U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/1244384/ en is laatst upgedate op 16/01/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1269 woorden.


Amsterdam, 1984



Motto:



“A touching dream to which we are all lulled

but wake from seperately.”

Philip Larkin



De vertaling hiervan is: Een ontroerende droom waartoe we allemaal zachtjes
in slaap worden gebracht

Maar apart uit ontwaken.

Dit heeft betrekking tot de aftakeling van ieder mens en de manier waarop
ieder voor zich ermee omgaat.

Ik denk dat dit heel goed past bij het verhaal van Bernlef, omdat je de
achteruitgang van Maarten meemaakt.



Opdracht:



Niet aanwezig.



Korte samenvatting:



Op een ochtend staat Maarten Klein voor het raam als zijn vrouw, Vera,
binnenkomt met thee. Wat idioot, denkt Maarten, ik zou toch zweren dat
het ochtend was. Hij stelt zichzelf gerust, het is die verdomde rotwinter
zegt hij, maar het gevoel van onbehagen gaat niet meer weg.

Maarten is 71 jaar oud, gepensioneerd, en geniet nu met Vera van zijn
oude dag. Zij zijn Nederlanders, maar wonen sinds lange tijd in Gloucester,
een klein vissersplaatsje in Noord-Amerika.

Vanaf dat eerste incident gebeuren er meer van dat soort kleine dingetjes.
Als Vera hem vraagt om de oven uit te zetten wordt hij heel zenuwachtig,
hij vergeet zich te scheren, etc. Hij merkt dat hij zich soms opeens 'verdwaald'
voelt.

Maarten doet erg zijn best om het voor Vera verborgen te houden. Als ze
hem vraagt wat er toch aan de hand is, zegt hij weer dat het door de winter
komt. Er vindt een beetje een verwijdering plaats tussen Vera en Maarten.
Gesprekken verlopen steeds moeizamer, Maarten voelt zich onbegrepen. Zijn
gedachten zitten steeds meer in het verleden. Hij denkt constant aan zijn
vader, zijn werk, de mensen van zijn werk, een jeugdvriendin, een ex-collega
die zelfmoord heeft gepleegd.

Het wordt steeds erger. Maarten begint het heden en het verleden door
elkaar te halen. Soms denkt hij ineens dat hij gewoon in Amsterdam woont,
en op een ochtend wil hij weer naar zijn werk gaan. Dan haalt Vera de
dokter erbij. Vanaf dan mag Maarten niet meer alleen naar buiten en hij
vindt dat hij als een kind behandeld wordt. Gelukkig kunnen Vera en hij
er nu wel over praten, maar Maarten wordt steeds onbereikbaarder. Grote
delen van zijn geheugen zijn weggevallen, en dan komt het schokkende moment
waarop hij heel even Vera voor zijn moeder aanziet.

Vanaf dan is Maartens geest een grote wanboel. Hij beseft nu ook nauwelijks
meer dat hij in de war is, zoals in het begin wel het geval was. Er komt
een 'oppas' in huis, zijn geliefde Vera is een vreemde voor hem, hij wordt
incontinent en 's nachts aan zijn bed vastgebonden.

Een moment van grote ontluistering voor Maarten is als hij een bepaald
pianostuk dat hij tientallen jaren lang uit zijn hoofd heeft gekend, vergeten
is.

Hij herkent zichzelf niet meer in de spiegel. Hij leeft helemaal in zijn
eigen, warrige gedachten, de buitenwereld gaat langs hem heen.

Het allerlaatste wat hij nog herkent is zijn hond, Robert. Maar ook Robert
wordt 'een hond' voor hem. Dan wordt hij weggevoerd, naar een tehuis.

Hij herkende zichzelf al niet meer in de spiegel, en in het tehuis raakt
hij nog verder van zichzelf verwijderd. In zijn gedachten heeft hij het
niet meer over 'ik', maar over 'hij', en nog later over 'het'. Laatste
alinea: Maarten zoekt naar een hand, hij wil een hand vasthouden. Iemand
geeft hem haar hand, maar Maarten weet niet dat het die van Vera is. Vera,
die hem vertelt dat het weer lente wordt.



Thema:

Langzaam (psychologisch) doodgaan



De Idee:

Een man die steeds verder wegglijdt in zijn eigen hersenschimmen, die
steeds minder in de realiteit leeft, die zijn probleem(toenemende dementie)
zelf op wil lossen en het probeert te verbergen.



Titelverklaring:



Heel simpel natuurlijk, hersenschimmen staat voor de onbegrijpelijke dingen
(voor Maarten dan) die in Maartens hoofd gebeuren. De tekenen van dementie,
vergeetachtigheid etc. zijn allemaal schimmen in Maartens hoofd.



Tijdsopbouw:

Chronologisch met af en toe flashbacks waarin vroegere situaties
uit Maartens leven worden “herbeleefd”.

Deze flashbacks hebben mede Maarten gemaakt tot wat hij op het
einde van het boek is. In die flashbacks wordt onder andere verteld
hoe zijn vader geobsedeerd was met het vinden van een systeem in de temperatuur.
Maarten probeert een systeem in het leven te vinden. Hoe verder het boek
vordert, hoe meer er gebeurt op een zelfde aantal bladzijden. Hoe dementer
Maarten wordt, hoe meer dingen er langs hem heengaan. Dingen die je vervolgens
als lezer moet bedenken. Als hij bijvoorbeeld een boek vindt en dat niet
herkent, moet je zelf bedenken (meestal uit het eerdere verhaal herinneren)
dat hij dat boek zelf eerder al geleend heeft. Soms schrijft Bernlef enige
bladzijden verder de verklaring op. Dit maakt dat je voortdurend bezig
bent met proberen niet zelf dement te worden. Ik moet zeggen dat ik na
het lezen van het boek toch enigszins verward was. (gelukkig niet van
al te lange duur, maar toch).

Verder past Bernlef mediis in rebus toe (wat de verwarring soms nog meer
vergroot)



Perspectief:

Personale perspectief. Wat verteld wordt is hoe Maarten de wereld ziet
en zijn gedachten. Dit leidt ertoe dat op het einde (als Maarten erg in
de war is) de zinnen kort en rommelig zijn.



Ruimte:

Vrijwel voortdurend om en rond het huis van Maarten. Alhoewel Maarten
in zijn hoofd vaak op hele andere plekken is.



Symboliek:



In het boek komt vaak terug dat Maarten de winter de schuld van zijn vergeetachtigheid
geeft. Maarten heeft een hekel aan de sneeuw die alles onherkenbaar en
koud maakt. De sneeuw symboliseert zijn dementie a.h.w.

De thermometer van zijn vader is op bepaalde momenten het enige houvast
voor Maarten. Die symboliseert in het hele boek zekerheid.

Op een gegeven moment in het boek heeft Bernlef het woord kruipolie wel
6 keer achter elkaar op een bladzijde cursief in Maartens gedachten terug
laten komen. Misschien symboliseert ook dit de steeds erger wordende kruipende
dementie van Maarten.



Originaliteit:



Het boek is zeker origineel, omdat het dementie beschrijft op een wel
zeer onconventionele wijze. Bernlef heeft niet verteld wat dementie is,
maar heeft eigenlijk verteld hoe dement zijn is. Hij laat je voelen
hoe het is om geestelijk achteruit te gaan (zoals eerder al gezegd). Hij
heeft hiermee toch een sprong in het diepe gedaan, omdat hij natuurlijk
niet zelf kan weten hoe het is. Althans niet door ervaring. Hij heeft
d.m.v. onderzoek en ervaringen met demente personen een beeld gegeven
van hoe het is om dement te zijn.

Relevantie:



Het was in de tijd dat het boek geschreven was een opkomend fenomeen (dementie)
en was toen al relevant.

In deze tijd en al helemaal in de komende tijd (vergrijzing etc.) zal
het boek steeds relevanter worden (bij wijze van spreke), we krijgen steeds
meer te maken met ouder wordende mensen en dus ook toenemende kwalen,
waarvan dementie er 1 is.

Iedereen krijgt tegenwoordig wel een keer met dementie te maken.



Stijl:



Bernlef hanteert in dit boek een veranderende stijl. Hoe verder je in
het boek komt, hoe rommeliger en moeilijker te volgen het boek is. Dit
komt door de manier waarop Bernlef het geschreven heeft. Hij past de schrijfstijl
aan de toestand van Maarten aan, hierdoor voel je heel goed de dementie
van Maarten.



Literaire kwaliteit:



Ik denk dat Bernlef in dit boek heel goed zijn literaire mogelijkheden
heeft benut om zijn verhaal zo over te laten komen als hij dat bedoeld
heeft. Ik kan persoonlijk niets bedenken waarmee Bernlef je nog beter
had kunnen laten voelen wat dementie is. Hij gebruikt verwarring om het
gevoel over te laten komen. Die verwarring bereikt hij door allerlei literaire
‘trucjes’.



Eigen mening:



Het verhaal van Maarten is op zich niet heel erg boeiend, het overgrote
deel van het verhaal is echt bedoeld om de dementie van Maarten te beschrijven.
Je zou kunnen zeggen dat de hoofdpersoon de dementie van Maarten is. Wat
het boek zo boeiend maakt is het willen weten hoe de dementie vordert,
en hoe Maarten daar mee omgaat.

Het einde vond ik net iets te open. Je weet aan het einde dat het weer
lente wordt, wat ongetwijfeld iets symboliseert (misschien tevredenheid).
Ik weet nog steeds niet zeker of Maarten aan het eind van het boek dood
is gegaan (“om hier samen voor het laatst te slapen”)
of niet. Ik denk dat je dit einde op verschillende manieren kan interpreteren
en dat Bernlef de enige is die het echt weet (zelfs dat hoeft niet eens,
maar laten we maar aannemen dat hij wel wist wat hij bedoelde toen hij
dit einde schreef)




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen