U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jeroen Brouwers - Bezonken Rood.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=93 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1785 woorden.

Bezonken rood

Auteur : Jeroen Brouwers
Titel : Bezonken rood
Uitgave: Twaalfde druk, februari 1990
Oorspronkelijke druk: November 1981

Biografische gegevens:

Jeroen Brouwers werd in 1940 in het toenmalige Nederlands-Indië geboren. Hij kwam uit een Rooms-Katholiek milieu. In de Tweede Wereldoorlog zat hij, samen met zijn moeder, zusje en oma, vanaf 1943 tot einde WO II in een jappenkamp. Hij heeft geruime tijd in Brussel gewoond, en werkte in de journalistiek en de uitgeverij. Brouwers heeft verhalen, romans, een toneelstuk en autobiografisch en literair-historisch werk gepubliceerd. Hij debuteerde in 1964 met de verhalebundel "Het mes op de keel". Dit boek had weinig succes. Beter ging het in 1979 toen zijn pamflet "De Nieuwe Revisor" uitkwam. Hij werd erg bekend door zijn Indië-trilogie: Het verzonkene (1979), Bezonken rood (1988) en De zondvloed (1988). In 1990 verscheen "Zomervlucht" en in 1991 "Het Vliegenboek". Brouwers deed ook nog in
1983 een studie 'het licht zien' over zelfmoord in de Nederlands literatuur, onder de titel "De laatste deur".

Genre:

  • Existentialistische roman
  • Ontwikkelings roman

    Motto:

    "Er aber, in seiner gewöhnlichen Art, hüllte sich in Geheimnisse, indem er mich mit grossen Augen anblickte und mir die Worte wiederholte:
    Die Mütter! Mütter! 's klingt so wunderlich!-"
    Johann Peter Eckermann, Gespräche mit Goethe.
    "Zoek mij terwijl ik er ben. Leer mij kennen, omdat ik er ben. Ik ben er immers.
    En toch is zeker dat ik er niet ben."
    Dodenlied (Zuid Celebes)
    "Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt" (pag. 7)
    Dit is het motto dat steeds weer terugkeert in het boek, waarin hij 'de wind' als de mens ziet.

    Opdracht:

    Geen, hoewel het toch een soort bekentenis/verwijt is aan zijn moeder.

    Kaft/illustraties:

    De voorkant laat een aantal vrouwen zien die buigen. Ze bevinden zich in een Jappen-kamp.

    Personen/Figuren :

    Jeroen brouwers: Round character: heeft in jappen-kamp gezeten met zijn moeder, oma en zus. Men leert hem beter kennen in de loop van het verhaal. Houdt van zijn moeder, maar haat haar ook.
    Moeder: ook een Round character: Sterft in het begin van het verhaal, Komt veel voor in de flashbacks van het jappen-kamp.
    Liza : Type: de ideale, bijna goddelijke vrouw.
    Titel : De titel komt op 2 plaatsen in het verhaal voor:
    • Op blz. 57: 'Er zakt een waas van bezonken rood voor mijn ogen'. Hiermee drukt hij vertwijfeling uit die over hem komt als hij beseft wat voor schandelijks hij gedaan heeft.
    • Op blz. 126: Hier ziet hij in gedachten Liza en spreekt dan vol bewondering over 'het bezonken rood van haar lichaam'.
      Deze twee kenmerken zijn typerend voor de hoofdpersoon: vertwijfeling en bewondering.

    Tijdsverloop:

    Er lopen in grote lijnen twee tijdlijnen door elkaar: Het heden en het verleden. In het heden is de vertelde tijd een paar dagen: Van het bericht van de dood van de moeder tot vlak naar haar crematie. Het verleden is de periode die de ik-figuur in de oorlog met zijn moeder, oma en zus in het Jappenkamp heeft doorgebracht. In het boek wisselen korte hoofdstukjes 'heden' en 'verleden' elkaar af.

    Plaats/ruimte:

    De ruimte speelt een belangrijke rol: Door de mist is de ruimte in het heden zeer beperkt, terwijl de beperking van de ruimte in het verleden aan de Jappen ligt (Zo moet hij b.v. in een aanrecht-kastje slapen.).

    Vertelsituatie:

    Het verhaal is een ik-verhaal, en de ik-figuur is de schrijver zelf. (perspectief)

    Verhaalopbouw:

    Het boek telt 129 bladzijden, die onderling verdeeld zijn in veel hoofd- stukken. Het valt op dat er soms erg kleine hoofdstukken zijn, en soms erg grote. De ik-figuur (en dus de schrijver) springt nogal spontaan van het ene naar het andere onderwerp/fragment. Het verhaal zit vol met tegenstellingen.

    Fabel :

    Een man denkt terug aan zijn moeder en de daarbij opkomende herinneringen aan het Jappen-kamp. Hij trekt hieruit zijn eigen oordelen.

    Thema:

    De moeder is gestorven en de ik-figuur overziet haar leven en de merkwaardige rol die hijzelf in dit leven heeft gespeeld.

    Motieven:

    • Oorlog: Breng de mens tot kleinheid, egoïsme en bestialiteit, maar ook tot zelfopoffering en heldhaftigheid.
    • Gevoelloosheid (Gesymboliseerd door de vereelting van het lichaam): van de ik-figuur, maar ook aandacht voor allerlei diep-menselijke trekjes.
    • De 'gewone' vrouw (met alle goede en minder goede eigenschappen) tegenover de ideale/goddelijke vrouw (=Liza). Liza is een symbolisch figuur die verwijst naar Maria, moeder van Jezus (kleur van blauw, erenamen als 'morgenster', 'heil van de zieken', 'troosteres van de bedroefden'.). Liza woont boven een klokkenwinkel; Ze woont en staat dus boven de tijd. De moeder is een 'gewone' vrouw. Als men over haar spreekt, spelen tijd en het tijdelijke een grote rol.
    • De mist (hier het symbool van uitzichtloosheid, de dood) tegenover de wind (dit is het leven): Op het eind wordt de mist verdreven door de wind.
    • Het belletje onder aan de broek van de ik-figuur tegenover de rinkelende sporen aan de laarzen van de Japanse kampbeul Sone.
    • Er wordt door de ik-figuur een paar keer gesproken over het beschadigde kruis van een vrouw: de ene keer door het baren van een kind, de andere keer door het trappen door de kampbeul (Sone).

    Taalgebruik:

    Het boek is een zeer aangrijpend boek, niet alleen door de gebeurtenissen, maar ook door de stijl. Brouwers schrijft zeer direct en gebruikt afwisselend korte en lange zinnen. Af en toe voegt hij er fragmenten van katholieke gebeden tussen, die voor hem een sterke waarde hebben.

    Handeling:

    'Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.' Dit is het leidende idee van het boek. De inhoud van het boek.
    Eind januari 1981 verneemt de schrijver plotseling dat zijn moeder is overleden. Ze woonde in een bejaardentehuis en de schrijver heeft haar in jaren niet gezien. Ze leed aan de ziekte van Parkinson. Haar man is 17 jaar eerder gestorven. De schrijver gaat niet naar de crematie; op het moment dat ze verbrand wordt, zal hij voorlezen uit Daantje gaat op reis, een kinderboek dat de schrijver heeft gekregen toen hij in het Jappenkamp 5 werd. Zijn moeder heeft hem uit dit boek leren lezen. Hij kan het echter niet meer vinden.
    De schtijver wordt beheerst door angst, drankzucht en gebrek aan gevoel. Hierdoor is zijn leven niet altijd even plezierig. Hij is bezig aan een boek over de zelfmoord in de Nederlandse literatuur. Soms is er echter een lichtpunt, zoals de ontmoeting met Liza, zes tot zeven jaar geleden. Liza is een vrome onderwijzeres, die deelneemt aan een Maria-optocht. De schrijver blijft 3 dagen bij haar, en vertrekt daarna. Een maand voor de dood van zijn moeder ontmoet hij haar weer, maar: 'Ik ben beu van de drama's die zich vroeger tussen mijn decor-stukken en coulissen hebben afgespeeld'.
    De onverschilligheid tegenover zijn moeder is ontstaan in W.O.-II.
    Hij zat toen met zijn zusje, moeder en grootmoeder in een Jappenkamp, het vrouwenkamp Tjideng in Batavia. De kampcommandant was de wrede Kapitein Kenitji Sone, die de moeder van de schrijver persoonlijk heeft afgerammeld tot ze als dood bleef liggen. De schrijver vertelt hierover 'Mijn moeder as de mooiste moeder, op dat moment hield ik op van haar te houden.'.
    Als de oorlog afgelopen is, wordt het gezin herenigd. De grootmoeder is in het kamp gestorven, maar de vader, broertjes, het zusje en de moeder hebben de verschrikkingen van he kamp overleefd. Ze gaan terug naar Nederland en de ik-figuur komt voor de rest van zijn jeugd in door kloosterlingen geleide pensionaten. Hij is verwilderd en immoreel en moet worden opgevoed. Hij ervaart het alsof hij weer in een kamp komt, maar nu blijft zijn moeder niet bij hem ('deze moeder verraadt mij'). Voor hem is zijn moeder al dood.
    Waarom heeft de ik-figuur zijn kamp-herinneringen nu pas opgeschreven?
    'Wat ik heb geschreven hoeft niet langer door mij te worden onthouden.'. Zeer aangrijpend is het op een na laatste hoofdstuk: De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki zijn gevallen. De gevangenen moeten ervoor boeten: er wordt vreselijk huisgehouden in het kamp met als gevolg vele doden en gewonden.
    Het laatste hoofdstuk speelt zich weer af in het heden: De mist, de angst, het eelt dat zijn lichaam overwoekert, onnoemelijk veel gedachten, schrijven over Jacob Hiegentlich. Op het laatst wordt de mist die al dagen hangt verdreven door de wind.

    Eigen mening:

    Een boek, dat veel gedachten-sprongen maakt, en daarom soms moeilijk te volgen is. Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand te zijn, maar als je eenmaal de symbolen 'ontcijfert' hebt, wordt er veel duidelijk. De wreedheden in het kamp, de algemene ontkenning hiervan na de oorlog door de slachtoffers hiervan, dit alles is zeer realistisch. Jeroen Brouwers stelt zich soms vragen in zijn boek die duidelijk existentialistisch zijn (Hoe komt het dat ik ben zoals ik ben?). Als punt zou ik een 8 willen geven. Ik vind het verder ook nog een speciaal boek, omdat het niet zomaar zo'n 'standaard'-verhaal is, maar een apart verhaal.

    Recensies :

    De recensist maakt een niet al te uitgebreide samenatting van het boek, en belicht een paar fragmanten. Hij maakt kleine komplimentjes ("Het verzonkene, reactie op het objectivistisch proza van de Rastergroep, staaltjes van subjectief proza.....)
    Toch heeft hij ook kleine puntjes van kritiek: '...Er bekruipt mij bij zo'n scene onmiddellijk een eng gevoel, een brok in de keel, en ik zoek een stok om mee te slaan.'
    Hij zegt dat Brouwers ookal in zijn vorige boeken 'vrouwen liefdeloos benaderd, soms als louter lust-object.'. "Schoonheid wil ik het niet noemen, en ook wil ik het geen 'schoonheid van de mentaliteit' noemen. Ik begrijp verdomd goed wat er aan vooraf is gegaan."
    Hij heeft ook nog kritiek op het feit dat Brouwers zich 'probeert' op te stellen achter een onschuldige kleuter en de opvoeding: '..De kleuter ziet dat en registreert het voor het leven, terwijl hij vrolijk schatert....'. 'een katholieke opvoeding verloochent zich blijkbaar nooit'.

    Andere opmerkingen van andere recentsisten:

    • Monument voor een moeder. Een indrukwekkend boek.-Marjolein Pouw in NRC/Handlsb.
    • Gruwelijk prachtig.-Hans warren in provinciale Zeeuwse Courant.
    • Dit is wat Brouwers in Bezonken Rood is gelukt: Schrijven over het vergankelijke op een onvergankelijke manier.-Carel Peeters in Vrij Nederland.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen