein. Op deze manier kun je precies het hele proces van het dement worden volgen. Je kunt de gedachten verwarder zien worden en dat is heel mooi beschreven.


‘Voorzichtig schuif ik het gordijn opzij, doe een paar passen naar achteren. In het zwarte glas hangt een kamer, een piano, een bureau. Een oude man in pyjama kijkt mij aan, imiteert een levende met holle zwarte ogen en zijn lange witte magere handen die hij nu afwerend, de palmen naar buiten gekeerd, tot borsthoogte heft. Snel de gordijnen sluiten! God nog an toe. Buiten zweeft een man boven de sneeuw! Een man, een piano, een bureau, een hele kamer zweeft daarbuiten in de nacht boven de sneeuw.’ Aan het einde van het boek praat Maarten tegen zichzelf (in de jij-vorm) of over zichzelf (in de hij-vorm). Dit komt door zijn dementie, daarmee raakt hij zijn identiteit, zijn bewustzijn en zijn vermogen tot het scheiden van de realtiteit en de fictie kwijt.




Structuur :


Het boek is verdeeld in 9 (niet genummerde) hoofdstukken, die allemaal na een regel wit openen met een cursief gedrukte zin. Elk hoofdstuk is een nieuwe dag. Het boek opent met een handeling, nl. Maarten zat voor het raam en dacht: "Misschien komt het door de sneeuw dat ik me 's morgens zo moe voel. Het einde is open, je weet niet wat er met Maarten gebeurt. Het boek heeft een gesloten einde. Een einde waarmee de lezer ook wel met een gerust hart naar bed kan gaan. Maarten was opgenomen in het tehuis, en de laatste woorden van het boek zijn van Vera, die hem verteld dat de lente (waar Maarten zo van houdt) eraan komt.




Motieven:


Het verdriet van Vera om Maarten; blz: 87 (onderaan) blz 119 (onderaan)


De verwarring van gedachten van Maarten; ontelbaar veel fragementen, ik zal er enkele noemen: blz 100-101, blz 110 en zo eigenlijk het hele boek, ieder bladzijde wordt het ergen, omdat zijn dementie hand over hand toeneemt.


Het belang van herinneringen voor ouderen. ‘ Oude mensen maken veel minder mee, die leven van hun herinneringen. Als je dat niet meer hebt, wat blijft er dan eigenlijk over’


En ook blz 82 r. 12




Thema:


De leefwereld van een oude man, wiens hersenschimmen toenemen, en gezond verstand in staat van ontbinding is.




Titelverklaring :


De titel van het boek is wel te begrijpen maar heel moeilijk uit te leggen. Het gaat over Maarten die hersenschimmen heeft. Hij denkt soms dat hij nog bij z'n papa is of dat hij moet gaan werken. Hij heeft geen greep meer op de realiteit. Het verhaal gaat alleen maar over Maarten zijn gedachten, zijn hersenschimmen. Hij vergeet enorm snel en kan zich niet meer concentreren op normale huisklusjes. Het kan een realistisch verhaal zijn dat heden veel voorkomend is. Deze ziektes, zoals Alzheimer, zijn tegenwoordig veel in de actualiteit. Er zijn meer en meer mensen die op jonge leeftijd aan dementie lijden. Het verhaal geeft een klaar inzicht over deze ziektes en hoe het zou zijn als je zelf ermee geconfronteerd wordt. Hersenschimmen duidt op het idee, dat er van het leven uiteindelijk niet anders overblijft dan wat vage bewustzijnstoestanden, illusies, hersenschimmen. Aan het eind van de roman, denkt Maarten: 'In het leven terug ? . . . maar waar is zo iets gebleven ? . . . is er wel zo iets ? . . . of was gewoon alles inbeelding van het hoofd ? . . . hersenschimmen?'




Persoonlijke mening:


Er was voor mij niet één speciaal treffende passage die mij het meest aan sprak.


Maar als ik dan toch zou moeten kiezen dan zijn het voor mij de flash-backs naar zijn kindertijd die mij het meest aanspreken. Daarin kijkt hij terug naar een tijd zonder zorgen en de kleine probleempjes die hij toen had. Hieruit blijkt hoe belangrijk zijn vader voor hem was, en ook dat hij hou vast nodig heeft. Een steun zoals vroeger zijn ouders voor hem waren, zodat hij niet alleen voor zijn probleem staat. Natuurlijk heeft hij Vera. Zonder haar was hij verloren en dat komt vaak genoeg naar voren. Maar toch is hij alleen, en kan hij sociaal niet meer functioneren. Dan zijn herinneringen aan zijn jeugd en aan Vera zijn enige redding.




Ik ken zelf geen andere boeken met een vergelijkbaar onderwerp. Het is de eerste keer dat ik over dementie lees, maar ik hoorde al van een vriend van me dat als ik dit boek mooi vond dat ik dan Eclips, ook van Bernlef, ook zou moeten lezen.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen