U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : B.m.i. Buch - De Kleine Blonde Dood.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20472/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2484 woorden.

auteur: B.M.I. Buch

Titel: De kleine blonde dood

Plaats van uitgave: Amsterdam

Jaar van uitgave: Herziende, uitgebreide editie. Amsterdam 1995 (druk is niet vermeld)

(1985)

Aantal bladzijden: 220

Reeksnaam & nummer: Singel Pockets 9041330631



Motto:

You're out of touch, my baby

My poor discarded baby. (Mick Jagger)



Too young to really be in love. (Jerry Lee Lewis/Lippman-Dee)



Der Tod ist ein sehr mittelmassiger Portratmaler. (Goethe/Eckermann)



Die Geschichte ruckwarts erzahlt. (Novalis)



O Melancholy, turn thine eyes away!

O Music, Music, breathe despondingly. (Keats)



Comme vous le savez, notre societe est entierement liquidee…. (Rimbaud)



Wie zich voorstelt dat iets wat hij liefheeft, te niet gaat,

zal zich bedroeven; daarentegen zal hij zich verheugen bij de gedachte

dat het behouden blijft. (Spinoza)



Liefde (of geen liefde), en ouder worden, en dan de Dood. (Gerard Reve)



Een naam van iemand die niet meer bestaat blijft soms

nog lang onder de mensen. (Achterberg)



Ik ben geen vader, en ik heb geen zoon. Niets dan een sage

is zijn zacht bestaan. (Willem de Merode)



Tete sacree! Enfant aux cheveux blonds! Bel ange! A l'aureole d'or! (Victor Hugo)



Korte inhoud:

Boudewijn gaat op schoolreisje naar een speeltuin in de buurt van Nijmegen. Ze zitten er aan de Duitse grens en de leerlingen krijgen daar de kans eens op Duits grondgebied te staan. Bijna alle leerlingen, want Boudewijns vader heeft hem verboden ook maar een voet in Duitsland te zetten. Boudewijn zit zijn boterhammen te eten terwijl de andere kinderen zich vermaken in Duitsland. Boudewijns vader die altijd al een bijzondere kennis en interesse had in vlinders verzamelde deze ook. Boudewijn zag een zogenaamd landkaartje vliegen en dacht dat z'n vader heel trots op z'n zoon zou zijn als hij deze vlinder bij z'n collectie kreeg. Boudewijn rende de vlinder achterna en kreeg deze na een tijd te pakken. Boudewijn belandt in verboden gebied en wordt aangehouden door twee grenswachten en deze brengen hem terug naar de bus. Als z'n vader dit hoort krijgt hij een woede-uitbarsting en trapt de vlinder kapot. Hij wilt geen Duitse vlinders.

Boudewijn gaat met zijn zoontje naar de dierentuin. Micky krijgt veel te eten en te drinken, en in het café komt alles er weer uit. Boudewijn belt zijn 'vriendin' Fleurette op die ze komt ophalen en waar ze alles schoon maken.

Rainer Büch is van Joodse afkomst en is voor de Tweede Wereldoorlog naar Nederland gevlucht. Tijdens de oorlog heeft Büch een heldendaad begaan en is hierom zeer bekend geworden in zijn omgeving. Welke heldendaad dit was wordt niet duidelijk in het verhaal. Boudewijns vader is aan de ene kant anti-Duits, maar aan de andere kant is hij zeer militaristisch opgesteld. Boudewijns moeder heeft het moeilijk, want haar echtgenoot kan soms zeer gewelddadig worden. Een paar dagen voor Kerstmis verbiedt hij het vieren van het Kerstfeest. Als hij een toefje slagroom ziet op het nagerecht, slaat hij de huiskamer kort en klein en wordt agressief tegen zijn vrouw en kinderen. Toch heeft Boudewijn veel bewondering voor zijn vader. Soms ging zijn vader weg zonder te zeggen waarheen en dan kwam hij een tijd later weer terug. Als blijkt dat er iemand in zijn geheime kastje is geweest, slaat hij Boudewijns broer in elkaar. Zijn zoon had foto's van Joden in concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog gezien. Boudewijns vader is hoofd van de Reservepolitie, waar na een tijd iedereen wegloopt vanwege het iedere avond verplicht marcheren. Als Büch de koets van de Koningin aanvalt, wordt deze opgepakt en hij vindt dit de aanleiding zijn verdiende onderscheidingen terug te sturen naar de Burgemeester.

Ook in het oorlogsmuseum krijgt de vader van Boudewijn een aanval omdat hij zegt dat de uniformen niet kloppen. Hij maakt zichzelf belachelijk.

Boudewijn krijgt zenuwtoevallen door de toestand thuis. Hierdoor wordt hij naar een inrichting in Brabant gestuurd. Hier heeft Boudewijn een vreselijke tijd. Het ergste van alles vindt hij het leesverbod. Als hij thuiskomt wordt hij ernstig ziek: een buikvliesontsteking. Boudewijn raakt in een coma en een paar weken later geraakt hij hier weer uit. Zijn vader geeft hem een bulldozer, boeken (die zijn vader hem zal voorlezen), en de mooiste medaille. Na een jaar wordt Boudewijn uit het ziekenhuis ontslagen. Thuis zingen al de kinderen uit zijn klas voor hem en krijgt hij een fiets van zijn ouders.

Onkel Jobab is een slachtoffer van de Duitse experimenten op de Joden. Boudewijn en zijn broers noemen Onkel Jobab gek in zijn hoofd. Als Jobab komt logeren, moet Boudewijn met hem gaan wandelen. Ze lopen naar Noordwijkerhout. Daar kopen ze patatten. Onkel Jobab betaalt met een waardeloze Mark en moet samen met Boudewijn rennen, om niet gepakt te worden door de frietboer. Omdat Boudewijn en Onkel Jobab te laat thuis zijn moet Boudewijn voor straf zonder eten naar bed.

Een tijd nadat zijn ouders gescheiden zijn gaat Boudewijn op bezoek bij zijn vader. Hij is nu voor de vijfde maal getrouwd. Zijn echtgenote is de achttienjarige Deense Astrid Nisgren. Hoewel Boudewijn homoseksueel is heeft hij nu toch een kind gekregen van zijn vroegere lerares Mieke. Als hij dit verteld aan zijn vader trekt hij wit weg en Astrid slaat hem. Als Boudewijn vertrekt geeft zijn vader hem nog vijfentwintig gulden.

Een periode na het bezoek aan zijn vader krijgt Boudewijn een brief van zijn moeder met daarbij een rouwkaart: zijn vader is gestorven. Het overlijden van zijn vader valt hem zwaar. Twee weken na zijn vaders dood krijgt hij een brief van zijn vader: De grootste kwelling die zijn vader hem ooit heeft aangedaan. De brief werd een obsessie voor hem. De laatste zinnen van de brief schrijft Boudewijn over, de rest verbrandt hij. Later vertelt de dokter hem dat zijn vader zelfmoord gepleegd had. De zoon van Boudewijn en Mieke heet Micky. Mieke is veertien jaar ouder dan Boudewijn. Aangezien Mieke aan de drank is, zorgt Boudewijn voor zijn zoon. Samen wonen zij met Fleurette en haar dochter in een huis. Als Fleurette en haar dochter het huis verlaten, gaat Boudewijn voor een tijdje met vrienden naar Parijs. Micky zal bij Gerda, de beste vriendin van Mieke, logeren. Boudewijn heeft Gerda nadrukkelijk gezegd Micky niet aan Mieke mee te geven. Uiteindelijk heeft Mieke haar zoon toch meegenomen. Micky vraagt nog of zijn vader nog een cadeautje voor hem meeneemt, maar het zal niet nodig zijn, want bij thuiskomst krijgt Boudewijn te horen dat zijn zoon in het ziekenhuis is opgenomen. Micky ligt in een coma. Hij is bij Mieke van een portiektrap gevallen.

Na eerst bij Mieke geweest te zijn, gaat Boudewijn naar het ziekenhuis. Hier vertelt de dokter hem dat Micky klinisch dood is. De val was een gevolg van een gezwel in de hersenen, dat plotseling geknapt is. Uiteindelijk besluit Boudewijn dat de behandelingen gestopt moeten worden.

Micky was altijd al een fan van de Rolling Stones. Als zijn lichaam gecremeerd wordt, wordt er het nummer 'Out of time' gedraaid. Boudewijn is de enige aanwezige bij de crematie. Boudewijn heeft hier bewust voor gekozen: er mag beslist geen spoor van Micky op de aarde over blijven. Hiermee wil hij zichzelf straffen. Hij zegt dat hij een slechte vader was.

Zes jaar na de crematie bezoekt Boudewijn voor de krant een open dag van het crematorium. Nadat de reportage in de krant heeft gestaan, krijgt Boudewijn een boze brief van de Directeur van het crematorium. Als Boudewijn iemand hoort zeggen 'Rouw verjaart niet', weet hij dat hij het boek kan schrijven: De kleine blonde dood.



Structuur:

Het verhaal is opgebouwd uit 19 genummerde hoofdstukken. Deze hoofdstukken behandelen afwisselend het kind Boudewijn en de volwassen Boudewijn. Het verhaal is in het Nederlands vertelt, maar aangezien de vader van Boudewijn uit Duitsland komt, komen er ook wat Duitse woorden in voor. Het verhaal is heel makkelijk te volgen en alles wat de personages zeggen wordt geciteerd.



Verhaalfiguren:

Boudewijn is de hoofdpersoon van het verhaal. Hij verteld over zijn eigen jeugd en over de tijd dat hij zelf vader is. De ouders van Boudewijn waren gescheiden. Dat kwam omdat de vader van Boudewijn last had van een oorlogstrauma en daardoor vaak heel raar reageerde op zijn vrouw en kinderen. Dat heeft veel invloed gehad op de jeugd van Boudewijn. Hij was heel gevoelig. Boudewijn was als kind een hele rustige jongen die veel leed onder de tirannie van zijn vader. Toen hij 10 jaar was, werd hij opgenomen in een gekkenhuis. Ondanks alles bleef hij van zijn vader houden. Boudewijn voelde zich heel erg onzeker over zijn capaciteiten als opvoeder. Hij gedraagt zich vaak onverantwoordelijk. Desondanks neemt hij later het moedige besluit om Micky in huis te halen en uiteindelijk diens leven te beëindigen. Boudewijn heeft een open karakter.

Vader Buch heeft de Tweede Wereldoorlog overleefd en voelt zich schuldig omdat zijn broers en zussen niet meer leven. Hij tiranniseert zijn gezin en de mensen om zich heen. Zijn militaristische gedrag leidt tot een scheiding van zijn vrouw. Hij hertrouwt enkele malen, maar uiteindelijk pleegt hij toch zelfmoord. Eigenlijk is "vader Buch" een bij-figuur, maar we leren hem wel heel goed kennen. Hij is heeft dus ook een open karakter.

Moeder Buch is van Italiaanse afkomst en lijdt ook onder het gedrag van haar man. Ze probeert eerst de zaak te sussen, maar uiteindelijk wordt het huwelijk toch maar beëindigd. Moeder Buch heeft een gesloten karakter, omdat ze niet zo uitgebreid beschreven wordt.

Mieke, de vrouw die 14 jaar ouder is dan Boudewijn en waar hij een relatie mee heeft. Zij was de vroegere lerares van Boudewijn. Samen krijgen Mieke en Boudewijn een zoon, maar door haar drankprobleem kan ze hem niet zelf opvoeden. Zelfs als Micky is overleden komt ze niet naar zijn crematie. Mieke heeft een gesloten karakter want we leren haar niet goed kennen.

Micky, de zoon van Boudewijn en Mieke. Hij is een levendige, "kleine blonde" en enthousiaste jongen en, evenals zijn vader, fan van Mick Jagger. Hij overlijdt op jeugdige leeftijd. Micky heeft een gesloten karakter.



Tijd:

Het verhaal speelt zich af tussen de jaren '50 en '70. Er zit geen chronologie in en het lijkt net alsof de schrijver de hoofdstukken gewoon door elkaar gehusseld heeft. Er zijn ook veel flashbacks. (Zie herinnering aan het eind van het boek.) De teksten zijn geschreven in de verleden tijd. De vertelde tijd is ongeveer 20 jaar: van Boudewijns jeugd tot aan zijn 25e jaar. Boudewijn past ook versnelling toe in het boek. Hij slaat vele delen uit zijn jeugd en zijn leven met Micky over, omdat die niet allemaal zo belangrijk zijn.



Ruimte:

Het verhaal van de jeugd van Boudewijn speelt zich af in Wassenaar. Ook gaat hij op excursie naar de grens van Duitsland. Boudewijn bevindt zich als hij ongeveer een jaar of 10 is ook in een gekkenhuis in Brabant. Later, als Boudewijn groter is, speelt het verhaal zich vooral af in de grote stad, in het huis van Boudewijn en Mieke, in de trein, etc. Het ziekenhuis waar Micky ligt, is ook een hele belangrijke plaats. De plaats is niet echt belangrijk in dit verhaal en heeft ook niet echt veel betrekking op het thema. Wat wel in verband staat met het thema is het ziekenhuis. Daar waar Micky dood gaat. En ook het crematorium past bij het thema.



Perspectief:

Het verhaal is geschreven in het ik-perspectief. Boudewijn zelf is de ik-verteller. Het verhaal is dus subjectief. Dat het verhaal subjectief is heeft tot gevolg dat je het verhaal veel beter kan volgen dan andere verhalen, omdat je het als het ware zelf mee maakt.



Titeluitleg:

"De kleine blonde dood", slaat op het zoontje van de ik-persoon. Deze jongen, Micky, gaat op zeer jongen leeftijd dood aan een hersentumor.

Wanneer Mieke weer eens dronken is en met Micky weg wil gaan, waarschuwt Boudewijn haar: "…dan is die kleine blonde (hun kind) dood."



Motto-uitleg:

Mick Jagger: 'You're out of touch my baby. My poor discarded baby'.

Büch was een grote fan van de Rolling Stones.

Verder citaten van Goethe, Novalis, Keats, Rimbaud, Spinoza, Gerard Reve, Achterberg, Willem de M. en Victor Hugo. Deze hadden allemaal iets met de dood te maken. Ook de schuld die de ik-persoon zichzelf oplegt worden hierin aangegeven. Duitse citaat van Goethe is bovendien een soort hommage aan de taal en karakteristieke treurigheid van zijn vader.



Motieven:

- Homoseksualiteit: Boudewijn was homoseksueel, maar hij had ook relaties met Mieke, Fleurette en een andere vriendin.

- Vader-zoon relatie: de opvallende genegenheid tussen Boudewijn en zijn vader, waar zelfs moeder Buch jaloers op is. Zij snapt niet waarom vader en zoon elkaar zo goed begrijpen. Uiteraard is ook de relatie tussen Boudewijn en zijn zoontje belangrijk.

- Oorlogstrauma's en de gevolgen daarvan: zowel Vat als Onkel Jobab hadden de oorlog nooit verwerkt.

- Antisemitisme (jodenhaat): de jodenhaat in de oorlog tegen vader Buch, moeder Montoua en alle andere joden.

- Zelfmoord: vader Buch probeert meerdere malen zelfmoord te plegen, als hij bij zijn vijfde vrouw woont slaagt hij daarin. De oma van Boudewijn (van zijn moeders kant) probeert ook meerdere malen zelfmoord te plegen op de meest bizarre manieren.

- Verhouding van lerares en leerling: Boudewijn had een seksuele relatie met Mieke, zijn voormalige Engelse lerares, die 14 jaar ouder was. Micky werd uit deze relatie geboren. Er is ook een groot leeftijdsverschil tussen zijn vader en zijn vijfde vrouw (Astrid Nisgren).

- Alkoholverslaaving: Vati bedronk zich regelmatig. Ook Mieke heeft een drankprobleem. Boudewijn drinkt zelf ook best veel, maar beperkt zich vanwege Micky.



Thema:

"Dood" is het hoofdthema in het verhaal. Het overlijden van vader Buch en zoontje Micky speelt een grote rol in het leven van Boudewijn.



Auteur:

Boudewijn Maria Ignatius Büch wordt op 14 december 1948 geboren in geboren in Den Haag en groeit met zijn ouders en vijf broers op in Wassenaar. Op elfjarige leeftijd wordt de onhandelbare Boudewijn naar een psychiatrische inrichting in Brabant gestuurd. Hij ondervindt veel problemen van het slechte huwelijk van zijn ouders. Zijn vader heeft grote trauma’s overgehouden aan de oorlog. Als hij in 1960 weer thuiskomt, zijn zij gescheiden. Vader Büch pleegt na enkele mislukte pogingen uiteindelijk zelfmoord. Na een onafgeronde gymnasiumopleiding studeert Boudewijn Duitse en Nederlandse Letteren in Leiden. Hij schrijft poëzie, romans, reisverslagen en essays.

In 1976 debuteert hij met de gedichtenbundel 'Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs'. Zijn prozadebuut maakt hij in 1981 met 'De blauwe salon'. Hij krijgt landelijke bekendheid met zijn reisverslagen. Daarnaast is hij een bekend criticus, schrijft hij columns en presenteert hij zijn eigen televisieprogramma. Bekende motieven in zijn werk zijn de vroege dood van zijn zoontje, homoseksualiteit en psychiatrie. Ook is hij een grote fan van Mick Jagger. Zijn werk, 'De kleine blonde dood' (1985) wordt in 1993 succesvol verfilmd, met Antonie Kamerling in de hoofdrol.

Ander werk van Büch is onder andere 'Dood kind' (1982), 'Literaire omreizen': een idioticon (1983), 'Weerzien', een verhaal (1984), 'Blauw': een reisverhaal (1987), 'Brieven aan Mick Jagger' (1988, in 1998 uitgegeven onder de titel 'Voorgoed verliefd') en 'De hel' (1994).



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen